Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Kijk, mijn proefschrift is brandschoon!”

“Kijk, mijn proefschrift is brandschoon!”

Photographer:Fotograaf: Simone Golob

Twee UM-dissertaties per maand door de plagiaatchecker

De plagiaatcheck op proefschriften is sinds een half jaar staande praktijk, maar wat gebeurt er eigenlijk precies? Onderzoekers willen zelf ook tussentijds kunnen checken, maar daar is het laatste woord nog niet over gezegd.

In 2014 vroeg het Bureau Academische Zaken aan 23 promovendi, die net de laatste hand hadden gelegd aan hun proefschrift, om mee te doen met een pilot naar de plagiaatcheck. Of ze hun manuscript naar de universiteitsbibliotheek wilden sturen. Zeven van hen hebben nooit iets van zich laten horen. Dat wekt argwaan, zou je denken; toch heeft niemand deze promovendi ooit om opheldering gevraagd.

“Als mensen niet reageren, kan dat allerlei oorzaken hebben”, zegt Coen van Laer, juridisch expert bij de UB. “In een enkel geval bleek dat het manuscript nog niet klaar was.”

Afgelopen maart is de proef geëvalueerd en onderdeel geworden van de reguliere procedure. Sindsdien krijgen promovendi die niet reageren, een herinnering; meewerken is immers verplicht. En anders dan menigeen misschien dacht, worden niet alle proefschriften onder het vergrootglas gelegd, maar slechts twee per maand.

“De maatregel is preventief bedoeld”, zegt Janneke Hooijer, beleidsmedewerker van Academic Affairs. “Bovendien wilden we voorkomen dat de bureaucratie en werklast stegen. Bij Bureau Academische Zittingen kiest men elke maand twee proefschriften uit. Dat gebeurt heel praktisch: ogen dicht en prikken maar.”

Privacy

Na de pilot is de plagiaatsoftware van Safe Assign vervangen door die van iThenticate. Safe Assign blijkt vooral geschikt om scripties onder de loep te leggen, aldus Van Laer. “iThenticate presenteert de resultaten helderder en vergelijkt de teksten met omvangrijkere en meer wetenschappelijke databases.” In totaal met 150 miljoen vakpublicaties en ruim 50 miljard internetdocumenten, meldt iThenticate zelf.

De ‘originaliteitscheck’, zoals de UB het noemt, is een kwestie van inloggen op de site van iThenticate en het proefschrift uploaden. Het matchen van de tekst kan uren duren, elke zin wordt vergeleken met miljoenen andere formuleringen. Het verschilt ook per vakgebied. Een medische dissertatie duurt langer dan een juridisch verhaal, omdat digitaal publiceren onder exacte wetenschappers vanzelfsprekender is dan voor juristen en er dus meer te matchen valt. Het recente, juridische proefschrift over het graafschap Gronsveld van meer dan duizend pagina’s zal wellicht sneller gecontroleerd zijn dan artikelen over diabetes.

Waarschuwt iThenticate voor specifieke, bekende trucs? Een student van cultuur- en maatschappijwetenschappen gebruikte twee jaar geleden meerdere alfabetten in één scriptie - inclusief Cyrillische letters die identiek zijn aan de Latijnse - en stuurde Safe Assign zo het bos in. “Nee, dit soort trucs ken ik niet en zullen ook niet voorkomen onder jonge professionals, denk ik. Bij een promotie spelen grotere belangen. Dat is geen Spielerei.”

Hoe staat het eigenlijk met de privacy? Staat een UB-computer urenlang onbewaakt te checken terwijl het aantal overlappingen op het scherm oploopt? Nee, dat blijkt niet het geval. Na het uploaden kan gerust worden uitgelogd; het rapport met de resultaten wordt automatisch naar de UB toegezonden.

PDF-formaat

Onderzoekers tonen weinig weerstand om mee te werken, zegt Van Laer. “De check kost nauwelijks extra tijd, als tenminste alles in orde is, en kan zelfs dienen als een extra certificering. Achteraf kunnen ze zeggen: “Kijk, mijn proefschrift is brandschoon.” Wel start er binnenkort een discussie over de zogeheten zelfcheck. Wetenschappers willen zelf ook hun artikelen kunnen controleren, maar dat ligt gevoelig. Wie veel heeft geleend van anderen zonder de bron te vermelden, zou dan vooraf kunnen peilen of hij ermee wegkomt. Het onderzoeksplatform – rector en de facultaire portefeuillehouders onderzoek – buigt zich daar binnenkort over. Van belang is daarbij, lijkt me, dat promovendi niet op eigen houtje aan de slag gaan maar toestemming vragen aan hun promotor of decaan.”

De uitslag van de ‘originaliteitscheck’ gaat eerst naar de promotor, die beslist of er sprake is van plagiaat. Maar wat als de promotor en de promovendus onder één hoedje spelen? Hooijer: “De check is niet 100 procent waterdicht. En werkt ook niet wanneer een onderzoeker in navolging van Stapel zijn proefpersonen bij elkaar fantaseert. Maar goed, laten we niet vergeten dat wetenschappers, ook zonder deze maatregel, hun eigen verantwoordelijkheid hebben.”

Tot nu toe is niemand betrapt, niet tijdens de pilot noch in de reguliere controles daarna, zegt Van Laer. De UM-commissie Wetenschappelijke Integriteit heeft dus nog niet in actie hoeven komen.

 

De procedure

Bureau Academische Zaken selecteert een willekeurig proefschrift en stuurt de promovendus een brief met het verzoek om het manuscript binnen een week naar de universiteitsbibliotheek te sturen. Daar wordt de tekst gecheckt op originaliteit. Het resultaat, in de vorm van een verslag, gaat naar de promotor, die de overlappingen inhoudelijk beoordeelt en al dan niet plagiaat vaststelt. Deze conclusies rapporteert hij aan de voorzitter van de beoordelingscommissie en die informeert het college van decanen. In het geval van plagiaat wordt de commissie Wetenschappelijke Integriteit ingeschakeld. De promovendus en de promotor ontvangen binnen twee weken een vragenlijst waarmee ze kunnen reageren op de bevindingen. De promotie wordt uitgesteld totdat de commissie Wetenschappelijke Integriteit tot een oordeel is gekomen.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2015-11-20: Govert Valkenburg
Het is behoorlijk kafkaësk als de 'verdachte' niet zelf het systeem kan raadplegen, maar dit alleen de 'rechter' dit kan doen. Een abusievelijk stukje plagiaat kan in de regel goed vervangen worden door een zuivere citatie, en als dit systeem daarbij helpt, is dat alleen maar mooi meegenomen. Mensen die het systeem willen flessen, zullen dat toch wel proberen, en aannemen dat beschikbaarheid van dit systeem mensen ertoe verleidt de randen van het toelaatbare op te zoeken, lijkt me een behoorlijke belediging aan het adres van de gemiddelde promovendus. Bovendien zal beschikbaarheid van het systeem, in lijn met de open-source filosofie, er waarschijnlijk toe leiden dat kwetsbaarheden eerder aan het licht komen. Kortom, gewoon opengooien die boel.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)