Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Een patchwork van klimaatacties en opbloeiende herenakkoorden

Een patchwork van klimaatacties en opbloeiende herenakkoorden

Photographer:Fotograaf: ThinkStock

Opinie

Steeds meer bedrijven en instellingen nemen op eigen initiatief klimaatmaatregelen. Volgens prof. Marjan Peeters dienen achterblijvers rekening te houden met juridische maatregelen.

In december proberen meer dan 190 landen te Parijs tot een nieuwe klimaatafspraak te komen. Ondertussen bloeien over heel de wereld initiatieven voor meer klimaatbescherming. Blijkbaar wachten nogal wat bedrijven en overheden niet op een bindend internationaal akkoord, en draagt de verspreiding van kennis over het klimaat en de invloed van de mens daarop bij tot meer bewustwording. Zo is de recent bekend gemaakte sluiting van drie bruinkoolcentrales in Duitsland een belangrijke stap naar een samenleving die niet meer afhankelijk is van fossiele energie.

Tegelijkertijd is het de vraag of de ontluikende initiatieven voldoende zijn voor de wereldwijd benodigde inspanning om de opwarming te beperken tot maximaal 2 graden Celsius (en liever slechts 1,5 graad). Een raming van door landen ingediende voorstellen voor Parijs (opgesteld door het bij het Klimaatverdrag behorende secretariaat) geeft een tamelijk rooskleurig beeld: voorlopig is het pakket aan voorstellen weliswaar niet voldoende, maar toch toereikend om uiteindelijk binnen de doelstelling van twee graden te blijven.

Tevens kwam het Europees Milieu Agentschap met een opmerkelijk positief bericht: de Europese Unie heeft meer broeikasgassen gereduceerd dan gepland, en volgens de raming zal in het jaar 2020 niet de wettelijk vastgelegde 20 procent emissiereductie maar 24  of zelfs 25 procent reductie zijn bereikt. De EU zet zich al jaren in voor klimaatmaatregelen, en toont wereldwijd leiderschap door internationaal de meest strikte klimaatdoelstelling in wetgeving te hanteren, die nu zelfs “overbereikt” lijkt te gaan worden.

Ondertussen ontluiken ook in Maastricht initiatieven. Deze week sloot wethouder Gerdo van Grootheest enkele Maastrichtse energieakkoorden met drie grote maatschappelijke bedrijven (Waterleiding Maatschappij Limburg, Maastricht UMC+ en de Universiteit Maastricht). In deze individuele akkoorden staan specifieke klimaatinspanningen, zoals substantieel meer hernieuwbare energieopwekking door onze universiteit. Zulke ‘herenakkoorden’ (bijzondere term trouwens) zijn niet bedoeld als afdwingbare contracten, maar geven uitdrukking aan de wil om maatregelen te nemen. De afspraken zijn openbaar en de bedrijven kunnen gevolgd worden in de uitvoering van de beloofde inspanningen.

Echter, zijn de akkoorden voldoende ambitieus? In één van de akkoorden wordt gesproken over een emissiereductie van tenminste 10 procent in 2020 ten opzichte van 2013. Dat lijkt (te) weinig, ook in verhouding tot het hogere EU percentage. Toch zou het te simpel zijn om te veronderstellen dat elk bedrijf of elke organisatie hetzelfde emissiereductiepercentage van bijvoorbeeld 20 of 25 procent moet halen: een passende verplichting kan pas worden vastgesteld na bestudering van met name het specifieke bedrijfsproces en de daarmee verbonden kosten, en dat is best een lastig vraagstuk omdat dit voor heel veel verschillende bedrijven moet worden uitgevoerd.

Als oplossing heeft de Europese Unie het marktconforme systeem van emissiehandel bedacht. Dit systeem is op ongeveer 10 duizend bedrijven in de EU van toepassing. Via het vaststellen van een maximale hoeveelheid emissies in de EU tezamen met handel in emissierechten vindt via marktwerking een verdeling van de kosten plaats met de verwachting dat, op algemene schaal, de maatregelen daar worden genomen waar ze het meest efficiënt zijn.

Dit kan betekenen dat in één lidstaat veel meer wordt uitgestoten dan in een andere lidstaat, maar uiteindelijk gaat het bij dit systeem niet om de nationale resultaten, maar om het gezamenlijke Europese resultaat. Op deze wijze probeert de EU de interne markt op een positieve manier in te zetten voor het hogere klimaatdoel. Voor de emissies die buiten dit systeem vallen zullen andere oplossingen moeten worden bedacht in het streven om uiteindelijk in 2030 (zoals Maastricht wil) of in 2050 (zoals de EU wil) een koolstofarme samenleving te bereiken.

Kernvraag daarbij is: hoe kan de last om emissiereducties door te voeren redelijk en efficiënt worden verdeeld over verschillende bedrijven, en wat kan uiteindelijk juridisch worden afgedwongen bij eventuele achterblijvers?

Dit zal ook na Parijs een belangrijk aandachtspunt zijn in aanvulling op het groeiende patchwork aan klimaatacties. De dreiging van juridische maatregelen kan binnen en buiten Europa een effectieve stok achter de deur zijn om twijfelaars te verleiden om alsnog tot serieuze actie over te gaan. En, wie weet ontwikkelt het recht zich dusdanig dat afspraken in herenakkoorden, als ze niet worden nageleefd, toch afdwingbaar zullen blijken te zijn, en zelfs aangescherpt moeten worden.

Marjan Peeters, bijzonder hoogleraar Milieubeleid en recht

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: