Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Over zielenverkopers en varkensborstels

Over zielenverkopers en varkensborstels

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Rechtshistoricus Louis Berkvens geeft inkijkje in 18e eeuws bestuur in Noord-Limburg

Het zakenregister achter in het boek is nog de aardigste ingang. Daar vinden we keurig op alfabet alles waar het Pruisische bestuur zich in de achttiende eeuw mee bemoeide in Pruisisch Gelre, het gebied dat voor een groot deel het huidige Noord- en een stukje Midden-Limburg omvat. Het gaat van aardappelen en acrobaten tot zielenverkopers en de zijdeteelt.

Zielenverkopers? Ja, en nota bene ook nog ‘Hollandse’. “Het Landes-Administrations-Collegium beveelt de lokale overheden waakzaam te zijn tegen Hollandse zielenverkopers, die jongeren soms met geweld trachten te ronselen”, luidt een van de verordeningen die zijn opgetekend in Plakkaten, Ordonnanties en Circulaires voor Pruisisch Gelre (1713-1798).

De auteur, rechtshistoricus prof. Louis Berkvens (60): “Dit bevel dateert uit 1798. De Hollanders, sinds 1795 was dat de Bataafse Republiek, werkten met huurlegers, anders dan de Pruisen die al een vorm van dienstplicht kenden. De soldaten werden overal geronseld, liefst in de herbergen waar ze stevig te drinken kregen en vervolgens hun handtekening moesten zetten. Dat deden de Hollanders dus ook over de (toenmalige) grens, in Pruisisch Gelre, en daar waren de Pruisen niet van gediend. Vandaar dit bevel.”

 

Voor het goede begrip: het huidige Nederland is niet identiek aan de grenzen in de achttiende eeuw. Vooral Limburg bleef tot in de negentiende eeuw deels onder ‘vreemd’ bestuur en heeft dus in dat opzicht een zeer afwijkende historie. Het was voor het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig genootschap (LGOG) reden om in 1998 een bijzondere leerstoel in te richten, ‘Rechtsgeschiedenis van de Limburgse territoria’. Precies deze dinsdagmiddag van het interview heeft Berkvens een gesprek met de toezichthoudende commissie, want een bijzondere leerstoel geldt voor vijf jaar en alleen bij goed professoraal gedrag mag iemand verder. Gelukkig, Berkvens (“het is toch altijd een beetje spannend”) mag weer verder. Met een leeropdracht die, dat is duidelijk, enigszins in de marge van de juridische faculteit zit. Maar die, en dat mag ook vermeld worden, intussen het hart van de UM-strategie bezet: meer aandacht voor de regio is officieel corebusiness geworden.

Berkvens kan dus nog een tijdje door; met zijn pensionering heeft hij er straks twintig jaar opzitten. Met zichtbaar resultaat, ook voor de leek. Deze turf van meer dan 600 bladzijden bijvoorbeeld getuigt van een noeste sisiphus-arbeid in de archieven van allerhande overheden, waaronder het Geheime Pruisische Staatsarchief in Berlijn. Tegenwoordig is dat niet meer zo geheim, de naamgeving valt te verklaren omdat het hier het privéarchief van de koning betrof.

Het bronnenboek is overigens niet het eerste dat Berkvens publiceert. Het past in een reeks die deels met geld van NWO tot stand kwam, gericht op de digitale ontsluiting van wetten en verordeningen tussen 1580 en 1795. Berkvens maakte korte (vertaalde) samenvattingen zodat nu voor het eerst die hele rechtsgeschiedenis via allerlei trefwoorden online is te raadplegen. Dat maakt het regionaal èn internationaal interessant, merkt Berkvens: “Ik heb hier toevallig een recensie van een Oostenrijkse collega die blij is dat dit alles nu toegankelijk is. En veel mensen die met genealogie bezig zijn, gebruiken deze gegevens om er hun stambomen mee aan te kleden, om er een historische context aan te geven.”

 

‘Als een hond’

Wat de lezer opvalt: de ongelooflijk gedetailleerde bemoeienis van het Pruisische bestuur met het maatschappelijk leven.

Berkvens: “Ja, de wetgeving was enorm fijnmazig, ze probeerden echt alles te regelen, ook wel wat niet te regelen viel. Dat riep natuurlijk weerstand op, en advocaten die bij van alles en nog wat bezwaarschriften indienden. Daar was de Pruisische koning dan weer niet van gediend. Friedrich-Wilhelm I werd niet voor niets de soldatenkoning genoemd, hij was een praktische man en aan advocaten had-ie een hekel. Al die bezwaarschriften beschouwde hij als onzinnig, alleen maar bedoeld om processen te rekken. In 1739 kwam er daarom een edict uit Potsdam dat advocaten verbood om ‘bij voorbaat kansloze memorialen’ bij de koning in te dienen, zo niet, dan werd men voortaan zonder pardon ‘als een hond’ opgehangen. Dat betekende: met een hond naast je. Letterlijk stond er ‘ohne alle Gnade und Pardon aufhängen und, zu mehrem Abscheu, neben ihm einen Hund hängen lassen wollen.’”

 

Dat klinkt nogal middeleeuws, maar het was eerder een uiting van de grote ergernis van de koning dan dat nu ineens overal rechtsgeleerden aan de galgen bungelden. Berkvens zijn in ieder geval geen gevallen uit dit gebied bekend. Het Pruisen van die dagen was dan ook verre van middeleeuws, integendeel, het was een van de modernste staten van Europa. Een toonbeeld van verlicht absolutisme, met een autocratische vorst “maar een die niet uit was op zelfverrijking”, zegt Berkvens, “het ging echt om het welzijn van de bevolking en de bevordering van de welvaart. Het belang van de onderdanen stond voorop. Ik heb bijvoorbeeld plakkaten over het verzekeringswezen gevonden; het werd mogelijk om een brandverzekering af te sluiten bij de staat. Heel nuttig, want veel huizen waren van hout en leem en zo’n dorp brandde bij het minste of geringste af. En weduwen- en wezenpensioenen, door de staat gegarandeerd. Duur was dat wel, 25 gulden per jaar. Maar zet het eens af tegen de rest van Nederland, daar kwam het pas in de negentiende eeuw op.”

 

Professionaliteit

Wat Berkvens ook opviel: “De professionaliteit van het bestuur, daar raakte ik gaandeweg wel van onder de indruk. Ambtenaar werd je in die tijd niet zomaar, je moest een vergelijkend examen doen, er werd echt geselecteerd op deskundigheid. Vergelijk het met de Europese Unie, waar je moet solliciteren en vervolgens aan een concours moet meedoen om ambtenaar te kunnen worden. Pruisen, en dus ook Pruisisch Gelre, liep echt voorop. En wie niet goed functioneerde, werd ontslagen. Voor de hogere functies was een studie aan een van de erkende universiteiten een vereiste. Nee, het waren niet alleen maar zonen uit de adel. De hogere adel koos sowieso voor het leger, het was hooguit de landadel die de ambtenarij in ging.”

Het contrast met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in diezelfde periode kan haast niet groter zijn. Daar vierde de corruptie hoogtij, werden baantjes binnen families vergeven en kwam het voor dat een kleuter tot het lucratieve ambt van belastingontvanger werd verheven. Dat stelsel veroorzaakte in hoge mate de revolutionaire woelingen in het Nederland van eind achttiende eeuw.

Berkvens: “Pruisen was anders, al trof je daar bijvoorbeeld ook wel dynastieën van rechters. Dat had ermee te maken dat mensen doorwerkten tot hun dood. Werd je ouder, dan nam je een hulpje, en een zittende rechter koos dan vaak voor zijn zoon. Maar of die zoon vervolgens inderdaad eveneens rechter werd, hing af van zijn bekwaamheid, daar werd streng op toegezien.”

Een andere methode die de Pruisische koning hanteerde om het bestuur op het juiste pad te houden leidde tot een uitgebalanceerd systeem van gespreide verantwoordelijkheden. Berkvens: “Een deel van de bevoegdheden gaf hij aan de ene instelling, een deel aan de andere. Men hield elkaar in de gaten, in evenwicht. En er was een heel stelsel van verantwoording en toezicht. Lokale bestuurders rapporteerden uitgebreid en gedetailleerd aan de provinciale overheden, en samenvattingen daarvan gingen dan weer naar Berlijn.”

 

Politie

Een staat die zo gedetailleerd het maatschappelijk leven wil reguleren zal allicht een stevig politieapparaat in het leven moeten roepen om ervoor te zorgen dat alles ook werkelijk volgens de regels gebeurt. Volgens Berkvens viel dat mee. “Er was zeker geen apparaat zoals wij dat kennen. Eerder werd een beroep gedaan op de burgers zelf. Bij een jacht op vagebonden werd de schutterij gemobiliseerd, een soort burgerwacht. Bij grotere ordeverstoringen werd bijvoorbeeld het regiment uit Wesel opgeroepen. Vergeet ook niet, er heerste een zekere rust in deze gebieden, de welvaart werd bevorderd en de bevolking was redelijk tevreden. De overheid trad op tegen vreemdelingen, tegen veeziekten, tegen epidemieën. En je kon je altijd tot een hoger bestuursorgaan wenden, tot aan de koning toe. Bovendien was bij de Vrede van Utrecht in 1713, het begin van deze Pruisische periode, bepaald dat inheemse privileges in stand bleven. Lokale rechten bleven intact, niet alles werd ineens op Pruisische leest geschoeid.”

 

Een Noord-Limburg dat een eeuw lang modern en zakelijk werd bestuurd, tegenover een Zuid-Limburg waar een heel andere cultuur heerste. Verklaart dat wellicht iets van het verschil in mentaliteit? Berkvens: “Tja, dat wordt etnologie, culturele antropologie en dat is niet mijn specialisme hoor. Maar inderdaad, het zuiden werd veel losser bestuurd, het noorden tüchticher, minder bourgondisch. Het is niet denkbeeldig dat dat heeft doorgewerkt.”

 

 

 

 

 

 

Declaratie van het edict ter zake van het brandgevaarlijk tabaksroken:

Ter voorkoming van brand wordt (…) bepaald dat het bij het binnenhalen van hooi en gewas verboden is tabak te roken. Overtreding van het verbod wordt gestraft met vier weken vestingarbeid op water en brood. (…) De verordening dient jaarlijks op zondag voor de oogst van de kansel te worden voorgelezen. (Berlijn, 1742)

 

Bekendmaking van de verpachting van het openbaar muziekspelen

Op 25 mei 1750 zal het monopolie op de openbare muziek te Geldern bij opbod worden geveild. Belangstellenden kunnen zich bij de Commissio Regia informeren over de voorwaarden. (Geldern, 1750)

 

Circulaire ter zake van het toezicht op spilzieke adel

Regeringen en Justiz-Collegia dienen erop toe te zien dat de adel geen bezittingen voor meer dan de helft met schulden belast. Indien er sprake is van een gegrond vermoeden van verspilling, dient men een (…) vervolging wegens spilziekte in te stellen tegen desbetreffende edele. (Berlijn, 1763)

 

Edict ter zake van het onnutte afvuren van geweren in Gelre, Kleef, Meurs en Mark

Het afvuren van geweren ter gelegenheid van feestdagen, zoals kerstmis, nieuwjaar, of ter gelegenheid van bruiloften of doopfeesten wordt verboden wegens de daardoor aangerichte schade of het veroorzaken van brandgevaar. Het verbod strekt zich ook uit tot soldaten en onderofficieren die gebruik maken van granaten en raketwerpers. (…) (Berlijn, 1769)

 

Circulaire ter zake van de handel in paardenharen en varkensborstels

Als gevolg van de verpachting van de handel in paardenhaar en varkensborstels, dienen de lokale overheden erop toe te zien, dat geen uitheemse handelaren zich met deze handel inlaten. (Geldern, 1772)

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)