Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Veel moord en doodslag wordt vermoedelijk niet opgemerkt”

“Veel moord en doodslag wordt vermoedelijk niet opgemerkt”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Forensische pathologie: niets voor mensen met een zwakke maag

Waarom wordt in Nederland steeds minder lichamelijk onderzoek gedaan op lijken? En zal het aantal mishandelingen toenemen in de participatiemaatschappij? Het zijn vragen die prof. Bela Kubat morgen aan de orde stelt in haar oratie. Ze is de eerste hoogleraar forensische pathologie in Nederland.

 

In Nederland werken slechts vijf forensisch pathologen. Bela Kubat (1957, Praag) is een van hen; ze werkt sinds 1983 in het AZM en vanaf 2003 ook op het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag. Het is een beroepsgroep die lange tijd onzichtbaar is geweest, zegt Kubat. “Sinds een paar jaar treden forensisch pathologen meer naar buiten, geven ze onderwijs, verzorgen ze lezingen op  congressen. Dat begint vruchten af te werpen. De belangstelling voor ons vak groeit.”

En dat is nog zacht uitgedrukt, want de forensische pathologie is door tv-series als Dexter, CSI, Cold Case een ware hype. Bij het NFI melden zich meer studenten dan ooit voor een stage. Maar wie een zwakke maag heeft, valt af. Een forensisch patholoog onderzoekt lijken; op zijn tafel verschijnen slachtoffers van misdrijven, van vergiftiging (vaak drugsgerelateerd) en van natuurlijke doodsoorzaken - zoals dan later blijkt.

“Ja, daar moet je een type voor zijn, maar net zo belangrijk is een goede ‘achterban’, waarmee je over het werk kunt praten. De meeste mensen in dit vak hebben behoefte aan troost.”

Kubat heeft meegewerkt aan het MH17-onderzoek. Niet bij de identificatie van slachtoffers, zoals de Maastrichtse forensisch radiologen, maar bij het nog lopende strafrechtelijke onderzoek. “Een ramp is altijd heftig, vooral omdat je zoveel slachtoffers in één keer ziet. Al wist ik wat me te wachten stond. Ik ben na de tsunami in Thailand geweest om slachtoffers te identificeren, drie weken lang, van ’s ochtends tot ‘s avonds.”

Hoe kan het dat u de eerste leerstoel forensische pathologie bekleed?

“Universiteiten hebben daar tot nu toe nauwelijks belangstelling voor gehad. Ik weet niet waarom. Nederland is wat dat betreft een uitzondering in Europa. De laatste jaren zoekt het NFI toenadering tot academische instellingen. Zo blijft het instituut op de hoogte van de laatste ontwikkelingen zoals de moleculaire pathologie. Daarmee kun je beter bepalen hoe oud letsels zijn, hoe lang ze voor de dood zijn ontstaan.”

Wat schieten universiteiten op met uw expertise?

“Ik geef onderwijs aan studenten en artsen-in-opleiding over postmortale diagnostiek, over hoe je overlijdensformulieren invult, maar ook over zoiets als mishandeling bij levende mensen. Hoe herken je dat? Welke blauwe plekken bij patiënten zijn verdacht? In de regel: als ze niet veroorzaakt kunnen zijn door een valpartij. Een blauw oog is dan weer verdacht als het niet gepaard gaat met schaafwonden op de neus, kin of wangen. Vroege herkenning is een vorm van preventieve geneeskunde. Je voorkomt erger, wat ook scheelt in de maatschappelijke kosten van revalidatie. Bovendien heeft niet alleen het slachtoffer hulp nodig maar ook de dader. Mishandelen gebeurt uit onmacht.”

In de participatiemaatschappij verwacht u alleen maar meer gevallen van mishandeling. Wat bedoelt u daarmee?

“Mensen blijven langer thuis wonen waardoor de last op de schouders van mantelzorgers toeneemt. Ik heb mijn demente vader jarenlang verzorgd en dat valt niet mee, kan ik je zeggen. Ik verwacht dat verzorgers steeds vaker in situaties terechtkomen waarin ze zich wanhopig voelen en de stoppen kunnen doorslaan. Met mishandeling bedoel ik overigens niet alleen slaan maar ook verwaarlozen. Te weinig voedsel regelen, of alleen laten in de douche, met valpartijen tot gevolg.”

Het aantal obducties, oftewel lichamelijk onderzoek na verdacht overlijden, is in Nederland in de afgelopen tien jaar gehalveerd, schrijft u. Hoe kan dat?

“Dat weten we niet precies. Aan het NFI ligt het in ieder geval niet, capaciteit genoeg. Het is de officier van justitie die bij verdacht overlijden besluit tot een sectie. In Nederland draait het om de vraag: is de kans op strafvervolging reëel? Suïcides vallen daarmee al af. In Engeland is de beginvraag ruimer: waaraan is deze persoon overleden? Als arts heeft de Engelse praktijk mijn voorkeur, ook omdat het vaststellen van de doodsoorzaak voor nabestaanden belangrijk is. Het helpt in de rouwverwerking. In Nederland halen steeds meer nabestaanden het nieuws omdat ze de doodsoorzaak, opgesteld door de politie, in twijfel trekken. Ze geloven bijvoorbeeld niet dat hun dierbare zelfmoord heeft gepleegd. Wat hen dan nog rest is op eigen kosten een obductie laten uitvoeren. Dat kan bij Frank de Groot, de enige Nederlandse forensisch patholoog die niet aan het NFI is verbonden.”

Ook schrijft u dat door het geringe aantal obducties veel gevallen van moord en doodslag niet worden opgemerkt?

“Dat weten we niet zeker, maar dat vermoeden hebben we wel. Dat is gebaseerd op de gevallen die na sectie toch een dodingsdelict bleken te zijn.”

Klinische obducties in ziekenhuizen, bij onverwacht overlijden, worden ook minder vaak uitgevoerd.

“Artsen denken vaak dat de doodsoorzaak duidelijk is, maar in 23 procent van de zaken komen na de lijkschouwing nog belangrijke bevindingen aan het licht. Je ziet nu eenmaal niet alles op een CT-scan. Ik wil ervoor pleiten om bij ieder overlijden een obductie te doen. Je kunt dan zien of er iets raars is gebeurd, of de therapie is aangeslagen, et cetera. In die zin is het ook een krachtig controlemiddel voor de kwaliteit van een ziekenhuis.”

Nabestaanden zullen niet altijd toestemming geven om in hun dierbaren te snijden.

“Dat is hun goed recht en dat moet je respecteren. Maar als je het belang ervan goed uitlegt, zullen de meesten akkoord gaan, denk ik. Een bijkomend probleem is dat ziekenhuizen klinische obducties zelf moeten betalen. Ze worden niet vergoed door verzekeraars, terwijl die toch ook gebaat zijn bij een goede kwaliteit van ziekenhuizen.”

De Maastrichtse forensisch radiologen, die slachtoffers identificeren via CT-scans, timmeren de laatste jaren flink aan de weg. Ze waren betrokken bij de MH17, de Deurnse moordzaak en bij de moord op Els Borst. Een paar jaar terug boterde het niet tussen radiologen en pathologen. Hoe is dat nu?

“De forensisch radiologen voegen krachtige moderne tools toe, maar wat je er precies mee kunt, is nog niet uitgekristalliseerd. Welke doodsoorzaken kun je wel en niet vaststellen met röntgenstraling? Er is nu subsidie vrijgekomen om onderzoek te doen naar de sterke en zwakke punten van beide disciplines. Een kapot geschoten hart kun je goed zien op een scan maar een hartinfarct niet. Neem het geval van een bejaarde die een overval niet heeft overleefd. Een radioloog ziet op de scan een schedelbreuk en kan concluderen dat de man is overleden aan een klap op zijn hoofd. Terwijl een patholoog ontdekt dat niet de klap maar een hartinfarct de ware doodsoorzaak is. Pathologen herkennen aandoeningen van inwendige organen beter, maar ze missen bekkenbreuken of ophoping van lucht in de borstkas na steekletsels. Daar hebben radiologen meer zicht op.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)