Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ineens besefte ik: ik hoor bij een groep. Vluchteling, dat ben ik ook”

“Ineens besefte ik: ik hoor bij een groep. Vluchteling, dat ben ik ook”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Ook aan de UM werken vluchtelingen, of kinderen van vluchtelingen. Observant begint een serie waarin zij aan het woord komen. Over de vlucht, over hun leven voor en na, over Nederland, over de vluchtelingencrisis en vooral het debat daarover. Deze week: dr. Chahinda Ghossein-Doha uit Libanon, arts.

Zuid-Libanon, eind jaren tachtig.

“Ik herinner me nog een paar dingen uit die tijd. Bombardementen, schieten. Vaak ook sluimerde de oorlog en dan was de vraag: kun je de straat op, kun je boodschappen doen? Maar het was ook gewoon, je raakt eraan gewend, angstig was ik niet. Wel op het laatst. Milities trokken toen langs de huizen, klopten aan en schoten het doelwit standrechtelijk neer. Op een dag kwam iemand uit het weiland achter ons huis aanlopen die waarschuwde dat ze eraan kwamen. En inderdaad, er werd geklopt, mijn vader deed natuurlijk niet open, we zaten met z’n allen in de kamer. Er is buiten wel geschoten toen en daarbij is een beveiligingsman van mijn vader in de rug geraakt, hij is voor het leven verlamd. Een oom werd gedood.

“Mijn ouders woonden in een dorpje niet ver van de grens met Israël. Beiden waren leraar, ze hadden een privéschool opgezet. Daarnaast was mijn vader een vooraanstaand politicus voor de Amal partij, een moslimpartij maar van het liberale soort. We zijn sjiitische moslims. Libanon zat sinds 1975 in een slepende burgeroorlog, het land viel min of meer uit elkaar, mijn vader was namens Amal verantwoordelijk voor de defensie in het zuiden. Tegelijkertijd was er het conflict met Israël, dat in 1985 nog een 12-mijls zone bezet hield.

“In dat jaar ben ik geboren, 1985, ik ben de oudste dochter. Het was een keizersneebevalling, dus in het ziekenhuis. Maar vanwege de oorlog waren er geen artsen beschikbaar, niemand durfde zijn huis uit. Mijn vader heeft partijmensen op pad gestuurd om artsen thuis op te halen; alleen de dokters die het vertrouwden – het kon een complot zijn – gingen mee.

“In 1990 zijn we gevlucht. Mijn ouders, ik en mijn zusje dat in 1987 is geboren. We hadden ook nog een broertje, dat kwam in ’89 ter wereld, ook met een keizersnede, maar stierf vijf dagen later door een gebrek aan medische zorg, aan apparatuur. Hij lag in het ene deel van het ziekenhuis, mijn moeder in het andere, op dat moment was er geen verbinding tussen die afdelingen en ze heeft hem niet meer gezien.

“Die gebeurtenis was aanleiding voor mijn ouders om te zeggen: we gaan hier weg. Ze waren nog jong, mijn vader 32, mijn moeder 26 jaar. Je wordt snel volwassen in die omstandigheden.

Syrië-Alkmaar

We vluchtten naar Syrië en vandaar per vliegtuig naar Nederland, Schiphol. Mijn vader wilde naar Duitsland, daar had hij familie wonen die in de handel zat, dat trok hem ook. Maar het liep anders, we werden erg goed ontvangen hier in Nederland, met open armen. We belandden in een asielzoekerscentrum in Alkmaar. Asiel krijgen was geen probleem, de gebeurtenissen in Libanon, de schietpartijen in ons dorp, hadden in de internationale kranten gestaan, mijn vader was tot ver buiten het land een bekende figuur. Hij is ook een keer door de Israëli’s gevangen genomen, na een maand kreeg zijn partij hem vrij. Hij is daar gemarteld, later is hij er hier in Nederland voor in therapie geweest. En mijn moeder is de dochter van een politicus die eind 1984 in Beiroet door de Israëli's is vermoord. Precies een jaar later, op diezelfde dag, ben ik geboren. Vreugde en verdriet. Voor mijn moeder kleeft er altijd een dubbel gevoel aan.

“Binnen drie maanden kregen we een huurhuis in Huizen. Met de verblijfsvergunning eenmaal op zak moesten we zelf voor een huis zorgen. Mijn vader wilde wel in Nederland blijven maar dan dicht bij Duitsland en Belgie, dat zou makkelijker zijn voor de handel: het werd Roermond, daar ben ik opgegroeid. Hij heeft er later zijn eigen handelsonderneming opgezet. Ik  kreeg nog twee broertjes, eentje zes jaar jonger dan ik, die zit hier aan de UM in zijn vijfde jaar geneeskunde, eentje twaalf jaar jonger, die doet nu eindexamen Havo. Mijn zus heeft hier gezondheidswetenschappen gestudeerd, ikzelf geneeskunde. Binnen zes jaar, en ik ben in vier jaar gepromoveerd.

“Onze ouders hebben altijd op het belang van scholing en studie gehamerd. Hun eigen leven had een andere draai genomen maar verbitterd zijn ze niet geraakt. Dat had gekund, mijn vader was een bekende en erkende figuur in Libanon, hier was hij een ‘buitenlander’. Mijn moeder heeft biologie gestudeerd, ze was goed, kreeg tijdens haar studie de ene beurs na de andere maar ze heeft het door de oorlog net niet af kunnen maken. En hier in Nederland kon ze er niets mee. Ze heeft uiteindelijk vooral de administratie van het bedrijf van mijn vader verzorgd. Ze wonen nu in Maastricht, omdat de kinderen allemaal deze kant op gingen. De laatste jaren werkt ze als vrijwilliger hier in het AZC en daar haalt ze echt voldoening uit. Hun huwelijk is een voorbeeld voor mij. Met alle spanningen in hun leven had het honderd keer mis kunnen lopen maar het tegendeel is waar, ze zijn nog altijd verliefd, kunnen niet zonder elkaar.

Terug

“Een altijd terugkerend thema bij ons thuis was: we gaan terug naar Libanon. ‘Zodra de kinderen van de basisschool af zijn’, of na de middelbare school. Het kon, de oorlog was voorbij, we gingen er jaarlijks op vakantie, ik vond het heerlijk daar en de liefde voor het land is ons met de paplepel ingegoten. Vooral mijn vader wilde het, mijn moeder was voorzichtiger. ‘Het kan zo weer omslaan’, vond ze.

“Zelf vond ik het dus een goed idee maar niet meer toen ik ging studeren. Dan bouw je echt je eigen leven op, je gaat apart wonen, ik leerde mijn toekomstige (ook Libanese) man kennen.

“Persoonlijk heb ik hier als moslim nooit iets negatiefs ervaren. Met twaalf jaar ging ik een hoofddoek dragen, dat hoort in onze traditie, op de middelbare school was ik de enige, later kwam mijn zusje daarbij, maar ik ben nooit gepest of zo. Ik ben hem blijven dragen, niet altijd even consequent hoor, maar toch. Ik drapeer hem wel anders dan mijn moeder, niet onder de kin maar losjes om de hals. Het begon ermee dat het handiger was om een stethoscoop te gebruiken, nu vind ik het mooier, haha. Nooit negatief commentaar dus. Ik snap de vrouwen niet die zeggen dat ze erdoor worden gediscrimineerd. Ik merk soms wel het omgekeerde: Nederlanders die übervriendelijk zijn. Heel schattig maar toch betuttelend. En het hoeft niet. Zoals ik het niet goed hoeft te maken voor de moslims die het verpesten, hoeven zij het niet voor de Nederlanders.

Drie werelden

“Weet je, ik leef niet in twéé werelden, Libanees en Nederlands - we zijn genaturaliseerd, Nederlands is een veilige nationaliteit -, maar in drie. De derde is die waarvan de mensen dènken dat ik er in leef, de wereld van een onderdrukte islamitische vrouw. Al sinds school krijg ik vragen en opmerkingen. Of ik uitgehuwelijkt ben, dat soort dingen.

“Zo’n hoofddoek is voor mij een statement. Natuurlijk, elke vrouw wil mooi gevonden worden, maar je wilt ook dat ze je als mens zien. In het westen is dat proces al wat verder dan in de cultuur waar ik uit kom. Daar betekent het: kijk niet alleen naar het uiterlijk. In die traditie ben ik opgegroeid. Mijn dochter zal ik minder sturen, die laat ik haar eigen keuze maken. In mijn mans familie draagt niemand een hoofddoek, dat was nog een issue voor ze, zo’n schoondochter.

Respectloos

“Iedereen maakt wel eens minder aangename dingen mee, maar komt dat bij mij om wat ik ben? Als mensen denken dat ik altijd ja en amen zeg als moslima met een hoofddoek, tja, dan kan zo’n persoon het wel eens moeilijk vinden om met mij om te gaan. Ik kom voor mezelf op.

“Het maatschappelijke klimaat is wel veranderd. Als je de tv aanzet, ging en gaat het vaak om moslimterreur, om onderdrukte vrouwen, om hangmarokkanen. Over al die dingen denk ik precies hetzelfde als de meeste andere Nederlanders maar de laatste tijd gaat het over vluchtelingen en toen dacht ik ineens: o ja, dat ben ik ook. Ik hoor nu zelf bij een minderheid waar ‘men iets van vindt’.

“Zelf vind ik natuurlijk ook iets. Ik snap heel goed dat je niet zomaar iedereen kunt toelaten: je moet in staat blijven ze een menswaardig leven te bieden, niet in tentenkampen, dan creëer je tweederangsburgers. Vergelijk het met een ziekenhuis, daar heb je soms ook een opnamestop. Maar waarom moet het debat soms zo respectloos zijn? Dan gaat het over gelukzoekers, verkrachters, criminelen. Die negativiteit in de discussie, die snap ik niet.”

 

 

 

CV

Chahinda Ghossein-Doha (29), postdoc bij gynaecologie, coördinator Queen of Hearts programma, getrouwd met Karim Doha, drie kinderen, een zoontje van 2 en een dochtertje van 9 weken; haar eerste dochtertje is na 10 dagen overleden. “Die is nu daarboven [ze wijst omhoog], daar waakt ze over ons.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)