Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

"Ik heb me nooit een buitenlander gevoeld"

"Ik heb me nooit een buitenlander gevoeld" "Ik heb me nooit een buitenlander gevoeld" "Ik heb me nooit een buitenlander gevoeld" "Ik heb me nooit een buitenlander gevoeld"

Photographer:Fotograaf: archief oud-studenten

Veertig jaar UM: vier buitenlandse alumni over hun tijd aan de toen nog Rijksuniversiteit Limburg

MAASTRICHT. Ze horen tot de eerste buitenlandse studenten van de Universiteit Maastricht. Ze hebben minimaal twee dingen gemeen: ze leerden in no time de Nederlandse taal en vielen als een blok voor het probleemgestuurd onderwijs. 

Surinamer met een zachte ‘g’

Sonja Caffe (53), Suriname, studeerde van 1982 tot 1987 gezondheidswetenschappen, werkt in Washington bij de Pan American Health Organisation (afdeling van de WHO) als Regional Adolescent Health Advisor

“Drie van mijn broers en zussen studeerden al in Nederland, maar toch vond ik het een grote stap om naar Maastricht te gaan. Ik was een jaar voor mijn eindexamen een tijdje in Nederland geweest, bij mijn zus in Utrecht en vond het helemaal niets. Ik miste de Surinaamse gezelligheid, de warmte van familie en vrienden, de gezelligheid. Bovendien hoorde ik allerlei verhalen over racisme. Ik blijf in Suriname, zei ik na die zes weken tegen mijn ouders.”

Het was haar oudste broer die haar uiteindelijk overhaalde: probeer het een jaar, het is een goede ervaring, je leert om op eigen benen te staan en in Maastricht hebben ze de studie die je wilt: gezondheidswetenschappen.

“Ik ben hem eeuwig dankbaar. Limburg is zo anders dan de rest van Nederland. De mensen zijn veel aardiger. Ik was de enige zwarte, maar voelde me snel thuis en geaccepteerd. Al hadden mensen soms rare ideeën over Surinamers: ze dachten dat we geen kleren droegen en in lemen hutten woonden. Het was niet kwaadaardig bedoeld, maar totale onwetendheid. Ze wisten niets over mijn geboorteland, terwijl ik alles wist over Nederland.”

“Ik heb me nooit eenzaam gevoeld, at iedere avond met vrienden, in het weekend ging ik naar mijn familie.” Over de studie heeft Sonja Caffe niets dan lof: “Een heel progressief onderwijssysteem, een open visie op de gezondheidszorg. Het heeft voor mij de basis gelegd om verder te gaan in public health. Ik ben er heel dankbaar voor.”

Ze sprak al Nederlands, dus dat was een voordeel. Lachend: “Wat ik niet wist is dat Surinaams-Nederlands verschilt van Nederlands-Nederlands. Wij hebben veel andere woorden. En toen ik na mijn afstuderen in Utrecht ging werken, was ik daar de eerste Surinamer met een zachte ‘g ‘.”

 

“Ik heb me nooit een buitenlander gevoeld”

Tarek Meguid (55), half Duits half Egyptisch, studeerde van 1980 tot 1986 geneeskunde, werkt als gynaecoloog in Zanzibar, Tanzania, is wetenschappelijk medewerker aan de State University of Zanzibar (SUZA)

Tarek Meguid is nog altijd razend enthousiast over de UM, de lijst van medewerkers (Gerard Essed, Hans Evers, Gerard Dunselman, Henk de Koning Gans, Ger Brouns, Yvonne van Leeuwen, Ernest Weil) die hij een warm hart toedraagt, groeit gestaag naarmate het gesprek vordert. Kwalificaties als “niet pretentieus”, “hart voor de patiënt”, “heel goed”, vallen. “Allemaal rolmodellen. En het skillslab!  Ook geweldig. Voor mij was Nederland fantastisch. Iedereen was ongelooflijk aardig, ik voelde me heel welkom. Er zijn zeker vier mensen op mijn aanraden in Maastricht gaan studeren.” Ook decaan Vic Bonke heeft zijn sympathie: “Wij protesteerden tegen een nieuwe evaluatiemethode van studenten en kwamen bij hem terecht. Hij was het niet met ons eens, maar je kon met hem praten, hij stond open voor onze visie. Dat was zo leuk aan Nederland.”

“Ik hoor nu van mijn dochter, die in Amsterdam culturele antropologie studeert, verhalen over Wildersland. Ik heb me in mijn tijd nooit een buitenlander gevoeld. Ik ben met open armen ontvangen.”

Het was in Nigeria, tijdens een gap year na zijn middelbare schooltijd in Duitsland, dat hij over het pgo hoorde. “Ik sprak geen woord Nederlands en dacht dat Maastricht aan zee lag, maar ik werd ingeloot en vind de Maastrichtse opleiding nog steeds de beste voor een basisarts.  Je leerde aan de hand van problemen en werd gedwongen om de literatuur bij te houden. Je was nooit klaar met studeren en zo is het in het echte leven ook. Je moet blijven lezen en leren. Ik ben er erg door beïnvloed en gebruik het pgo zelf ook. Als ik nu hoor dat het UM-onderwijs zo schools is geworden, vind ik dat jammer. Juist van die vrijheid leer je veel. ”

De taal leerde hij in rap tempo. “Ik had alleen Nederlandse vrienden (veel van hen zie ik nu nog, onder wie mijn inmiddels ex-vrouw Carla die ook in Maastricht studeerde), volgde Nederlandse les, maar leerde vooral al doende. Mijn eerste voortgangstoets na twee weken heb ik niet gehaald, dat was nog te moeilijk. Zo rond kerst sprak ik vloeiend, in april echt goed. Ik wilde ook heel graag Nederlands leren.”

 

“Dat tutoyeren was even wennen”

Roland Böhm (58), Duitsland, studeerde van 1978 tot 1984 geneeskunde, werkt als internist/nefroloog in een dialysecentrum in Aken

Roland Böhm kende Nederland al een beetje omdat zijn vader officier bij de NAVO in het Limburgse Brunssum was. Op zijn 21ste, na drie jaar militaire dienst in Duitsland, koos hij voor geneeskunde. Niet in zijn vaderland, daar kende men een numerus clausus: alleen scholieren met ongeveer een negen gemiddeld op het eindexamen kregen direct toegang. Het werd Nederland, om precies te zijn de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Een grote fabriek in een grote stad, driehonderd eerstejaars in een collegezaal. Slechts een derde zou de eindstreep halen, zei de hoogleraar die ons welkom heette.” Niet echt Böhms cup of tea, maar hij had geluk en werd na vier weken herplaatst naar Maastricht, naar een geneeskundestudie met slechts zeventig eerstejaars. Hij was de enige Duitser in zijn jaar. Een secretaresse van de UM, Ans Lippinkhof, had zijn moeder getipt: is de Rijksuniversiteit Limburg met het probleemgestuurd onderwijs niets voor uw zoon?

Hij kreeg een kamer in de oude personeelsflat van Vijverdal. “Daar woonden veel studenten, ook ouderejaars waar je met vragen over de studie terecht kon.” De overstap van de militaire dienst (waar alles voor je werd geregeld) naar het studentenleven (waar je alles zelf moest doen) was erg wennen, vertelt Böhm. Maar vrienden maakte hij snel. Later, tijdens zijn promotieonderzoek bij de vakgroep farmacologie, ontmoette hij op de bruiloft van een van hen, zijn vrouw. Een Limburgse die studeerde aan de Hoge Hotelschool.

Het pgo was een nieuwe manier van studeren, maar na een jaar wilde hij niet meer anders. Ook de taal was geen probleem meer. Hij weet nog dat een groot deel van het onderwijs zich op de Tongersestraat afspeelde. “Het skillslab had een paar kamers op de begane grond. Er waren al blokboeken, alleen overzichtscolleges van inhoudsdeskundigen ontbraken. Op het biomedisch centrum kon je een computer reserveren om je onderzoeksgegevens te verwerken.” Dat staf en studenten elkaar tutoyeerden, was iets dat hij in Duitsland nooit had meegemaakt. “Iedereen was behulpzaam, het ging er gemoedelijk aan toe.”

 

‘Zo kun je toch geen dokter worden’

Yenny Kurniawan (57), Indonesië, studeerde van 1978 tot 1984 geneeskunde, werkt als gynaecoloog in het Martini Ziekenhuis in Groningen

Net klaar met haar middelbare school, nog niets eens twintig, zette Yenny Kurniawan haar voet op Europese bodem. “Ik wist al vroeg dat ik arts wild worden. Ik had familie in België en mijn broer, die een jaar ouder is, studeerde geneeskunde aan de Koninklijke Universiteit Leuven. Ik reisde hem achterna. De sfeer in Leuven was prima, maar ik vond het systeem erg schools.

“Tijdens bezoekjes aan mijn oma in Amstelveen kwam ik in aanraking met het Amsterdamse studentenleven. Dat wilde ik ook! Toch besloot ik me in te schrijven voor een kleinere universiteit. Ik dacht dat ik dan meer geconcentreerd zou kunnen werken. Bovendien gaf me die kleinschaligheid meer vertrouwen: ik sprak en begreep natuurlijk wel wat Nederlands, maar niet als een echte Nederlander. Soms was het moeilijk te volgen en moest ik mijn uiterste best doen om het goed te begrijpen.

“In Maastricht behoorde ik tot de vierde lichting, zo’n tachtig studenten. Het was een tijd van experimenteren, maar ook van scepsis van buitenaf. Als ik aan vrienden of familie vertelde van onze onderwijsgroepen – we hadden in het begin geen colleges – werd ik raar aangekeken. ‘Zo kun je toch geen dokter worden’, zei een neef die geneeskunde studeerde in Amsterdam. Ook werden er docenten aangetrokken van elders. Het was wel duidelijk dat ze niet goed wisten wat ze met het probleemgestuurd onderwijs moesten. En ik moet toegeven: de onderwijsgroep verliep niet altijd even goed. Het werkte eigenlijk alleen als er een inhoudsdeskundige bij zat. In Maastricht was alles laagdrempelig, je maakte makkelijk contact met docenten en studenten. Literatuur vond je in het studielandschap op de begane grond van de Tongersestraat 53, en daar zaten we dan ook vaak met z’n allen.

“In ons tweede jaar moesten we stage lopen bij de verpleging, een verplicht onderdeel. Ik werd in het ziekenhuis van Sittard geplaatst bij gynaecologie waar nog nooit een student was geweest. De verpleging vroeg zich af wat ik daar deed, alsof ik als arts ooit bedden zou moeten verschonen. Ze stuurden me naar de gynaecologen van wie ik meer kon opsteken. Daar heb ik de liefde voor het vak ontwikkeld."

Tekst: Wendy Degens en Riki Janssen

 

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)