Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Een universiteit die er bijna niet was geweest

Een universiteit die er bijna niet was geweest Een universiteit die er bijna niet was geweest Een universiteit die er bijna niet was geweest

Photographer:Fotograaf: archief UM

Zo begon het allemaal, 40 jaar geleden

MAASTRICHT. Dat er een universiteit in Limburg kwam was allesbehalve vanzelfsprekend. Dat het toch lukte om er een te vestigen èn uit te bouwen, inclusief een full blown academisch ziekenhuis, is mede te danken aan een paar stevige doordouwers, onder wie twee Sjengen: Tans en Kremers.

Hoe zei Fons Elbersen, directeur marketing & communicatie, het twee maanden geleden ook al weer in dit blad? “We zijn op zoek naar de kernwaarden die ons verbinden, iets waar je als UM voor staat (…). Want pgo en internationalisering zijn niet erg onderscheidend meer. De gedachten gaan nu in de richting van eigenzinnigheid. Dit is een beetje een rebelse universiteit.”

En dus willen ze voortaan vooral “eigenzinnige studenten” binnenhalen, voegde hij eraan toe.

Als je het zo leest denk je: waarom is niemand hier eerder opgekomen? Want inderdaad, kijk naar de geschiedenis en het valt niet te ontkennen: deze universiteit is groot geworden met een onorthodoxe aanpak. En met studenten en medewerkers die, zeker in de beginjaren, het avontuur niet schuwden, integendeel.

Spannend was het sowieso, destijds in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, bij de stichting van de universiteit. Of liever, van de medische faculteit, want dat was waar het allemaal mee begon. Die faculteit moest en zou er komen, maar de inkt van de eerste plannen was nog niet droog of het feest leek al niet meer door te gaan.

Waarom, na de opening van de Rotterdamse medische faculteit in 1966, de zevende in Nederland, nog een achtste in het leven geroepen? Om twee redenen: ten eerste was de belangstelling voor de studie geneeskunde in de jaren zestig groter dan de bestaande faculteiten konden opvangen. Ten tweede verwachtte men een doorgaande explosieve bevolkingsgroei, en dat betekende dat er meer artsen nodig zouden zijn.

Reden genoeg dus voor een nieuwe geneeskundeopleiding, maar waar? Daar werd naar goed vaderlands gebruik door de minister een commissie op gezet, die, opnieuw naar goed vaderlands gebruik, zwaar verdeeld adviseerde. Wat het in ieder geval niet werd: de agglomeratie Kampen-Zwolle, en ook niet de combi van Apeldoorn-Deventer-Zutphen. Maar Twente had wèl voorstanders in de commissie, net als Tilburg en Eindhoven en vooral een eventueel door die twee op te richten Brabantse Universiteit. Want aanhaken aan bestaand hoger onderwijs betekende de zo graag gewenste inbedding in een breder wetenschappelijk kader.

Excentrisch

En Maastricht? Tja, daar was nog niets. Bovendien was het vanuit het politieke machtscentrum bekeken wel een erg excentrisch gedoe; zelfs binnen de provincie ligt het in een uithoek. Maar Limburg liet het er deze keer niet bij zitten. Men was al tientallen jaren bezig met pogingen om hoger onderwijs binnen de grenzen te krijgen. Dat zou de emancipatie van de provincie vleugels geven, want Limburgers gingen maar mondjesmaat studeren terwijl iedereen wist dat universiteiten en hogescholen vooral jongeren uit de omgeving aantrokken.

Bovendien had zich intussen een ramp van ongekende omvang voorgedaan: de sluiting van de Zuid-Limburgse mijnen. Daar was compensatie voor beloofd en met een nieuw op te richten universiteit zou de werkgelegenheid weer een beetje geholpen zijn. Nieuwbouwprojecten, medewerkers en studenten die geld uitgeven, alles was meer dan welkom.

Wat volgde was een ongekend krachtige lobby door de anders vaak zo timide zuiderlingen. Limburg verenigde zich, zelfs de katholieke mijnwerkersbonden schaarden zich achter het initiatief. De Stichting Wetenschappelijk Onderwijs Limburg (SWOL) was al in 1965 opgericht op initiatief van de gouverneur Van Rooy en bestuurlijk ruim bemand met Limburgse hotshots uit politiek en bedrijfsleven, met allerlei handige lijntjes naar de Tweede Kamer. Twee jaar later lag er een SWOL-nota met de klinkende titel: Nota inzake de stichting van een medische faculteit als begin van een universiteit in Limburg.

Dat die titel werkelijkheid zou worden kreeg intussen steeds meer te maken met (al dan niet ordinaire) politiek. Want Limburg ontwikkelde zich snel tot een belangrijk electoraal jachtterrein. Een mismoedige bevolking die na de mijnsluitingen het vertrouwen in de (nationale) politiek voorgoed dreigde te verliezen, gecombineerd met een toenemende ontkerkelijking: in de landelijke partijkantoren begon men zich zorgen te maken. De Katholieke Volkspartij KVP (later opgegaan in het CDA) wilde haar aloude dominantie niet kwijt, de PvdA zag grote kansen. Die laatste partij nam het initiatief en verklaarde zich medio 1969 voorstander van de Maastrichtse plannen, de KVP volgde niet veel later. Daarmee was een meerderheid van de Kamer verkocht: de KVP had toen nog 42 zetels, de PvdA 35.

Gesteggel

Was alles nu in kannen en kruiken? Nee, niet echt. Want wannéér mocht die nieuwe universiteit de poort openen? In 1980?  In 1976? Daarover is nog flink gesteggeld, terwijl het maatschappelijke tij steeds minder gunstig werd. Want de bevolkingsprognoses en daarmee de artsenbehoefte liepen alleen maar terug. Misschien was een achtste medische faculteit helemaal niet meer zo nodig; Den Haag, het departement van onderwijs en wetenschappen zelf, was nooit erg enthousiast over Maastricht geweest en als er ergens bezuinigd kon worden zou men het niet laten.

Maar wacht, hadden de eerste plannenmakers voor de Maastrichtse faculteit - onder wie de eerste rector magnificus Tiddens - niet gerept van een hele nieuwe aanpak van het onderwijs in de geneeskunde? Onderwijskundig gezien: kleinschalig, probleemgestuurd? En was het ook niet de bedoeling om in het Maastrichtse studieprogramma veel meer aandacht voor extramurale zorg in te ruimen, voor de huisarts, voor de structuur van de gezondheidszorg en ook voor gedrags- en maatschappijwetenschappen? Het waren die elementen die in de zogenoemde Basisfilosofie werden verwerkt; het stuk zou later een soort bijbel of tien geboden worden telkens als de koers van de faculteit ter discussie stond. En dat gebeurde nogal eens.

In deze periode echter, de vroege jaren zeventig, dient het een ander doel: de komst van de faculteit/universiteit überhaupt verzekeren. De basisfilosofie wordt in ’72 door het tijdschrift Medisch Contact (van de artsenorganisatie KNMG) gepubliceerd en wordt steeds meer de Maastrichtse raison d’être. De faculteit zal experimenteel zijn, of ze zal niet zijn, daar leek het gaandeweg op neer te komen.

Truc

Maar met politieke besluiten weet je het natuurlijk nooit zeker, dat wisten ze ook in Limburg donders goed. Morgen waait de wind anders en gaat misschien het hele feest niet door. Dus moest en zou de ‘Rijksuniversiteit Limburg’ zo snel mogelijk van start gaan, vond de speciaal ingestelde voorbereidingscommissie onder leiding van de Limburgse PvdA-politicus Sjeng Tans. De geplande datum was 1976; die moest echt naar voren. In ’73 was al een kleine ‘kernstaf’ van beoogde hoogleraren aangezocht, maar een echt point of no return zou pas bereikt zijn als de eerste studenten aan de gang waren. En dus werd er druk op de Haagse ketel gezet: we willen twee jaar eerder beginnen, in ’74. Gelukkig woei er een nieuwe wind in Den Haag sinds de komst van het door de PvdA gedomineerde kabinet-Den Uyl. Tans was eind jaren zestig partijvoorzitter geweest en kende de nieuwe staatssecretaris Ger Klein van Onderwijs en Wetenschappen nog goed als medebestuurslid. En had Den Uyl niet in ’65 als minister van Economische Zaken de mijnen gesloten? Dan kon het kabinet nu wat terugdoen voor Limburg, ook al was de oliecrisis uitgebroken en nam de druk op de overheidsfinanciën toe.

Aan ‘Maastricht’ viel bij deze bewindslieden niet meer te tornen. Klein had zelfs wel oren naar een eerdere start, alleen was er zelfs nog geen wetsontwerp op de nieuwe universiteit ingediend. Men besloot tot een truc: zonder wet geen echte universiteit en dus geen echte studenten, maar een groep van 50 ‘cursisten’ was welkom. Die namen op hun beurt wel een risico, want de medische faculteiten kenden al een reeks van jaren een numerus fixus en de plaatsing bij een andere faculteit zouden ze met hun Maastrichtse avontuur verspelen. De planning was krap: de beslissing van Klein viel eind juni 1974, in september stonden de eerste ‘studenten’ op de stoep.

Pas in januari 1976 zou koningin Juliana in Maastricht dan eindelijk haar handtekening plaatsen onder de wet die de oprichting van de Rijksuniversiteit Limburg bekrachtigde.

Opstand

Terug naar het adagium van Fons Elbersen: de UM als een rebelse universiteit die eigenzinnige studenten wil. Nou, eigenzinnig waren de studenten in ’74 zeker. En de eerstvolgende lichtingen ook. Ze ontwikkelden zo’n beetje samen met de staf het nieuwe curriculum. En als er afgeweken dreigde te worden van de onderwijsfilosofie – niet elk staflid was voor - was het geheid opstand. De in de PvdA nogal rechts gesitueerde Tans zag als de eerste voorzitter van het college van bestuur onder zijn handen een tamelijk links bolwerk opbloeien. En hij had als partijvoorzitter nog wel zo’n ruzie gehad met het destijds oprukkende Nieuw Links in de PvdA. Geen wonder dat Tans geen al te grote vriend was van een instituut als de universiteitsraad, die hij nu eenmaal volgens de wet moest toestaan. Als hem iets werd verweten was het wel zijn autoritaire houding. Maar goed, dat was toen.

Tans nam in ’78 afscheid als collegevoorzitter; hij was de 65 al gepasseerd. De uit de uitgeverswereld afkomstige Rob van den Biggelaar nam het stokje over. Sjeng Tans, de Maastrichtse jongen die de eerste helft van zijn leven opbokste tegen de socialistenhaat van het katholieke establishment, kon terugkijken op een prestatie van formaat.

Drammerig

Een rebelse universiteit? Dat valt moeilijk te ontkennen. Want de vooroordelen in het land tegen het Maastrichtse experiment waren groot. Die aandacht voor de eerstelijnsgezondheidszorg, de weerstand van een deel van studenten en staf tegen een full blown academisch ziekenhuis – een conflict dat al in de voorbereidingstijd speelde, tot ver in de jaren ‘80 – wat gebeurde daar in godsnaam in het diepe zuiden? Waren ze bezig een soort blotevoetendokters op te leiden?

Er speelde nog iets anders. De universiteit wilde groeien, de medische faculteit was immers bedoeld als het begin van een bredere instelling. Er kwam vrij snel een opleiding sociale gezondheidskunde bij, het latere gezondheidswetenschappen bij, maar dan? De tijd zat niet mee, begin jaren ’80 begon een economische crisis die het hele decennium in haar greep hield. En dat was net de periode dat de RL voldoende kritische massa moest krijgen om levensvatbaar te zijn. Anders was ze een te gemakkelijke prooi voor Haagse bezuinigers: op het departement van Financiën schijnt in die dagen een nota te hebben gecirculeerd waarin de gunstige opbrengst van een sluiting van de RL werd doorgerekend.

Wat nodig was waren goede en vooral slimme plannen, een gemotiveerde en hardwerkende staf van zowel docenten als ondersteunend personeel, en stevige voorvechters van de goede zaak. Die mochten best een beetje autoritair en drammerig zijn, als ze dat ook maar waren als onderhandelaar. Tans had het voorbeeld al gegeven, een man als Co Greep, bron van vele anekdotes, deed als decaan van de medische faculteit zijn duit in het zakje. Aan hem is in hoge mate te danken dat Maastricht een eigen groot academisch ziekenhuis heeft, en niet terug hoefde te vallen op ziekenhuizen in de regio, zoals velen voorstonden. Aan hem èn aan Sjeng Kremers, van ’77 tot ’90 gouverneur (commissaris van de koningin) van de provincie en als zodanig op geen enkele manier bevoegd om de belangen van de universiteit te behartigen, zo geeft hij lachend toe, noch om intern bij de RL zaken door te drukken, maar dat deerde deze mijnwerkerszoon in het geheel niet. Hij zette zijn niet geringe gewicht en goede relaties in hoge CDA-kringen (met name premier Dries van Agt) in om menig besluit te forceren dat de economische herstructurering van de provincie vooruit hielp.

Hocus pocus

Kremers zelf kijkt daar met groot genoegen op terug. Tijdens een interview met Observant in 1997 - Kremers werd de eerste voorzitter van de raad van toezicht bij de UM - vertelde hij geanimeerd over zijn vele wapenfeiten. “Nee, publiceer dat maar niet”, zei hij er destijds bij. Inmiddels is er wat tijd overheen gegaan en heeft hij minder bezwaren.

Een van de onderwerpen was de keuze van nieuwe studierichtingen. Waar de RL zich van begin af aan profileerde met een experimentele aanpak lag het uiteraard niet in de bedoeling hier de andere instellingen te kopiëren. Juist niet. Voorlieden als de eerste rector Tiddens hadden het al aangekondigd: hier stond iets nieuws te gebeuren! Maar ja, er moesten natuurlijk wel studenten op af komen, en Den Haag moest van het nut overtuigd worden. Kremers was voor de beproefde aanpak: rechten, economie, echte studententrekkers. Maar, zegt hij, “om te beginnen was Van den Biggelaar er op tegen. Van den Biggelaar en Tans, met alle respect hoor, maar die wilden allemaal van die originele opleidingen hebben, voor beleidsambtenaar of andere hocus pocus. Ik zei, ‘mensen schei toch uit, je hebt twee jaar nodig om ze uit te leggen wat je bedoelt, neem nu een straight forward opleiding, economie, rechten, en die druk je erdoor’. Dat heb ik tegen de universiteitsbestuurders gezegd. Zo is het gegaan.”

De oud-gouverneur vertelt smakelijk over zijn onderhandelingen met Van Agt en VVD-minister Pais, die hij behendig de toezegging voor de - omstreden - bouw van een nieuw academisch ziekenhuis wist te ontlokken, zelfs twee jaar eerder dan voorzien. De bijeenkomst was op het Catshuis. “Ik zei tegen Van Agt, ‘moet je eens goed luisteren, punt een, Limburg heeft eeuwen een universiteit moeten ontberen. Zij is er nu. In embryonale status, u hebt er voor gekozen, een medische faculteit in een herstructureringsgebied. Moet u mij eens één argument geven, in redelijkheid, in een situatie waarin het structureel overal in Nederland zo is dat een medische faculteit beschikt over een up tot date academisch ziekenhuis, dat dat nota bene in Maastricht niet aan de orde zou zijn?’”

Ze hadden kunnen zeggen dat men er in Maastricht voor een belangrijk deel zelf ook zo over dacht.

“Ja, dat was mijn achilleshiel, die kortzichtige figuren, toen met dat huisartsengedoe et cetera. Dat heb ik ook met Greep de kop ingedrukt. Het was natuurlijk stupide geweest. Nee, het kabinet was er niet van op de hoogte, Pais waarschijnlijk wel, maar die was boos weggelopen na het besluit in diezelfde vergadering om de Open Universiteit in Heerlen te vestigen. Dus ik kreeg op die dag ook die instelling erdoor, het was die avond op televisie, in Maastricht stond mijn huis vol bloemen.”

Gevelbekleding

Zelfs details als de gevelbekleding van het nieuwe ziekenhuis nam Kremers voor zijn rekening: “Jef Verheij, directeur van het AZM, had vaak ruzie met Den Haag. Uitstekend directeur overigens. Hij vond dat in het AZM een aluminium gevel moest komen. Deetman [minister van Onderwijs en Wetenschappen], weigerde dat. Waar je allemaal geen ruzie over kunt hebben! Verheij kwam naar mij toe met de vraag  of ik niet wat wou doen, ik denk nou ja god, oké, dat regel ik voor je. Dus ik ging naar Zoetermeer toe, naar Deetman, het was de eerste keer dat ik op dat nieuwe departement kwam, dat was een afschuwelijk gebouw, zó lelijk. Ik ga dus naar binnen, ik zeg, ‘Wim, moet je eens goed luisteren, we praten dadelijk wel gezellig door, maar ik heb één verzoek voor jou: jij verbiedt Maastricht in alle staten dat er ooit een aluminium gevel komt. Ik heb dat hier buiten gezien, zo’n smerigheid wil ik in Maastricht niet hebben’. Dus Deetman dacht, die vent is echt helemaal gek. Ik heb het vervolgens tegen Verheij gezegd: ‘Moet je luisteren, ik heb gezien wat een aluminium gevel is; ik wil hem er óók niet in hebben, hij komt er niet.’ Verheij zei later, ‘als er een aluminium gevel gekomen was, zou het een mooie geweest zijn’.”

Grinnikend: “Wat een vak hè?”

 

 

 

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)