Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik weet waar de retoriek van Wilders op uit kan draaien”

“Ik weet waar de retoriek van Wilders op uit kan draaien”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Ook aan de UM werken vluchtelingen, of kinderen van vluchtelingen. In deze Observant- serie komen enkelen van hen aan het woord. Over de vlucht, over hun leven voor en na, over Nederland, over de vluchtelingencrisis en vooral het debat daarover. Deze week: Bakir Bulić uit Bosnië-Herzegovina: “Ik heb goed nagedacht of ik hieraan mee zou doen. Heel veel mensen weten helemaal niet dat ik een vluchteling ben, en dan heb je ineens dat stempel. Maar ik dacht: ik doe het. Misschien kan ik het beeld een beetje bijstellen.”

"Het woord oorlog viel in 1991 steeds vaker, ik was zes jaar dus dat drong wel tot me door. Dat mensen elkaar doden. Vervolgens beginnen langzamerhand de bommen te vallen, gaat het luchtalarm af, moesten wij, schoolkinderen, ons in de gymzaal verzamelen, een kelder was er niet. Achteraf moet je er niet aan denken dat daar ooit een bom op gevallen zou zijn.”

Knallen, met oud en nieuw bijvoorbeeld, doen hem niets. Maar het maandelijkse luchtalarm hier, op maandagen, die sirenes, “dat vind ik moeilijk, dan komen de herinneringen terug”.

Bakir is geboren in een land dat niet meer bestaat, Joegoslavië, in de Bosnische deelrepubliek. “Mijn ouders zijn onder Tito groot geworden [maarschalk Tito, president van Joegoslavië van 1953 tot 1980], ‘Bratstvo i Jedinstvo’, Broederschap en Eenheid was de leus. Tien jaar na Tito’s dood knalde alles uit elkaar. Zelfs de buren keerden zich tegen je. Mijn ouders waren zó teleurgesteld.”

“We woonden in Livno, een stadje van zo’n 50 duizend inwoners dicht tegen de Kroatische grens, in het westen. Livno is georiënteerd op Split, dat kennen veel mensen hier wel. Mijn moeder had rechten gestudeerd maar het niet afgemaakt, ze was secretaresse van de burgemeester, dus ze hoorde veel. Mijn vader was directeur bij een elektriciteitsmaatschappij, hij is bedrijfseconoom. Er woonde veel familie in de buurt, mijn grootouders van beide kanten, ooms en tantes. We maakten tripjes met de auto, zo’n Joegoslavische Zastava, vaak naar zee, of picknicken langs een rivier. We hadden het goed.”

Nationalistische vlaggetjes

Bosnië kent verschillende bevolkingsgroepen: Serven, Kroaten, en Bosniakken, hoofdzakelijk moslims. Tot die laatste groep behoort de familie Bulić.

“Ja, we zijn moslim maar van het superliberale soort. Mijn oma droeg al geen hoofddoek meer, mijn opa hield wel van een glaasje raki. Mijn ouders deden er praktisch niets aan, wat ik ervan weet heb ik van mijn grootouders. Maar het punt is: in die tijd stond je er helemaal niet bij stil wie wat was. Iedereen vierde alles, hoe meer hoe beter, Suikerfeest, Pasen, elke kans om iets te vieren werd aangegrepen. Wij woonden in een overwegend Kroatisch gebied.  Op een gegeven moment verschenen er steeds meer vlaggetjes van nationalistische partijen in het straatbeeld. Het land was toen al uit elkaar aan het vallen, Slovenië had zich losgemaakt uit de federatie, Kroatië volgde, in Bosnië kwam er een referendum. Serviërs verzetten zich tegen Bosnische onafhankelijkheid, onze stad, Livno, werd door de Serviërs bedreigd. Mijn vader ging naar het front, hij werd gewoon opgeroepen, de Bosniakken en de Kroaten vochten aanvankelijk samen tegen de Serviërs. Hij diende in een Bosnisch-Kroatische eenheid.

“Ja, iedereen was emotioneel bij het afscheid als hij weer naar het front ging, maar hij kwam altijd gewoon weer terug. De rest van het gezin is een paar keer naar de kust gevlucht, naar Split. Als het gevaar even week, gingen we weer naar huis.

“Ik was ontzettend bang. We woonden in een appartement, zodra de bommen vielen moesten we naar de schuilkelder, ik was altijd als eerste beneden. Daar bleef je dan tot de ochtend. In de tijd dat de eerste bommen naar beneden kwamen speelde ik een keer buiten met een paar vriendjes toen vlakbij, net achter de volgende flat, een granaat ontplofte. Ik ben me echt rot geschrokken. Er lag ook van alles op straat, kogels waar we het kruit uithaalden, we speelden er mee. En er waren veel handgranaten in omloop, ik heb ooit meegemaakt dat iemand er zelfmoord mee pleegde, ik weet nog dat ik stukjes spijkerstof met bloed zag liggen, en stukjes van zijn lichaam.

“Het gekke is, je groeit op in die spanning en het wordt normaal, je raakt eraan gewend. Een kind wordt vroeg wijs in een oorlog. Toch geloof ik niet dat ik er trauma’s van heb opgelopen. De eerste tijd hier in Nederland had ik nachtmerries, na een jaar of drie hield dat op.”

Stadion

“Op een gegeven moment veranderde er iets. Kroatië eiste delen van Bosnië op, ultranationalistische Kroaten keerden zich tegen de Bosniakken. Een groot deel van de Kroaten was het daar niet mee eens - we zijn nog steeds met velen van hen bevriend - maar tegen de nationalisten konden ze niet op. De sfeer draaide, bijna van de ene dag op de andere, ik werd uitgescholden op straat, en waar je eerst nauwelijks militairen zag verschenen nu overal mannen in zwarte uniformen. Mijn vader werd op zijn werk opgepakt en voor ondervraging naar een basisschool gebracht; de scholen waren al een tijdje gesloten. Hij was een vooraanstaand man in Livno, een der intellectuelen, hij kwam vaak op de radio en zo. Dat soort mensen was het eerst aan de beurt. Ze werden geïnterneerd in een overdekt stadion. Ik weet nog dat we op bezoek gingen, je moest via de tribunes naar beneden en daar ergens in die zaal kon je dan je vader gaan zoeken. Iedereen rookte, het stond er blauw.

“Later hoorden we dat het eigenlijk de bedoeling was geweest van de militante Kroaten om de geïnterneerden af te schieten. Ze waren al op weg in bussen naar een verlaten mijn, de lijkzakken lagen klaar. De latere premier van Kroatië, Mesić, heeft dat weten te verhinderen. Mijn vader heeft vaker geluk gehad, hij had veel vrienden in de stad. Zo weten we van een directeur van een groot bedrijf die door zijn Kroatische werknemers is gemarteld. Er waren ook artsen uit het ziekenhuis die in de ijskoude rivier auto’s moesten wassen.

“Mijn moeder was haar baan ook meteen kwijtgeraakt onder het motto ‘alle moslimvrouwen moeten weg’. Dus nadat mijn vader was vrijgelaten zaten ze allebei zonder werk en zonder inkomen. Toen, het was 1993, hebben ze besloten om te vluchten. Ik was acht jaar.”

Tolerant land

Ze waren de enigen niet. Dat de Bosniakken en masse de koffers pakten, ging als een lopend vuurtje door de stad.

“Dan krijg je mensen aan de deur die weten dat je geld nodig hebt en dat je spullen wilt verkopen. Ik vond het verschrikkelijk, er was niets meer, in de slaapkamer lag alleen nog een vloerkleed; toen ik mijn moeder hoorde onderhandelen over de prijs van de stofzuiger werd ik woedend. Ze profiteren van je ellende.

“Wij waren de eersten van de familie die vertrokken, het afscheid was heel emotioneel. De treinreis ging via Zagreb richting Duitsland. Een neef van mijn vader had van daaruit een visum geregeld. Maar mijn ouders wilden door naar Nederland, ze hadden gehoord dat dat een tolerant land was. Dus vanuit Bonn zijn we door een Bosnische gastarbeider de grens over gesmokkeld, gratis, hij deed het voor zijn landgenoten.

In Nederland vroegen ze asiel aan, we belandden in het asielzoekerscentrum in Harderwijk, in een caravannetje, later werd dat het AZC in Amersfoort, waar we met ons gezin een grote kamer kregen. Het was een warm welkom hier in Nederland, we waren echt dankbaar. Mijn vader kocht binnen drie dagen een Nederlands woordenboek, hij wilde de taal zo snel mogelijk leren. Hij kwam het land binnen met een koffer, een paar plastic zakken en een aktetas: hij wilde werken. Toen we na driekwart jaar de A-status hadden zijn we naar Maastricht verhuisd. Daar wilden ze heen, niet naar de Randstad: te groot, te veel criminaliteit. We woonden in Malpertuis, je kreeg in die tijd van de overheid tienduizend gulden als lening, om je in te richten, maar dat ging grotendeels naar de familie in Bosnië, voedselpakketten, geld in enveloppen; zij hadden het veel slechter dan wij. Het betekende wel dat wij bij de Emmaus in Itteren tweedehands meubels kochten, en dat ik en mijn zusje, ze is vier jaar jonger, dus absoluut geen merkkleding droegen.

“Ik was anders, en ik werd enorm gepest. Gelukkig was ik goed in sport en kon ik me zo bewijzen. En ik heb ook wel eens iemand een klap verkocht. Tot zo’n beetje de brugklas op het Montessori College heb ik me een buitenbeentje gevoeld. Je wordt ‘anders’ van zo’n vlucht, ik voelde me vaak ouder dan de rest. Ook een beetje achtergesteld, anderen hadden meer dan wij. En pas tegen het einde van de middelbare school – na vijf jaar zijn we genaturaliseerd - voelde ik me echt Nederlander. Hoewel dat dubbel is, ik spreek beter Nederlands dan Bosnisch, dat voelt een beetje als verraad aan je wortels.

“Mijn vader kreeg snel werk via een project voor hoger opgeleiden, bij het CBS, als econoom. Mijn moeder ging de gehandicaptenzorg in, een melkertbaan. Werken is echt de beste manier om te integreren, daar ben ik diep van overtuigd. Ze hebben altijd gezegd: we gaan niet terug. Ik zou ook niet meer in Bosnië willen leven. Mijn mentaliteit is heel anders, ik ben positief ingesteld, daar overheerst het negativisme. Men gunt elkaar niets, mensen geloven niet in de democratie, het staat stil. Als je daar ergens wilt gaan studeren – een neefje was dat van plan – ga je niet naar open dagen en kies je een leuke universiteit; nee, je moet een decaan omkopen om toegelaten te worden.”

Dutchbat

“Srebrenica, die massamoord op moslimmannen in ’95, daar waren we erg boos over, en nog steeds. Zonder een kogel af te vuren heeft Dutchbat ze aan hun moordenaars overgeleverd. Zo’n Karremans, als ik hem op tv zie kan ik hem wel schieten. Ik kijk niet naar documentaires daarover, ik kan het niet, krijg er slapeloze nachten van. We geven Nederland er overigens niet de schuld van, de VN speelde een rol, de steun die gevraagd was leverden ze niet. En dat Kok als premier is afgetreden en zijn kabinet heeft laten vallen vanwege dat onderzoeksrapport over Srebrenica, dat oogstte bij ons veel waardering. Het is mooi, zoals de Nederlandse democratie dan werkt.

“De sfeer rond asielzoekers is wel erg veranderd. Ik vraag me af of al die tegenstanders zich wel eens inleven in de mensen die vluchten. Stel je voor, mijn vader was toen niet veel ouder dan ik nu ben, rond de 30, dat ik met Lian en Nina zou moeten vluchten, alles achterlaten. Je moet er niet aan denken. En als het over de islam gaat voel ik me altijd wel aangesproken, ik maak deel uit van die groep. Maar ja, die malloten in Keulen, of die duivelse sekte van IS; dan probeer ik niet in de reflex te schieten dat ik ga uitleggen wat er mooi is aan mijn geloof, wat het ècht inhoudt. 

“Ik kan nog altijd kwaad worden over de Bosnische geschiedenis. Vooral boos op de nationalisten, van alle kanten, ook de Bosniakken. Dat nationalisme gaat maar door. Ik moet niet te veel nieuwssites lezen, het zijn bekrompen, primitieve geesten, altijd ‘zij’ en ‘wij’.

Daarom kan ik niet goed tegen types als Wilders. Ik weet waar die retoriek op uit kan draaien.”

 

 

Bakir Bulić (1985) studeerde moleculaire levenswetenschappen, is projectmanager bij het UM/MUMC+ Research Office, bezig met een promotie over de vraag hoe medische vindingen de patiënt sneller kunnen bereiken. Hij woont samen met Lian, onlangs werd dochtertje Nina geboren.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2016-01-23: Jos
Oorlog, de geschiedenis hangt er helaas van aan elkaar, maar blijft verbijsterend, verschrikkelijk, onredelijk en zeker voor kinderen onbegrijpelijk. Waarom mensen elkaar telkens weer naar het leven staan. De enigsten die er bij gebaat zijn, dat zijn de wapenhandelaren. Knap dat Bakir en zijn familie dit te boven is gekomen en hier een bestaan heeft weten op te bouwen. Ik moet er niet aan denken dat hier zoiets zou gebeuren als Wilders & Co het voor het zeggen zouden krijgen.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)