Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Het valt niet mee om eerlijk te zijn”

“Het valt niet mee om eerlijk te zijn”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Emeritus hoogleraar Paul Knipschild over sloppy science

Naar zijn vlijmscherpe afscheidsrede over "flauwekulonderzoek" in 2005 verwijzen Maastrichtse wetenschappers nog regelmatig. De emeritus hoogleraar epidemiologie Paul Knipschild (69) gold als een autoriteit op het vlak van fatsoenlijk en gedegen onderzoek. Vorige week onderbrak hij zijn jaarlijkse ‘overwintering’ op Gran Canaria voor het Maastrichtse carnaval. Hoe taxeert hij het hedendaagse wetenschappelijk bedrijf, nu hij tien jaar weg is?

Voorafgaand aan het interview mailt Knipschild dat hij in Las Palmas veel "nutteloze wandelingen" maakt en veel leest. Gemiddeld twee detectives per week, maar soms ook een "echt boek", zoals Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad van Peter Gøtzsche.

Daarin laat de Deense hoogleraar geneeskunde geen spaan heel van de farmaceutische industrie, zegt Knipschild, die al in het begin van het gesprek prettig op stoom raakt. "Het is een bedrijfstak die erger is dan... noem eens wat... de bouw. Ze vegen onwelgevallig onderzoek onder het tapijt, of poetsen het op, allemaal met maar één doel: geld verdienen. Je dacht toch niet dat het ze om de volksgezondheid te doen is hè."

Hoe bestaat het, vraagt hij zich in alle verbazing af, dat de nascholing van artsen anno 2016 nog steeds in handen is van geneesmiddelenfabrikanten en niet van universiteiten of de beroepsverenigingen. “Die laatsten vinden het al lang best, want dan hoeven zìj het niet te doen, terwijl ze weten dat hun leden geflest worden. De cursussen worden nogal eens in een zonnig buitenland gegeven waar je twee uur nageschoold wordt en de rest van de dag in het zonnetje kunt doorbrengen. Veel artsen laten zich gewoon graag fêteren. Zo is het en niet anders.”

Zelf heeft hij de schimmige praktijken van de farmaceuten van dichtbij meegemaakt. “Ik was promotor van een studie naar de werkzaamheid van dementiepillen. Kwam geen flikker uit. Niet lang daarna zit ik met twee farma-medewerkers om de tafel. ‘Wat moeten we jou betalen als we het onderzoek niet publiceren en samen een nieuwe studie op touw zetten?’ Het ging om echt geld hè, om tonnen. Ik zei: daar gaan jullie helemaal niet over. De bevindingen zijn alleszins betrouwbaar. Maar goed, dit gebeurt dus aan de lopende band. Lees Gøtzsche!”

Bloedworst

Knipschild haalde in zijn afscheidsrede Uit de contramine het wetenschappelijke onderzoek fors door de mangel. Hem bekroop al langer "plaatsvervangende schaamte" van al dat "flauwekulonderzoek". Zeven jaar was hij vicevoorzitter van de Maastrichtse medisch ethische commissie. "Wat daar wordt ingediend, sommige dingen wilt u gewoonweg niet weten!"

En het had allemaal nog veel vinniger gekund, zegt hij. "Ik kan je zo tien namen noemen van hoogleraren die er in Maastricht een complete rotzooi van maakten, die jonge onderzoekers het dubieuze pad op stuurden of dicteerden wat ze moesten opschrijven. Sommige collega's bij huisartsgeneeskunde, waar ik toen werkte, zijn niet naar m'n afscheid gekomen omdat ze bang waren dat ik vervelende dingen over ze ging roepen."

Wat hij werkelijk niet snapt, is dat het zogeheten etiologische onderzoek nog zo serieus wordt genomen en op zo’n grote schaal voorkomt. Het gaat om studies die de oorzaak of risicofactoren van ziektes proberen op te sporen. Denk aan de Maastricht Studie, met zijn duizenden proefpersonen, die het ontstaan van chronische ziekten in kaart probeert te brengen.

Knipschild geeft een fictief voorbeeld: “Je wilt weten of het eten van bloedworst leidt tot kanker. Hoe groot het risico is. Daarvoor volg je jarenlang de eetgewoonten van een groep gezonde proefpersonen waarvan de ene helft wel en de andere geen bloedworst eet. Omdat bloedworst-eters misschien ook veel lever eten, wordt daarvoor gecorrigeerd met een hele batterij statistiek. Volstrekt onbetrouwbaar. Ook omdat je geen idee hebt wat er nog meer allemaal van invloed is behalve lever. Dat probleem los je niet op met statistische formules.”

Pijnstillers

Knipschild heeft niet alle sloppy scientists van de afgelopen jaren paraat, maar het duwen en trekken aan data is van alle tijden, zegt hij. "Het valt nu eenmaal niet mee om eerlijk te zijn en te blijven, zeker niet voor jonge onderzoekers. Het begint al met de vraagstelling. Die is meestal niet van henzelf maar van de prof, die daar subsidie voor heeft gekregen. En tja, uit zo’n studie moet toch liefst iets welgevalligs rollen, iets dat voldoet aan de verwachtingen van de geldgever, of dat nou de industrie is, of een fonds. Als vanzelf gaat zo'n aio enigszins in die richting prutsen. Hij gelooft er zelf ook in. Die vijf afwijkende proefpersonen kan hij gerust schrappen, zegt hij tegen zichzelf, want daar had hij niet voor niets al bedenkingen over. Met hen moet iets misgegaan zijn, zeker nu de nieuwe uitkomsten de hypothese bevestigen. De prof blij, en wellicht de subsidiegever ook. De kans op meer geld is groot en de aio kan misschien uitzien naar een vaste baan. Zo gaat dat, zo kunnen aio en begeleider van het rechte pad raken.”

Het heeft te maken met karakter, onafhankelijkheid tegenover subsidiegevers en niet in de laatste plaats met begeleiding. “Die moet veel beter. Je moet aio’s goed begeleiden, en dan bedoel ik vaker dan een uur per week. Daar is geen tijd voor? Het is je werk, zou ik zeggen. Doe wat je moet doen. Maar ja, universiteiten zijn nu eenmaal aio-fabrieken geworden."

Wat hem ook stoort is dat veel onderzoek volstrekt niet de moeite waard is. "Ik kom zelden een experiment tegen dat spannend is, waarbij ik echt nieuwsgierig ben naar de uitkomst. Alleen al niet omdat veel studies zo ongeveer aan elke universiteit worden gedaan. En waarom moet er nog een zesde pijnstiller onderzocht worden, als er al vijf op de markt zijn? Die zal niet veel beter zijn dan wat er al is. En als je het doet, dan moet je het nieuwe middel niet vergelijken met een placebo maar met het beste bestaande middel. Maar dat gebeurt nooit. De industrie wil met deze studies de markt testen, ze is niet geïnteresseerd in het beste middel maar wil geld verdienen."

Met de farmaceuten veegt Knipschild graag de vloer aan, maar ook de paramedische beroepen als logopedie, podologie en mondhygiëne mogen hier niet onvermeld blijven. “Als je tegen fysiotherapeuten begint over proefpersonen willekeurig in twee groepen verdelen, kijken ze je aan of je van god los bent. En als ze horen dat één groep dan een nepbehandeling krijgt, vragen ze je of dat wel ethisch is.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2016-02-17: Annemie
Interessant artikel! Maakt belang van “awareness” van wat goed onderzoek en daarbij behorend goed datamanagement is duidelijk. Ik ben het niet helemaal met Paul eens. Een studie als De Maastricht Studie wil ik niet betitelen als niet relevant. Sterker nog, door de uitkomsten van deze studie krijgen we weer meer inzicht in de oorzaak van ziekten als diabetes type 2, hart- en vaatziekten en andere chronische aandoeningen. Elke nieuwe bevinding, ook al is deze nog zo klein, kan positief bijdragen aan verbetering van zorg en nog belangrijker aan preventie er van. Dus belangrijk dat zo’n studie gedaan wordt!

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)