Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“De Nieuwe Universiteit hier, die was niet echt relevant”

“De Nieuwe Universiteit hier, die was niet echt relevant”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

U-raadsvoorzitter Herman Kingma vertrekt

Hij kreeg bij zijn laatste vergadering als voorzitter van de universiteitsraad, eind februari,, een ingelijste prent van de Maastrichts Servaasbrug. Want “Herman is een bruggenbouwer”, zei Martin Paul, voorzitter van het college van bestuur, die het geschenk aanbood. En zo ziet prof. Herman Kingma (65) zichzelf ook in deze rol: een bemiddelaar, iemand die ervoor zorgt dat college en raad hun werk kunnen doen. Zo effectief mogelijk. En dus niet altijd in de volle openbaarheid.

Of hij tevreden is over de zes jaar van zijn voorzitterschap?

“Zéér tevreden. Toen ik aantrad was de universiteitsraad heel reactief. Het college van bestuur bereidde zaken voor, dekte het af met het MT [managementteam van college en de decanen; red.] en dan ging er een voorstel naar de raad. Daar kon je alleen nog maar ja of nee op zeggen. De raad had geen rol in het strategisch beleid, men werd laat geïnformeerd, en meestal in de vorm van een fait accompli. En als je dan dingen wilde terugdraaien betekende dat een confrontatie. Dat probéérde de raad dus niet eens meer.

Die toestand is totaal veranderd. Neem het nieuwe Strategisch Programma van de UM, 2016-2020. Daar zijn denktanks voor in het leven geroepen, daar zitten ook mensen uit de U-raad in. En de raad heeft gebrainstormd, er is een interne discussie geweest en daaruit zijn vijf punten gerold die we ingebracht hebben voor het Strategisch Programma.”

 

O, dat is nieuw, kan ik die ergens vinden?

“Ja hoor, ik heb ze nu niet paraat maar kijk maar in de raadsstukken, dat vind je zo. Wat ik wil zeggen: de relatie tussen college en raad is totaal veranderd, we worden nu vroeg in het proces betrokken, onze invloed is daardoor veel groter.”

 

Komt het niet ook doordat het huidige college zo’n welwillende houding aanneemt?

“Nee, ook Jo Ritzen [de vorige collegevoorzitter] kreeg al met een steeds sterkere raad te maken. We hebben het college een paar keer teruggefloten, met de sporthal bijvoorbeeld, dat duurde en duurde maar; wij hebben deadlines gesteld. De raad is nu zelf actief in het voortraject, de cultuur is veranderd, ongeacht de bestuurders die er zitten. Dit college heeft inderdaad een maximale bereidheid om mee te gaan, maar daar zijn ze in gegroeid. Je moet het zo zien: een baas gedraagt zich op een manier die mede afhangt van jouw eigen gedrag.”

 

Wat is je niet gelukt in die zes jaar?

Het blijft even stil. Dan begint Kingma over een onderwerp dat wat hem betreft te lang heeft aangesleept: een nieuw HRM-beleid. Daar ligt nu, na jaren, eindelijk een nota op tafel.

“De U-raad vond dat heel belangrijk. Het oude beleid, in de nota ‘mobilising minds’, bleef steken in plannen, de implementatie kwam niet van de grond. Dat was allemaal nog onder het vorige college, en de vorige HRM-directeur. Vervolgens heeft Nick Bos, portefeuillehouder personeel in het huidige college, er werk van gemaakt. Wij hebben er, samen met het Lokaal Overleg [de vakbonden; red.] bij het college op aangedrongen om de zaken anders te organiseren. Mede door ons is er een nieuwe HRM-directeur gekomen. Het plan dat nu voorligt is het resultaat van een aantal werkgroepen die zich over verschillende thema’s hebben gebogen. Tenure track, tijdelijke contracten, die dingen. Wat meespeelde was die beweging van de Nieuwe Universiteit. Die hamerde ook op die thema’s. Wat mij betreft was dat steun voor zaken die wij zelf al op de agenda hadden geplaatst.”

 

Werd je zenuwachtig van die Nieuwe Universiteit Maastricht, de NUM? Die indruk maakte je toen. Hun oppositie tegen het bestel ging buiten jullie om, jij hebt in die periode gezegd dat je het initiatief weer naar je toe wilde trekken.

“Zenuwachtig? Nee hoor, ik niet. En nee, ik was niet bang dat de U-raad irrelevant werd gemaakt, maar ik wilde wel dat na de eerste NUM-bijeenkomst een tweede onder onze vlag werd georganiseerd. Vergeet niet: het was vooral een Amsterdamse aangelegenheid. Die kwamen hier naartoe, ze domineerden de bijeenkomsten, ze gingen terug om ruggespraak te houden over de standpunten. Hier in Maastricht dingen willen verbeteren is prima, maar je moet je niet laten dirigeren vanuit Amsterdam. De situatie aan de UvA is trouwens heel anders dan aan de UM. Dat hier de NUM ontstond, ach, het kwam vooral uit één faculteit [Fasos; red.], het was een hele kleine minderheid en eigenlijk was het niet echt relevant.”

 

Bij je aantreden in 2010 wilde je de ‘band met de kiezer versterken en de universitaire democratie nieuw leven inblazen’. De opkomst bij verkiezingen is nog steeds extreem laag.

“Dat is een probleem dat zich bij alle vertegenwoordigende lichamen voordoet. De Tweede Kamer trekt nog zo’n 60 procent, maar verder? Vakbonden in bedrijven, ondernemingsraden, daar mag je blij zijn als men 20 procent opkomst haalt. Dat geldt ook voor de universiteit. Studenten komen om te studeren, als de faciliteiten maar in orde zijn is het goed. Voor het personeel is het niet veel anders. De actieve mensen, dat zijn vaak dezelfden die ook al in andere gremia actief zijn. We wilden het verbeteren, hebben een pr-commissie in het leven geroepen, een Facebookpagina geopend, op de website samenvattingen van vergaderingen geplaatst; het werd niet gelezen, we zijn ermee gestopt.”

 

Onder jouw voorzitterschap heeft de U-raad meer in beslotenheid vergaderd dan ooit tevoren.

“Eens: we overleggen veel meer met het college van bestuur dan vorige raden. En dan wordt het al snel vertrouwelijk, meestal op verzoek van het college. Als je als raad weigert, is het gevolg dat iets niet besproken wordt. De manier van bespreken verschilt ook als het vertrouwelijk is.”

 

Je vindt niet dat zoiets op gespannen voet staat met democratische uitgangspunten?

“Totáál niet! Er is nu eenmaal heel veel niet openbaar. Weet jij wat de decaan van de FHML met de collegevoorzitter bespreekt? En denk je dat dat geen invloed heeft op het beleid?”

 

Dat is bestuurlijk overleg, en per definitie niet openbaar. De raad bestaat uit gekozen vertegenwoordigers. Dan moet je als kiezer wel kunnen zien wat iemand doet.

“Democratie kent openbare elementen, maar niet alléén openbare elementen.”

 

Er ontspint zich een discussie - niet voor het eerst - tussen verslaggever en raadsvoorzitter over openbaarheid versus vertrouwelijkheid. Want waarom krijgt Observant een aparte agenda van de U-raads- en commissievergaderingen, dagen later dan de gewone agenda die de leden krijgen? Hoe zou het zijn als de gemeenteraad, of de Tweede Kamer, een agenda voor de leden maakt en een soort schaduwagenda voor de pers, waar heel wat minder op staat?

Kingma zegt daar niet van op de hoogte te zijn maar dat wat hem betreft de hele agenda naar buiten mag, inclusief de vertrouwelijke punten, maar uiteraard zonder de bijbehorende vertrouwelijke stukken.

Maar waarom doet de raad zèlf zo veel achter gesloten deuren? Er is standaard een besloten vooroverleg. En een heel recent voorbeeldje: bij Kingma’s allerlaatste vergadering moest de raad na een korte bespreking nog een officieel standpunt innemen over de nieuwe HRM-nota. Wat gebeurt? Alle niet-leden worden naar buiten gestuurd. Zelfs zoiets als de manier waarop de U-raad met Engels en Nederlands wil omgaan is maandenlang in groter en kleiner verband, maar altijd binnenskamers, besproken. En ineens lag er een notitie.

Kingma: “Maar wat is er mis met intern overleg? Je wilt een standpunt ontwikkelen, je wilt dingen onder elkaar bespreken. Wat weet je nu niet over ons taalbeleid, als je die notitie gelezen hebt?”

 

Je weet niet waar het debat over ging, welke argumenten zijn gebruikt, wie wat zei.

Bij de raadsverkiezingen komen partijen en kandidaten met hun wensen, hun programma. Dan moet je toch kunnen volgen wat ze daarmee doen?

“Nou, programma’s, dat is een groot woord. En eerlijk gezegd is er niet zo veel debat, ook niet tussen de studentenpartijen. Men is het vaak met elkaar eens. Ik zeg na de verkiezingen ook altijd tegen de nieuwe raadsleden: vergeet die programma’s. Nu gaat het niet meer om je ‘partij’belang maar om het belang van de universiteit.”

Kingma hecht eraan nog wat voorbeelden te noemen van effectief ingrijpen door de universiteitsraad. Zoals bij de plannen voor Brains Unlimited, waar de raad voor was maar wel vond dat er te veel geld naartoe ging. “We hebben tot bij de raad van toezicht gepleit voor het inschakelen van andere geldschieters. Toen is de provincie bereid gevonden om tien miljoen euro te investeren.” Hij wil maar zeggen: met of zonder openbaarheid, het gaat om de resultaten.

 

Na afloop mailt de verslaggever met de griffier van de U-raad over de vijf punten die de raad heeft ingebracht voor het Strategisch Programma van de UM. Waar zijn die te lezen?

Het antwoord komt per kerende mail: “De punten zijn vertrouwelijk onder de aandacht gebracht van het CvB (…) en dus niet bestemd voor publicatie en/of verdere verspreiding.”

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)