Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Was het makkelijk? Een beetje”

“Was het makkelijk? Een beetje”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Talencentrum geeft Nederlandse les aan vluchtelingen

“Het is onregelmatig.” Het klinkt berustend. De cursisten van de Nederlandse les, dinsdagmiddag in het Talencentrum van de Universiteit Maastricht, zijn misschien pas net begonnen maar dit weten ze al: de vele grammaticale uitzonderingen die het Nederlands kent, daar zit ‘m de crux. Sinds een paar weken schuiven zeven Syrische vluchtelingen bij de les aan, vijf in de ene, twee in de andere groep.

Wie een vluchtelingenstatus krijgt, heeft drie jaar de tijd om in te burgeren in Nederland. De taal leren is daar een belangrijk onderdeel van. “Wij richten ons op mensen van universitair niveau, die voor Staatsexamen 2 gaan”, vertelt Anneke van Esterik, sectiecoördinator Nederlands bij het Talencentrum. Staatsexamen 2 is voor vluchtelingen die een hbo of wo-opleiding willen volgen. Anderen doen het inburgeringsexamen en studeren daarvoor bij een ROC. Om de opleiding te financieren kunnen asielzoekers een lening van 10 duizend euro krijgen bij DUO. Wanneer ze slagen, wordt dit omgezet in een gift.

Bij het Talencentrum krijgen de cursisten twee keer per week twee uur les. De klas is gemengd, behalve Syriërs zitten er mensen uit Indonesië, Rusland en Polen. “Dat hebben we bewust gedaan”, zegt Van Esterik. “Zodat ze meer mensen leren kennen.” Het duurt ongeveer 1,5 jaar voordat iemand de taal goed beheerst. “Als je de vakanties meetelt en mensen van nul af aan moeten beginnen. Vaak hebben ze in het asielzoekerscentrum al wat les gehad.”

In het lokaal schrijft docent Salomé Valente-Bonte een zin uit de huiswerkopgaven op het bord: Hoe ziet jouw moeder eruit? “Het hele woord is eruitzien”, legt ze uit, “maar ‘zien’ gaat naar hier en ‘eruit’ naar daar.” “Je kunt eruit ook nog uit elkaar halen”, roept Tareq enthousiast. De voormalige bankmedewerker is anderhalf jaar geleden naar Nederland gekomen. Vijf maanden geleden kon zijn vrouw Hadeel zich bij hem voegen. Nu zitten ze naast elkaar, pennen in de aanslag. Af en toe helpt hij haar, fluisterend in het Arabisch. “Je kunt ook zeggen: ze ziet er lekker uit.” Valente-Bonte grinnikt, maar past de zin iets aan als ze ‘m op het bord schrijft: “Het brood ziet er lekker uit.”

De les gaat verder over het uiterlijk. De studenten noemen woorden op die ze al kennen: klein, groot, dik, dun, blond, donker, lelijk, mooi. “Aardig?”, suggereert iemand. Hij wordt gecorrigeerd door de anderen. “Dat heeft met karakter te maken.” Terwijl iedereen iemand uit de groep neemt om aan zijn of haar buurman te beschrijven, vertelt Valente-Bonte dat ze haar vandaag minder goed verstaan dan normaal. “Ik ben mijn stem kwijt, dat beïnvloedt mijn articulatie en maakt het moeilijker.” Het is de bedoeling dat er alleen Nederlands wordt gesproken tijdens de les, maar hier en daar wordt er gesmokkeld met Engels en Arabisch. Ook door Valente-Bonte. “Ze zijn pas net begonnen, dan zijn sommige dingen nog te lastig om uit te leggen in het Nederlands.”

Na het uiterlijk volgen oefeningen met meervoudsvormen (waarom is het ‘tantes’en niet ‘tanten’) en ontkenningen (wanneer gebruik je ‘geen’ en wanneer ‘niet’) en dan is het tijd voor getallen. “We gaan tellen van 1 tot 1 miljoen”, zegt Valente-Bonte. Poeh, zuchten de cursisten. Ze zeggen Valente-Bonte na, die een aantal cijfers opnoemt. Tien en 130 komen er nog soepel uit, maar als de getallen langer worden beginnen de eersten te struikelen. 888 blijkt een ware tongbreker. “Was dit makkelijk”, vraagt Valente-Bonte. “Een beetje”, zeggen de studenten.

Hun toekomstplannen variëren. Tareq droomt van een master in Finance. Hadeel, die in Syrië geschiedenis studeerde, wil zo snel mogelijk aan European Studies beginnen. De achttienjarige Mohammed heeft net de middelbare school afgemaakt en wil psychologie gaan studeren aan de UM. Obidah hoopt zijn oude beroep als apotheker weer op te kunnen pakken en Wael, die in Syrië kwaliteitscontroleur was op de overheidsafdeling voedselveiligheid, wil nu een master doen zodat hij bij de Voedsel- en Warenautoriteit kan werken.

Voor nu moeten ze zich eerst door de luisteroefening heen werken. Daarin gaat het over een dinerbon. “Weten jullie wat dat is”, vraagt Valente-Bonte. De rekening, denken de studenten. “Nee, het is een cadeau waarmee je in een restaurant kunt gaan eten.” Ze geeft huiswerk voor de volgende les. Een Russische cursist heeft nog een vraag. “In het boek staat dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Maar ik heb gehoord dat Maastricht de oudste stad zou zijn.” Valente-Bonte glimlacht. “Je woont in Maastricht, dus is het Maastricht. En wat is de mooiste stad?” De studenten lachen ook. “Maastricht.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)