Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Rector van buiten “is denkbaar”

Rector van buiten “is denkbaar”

Photographer:Fotograaf: archief Truze Lodder

MAASTRICHT. Het is niet denkbeeldig dat de Universiteit Maastricht voor het eerst in haar bestaan een rector magnificus krijgt die niet uit eigen gelederen komt. Dat zegt Truze Lodder, voorzitter van de raad van toezicht.

De praktijk tot nu toe was altijd helder: het college van bestuur bestaat uit drie personen van wie er twee van buiten de instelling kunnen komen: de voorzitter en het derde lid, tegenwoordig vicevoorzitter geheten. Over hun herkomst meldt het bestuurs- en beheersreglement van de UM, dat deze zaken regelt, niets. De rector echter wordt wèl apart vermeld. Artikel 2.7 lid 4 luidt: ‘De rector magnificus wordt uit de hoogleraren van de universiteit benoemd.

“Dat”, zegt mr. Jos Gerards, tot 2011 hoofd van Juridische Zaken bij de UM en in de decennia daarvoor onder meer als secretaris van het college van bestuur sterk betrokken bij dit reglement (BBRUM), “staat er niet voor niets. Het is gebaseerd op de hogeronderwijswetgeving van begin jaren zeventig, en het was de bedoeling van de wetgever dat de rector altijd uit de eigen hoogleraren stamt, als representant van het hoogste echelon van de wetenschappelijke staf binnen de instelling. Ons bestuursreglement is ook in die geest opgesteld. Als men had gewild dat het anders was, dat er iemand van buiten kan komen die je eerst even hoogleraar maakt, had er alleen maar ergens in een bijzinnetje gestaan dat de rector hoogleraar moet zijn.”

Dat ‘anders’ is precies wat er nu aan de hand is. De voorzitter van de raad van toezicht, Truze Lodder, verklaart desgevraagd dat het “denkbaar” is dat een rector van buiten komt, want “er staat niet hoe lang iemand hier al hoogleraar moet zijn”.

“Een trucje”, zegt Gerards, en dat vindt ook mr. Ruud Louw, voormalig secretaris van het college van bestuur van de Leidse universiteit en auteur van een recent proefschrift over Het Nederlands Hoger Onderwijsrecht. Maar anders dan Gerards keurt hij het oprekken van de regels niet af. Louw: “De oorspronkelijke gedachte is een beetje verlaten, Leiden en Nijmegen hebben al rectoren van buiten benoemd. Ik vind het wel van belang dat een raad van toezicht duidelijk afweegt wat men wil: ofwel een eminent hoogleraar die eventueel van buiten kan komen, ofwel iemand uit eigen kring, iemand die de universiteit goed kent.”

De raad van toezicht van de UM zit op de eerste lijn. Lodder: “Het gaat erom dat de UM een hooggekwalificeerde rector krijgt. Als die intern gevonden kan worden, mooi, maar als de beste kandidaat van buiten komt, is daar niets mis mee.”

Duidelijk is, zo zegt ze, dat er op dit moment zowel interne als externe kandidaten in beeld zijn. Die laatsten zijn niet actief door headhunters gezocht, het gaat om mensen uit de netwerken van betrokkenen bij de benoemingsprocedure, en om namen die door UM-hoogleraren zijn gesuggereerd.

De universiteitsraad heeft een zware adviserende stem bij de uiteindelijke benoeming, geen instemmingsrecht. Mocht de raad echter vinden dat de kandidaat van binnen de UM moet komen en er wordt toch een externe voorgedragen, dan staat men niet geheel met lege handen. Hoogleraar staatsrecht Aalt Willem Heringa: “Als de bepaling over de rector in het UM-bestuursreglement duidelijk zo is bedoeld dat alleen zittende hoogleraren benoemd kunnen worden” (Jos Gerards: “Dat is zonder twijfel het geval”), dan, vervolgt Heringa, heeft de U-raad een steviger poot om op te staan. “Want bij de vaststelling van het reglement heeft de raad wèl instemmingsrecht. Als men kan zeggen: ‘De raad heeft dit destijds op deze manier bedoeld en nu wordt ervan afgeweken’, dan is dat een zwaar punt.”

De situatie is echter gecompliceerd. De U-raad is nu immers ook betrokken bij het voorafgaande proces. Voor het eerst maakt een UR-lid, de voorzitter van de vertrouwenscommissie Roberta Haar, deel uit van de benoemingsadviescommissie. Op haar rust een zware verantwoordelijkheid: haar opvatting over een te benoemen kandidaat wordt straks door de raad gevolgd. “Zo hebben we het afgesproken”, zegt U-raadsvoorzitter Jonathan van Tilburg, “als ze negatief adviseert wordt het nee, als ze positief is wordt het ja.”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)