Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Een slechter cijfer voor rekenen met een mbo’er voor de klas

Een slechter cijfer voor rekenen met een mbo’er voor de klas

Photographer:Fotograaf: Simone Golob

Promotieonderzoek Johan Coenen

Het maakt voor de rekencijfers van kinderen groot verschil of hun leerkracht aan de pabo is toegelaten met een mbo-vooropleiding of met een havo-vwo diploma. De scores zijn minder goed bij een mbo’er, concludeert Johan Coenen die 20 april zijn proefschrift verdedigt aan de Universiteit Maastricht.

“Uit talrijke studies blijkt dat de kwaliteit van de leraar sterk van invloed is op hoe basisschoolkinderen presteren” zegt Johan Coenen (1983) die voor de Onderwijsinspectie werkt. Vooropleiding en ervaring spelen hierbij zeker een rol, meent hij, maar verklaren slechts een deel. Daarom richt hij zich in zijn proefschrift ook op onder meer het geslacht en de samenstelling van de klas.
Hij analyseerde de gegevens van zo’n honderd scholen. De leerlingen zaten in groep 5, groep 6 en groep 7 in 2010 en werden drie schooljaren gevolgd, net als hun docenten. “Die data zijn bij TIER [Top Institute for Evidence Based Education Research] voor een ander onderzoeksproject verzameld; ze leenden zich prima voor mijn studies.”
Kinderen met een juf of meester met een mbo-vooropleiding scoren slechter op rekenen dan leerlingen met een docent met een havo of vwo achtergrond, luidt een van zijn conclusies. “En ja, dat verschil is redelijk groot.” Ook de leesscores van kinderen legde hij onder de loep, maar daar waren de uitkomsten minder eenduidig.
Betekent dit dat studenten van een middelbare beroepsopleiding geweerd moeten worden van de pabo? “Dat is discutabel. Ik kan me voorstellen dat zo’n ‘uitsluiting’ meer druk geeft aan middelbare scholieren. Wil je ooit voor de klas staan, dan zul je zeker een havo of vwo-diploma moeten halen. Bovendien ontneem je laatbloeiers de mogelijkheid op een tweede kans. Iemand die een mbo-opleiding heeft gedaan, moet in principe ook ‘verder’ kunnen. Ik denk dat de pabo’s moeten kunnen verzekeren dat het reken- en taalniveau van hun studenten in orde is.”

Daar is de afgelopen jaren hard aan gewerkt. In 2005 besloten toenmalig minister van onderwijs Van der Hoeven en de HBO-raad dat in het eerste jaar van alle pabo’s een toets in rekenen en Nederlandse taal wordt ingevoerd. Signalen over het lage rekenniveau van aankomende leerkrachten waren de aanleiding. Dit schooljaar komen daar toelatingstoetsen bij voor de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek – studenten met een vwo- of hbo-diploma zijn daar overigens van uitgesloten.
Coenen: “Maar goed, die toetsen lossen het probleem niet op met de huidige onderwijzers die vóór die invoering een baan hebben gekregen. Een optie is dat je meerdere docenten toewijst aan één klas. Een docent met een havo of vwo-achtergrond geeft les in taal en rekenen en een ‘mbo-er’ in de andere vakken.” Coenen onderstreept dat het een rigoureus en “niet heel realistisch” plan is. “Het vraagt om grote veranderingen in het onderwijssysteem en de lerarenstudies.”

Behalve de vooropleiding van de leerkracht onderzocht Coenen ook of het voor rekenen verschil uitmaakt of er een man of een vrouw voor de klas staat. Twee weken geleden lanceerde de ChristenUnie een plan dat tot meer mannelijke leerkrachten moet leiden. Volgens de partij heeft de huidige stand van zaken – volgens de DUO stonden er in 2014 14 procent mannen voor de klas en 86 procent vrouwen – invloed op het beeld dat kinderen krijgen. Jongens hebben een mannelijk rolmodel nodig. Ook Coenen stipt het gebrek aan heren aan. “Er wordt regelmatig beweerd dat het vrouwelijk schoolklimaat de leerprestaties van jongens negatief kan beïnvloeden.” Onder meer omdat vrouwelijke docenten minder goed zouden kunnen omgaan met het “drukkere” gedrag van jongens. “Jongens worden vaker gezien als probleemgevallen en meisjes als gewillig of toegeeflijk.” Toch kan hij geen bewijs vinden voor het door hem onderzochte effect op rekenen. “Meisjes doen het niet beter of slechter met een vrouw voor de klas, en jongens doen het niet beter of slechter met een mannelijke leerkracht.”
Tot slot constateert Coenen dat leerkrachten hun manier van lesgeven niet aanpassen aan de specifieke klas die ze krijgen toegedeeld – denk aan verschillen in het opleidingsniveau van ouders, etniciteit of leeftijd. “Dit is een interessante vraag, gezien de terugkerende discussie over maatwerk in het onderwijs.” Wel ziet hij dat juffen minder tijd besteden aan het lesgeven aan de hele klas. Zij begeleiden liever in kleine groepen of individueel. Ook ervaren docenten geven hier de voorkeur aan.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)