Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik dacht: ik moet weg, het gaat hier niet meer goed komen”

“Ik dacht: ik moet weg, het gaat hier niet meer goed komen”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Vluchtelingen aan de UM

Ook aan de UM werken vluchtelingen, of kinderen van vluchtelingen. In deze Observant- serie komen enkelen van hen aan het woord. Over de vlucht, over hun leven voor en na, over Nederland en Europa, over de vluchtelingencrisis en het debat daarover. Deze week: Salwan al-Nasiry uit Irak.

“Dat ik Irak definitief wilde verlaten kwam door een voorval in 1997. Ik was net afgestudeerd en werkte al als dokter in een ziekenhuis in Bagdad. Daar werd op een zeker moment een vrouw binnengebracht, door twee mannen in pak die beweerden familie van haar te zijn. Ze vertoonde tekenen van verkrachting en van marteling. Mij werd gevraagd om een verklaring te ondertekenen dat ze een auto-ongeluk had gehad. Ik probeerde het te omzeilen, zei dat we haar gingen opnemen, maar dat was niet de bedoeling, ze wilden alleen een handtekening en haar dan meteen weer meenemen. Als ik niet tekende, belandde ik zelf in de cel. Gelukkig was ik net klaar met mijn dienst; ik kon even aan hun gezichtsveld ontsnappen en ik ben weggelopen, het ziekenhuis uit. Ik ben er nooit meer naar teruggekeerd. Natuurlijk was ik bang, dit waren mensen van de geheime dienst, en die vrouw had überhaupt geen kans. Maar ik had ook het gevoel, en dat voor het eerst van mijn leven, dat ik iets dappers had gedaan: ik had niet getekend. Dit was mijn kleine oorlog tegen het regime. Maar nu moest ik wel echt weg.”

Een soort Dubai

Niet dat het gezin Al-Nasiry erg met politiek bezig was. Het tegendeel is eerder waar. Een keurig artsengezin dat zich buiten alle maatschappelijke controverses hield. Wel religieus, verre van extreem. Sjiieten, zoals de meerderheid van de Irakezen. “Mijn ouders zijn elkaar tegengekomen aan de universiteit in Bagdad, ze studeerden allebei geneeskunde, zaten in hetzelfde jaar, werden verliefd, studeerden af en zijn getrouwd. Mijn moeder werd gynaecoloog, mijn vader internist. Toen ik twee was, in 1974, vertrokken we naar Londen, waar hij zich verder specialiseerde en lid werd van het Royal College of Physicians. We hebben er vijf jaar gewoond, ik heb nog altijd veel liefde voor Engeland. In ’79 gingen we terug. Want waarom niet? Irak was toen een prima land, een soort Dubai. Er was olie, het onderwijs was goed. Saddam Hoessein, leider van de Ba’ath Partij, nam net in dat jaar de macht over. Mijn vader werd in Karbala geplaatst, zuidelijk van Bagdad. Specialisten konden zich niet zomaar overal vestigen, die werden verdeeld over het land. Onze familie woonde in Bagdad, maar ja, dat ging dus niet.”

Karbala is een sjiitisch heiligdom en dus een belangrijk bedevaartsoord voor de Irakese sjiieten. “Jaarlijks is daar een groot evenement, gelovigen lopen naar de stad en geselen zichzelf. Als kind vond ik dat al te ver gaan, ook mijn familie vond het overdreven. Voor Saddam, een soenniet, waren alle sjiieten hoe dan ook verdacht. Ik had later vrienden, trotse sjiieten, die meededen aan religieuze festiviteiten en om die reden in de gaten werden gehouden door El-Mukharabat, de geheime dienst. Dus ik dacht: ‘Als ik al religieuze ideeën zou hebben - dat was niet echt het geval, en tegenwoordig nog veel minder - kan ik ze maar beter niet uiten.’” 

Verklikkers

Een jaar na zijn machtsovername ontketende Saddam een oorlog met Iran, de aartsrivaal in de regio. De oorlog zou acht jaar duren. Karbala was veilig, ook voor de (sjiitische) Iraniërs is het een heilige stad. En Saddam voerde ook nog eens zijn binnenlandse oorlog tegen de Koerden, wat culmineerde in de gifgasaanval op Halabja in 1988.

Die gruweldaad maakte binnenslands minder indruk dan te verwachten zou zijn.

“Nee, daar maakten we ons nauwelijks druk over. Het was ver weg in het noorden, het nieuws dat we kregen was eenzijdig en de Koerden werden altijd afgeschilderd als slechteriken, opstandelingen die nu verslagen waren. Je had het nergens over, ook niet met je vrienden. Sommigen waren fanatieker in het geloof, ze waren bang voor verklikkers, wie weet was ik er ook wel een. Dus die onderwerpen meden we.”

Tot op zekere hoogte ging het leven zijn gewone gang, zeker toen de oorlog in ’88 voorbij was. “Economisch ging het ons goed, en nu konden we eindelijk weer eens naar het buitenland reizen. Op school was ik een van de besten, ik zat op het laatst in een apart groepje waarvan de meerderheid geneeskunde wilde gaan studeren. Ik ook, voor mij was die keuze vanzelfsprekend. Mijn ouders besloten na de oorlog naar Bagdad te verhuizen en daar elk en privépraktijk te beginnen. Ze kochten grond om er een huis neer te zetten. Ik zat daar al op de universiteit, had mijn eerste semester achter de rug toen het opnieuw oorlog werd, het was 1990. Dat had echt niemand verwacht.”

Ontruimen

Saddam viel Koeweit binnen, een blitzkrieg die tot de Golfoorlog zou uitgroeien en tot in ’91 zou duren. Ditmaal met desastreuze binnenlandse gevolgen. Want na het ingrijpen door de Verenigde Staten en haar coalitiepartners brak een opstand tegen het regime uit waarbij veertien van de achttien provincies de zijde van de oppositie kozen.

“Het nieuwe huis in Bagdad was nog niet klaar, mijn ouders woonden nog in Karbala toen dat, met hulp van Iran, in handen viel van sjiitische opstandelingen. Die verkeerden in de veronderstelling dat de VS hen zouden steunen tegen Saddam Hoessein. In Karbala werden diens foto’s al verscheurd. Maar het bleken valse beloften, Saddam sloot een akkoord met de VS en de volgende dag al zagen wij pamfletten van het leger met de opdracht de stad te ontruimen. Ze zouden met chemische wapens komen.

“We vertrokken met twee auto’s, ons gezin en drie andere familieleden. Van buren hadden we een adres gekregen waar we heen konden, zo’n 10 à 15 kilometer van Karbala richting Bagdad. Een groen gebied, veel dadelpalmen, er wonen alleen maar boeren. Mijn ouders hadden zich eenvoudig gekleed, om niet als dokters herkenbaar te zijn en zich het verwijt op de hals te halen dat ze opstandelingen geholpen zouden hebben. Wij zijn er twee weken gebleven, tot het leger de watertoevoer afsloot omdat ze dachten dat zich rebellen in het gebied bevonden. Die boerenfamilie bleef - ze hebben het overleefd, veel later zijn we naar ze teruggegaan om ze te bedanken - , wij gingen op weg naar Bagdad, over kleine weggetjes. Je kon beschoten worden door beide partijen, er was de ene wegversperring na de andere. Dan merk je dat je leven niet veel waard is. Het hangt af van de persoon die jou staande houdt, je moet niet panikeren. Mijn vader was zichtbaar ziek, misschien dat dat hem bij het eerste legercheckpoint sympathie opleverde; we mochten door.

“Je hebt maar één instinct op zo’n moment, en dat is: overleven. Je bent in shock, je hebt angst, je zegt en doet wat zij zeggen. Je weet wat er kan gebeuren: ik had vrienden van de universiteit die verdwenen waren en die ik nooit meer heb teruggezien.

“Bij het tweede checkpoint was de angst minder, we hadden er al een gepasseerd, en bij het derde ging het snel. Na een paar uur kwamen we in Bagdad bij het huis van mijn grootvader aan. Als ik er nu nog aan terugdenk word ik weer emotioneel. Iedereen huilde, het was een explosie van emoties, we waren aan de dood ontsnapt, zo voelde het.”

Simpsons

Na een paar weken nam het gewone leven weer zijn loop. “Je begon weer aan de toekomst te denken. Je leefde en was veilig, al het andere is dan minder belangrijk. Er was nog wel van alles op de bon, elektriciteit en watervoorziening haperden, maar wij hadden geld dus we hadden er minder last van.”

Al-Nasiry ging verder met zijn studie; in ’96 studeerde hij af. Maar hij wilde weg, het land uit. “Ik dacht, het gaat hier niet meer goed komen. We wisten wat er in de rest van de wereld te koop was, je keek tv, zag daar allemaal leuke dingen, MTV, de Simpsons, noem maar op, dus je dacht: er is ook een ander soort leven. Eind jaren negentig was er echt sprake van massa-emigratie uit Irak, vooral van intellectuelen. Een half jaar na het afstuderen was 30 procent van de dokters vertrokken, na een jaar 60 procent, uiteindelijk werd dat 90 procent. Zij die bleven hadden of geen geld of ze durfden niet. De geest van de jonge generatie was gebroken, je wilde een toekomst. Vergeet niet, op de achtergrond leefde altijd de vraag: wanneer begint Saddam de volgende oorlog? Blijven om iets voor je land te doen? Een eerlijk antwoord? Je bent dokter, maar je denkt ook aan jezelf.”

Vals paspoort

Het incident met de door de geheime dienst gemartelde vrouw was de druppel. Negen maanden na zijn afstuderen vertrok hij, in ‘97. Met een vals paspoort, want artsen mochten het land niet verlaten. Hoe verliep de reis?

Salwan al-Nasiry valt stil. De details gaat hij niet vertellen. Want, zegt hij, hij schaamt zich een beetje voor het vervolg van het relaas. “Ik kan mijn verhaal veel dramatischer maken dan het is, maar eerlijk is eerlijk, ik ben meer een economische vluchteling. Ik had niet per se weg gehoeven. Dat incident had ik met geld kunnen wegpoetsen en dan had ik gewoon als dokter in Bagdad kunnen blijven werken. Natuurlijk was het onveilig, maar ik wil mezelf niet vergelijken met een Syriër die voor zijn leven vlucht, in zo’n bootje, met zijn kinderen onder de arm. Als Europa moest kiezen tussen hem en mij dan zou ik nu meteen mijn plaats aan hem afstaan. Ik ben overigens niet de enige die zijn verhaal heeft aangedikt, iedereen doet dat, niemand wil het risico lopen dat hij terug moet. Wat je daar vertelt, daar hangt de volgende stap in je leven van af. Ik vind eerlijkheid ontzettend belangrijk, maar op dat moment had ik het gevoel dat ik die luxe niet had.”

 

 

Al-Nasiry is blij met de kansen die hij heeft gekregen. Hij leerde - na de Engelstalige geneeskundestudie in Bagdad - in een paar maanden Nederlands, en haalde in een half jaar in Leuven zijn artsenbul, daarna volgde de specialisatie tot gynaecoloog.

“Ik wilde niet het imago hebben van een asielzoeker die profiteert, dus ik heb er hard aan getrokken. Je wilt iets terug doen voor deze eerlijke en gastvrije maatschappij.”

Zijn achtergrond maakt hem een andere dokter, denkt hij.

“Ik heb veel meegemaakt, ik heb gezien hoeveel miserie je in je leven kunt hebben, ik begrijp mensen. Er komen nu vrouwen bij mij waar andere collega’s geen geduld mee hebben, de ‘lastige’ patiënten. Ik wil de menselijke benadering niet verliezen.”

Rare naam

Hij heeft moeite met het huidige vluchtelingendebat, vooral als het over economische vluchtelingen gaat. “Ieder mens op de wereld verdient een eerlijke kans. Niemand vlucht zomaar uit zijn land. Je laat alles achter, je huis, familie, vrienden, je hele geschiedenis. En waarom zouden wij hier in Europa een beter leven verdienen dan anderen? Nog erger is het dat er dagelijks mensen van de honger sterven in Afrika, dat is toch nog oneerlijker? Een simpele oplossing is er niet, maar het is zeker niet de aanpak van extreemrechts. Mensen selecteren op basis van hun geloof of huidskleur, dat kan niet.”

Over zijn eigen toekomst maakt hij zich geen zorgen meer. “Stel dat het zo hoog loopt dat ik uit België weg zou moeten, of dat iemand als Wilders iedereen met een rare naam het land uit wil hebben. Dan moet je natuurlijk het debat aangaan, daar moet je je tegen verzetten. Opnieuw vluchten is geen optie, vind ik. Maar als het echt de spuigaten uitloopt kan ik gelukkig altijd wel ergens anders terecht.”

 

 

 

CV

Salwan al-Nasiry (1972), gynaecoloog-obstetrist in het MUMC+, vertrok in 1997 als basisarts uit Irak, kreeg asiel in België, en studeerde verder in Leuven. In 2010 promoveerde hij daar. Hij is vijf jaar na aankomst tot Belg genaturaliseerd. Hij is getrouwd met Narjes Madhloum en heeft drie dochters.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)