Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Wie uit het systeem stapt, overleeft niet"

“Wie uit het systeem stapt, overleeft niet"

Photographer:Fotograaf: Magda Rakita

Publicatietips van de hoofdredacteur van het British Medical Journal

Wetenschappelijke artikelen zouden eerst in een voor iedereen toegankelijke database moeten verschijnen, daarna pas in vakbladen. Dat zegt nota bene de hoofdredacteur van het vermaarde British Medical Journal (BMJ). Een interview met Fiona Godlee.

Donderdagmiddag, 21 april. Er is niemand te bekennen in de hotellobby van het NH hotel in Veldhoven, behalve een lange, grijze dame aan een houten tafel. Fiona Godlee zit gebogen over haar laptop. Nog één mail, verontschuldigt ze zich.

De hoofdredacteur van BMJ is zojuist geland op het vliegveld in Eindhoven en zal in de namiddag een masterclass verzorgen voor jonge wetenschappers. Getiteld: How to improve your publication chances for high impact journals? Niet te missen voor jonkies natuurlijk. De masterclass is onderdeel van de zogeheten CaRe Days, een jaarlijkse (tweedaagse) bijeenkomst van de landelijke onderzoeksschool CaRe, waar het Maastrichtse instituut Caphri onderdeel van uitmaakt.

Dan klapt ze haar laptop dicht. "Thee?"

Godlee (1961), van huis uit arts, werd in 2005 de eerste vrouwelijke hoofdredacteur van het befaamde BMJ - sinds de eerste editie in 1840. Het is een van de topbladen in de geneeskunde, met een impactfactor van 17. De natuurlijke concurrenten zijn New England Journal of Medicine (56), The Lancet (45), JAMA (35) en PLOS Medicine (14).

Open access

Elk jaar vallen op de redactie in Londen (vijftig medewerkers) een kleine vijfduizend conceptartikelen op de deurmat, waarvan er na een interne check meteen vierduizend in de prullenbak belanden. Al lezend stellen de redacteuren zich drie vragen, zegt Godlee. Begrijp ik het? Geloof ik het? En kan het me iets schelen? Uiteindelijk wordt 5 procent gepubliceerd – op papier of online. “En na publicatie is het niet van: shut up and disappear. In tegendeel, dan begint het pas. We willen dat auteurs zoveel mogelijk reageren op commentaar, en dat kost tijd. Als iemand zich drukt, melden we dat bij het stuk.”

Godlee herinnert zich het BMJ-artikel waarin Nederlandse onderzoekers zich bitter tonen over de publicatiecultuur. “Het is in Engeland niet anders. De druk om te publiceren wordt steeds hoger. En ook bij ons laten onderzoekers zich in de keuze voor het tijdschrift leiden door de impactfactor en niet door het lezerspubliek. Het bijkomende nadeel daarvan is dat deze auteurs niet snel zullen kiezen voor open access, en dat is een schande. BMJ staat pal voor open access, bij ons betaalt niet de abonnee maar de auteur.”

Sexy

Het alles overheersende belang van de impactfactoren ziet de hoofdredacteur als een groot probleem, maar er is weinig aan te doen, vreest ze. “Tijdschriften zullen alles blijven doen om hun impactfactor te stimuleren. BMJ is altijd sceptisch geweest vanwege het corrumperende effect. De impactfactor bepaalt welk onderzoek wordt gepubliceerd en dat is niet automatisch het nuttigst voor de klinische praktijk.”

Wat de high impact journals verweten wordt, is dat ze slechts oog hebben voor sexy onderwerpen. Die worden immers vaker geciteerd en verhogen daarmee de impactfactor van een blad. “Dat risico zit er altijd in, en je ziet het ook gebeuren. Voor BMJ is de wetenschappelijke kwaliteit absoluut heilig, al hopen we natuurlijk op stukken die én interessant én van hoge kwaliteit zijn. Wel vragen we ons soms af hoe goed onze stukken over lopende zaken zijn, zoals het Zika-virus. Je wilt snel publiceren, het debat vooruithelpen, besmetting indammen.”

Autisme

BMJ – oplage: 120 duizend printversies en 1,5 miljoen online hits per maand - is een vakblad dat stelling neemt. Godlee heeft de afgelopen jaren menige kruistocht gevoerd, tegen Amerikaanse voedingsrichtlijnen gebaseerd op rammelend onderzoek maar ook tegen regeringen die miljoenen over de balk gooien met ondermaatse griepmedicatie. Ze noemt deze campagnes een selling point van BMJ, bedoeld om controversiële onderwerpen te verhelderen. Andere, veiligere speerpunten zijn overbehandeling en onnodige zorg, ‘patiëntparticipatie’ in huisartsenpraktijken, en openheid over onderzoeksgegevens.

“We plaatsen de hele publicatiegeschiedenis, inclusief alle herziene versies, online bij het stuk. Evenals alle ruwe data, die we van alle auteurs vragen. Transparantie vinden we heel belangrijk. Daarom zijn we anderhalf jaar geleden, als enige medische blad, overgestapt op open peer review. De namen van de reviewers zijn bij de auteur bekend en als daar rivalen bij zitten, dan horen we dat meteen. Alle kritiek en commentaar zetten we online, wat ook waardevol is  als er iets mis is met een stuk. Zo had ik graag de reviews gelezen bij het MMR-artikel in The Lancet eind jaren negentig [waarin werd gesuggereerd dat mazelenvaccinatie een oorzaak kon zijn van autisme]. Hoe is zo’n stuk door de peer review gekomen? Wat is daar misgegaan? Toen we ernaar vroegen, kregen we te horen dat de commentaren in een brand waren verwoest. Ahum.”

Geld

Een ander voordeel: reviewers zullen zich eerst achter de oren krabben voordat ze, zoals maar al te vaak gebeurt, lompe en ronduit gemene kritiek spuien. “Alle commentaar moet worden onderbouwd. Sommigen krijgen daar nu, sinds alles openbaar is, lof voor. De review wordt ‘a piece of work’ dat getweet kan worden. Het gevaar is dat ze te beleefd worden. Maar goed, plaatsing gebeurt bij ons niet louter op basis van de externe reviews. Wij hebben ook nog een interne beoordelingsproces en zien reviewers als adviseurs.”

Met de eis van transparantie, of het nou om peer review of onderzoeksdata gaat, kunnen vakbladen als BMJ bijdragen aan een betere publicatiecultuur, zegt Godlee. “We hebben weleens gedacht om te stoppen met publicatie van onderzoeksartikelen en alleen nieuws, visies en commentaar te brengen, maar daar hebben we van afgezien. We beschouwen het als onze taak om wetenschappers ter verantwoording te roepen.”

Met het oog op de lange termijn zet Godlee echter vraagtekens bij het huidige systeem. “Ik kan me een beter systeem voorstellen waarin alle studies worden gepubliceerd in open databases, inclusief de opzet, alle ruwe data en de bevindingen. Alle onderzoekers maar ook bedrijven kunnen de resultaten analyseren of reproduceren. In zo’n stelsel krijgen de bladen een andere rol. Selecteren in plaats van publiceren. Tijdschriften schrijven dan over de studies die het verdienstelijkst zijn.”

Waarom gebeurt dat niet? “Omdat het huidige systeem de bladen goed uitkomt, omdat de uitgeverijen er voldoende geld aan overhouden. Wetenschappers, tijdschriften, iedereen zit opgesloten in hetzelfde systeem. Wie eruitstapt, overleeft niet.”

 

Hoe kom je in BMJ terecht?

Je maakt de meeste kans met een meta-studie of een systematische review, zegt Fiona Godlee in haar masterclass. De zaal – in congrescentrum Koningshof in Veldhoven - zit vol met jonge wetenschappers. “Vroeger plaatsten we ook veel kwalitatief onderzoek, maar dat doen we nauwelijks meer omdat deze studies erg weinig worden geciteerd. Sommige wetenschappers zijn daar boos over, geloof ik.”

De eerste tip: neem de tijd om na te denken. “Mijn motto is: Think for a week and write for an hour. Dat nadenken kan overal, tijdens een wandeling, op de fiets of in de kroeg. Ik maak daarbij een mindmap. Misschien ook iets voor jullie. De clou is dat je de grote lijn in het vizier houdt.”

Plaatsen jullie ook negatieve uitkomsten, vraagt een onderzoeker in de zaal. “We vinden dat we daarin geïnteresseerd moeten zijn. Het gekke is alleen dat we die nauwelijks ontvangen. Een kwestie van zelfselectie, lijkt het.”

Nog een tip: vergeet bij de keuze van het onderwerp niet het “laag hangende fruit” in de huisartsenpraktijk, aldus de hoofdredacteur. “Dat hoeft weinig te kosten en je bent er geen jaren mee bezig. Ik herinner me een studie over rectale bloedingen. Hoe bezorgt moet je als huisarts daarover zijn? Interessante studie.”

Een afwijzing is niet het einde van de wereld, zegt Godlee. “Praat met collega’s daarover. En vraag je af of de afwijzing terecht is. Zo niet, dan dien het artikel dan nog een keer in. Schrijf een vriendelijke mail naar de redacteur - ‘Ik weet dat u het druk heeft, maar…’. Wij maken ook fouten.”

Drievijfde van de BMJ-auteurs is afkomstig uit Groot-Brittannië of de VS; eenvijfde uit Europa. De Amerikanen worden een jaar na plaatsing het meest geciteerd (gemiddeld elf keer), de Europeanen het minst (zeven keer).

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2016-05-17: Rens Bos
Ik begrijp deze zin niet: "Drievijfde van de BMJ-auteurs is afkomstig uit Groot-Brittannië of de VS; eenvijfde uit Europa."

Groot-Brittannie is toch ook Europa? Dus waar hebben we het over als er staat: "de Europeanen het minst (zeven keer)."?

Graag expliciete taal!

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)