Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Jullie gaan spannende dingen met mij beleven”

“Jullie gaan spannende dingen met mij beleven”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Nieuwe rector Rianne Letschert blaakt van zelfvertrouwen

Ze geloofde het niet, toen er op 18 maart een telefoontje van Ursula Nelles kwam, lid van de raad van toezicht en voorzitter van de benoemingsadviescommissie. “Haha, ik vroeg of ze zeker wist dat ze het goede nummer had.” Ja, Nelles had het goede nummer. Rianne Letschert (39) “was compleet verrast, had nooit aan een rectoraat gedacht, ja later misschien, maar zeker niet nu. Ik vond het wel interessant en omdat ik vrij intuïtief ben zei ik meteen: ik kom praten.”

Voor dat gesprek - het zouden er drie worden - plaatsvond heeft ze “wat onderzoek gedaan”. En werd ze “steeds enthousiaster” over een paar kenmerkende trekken van de Universiteit Maastricht: internationaal, interdisciplinair, jong en dynamisch. Het zijn natuurlijk de clichés waar de UM zichzelf uitentreuren mee aanprijst, maar clichés zijn nu eenmaal zelden onwaar. Het plaatje beviel Letschert zeer, en toen de charme wederzijds bleek was de benoeming snel beklonken.

De pers sprong er bovenop: Maastricht kreeg de jongste vrouwelijke rector ooit. En precies dat feit is voor Letschert nog een extra reden om de UM te prijzen: “Ja, want laten we wel wezen, het is ontzettend stoer dat ze het met mij aandurven. Toch? Het is een stap, voor beide partijen, ik spring ook in het diepe.”

Niet dat dat haar zenuwachtig lijkt te maken. Integendeel, ze blaakt van zelfvertrouwen: “Eind december ben ik ingewerkt.” De rectoraatsoverdracht is op 1 september. “Nee, dat is niet te optimistisch. En ik vind het ook geen nadeel dat ik nieuw ben hier. Het is zelfs zo dat, als deze positie mij in Tilburg was aangeboden, ik nee had gezegd. Ik heb daar vijftien jaar gewerkt en dan ken je alles veel te goed: de gevechten in de faculteiten, wat de hoogleraren uitspoken, wat er in de diensten gebeurt, de rugzakjes van iedereen. Hier ga ik fris beginnen en ik leer snel, ben een soort spons. Ik zal me alleen in de eerste week nog als ‘de nieuwe rector’ voorstellen, daarna niet meer.” 

Bijna was ze niet de nieuwe rector geweest maar de nieuwe decaan. In Tilburg wel te verstaan, van de rechtenfaculteit. Dat was de volgende carrièrestap die voor haar in het verschiet lag, in januari 2017. Niet op haar eigen initiatief overigens, “want ik ben helemaal niet zo bezig met mijn carrière, niet in de zin dat ik denk: daar wil ik naartoe en dat moet ik er dus voor doen. Ja, ik zag in Observant dat Theo van Boven me carrièrebewust noemde, dat ik een planning maak. Ik weet niet waar hij dat precies vandaan heeft, daar moet ik het nog eens met hem over hebben.”

Een voorbeeld: ze was lid van de Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en werd begin 2015 gevraagd voorzitter te worden. “Niet naartoe gewerkt, maar het kwam wel precies op het moment dat ik wat meer ‘buiten wilde gaan spelen’ na al die jaren Tilburg.” Ze denkt dat haar ervaringen bij de Akademie hebben meegeholpen om haar een interessante rectorskandidaat te maken. “Je bent bezig met alle belangrijke ontwikkelingen in het Nederlandse wetenschapsbeleid, de topsectoren, de wetenschapsagenda, het loopbaanbeleid, Open Access. En je zit aan tafel met colleges van bestuur, met ministers, met VNO-voorzitter Hans de Boer, met de Eurocommissaris voor onderzoek en innovatie. Uit die contacten kwam voort dat ik werd gevraagd om, zeg maar, de wetenschappelijke raad voor de EU mede te selecteren. En ik doe nu hetzelfde bij [wetenschapsfinancier] NWO, die krijgen een compleet nieuw en uitgebreider bestuur. Het ontwikkelen van nieuw wetenschapsbeleid, dat was mijn hoofdtaak bij de Jonge Akademie, en ja, gezien mijn leeftijd richt ik me dan vooral op mijn generatie en de generaties na mij, de jongeren en waar zij mee bezig zijn.”

Niet te zacht

Dat ze als wetenschapper in de hoek van mensenrechten, minderheden en slachtoffers belandde, is niet zo vreemd, gezien het nest waar ze uit stamt. Haar vader werkte met migrantengroepen, als directeur van een multiculturele stichting. “Dus wij, ik heb nog een broer, groeiden op met een sterk gevoel dat niet iedereen het even goed had als wij. Toen ik wat ouder was ging ik mee naar allerlei bijeenkomsten en dan zie je dat het echt uitmaakt waar je wieg staat.”

Een “sterk rechtvaardigheidsgevoel” leidde tot haar studiekeuze, rechten. “Ik heb ook psychologie overwogen maar de decaan op school vond dat ik daar te zacht voor was, dat ik het leed mee naar huis zou nemen. Nee, ik denk niet dat hij gelijk had.”

Het werd dus rechten, in Amsterdam. Het was haar tweede verhuizing. Het gezin Letschert was van Doetinchem naar Helmond gekomen, Rianne was toen 11 jaar. Ze deed er de middelbare school, eerst havo, daarna vwo. “Toen ik ging studeren dacht ik: hier in Helmond ga ik nóóit meer wonen. Maar ja, dan heb je een drukke baan, je wilt kindjes, je ouders wonen er nog en dan is het ook qua oppassen wel erg fijn en handig. Dus nu wonen we er weer, met veel plezier. Het is erg opgeknapt hoor, Helmond, haha.”

Aan de Universiteit van Amsterdam hield ze het na een jaar voor gezien. “Dat grootschalige onderwijs paste niet bij mij. Grote collegezalen, tentamens in de Jaap Edenhal, het was me allemaal te gemakkelijk. Ik haalde achten en negens, werd niet uitgedaagd, dacht: hier ga ik niet zo veel leren."

Ze stapte over. Nee, niet naar Maastricht, toch kampioen van de kleinschaligheid; dat was volledig buiten beeld, “ik weet ook niet waarom”. Het werd Tilburg, “de rechtenfaculteit daar had een onderzoeksprofiel, dat trok me.” Na twee jaar vertrok ze voor een jaar naar Montpellier, Europese en internationale rechtsvergelijking, “en ik wilde de taal goed leren, goed beheersen. Dat is gelukt.” Na het afstudeerjaar werd ze gevraagd om aio te worden, in 2005 promoveerde ze. Op rechten van minderheden.

Tribunaal

De hoek van haar eigen wetenschapsbeoefening is een niche, zegt ze. Wie daar meer over wil weten kan overigens op internet terecht. Onlangs nam ze een serie colleges op bij de ‘Universiteit van Nederland’. Daarin komen haar favoriete thema’s aan bod: genocide, traumaverwerking, excuses van regeringen voor aangedaan leed. Instructieve colleges waaruit één ding naar voren springt: vaak zijn juridische oplossingen de minst goede, vindt Letschert. Een MH17-tribunaal bijvoorbeeld, waarom meteen na de ramp geroepen werd, duurt jaren voor het er is en dan nog zal zich vermoedelijk geen enkele verdachte melden. Bij de nabestaanden zal dat meer frustratie dan een gevoel van genoegdoening opleveren. Een herdenkingsmonument kan voor hen soms meer betekenen. Of neem de rechtspleging na de genocide in Rwanda - Letschert is er vaak geweest -; die verliep anders dan westerlingen zouden verwachten, met veel ruimte voor verzoening tussen daders en slachtoffers.

“Mijn passie ligt bij de werking van het recht. Brengt het wat het beoogt? Dat is een empirische vraag. Een victimoloog is geïnteresseerd in de consequenties voor de slachtoffers. Ook psychologisch, je slaat een brug tussen recht, psychologie, criminologie, sociologie. Dat is mede wat me trekt hier in Maastricht, die ruimte voor meer perspectieven.”

Juist het feit dàt het hier om een niche gaat bezorgde haar naar eigen zeggen vorig jaar een Vidi-beurs van NWO. Acht ton voor vijf jaar. Waar ze heel blij mee was, maar in een interview met NRC Handelsblad stond iets vreemds: zonder beurs was ze gestopt met de wetenschap. Echt?

“Ja, voor mij was dit ongeveer de laatste kans om een groot bedrag binnen te slepen. Het soort onderzoek dat ik wil doen kost veel geld, je doet het vaak ter plekke in de landen waar schendingen hebben plaatsgevonden, veel veldonderzoek. Had ik het niet gekregen, dan was ik een hoogleraar-directeur die geen beurzen binnenhaalt. Mijn onderzoeksinstituut Intervict is een geweldige club, die verdienen iemand die dat wèl lukt.”

Wat was ze anders gaan doen? “O, daar maakte ik me geen zorgen over. Een baan bij Buitenlandse Zaken, of de advocatuur zoals bijvoorbeeld Liesbeth Zegveld ’t aanpakt [veel slachtofferzaken tegen de staat, Srebrenica, Indonesië], of de Verenigde Naties, of Amnesty. Ik heb een groot netwerk.”

Eigen carrière

Maar goed, de Vidi werd toegekend, de buit was binnen en toch stopt ze en wordt rector. “Ja, dat klinkt vreemd, dat snap ik. Het zit zo, ik heb twee passies, mijn vakgebied en de universiteit. Over die laatste maak ik me steeds meer zorgen. Onderzoek doen is steeds meer een ratrace, je gaat van grant naar grant, mensen worden voor korte periodes aangesteld, de druk wordt hoger. Dat leidt tot klachten, burn-out, ga maar door. Daar wil ik wel iets aan proberen te doen. Natuurlijk was ik blij toen de Vidi kwam. Maar tegelijkertijd begon ik mezelf vragen te stellen. Ging het me om mijn eigen carrière, of was ik blij dat ik goeie mensen mocht aannemen op een fatsoenlijk contract, niet op jaarcontracten? Dat laatste eigenlijk. Ik dacht: ga ik voor mezelf voor belangrijke beurzen, een Vidi, een ERC-grant, de Spinozaprijs? Nee, ik wil zo langzamerhand liever op bestuurlijk niveau een bijdrage leveren.”

Vier banen

Ze gaat er keihard voor werken, zegt ze, en dat lijkt geen loze belofte. “Ik werk nu zes dagen per week, ook ‘s avonds. Vergeet niet, ik heb eigenlijk vier banen. Directeur Intervict, voorzitter van de Jonge Akademie, de Vidibeurs die ik heb gekregen, en het NIAS in Wassenaar [Netherlands Institute of Advances Studies, een KNAW-instituut], daar ben ik fellow. Zaterdag werk ik niet, die is gereserveerd voor voetbal en ballet. Haha, nee, niet ikzelf, mijn zoon Joep (9) en mijn dochtertje Julia (4). En een deel van de zondag, mijn sport is hardlopen, dan probeer ik zo’n tien of twintig kilometer te lopen. Ik heb me net ingeschreven voor de marathon in Barcelona, die is volgend jaar maart.”

Haar straffe werkritme eist zijn tol van het gezin, maar, zegt ze, “ik heb het ontzettend getroffen, mijn sociale omgeving, mijn man Rob, mijn ouders, gunt me de ruimte om de dingen te doen die ik belangrijk vind. Mijn vader en moeder passen vaak op de kinderen. Rob zit in de evenementenwereld, regelt de horeca bij festivals als Paaspop en Zwarte Cross en is ook veel thuis. De kinderen hebben er geen last van, die zitten goed in hun vel. Als dat niet zo was; tja, dat zou ik moeilijk vinden. Dan zou ik het anders inrichten: minder reizen, minder nevenactiviteiten.”

Meer vrouwen

Wat gaat ze straks doen hier aan de UM? Ze wordt deeltijd hoogleraar internationaal recht en victimologie en zal waarschijnlijk ook bij het onderwijs in het University College worden betrokken. En als rector?

Ze aarzelt, zegt wat ze ook al in andere media zei: ze wil niet “voorsorteren” op de toekomst, de huidige rector is nog tot september in functie, ze vindt het niet netjes nu al van alles aan te kondigen. Maar ja, in het persbericht rond de benoeming meldde de raad van toezicht dat Letschert “een overtuigende visie op de strategische ontwikkeling van de UM” heeft. Dan willen we wel weten wat die visie is, natuurlijk.

Ze lacht, en geeft mondjesmaat wat prijs. Om te beginnen heeft ze “volledige” invloed op de totstandkoming van het nieuwe strategisch programma van de UM, zegt ze met nadruk. De beraadslagingen daarover lopen al een tijdje. “Je dacht toch niet dat ik een plan ga uitvoeren waar ik niet achter sta?”

En ze wil dus iets gaan doen aan de academische ratrace en de vele tijdelijke contracten. Daar kan ze overigens op de wagen springen want ook het nieuwe HR-beleid van de UM wijst in die richting. Waar ze eveneens aan wil werken: een breder internationaal profiel, “dat is nu vrij regionaal, met veel Duitsers en Belgen”. Maar goed, ook dat is al staand beleid. En ja, ze gaat uiteraard haar best doen voor meer vrouwen op hoge academische posities, en sowieso voor meer diversiteit, ook etnische, binnen de universiteit. Verder wil ze stimuleren dat docenten meer hun netwerk inzetten om studenten aan het werk te helpen. “Studenten zijn vaak te verlegen om een docent in die rol te benaderen. Ze weten niet dat een docent zo’n netwerk heeft. Vraag aan een student ‘wat denk je dat ik doe? Dan zeg-ie: lesgeven en veel vakantie hebben’. Er zijn veel gedreven, gemotiveerde studenten die je op zo’n manier een duwtje kan geven. Maar ook anderen. Ik beschouw het als je verantwoordelijkheid als docent, je kunt medebepalend zijn voor iemands leven.”

Verder nog iets? Nee, dat komt allemaal later. “En dan moet men over een jaar maar zeggen of ik het goed doe of niet. Wel recht in mijn gezicht en niet achter mijn rug, daar heb ik een enorme hekel aan. Hoe dan ook, jullie gaan spannende dingen met mij beleven, daar kun je op rekenen.”

 

 

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)