Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Als Peter met mij gaat fietsen of als ik met hem ga hardlopen, krijgen we geheid echtscheiding”

“Als Peter met mij gaat fietsen of als ik met hem ga hardlopen, krijgen we geheid echtscheiding”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Manon Gorissen (Maastricht,1962)/ manager digitale communicatie sinds 2010, projectleider nieuwe website UM/ getrouwd met Peter, zoon Remy (31) en dochter Anouk (29)/ woont in Sint Geertruid

Het leukste ‘digi’ woord dat ik dit jaar heb bijgeleerd: Poeh, in mijn toespraak vorige week, toen de nieuwe website de lucht in ging, had ik het over het hamburgermenu en cash flushen. Grappiger zijn onze zelf bedachte namen. Zo had iemand een keer een plaatje van een kabouter gebruikt om te testen of de ruimte letterlijk groot genoeg zou zijn voor wat wij op die webpagina wilden. Moest er vervolgens iets nieuws getest worden, dan riepen we: ‘Eén kabouter? Of anderhalve?” En we werken op webpagina’s met bullets, soms met een puntje erin. Dat waren ‘de titties’. Dan was het: ‘Wil je een, twee of meer titties?’
Zo moeder zo zoon: Remy werkt ook aan deze universiteit, als datamanager. Hij heeft informatica gedaan, net als ik. Toch was het niet zijn eerste keuze – ik had anderhalf jaar conservatorium en een opleiding Nederlandse taal en letterkunde achter de rug voordat ik eraan begon. Remy startte in Eindhoven met bouwkunde. Hij is creatiever dan ik, had tekenen in zijn eindexamenpakket. Dat creatieve heeft hij van Peter, mijn man, die natuurkunde geeft op het United World College. Iedereen in ons gezin is sportief. Peter is een hardloper en Remy en ik zijn wielrenners. Nu fietsen we niet meer samen, daar ga ik te langzaam voor, maar dat hebben we wel heel lang gedaan. Anouk kan ook goed fietsen, maar voor haar is het geen passie. Zij houdt veel meer van paardrijden. Met haar vriend heeft ze een boerderijtje gekocht in België, aan de grens met Luxemburg. Daar willen ze een bed&breakfast beginnen waar mensen met hun paard terecht kunnen.
Nu heb ik weer tijd voor mijn man. Ja, hij heeft zich een beetje verwaarloosd gevoeld. De laatste weken? Nou, ik denk misschien wel het laatste jaar. Met het webproject heb ik het heel druk gehad. Overdag zat ik op kantoor en ’s avonds plofte ik op de bank met mijn laptop. Niet erg, voor mij dan, omdat ik mijn werk leuk vind. Het scheelt dat Peter zelf ook genoeg hobby’s heeft en dat we elkaar alle ruimte geven. We hebben elkaar ontmoet op de middelbare school, het Jeanne d’Arc in Maastricht. We speelden beiden gitaar in het schoolorkest en kwamen erachter dat we dezelfde gitaarleraar hadden.
Boek op het nachtkastje: The Children Act van Ian McEwan. Over een vrouwelijke rechter die een moeilijk dossier in handen krijgt. Ik houd van literatuur, heb niet voor niets een studie Nederlands gedaan [Katholieke Leergangen in Tilburg en vervolgens aan de universiteit in Nijmegen]. Ik zit ook al jaren in een leesclubje. Ik kwam erin toen ik hoogzwanger was van Anouk. Toch komt er doorgaans weinig van lezen, omdat er zoveel andere dingen moeten.
Ik was geen moeder die met koekjes en thee op haar kinderen wachtte. Klopt. Ik heb altijd gewerkt. Ik ben niet zo’n verzorgend type, je moet mij geen baan geven in de verpleging. Natuurlijk heb ik mijn kinderen verzorgd, maar ik heb hen ook vrij vroeg zelf dingen geleerd. Ik bracht hen ’s ochtends naar school, Peter was thuis als ze uit school kwamen. Tussen de middag werden ze opgevangen door een buurvrouw, tevens goede vriendin.
Wat ik nog moet leren: Geduld hebben. Ik ben van het type ‘gaat niet, bestaat niet’ en ‘liever gisteren dan vandaag’.
Van de zomer ga ik naar… Zuid-Italië. Als de afstand niet te groot is, gaan we met de auto, maar Apulië vinden we te ver. We nemen het vliegtuig. De fiets blijft thuis. Als Peter met mij gaat fietsen of als ik met hem ga hardlopen (daar is hij heel goed in) krijgen we geheid echtscheiding. Dat is gewoon niet leuk omdat de een er veel beter in is dan de ander. We zullen op vakantie veel gaan wandelen.
Ik ben groot geworden tussen… in mijn jonge jaren woonden we tegenover bakkerij Hermans in de Zakstraat, maar rond mijn elfde zijn we – vader, moeder, twee jongere zussen – naar Slenaken verhuisd. Mijn vader is daar geboren en wilde er weer gaan wonen toen zich de gelegenheid voordeed daar een huis te kopen. Ik zat op de middelbare school in Maastricht en fietste elke dag zo’n 18 kilometer op een fiets met drie versnellingen – ik denk dat daar de basis is gelegd voor mijn liefde voor fietsen. Mijn vader was bedrijfsleider bij een Peugeot-Mercedes garage. Ik kwam er af en toe en was gefascineerd door alles wat er gebeurde. Even heb ik nog gedacht aan een leven als automonteur, haha. Toch ging ik voor het conservatorium, want ik wist al op de lagere school – ik speelde gitaar – dat ik iets met muziek wilde. Toch bleek het conservatorium niet mijn ding.
IT is my middle name. Het waren de jaren tachtig. De banen als docent Nederlands lagen niet voor het oprapen. Ik mocht iemand vervangen of kon terecht voor een paar uurtjes. Niet ideaal, ik wilde meer vastigheid. Uiteindelijk ben ik me gaan omscholen. Ik dacht zelf dat ik een echte alfa-vrouw was, hoewel ik techniek wel leuk vond. Ik kon met de boormachine overweg en vond het leuk om te prutsen met de elektra. Maar rekenen was bijvoorbeeld niet mijn sterkste kant. Ik deed een affiniteitstest waar informatica uitrolde. Dus ik naar de HTS in Heerlen. Later heb ik nog een master Science & Technology aan de UM afgerond. Iedereen die het hoort, zegt nog steeds: ‘Wat een vreemde stap, van Nederlands naar informatica’, maar dat valt reuze mee. Grammaticaal analyseren is eigenlijk hetzelfde als programmeren. Via het arbeidsbureau kwam ik in 1993 bij de IT-afdeling van de universiteit terecht. Maasnet was net aangelegd en ik moest langs alle vakgroepen om te vertellen wat er allemaal mogelijk was. ‘Hallo, mag ik u vertellen dat we e-mail hebben.’ Ongelooflijk. Mensen moesten leren omgaan internet, er waren nog bijna geen plaatjes, wel veel tekst en je kon van alles opzoeken aan de hand van trefwoorden. Moest je voorheen met een diskette naar de computerkamer, nu kon je – als je een eigen computer had – allerlei dingen doen aan je bureau.
Thuis voel ik mij het fijnst als ik… niets hoef. Ik kan goed stil zitten, maar dan moet er niets door mijn hoofd spoken en er geen tijdsdruk zijn. We wonen al jaren in Sint Geertruid, een actief dorp met allerlei verenigingen. We wilden op een gegeven moment weg uit onze flat in Maastricht en pakten letterlijk de passer en een kaart. Maastricht moest namelijk wel nog bereikbaar zijn met de fiets. Al meer dan twintig jaar geleden liet een dorpsgenoot de naam van de Wieler Tour Club Sint Geertruid vallen, maar ik hield de boot een beetje af omdat ik nog nooit op een racefiets had gezeten. Toch werd ik enthousiast. Ik kocht een tweedehandsje en werd lid. Sinds 2012 ben ik voorzitter. Ieder jaar organiseren we de Mergelheuvelland-tweedaagse in september, een groot evenement met zo’n tienduizend deelnemers. Ja, daar ben ik trots op. Maar ik kan ook trots zijn als ik lange ritten uitrijd, zoals afgelopen weekend op Sardinië. Tot drieduizend hoogtemeter en veel kilometers. Ik heb ooit de klassieker Milaan-San Remo gefietst: 300 kilometer op één dag. Aan de finish dacht ik: ‘Wat kan iemand me nu nog maken?’

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)