Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Mensen voelen zich overstelpt door het aantal kamerbewoners, de balans is weg”

“Mensen voelen zich overstelpt door het aantal kamerbewoners, de balans is weg” “Mensen voelen zich overstelpt door het aantal kamerbewoners, de balans is weg” “Mensen voelen zich overstelpt door het aantal kamerbewoners, de balans is weg”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Op reportage in de buurten die klagen over studentenoverlast

In verschillende Maastrichtse wijken groeit de onrust over het toenemend aantal studentenpanden en de overlast die daarmee gepaard zou gaan. De gemeente heeft het studentenbeleid jaren laten versloffen en werkt met haar nieuwe regels een “wildgroei” aan gesplitste panden – lees studentenhuizen – in de hand, klaagden buurtbewoners tijdens de laatste openbare discussiebijeenkomsten over studentenhuisvesting. Observant neemt de komende weken een kijkje in de buurten en praat met bewoners en studenten. Vandaag: Brusselsepoort.

“We hebben er op dit moment totaal geen grip op.” Mart Mooren initiatiefnemer van actiecomité Buurtbalans in Brusselsepoort-Oost, zag de afgelopen jaren het aantal studentenhuizen in zijn straat stijgen tot 60 procent. Samen met mede-initiatiefnemer Chris Leonards loopt hij het Orleansplein op.  Leonards wijst naar de Condéstraat, een van de zijstraten. “Daar woont nog maar één gezin, de rest is student.”

Oude fietsen in de rekken, vuilnis die te vroeg buiten staat, twee jongens met een boodschappenkar vol bier die voorbij lopen: dit is duidelijk een studentenwijk. En voor een deel vinden Leonards en Mooren dat prima. “Ik ben hier juist komen wonen omdat er een mooie mix was van jonge gezinnen, ouderen en studenten”, zegt Leonards. Zelfs wat reuring is geen probleem. “Als hier alleen rustige studenten zouden wonen, zou ik het ook niet leuk vinden.” Al moet het wel binnen het redelijke blijven. “In de tuinen weerkaatst het geluid aan alle kanten. Als ik in mijn achtertuin zit dan kan ik rustige gesprekken van de andere kant van de straat gewoon verstaan. Laatst gaf een dispuut een barbecue voor veertig man. Dat moet je niet doen met zo’n grote groep, dat gaat hier niet”, zegt Mooren. Leonards: “Er zijn nu mensen die iedere avond gespannen naar bed gaan: kan ik vannacht slapen? Zo’n feest geven we maar een keer per jaar, zeggen studenten dan. Ja, maar als iedereen dat doet...” En daar zit ‘m nu juist het probleem: de balans is weg. “Mensen voelen zich overstelpt door het aantal kamerbewoners”, zegt Mooren. “Dat zie je aan de animo voor het actiecomité. We verwachtten de eerste avond twintig mensen. Het werden er 40-60 en een week later hadden we ruim honderd leden.”

Kennismaken

Daniëlle Laumen en Nikki Trip wonen in de Condéstraat. De eerstejaars International Business vinden het een fijne plek. Rustig, dichtbij de stad, verzorgd. “En je hebt allerlei voorzieningen in de buurt. Niet alleen een supermarkt, maar ook de huisarts en de apotheek”, zegt Trip. Dat de buurt verloedert door de komst van studenten, vinden ze meevallen. Ja, de fietsen staan wel eens op de stoep. “We moeten ermee door de gang en de keuken, als ik dan ’s nachts thuiskom wil ik de mensen die beneden slapen niet wakker maken”, zegt Laumen. “Maar meestal ben ik ’s ochtends weer op tijd weg. Het is een brede stoep dus je kunt er nog goed langs.”

Dat je niet tot midden in de nacht harde muziek moet draaien vindt ze vanzelfsprekend. “En als een van mijn vrienden dronken is, zeg ik: even rustig doen. Zo lang er maar geen absolute stilte na 22.00 uur hoeft te zijn.” “Het zijn dunne muren”, zegt Trip. “Als de buren de afwas doen, dan hoor ik dat. Dat heeft niets met studenten te maken.”

Haar voornaamste punt: als je ergens last van hebt, zeg dat dan. “Ik snap dat het heel vervelend is als je kinderen niet kunnen slapen, dus bel even aan en zeg: goh, weten jullie wel dat hiernaast een vijfjarige woont. Ik heb bijvoorbeeld last van het licht van de achterburen. Die hebben de hele nacht een lamp in de achtertuin aanstaan die precies bij mij naar binnen schijnt. Daar hebben ze waarschijnlijk geen idee van.” De dames zien wel wat in een barbecue voor de hele straat. “Leer elkaar kennen. Focus op de voordelen, ik zou bijvoorbeeld graag oppassen. En ga niet alleen anoniem blaadjes ophangen.”

Die blaadjes, die zijn van het actiecomité Buurtbalans. Overal in de wijk hingen ze posters op met ‘Stop uitbreiding van kamergewijze verhuur’. “Omdat de politiek ons niet serieus nam”, zegt Mooren. “Maastricht is nu eenmaal een studentenstad, wordt er geroepen. Maar spreid de kamerverhuur dan ook over de hele stad. Er zijn wijken waar geen student woont.” Leonards: “Ze doen alsof aantallen er niet toe doen, maar dat doen ze wèl.” In juli 2015 besloot de gemeente de ‘nee, tenzij’-regel te veranderen in ‘ja, mits’, wat ertoe leidde dat illegaal gesplitste woningen gelegaliseerd konden worden. Sindsdien zijn er in Maastricht 415 aanvragen gedaan voor woningsplitsing en omzetting naar kamers (zowel legalisatie als nieuwe aanvragen). De meeste (48) werden gedaan in Brusselsepoort. Daar kwam ook het meeste protest: 248 bezwaarschriften dienden de bewoners in. “Huiseigenaren worden beloond omdat ze iets illegaals hebben gedaan”, zegt Mooren. “Met de bezwaarschriften willen we aangeven dat dàt niet langer kan. De legalisering moet stoppen.”

Quotum

UCM-student Aise de Pagter legt een Buurtbalans-flyer op tafel tussen de etensresten van gisteravond. In maart trok hij met drie dispuutsgenoten in het huis in de Franquinetstraat. “Er was laatst een bijeenkomst op het plein, daar heb ik dit meegekregen. Ze hebben oprecht een goed punt, er zitten hier belachelijk veel studentenhuizen. Misschien is een soort limiet wel de oplossing.” Hij trommelt huisgenoten Jasper Bongers en Lars Jonkman uit hun bed. “Kom, praten met Observant.”

Ze hadden mazzel, vier masterstudenten trokken tegelijkertijd uit het huis. Nu hebben ze een tuin, waar ze graag borrelen. “We hebben best vaak harde muziek”, zegt Jonkman. “Maar als daar klachten over komen, zetten we het zachter.” Tot nu toe hebben ze nog niets gehoord. “Misschien omdat we er nog niet zo lang wonen.” De Pagter: “Ik hoop eigenlijk dat dat komt omdat we netjes zijn.” Fietsen gaan ’s nachts verderop in de straat in de stalling om de buren niet te storen en borrels houden rond 22.00 uur op. “Dan gaan we de stad in.” Het is een fijne buurt, vindt Bongers. “Ik kom uit Limmel, daar waren ze ook niet blij met studenten. Ik heb het idee dat de mensen hier toleranter zijn.” De Pagter: “De buurvrouw kwam laatst vragen of hier wel studenten woonden. Ze hoorde nooit wat.”

Actiecomité Buurtbalans wil graag dat er – naast een quotum voor kamerverhuur in een wijk of straat –  een leefbaarheidstoets komt, iets waar de lokale politiek het nog niet over eens is. “Ze zeggen dat het niet werkt in andere steden”, zegt Leonards. “Maar wij hebben contact met inwoners, ambtenaren en beleidsmedewerkers van die gemeentes en het werkt juist prima.” Om bijvoorbeeld in Wageningen een vergunning te krijgen voor woningsplitsing, mag in een straal van 50 meter rondom het huis niet meer dan 15 procent van de panden uit kamerverhuur bestaan. Ook wordt er gekeken naar de hoeveelheid klachten die er de afgelopen twee jaar uit die buurt zijn binnengekomen bij de politie en buitengewoon opsporingsambtenaren. “De gemeente Maastricht vindt dat leefbaarheid niet te meten is, maar als je met z’n allen criteria afspreekt dan kan dat wel”, zegt Mooren.

Buurtgevoel

Het was overigens niet altijd bar en boos. “Twee jaar lang hebben we hier een fantastische tijd gehad”, zegt Mooren. Het was een jaar of vijf, zes geleden. De buurtbewoners hadden samen met de studenten om tafel gezeten om een protocol op te stellen: hoe willen we met elkaar samenleven. Daarnaast nam Mooren het initiatief om een festival te organiseren. Op het Orleansplein kwamen studenten en bewoners samen om te eten en naar muziek te luisteren. “Daar ben ik trots op, iedereen hielp mee, je wist wie er woonde.” “Er heerste echt het buurtgevoel”, beaamt Leonards. Maar na een paar jaar was het voorbij. “Die studenten gingen weg en de nieuwe lichting had er geen zin in of tijd voor”, zegt Mooren. “Op een gegeven moment ben je het beu om steeds te leuren voor subsidies en ondersteuning.”

Het protocol bestaat nog wel. Alleen, de meeste studenten weten er niet van. Het verloop is groot; in Brusselsepoort, en vooral rondom het Orleansplein, wonen voornamelijk buitenlandse studenten die slechts voor een semester of een jaar in Maastricht zijn. Als er klachten zijn over geluidsoverlast, melden buurtbewoners dat. Samen met de wijkagent gaan ze bij de studenten langs. “Dan geven we hen het protocol – in Nederlands en Engels – en leggen uit waarom het belangrijk is dat het ’s avonds rustig is. Komen er binnen drie maanden weer klachten dan krijgen ze een gele kaart, gebeurt het dan nog een keer dan worden er spullen in beslag genomen. Dat is pas één keer nodig geweest. De meeste studenten begrijpen het best. Maar ja, drie maanden later woont er iemand anders.”

Huisbazen

Niet alleen kunnen ze studenten pas aanspreken als er al iets gebeurd is, Leonards en Mooren vinden ook dat de buurtbewoners niet de handhavers zouden moeten zijn. “Het is de verantwoordelijkheid van de huiseigenaar”, zegt Mooren. “Maar die is vaak niet te bereiken.” Leonards: “Nu zijn wij steeds de zeurpieten, dat vinden we ook niet leuk. Maar als de eigenaar op Cuba zit en het beheerbedrijf reageert op klachten met: we zullen de studenten eens mailen, dan heb je geen aanspreekpunt.”

In het beloofde kwaliteitskeurmerk dat de verhuurdersvereniging (controle op overlast, centraal aanspreekpunt) wil invoeren, hebben de heren weinig vertrouwen. “Niet iedere huiseigenaar is er op aangesloten. Hoe gaan ze ervoor zorgen dat mensen zich eraan houden”, vraagt Leonards zich af. “De meesten zijn alleen bezig met legalisering”, zegt Mooren.

De huisbaas van Dennis Martinez, derdejaars Science Programme, zit ook in het buitenland. “Maar hij is makkelijk te bereiken via e-mail en in juli en augustus woont hij zelf hier.” De rest van het jaar wonen er acht studenten in het grote pand in de Victor de Stuerstraat. De gezamenlijke woonkamer heeft een marmeren schouw, enorme schilderijen aan de muur en glazen deuren naar de Italiaanse tuin met eettafel. De buurman is niet blij met ze. “Bij het minste of geringste belt hij aan om te klagen.  Ik denk dat het een opeenstapeling is van twintig jaar studenten naast zich. Toen ik hier drie jaar geleden kwam wonen gaven we regelmatig een feest. Dat is wat je hier doet, in Maastricht. Dan belde hij om 3 uur ’s nachts aan om te vragen of het afgelopen was. Volkomen logisch. Maar nu belt hij ook als we te hard de trap oplopen of met een paar mensen in de tuin zitten te eten.  Dat levert spanning op. Als ik in mijn eerste jaar zou zitten, bleef ik hier niet wonen.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)