Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Helaas is het me niet gelukt om de verkleutering van het onderwijs tegen te houden”

“Helaas is het me niet gelukt om de verkleutering van het onderwijs tegen te houden” “Helaas is het me niet gelukt om de verkleutering van het onderwijs tegen te houden”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Prof. Gerard Mols neemt na 35 jaar afscheid

“Ik blijf hier niet rondhangen als iemand die zich verveelt of een slecht huwelijk heeft. Ik ga niemand voor de voeten lopen. Ik heb 35 jaar aan de Universiteit Maastricht gewerkt, het is tijd om plaats te maken voor jong talent. Al mogen ze me altijd vragen voor een college of bestuurlijke klus.” Morgen, 17 juni 2016, neemt Gerard Mols afscheid als hoogleraar strafrecht tijdens een speciaal voor hem georganiseerd symposium: Waarheidsvinding in het internationale strafrecht. De dag erna wordt hij 65.

“Geen meeloper, very much his own person, eigengereid, autoritair.” “Je moet van goede huize komen om hem van iets af te brengen.” “Als je straight bent, krijg je geen problemen, maar o wee als je dat niet bent, hij laat niet met zich piepelen.” “ Een vlijmscherpe analyticus, voorzien van bijtende spot en beschikkend over een flinke dosis humor.” “Een intellectueel die eigenlijk heel aardig is.”

Zo omschreven zijn collega’s - van binnen en buiten (advocatuur) de UM - Gerard Mols in Observant in 2003. Een paar maanden later zou hij rector worden en dat meer dan acht jaar blijven. Daarvoor was hij acht jaar decaan van de faculteit rechtsgeleerdheid en bekleedde hij ongeveer alle bestuurlijke functies en rollen die een universiteit rijk is: van faculteitsraadslid, lid opleidingscommissie tot vakgroepsvoorzitter. Tegelijkertijd was er zijn wetenschappelijk onderzoek, zijn werk als advocaat (onder meer in een grote drugszaak rond Johan V. alias de Hakkelaar eind jaren negentig) en later dat van raadsheer.

“Ik heb mijn hele leven al op twee of drie paarden gewed”, zegt hij. Wetenschap, advocatuur, bestuur. “Ik ben een tweeling, qua sterrenbeeld”, zegt hij. “Al in Utrecht combineerde ik wetenschap met advocatuur. Dat heb ik aan de UM voortgezet. Het heeft over en weer een kwaliteitsverhogend effect.”

Horizon

Besturen zit hem al sinds zijn studententijd in het bloed. “Je wordt geen decaan of rector omdat je aan de beurt bent. Je moet wel wat in huis hebben.” Goed kunnen luisteren is een must, benadrukt hij. Net als delegeren, vertrouwen hebben en geven, en inspireren. “Ik had goed contact met het personeel - ondersteunend en wetenschappelijk - en de studenten. Zo hoor je veel en weet je beter welke richting het uit moet met de universiteit. Ik had natuurlijk die stip aan de horizon waar ik naar toe werkte. Ik probeerde mensen daarvan te overtuigen, ze in dezelfde stand te krijgen.”

Heeft hij die stip aan de horizon bereikt?  Op een aantal fronten zeker, vindt Mols. Zo werd de European Law School tijdens zijn decanaat opgericht, net als de juridische onderzoekschool Metro, ook kwam de onderzoekschool Rechten van de Mens van de grond en is het bindend studieadvies bij de juristen geïntroduceerd. Als rector heeft hij hard getrokken aan een “update van het probleemgestuurd onderwijs: het opnieuw doordenken van vorm en inhoud. Daar waren we aan toe. We hebben Marble [geeft de beste studenten de kans om in de bachelorfase onderzoek te doen] en Premium [honours programma voor de beste masterstudenten] ontwikkeld, de international classroom op de kaart gezet en hard gewerkt aan de verdere internationalisering van de UM.” Ook de fundamenten voor wat nu het Maastricht Science Programme is, zijn tijdens Mols’ rectoraat gelegd.

Verkleutering

“Helaas is het me niet gelukt om de verkleutering van het onderwijs tegen te houden”, zegt hij met spijt in zijn stem. Na zijn vertrek als rector, nu vier jaar geleden, is de onderwijsvernieuwing “ingezakt. Na twee jaar is er een vice-rector onderwijs aangesteld en kwam het Edlab op de Tapijnkazerne. Maar wat ze daar doen, weet ik niet.” Om te vervolgen: “We zijn steeds meer gaan terugvallen op de klassieke onderwijsmethode: een tutor die lesgeeft. Je probeert daar iets aan te doen door de selectie van het personeel, maar je vist in een vijver van mensen die elders - lees klassiek - zijn opgeleid. Die belijden met de mond dat ze het pgo hoog hebben zitten, maar eenmaal binnen wijken ze daar veel te graag van af.”  

Hij is geschrokken van het niveau van de studenten toen hij in 2012 terugkeerde naar zijn faculteit. “Ik heb niet de indruk dat het merendeel van de studenten echt geïnteresseerd is in een academische opleiding. Ze lezen geen boeken meer.” Zuchtend: “Je wilt niet weten hoe vaak ik hoor: meneer, moeten we dit kennen voor de toets? Het is allemaal zo examengericht, zo schools. Ik snap dat ergens ook wel, het bindend studieadvies doet daar geen goed aan. Ik pleit voor selectie aan de poort.”

Maar dat leidt tot minder studenten. “Nou en? Dan moet de faculteit maar afslanken, het is toch geen werkverschaffingsproject? We leiden onze studenten nog steeds op voor de twintigste eeuw, maar alles is veranderd, onze maatschappij, de student zelf, de eisen die aan een jurist worden gesteld, de informatisering. Hoe moet de jurist van de 21ste eeuw eruit zien? Weten we dat, werken we daar naar toe? Ik zal je wat vertellen: de advocaten en rechters van de toekomst zijn de University College-afgestudeerden die daarna voor een master rechtsgeleerdheid kiezen die toegang geeft tot de togaberoepen.”

Ook de minors, die de student de kans moet geven om een paar vakken bij een andere faculteit te volgen, zijn niet van de grond gekomen onder zijn bewind [sinds 2015 is er wel een aanbod], net als een interfacultair instituut voor forensica en een soort University College met rechten, economie, Governance en cultuur- en maatschappijwetenschappen. “Die minors belandden in een moeras van tegenwerking. De faculteiten zagen allemaal beren op de weg, het paste niet in het programma, hoe moest het als ze te veel studenten binnenkregen, wie zou dat betalen? Ik heb toen een bypass gecreëerd en Studium Generale gevraagd om meer voor de studenten te gaan werken. Daar zijn de collegereeksen uit voort gekomen. Dat is eigenlijk interfacultair onderwijs en heel goed bezocht door de buitenlanders.”

Wielen

Mooiste tijd aan de UM? “Toch het rectoraat. Geen enkele functie geeft je zo’n inzicht in alles wat er aan een universiteit gebeurt. Het is indrukwekkend. Ik vond het eerstejaars onderwijs van psychologie echt top, net als de materialen die in het onderwijs van geneeskunde worden gebruikt. Fantastisch. En op iedere faculteit kom je mensen tegen die briljant onderzoek verrichten. Wauw. Je krijgt heel veel informatie over de mooie dingen, maar uiteraard ook over de klotedingen.” Ook de contacten buiten de universiteit, in binnen- en buitenland, staan hem nog vers in het geheugen. Vooral die met zijn collega-rectoren: “Een aantal komt naar mijn afscheid. Het zijn vrienden geworden.”

En ja, zegt hij zonder aarzeling, een rector heeft “macht. Je kunt sturing geven door leerstoelen in te stellen, het initiatief te nemen voor nieuwe opleidingen, graduate schools, je kunt verbindingen aangaan met instellingen elders, scholarships binnenhalen.”

Maar reed toenmalig collegevoorzitter Jo Ritzen, die zich graag buiten zijn eigen portefeuille bewoog, jou niet geregeld in de wielen? “Nee, dat is een misverstand. Jo had de neiging om in de portefeuille van anderen te roeren, maar daar hebben we goede gesprekken over gevoerd. Jo had goede ideeën over hoe het verder moest met de UM. Hij heeft zich uitermate ingespannen voor de verdere internationalisering, de relatie met het bedrijfsleven, met de provincie, Chemelot en de samenwerking met het RWHT in Aken.”

Bergbroeder

Diezelfde collegevoorzitter bleek ernstig geraakt door de columns van Albert Bergbroeder in Observant. Mols: “Jo ervoer dat als hakken op zijn persoon. Het kwam hard binnen. Het was in de tijd van de ‘bonnetjes-affaire’ [ L1 had via een WOB-procedure de beschikking gekregen over de uitgaven van het college van bestuur, Observant schreef daar ook over]. Er begon een gevoel bij Jo te ontstaan dat iedereen in de organisatie het blijkbaar goed vond dat hij zo gekwetst werd. ‘Niemand neemt het voor mij op, iedereen laat mij vallen.’ Jo voelde zich volkomen geïsoleerd.” Op dat moment besloot Mols – “we zaten samen in het college van bestuur, ik zie een collega die ernstig is geraakt” -  in te grijpen en (letterlijk) naar de hoofdredacteur van Observant te stappen met de onverhulde boodschap dat Bergbroeder moest stoppen met zijn verhalen over Jo Ritzen.

Een vreemde actie voor iemand die het vrije woord een warm hart toedraagt. “Er zijn grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Die werden hier overschreden. Tegenwoordig leven we in een wereld waar alles moet mogen, maar ik ben niet van die school. Het heeft niets te maken met de aantasting van de onafhankelijkheid van het blad, wel met waar je een streep trekt. ”

Maar jij werd zelf toch ook regelmatig op de hak genomen, zoals alle hoge bomen aan de UM? Daar maakte je geen punt van. “Ik kan daar blijkbaar veel beter tegen. Ik heb een behoorlijke dosis zelfspot, houd van een goed glas wijn, van plezier en neem het leven en mijn werk niet te serieus. Doe je dat wel, dan red je het niet. Ik zeg altijd: ze kunnen beter over je lullen dan van je eten. Veel erger is als ze niet over je schrijven.” Grinnikend: “Zoals de laatste jaren. O ja, op dit afscheidsinterview na dan.”

Zzp’er

Hij gaat met pensioen en verwacht wat meer tijd te krijgen voor zijn tuin die meer dan twee hectares groot is. Maar of dat er ook van zal komen, is de vraag. Hij blijft raadsheer in Den Bosch (vooral reguliere strafzaken) en Den Haag (internationale misdrijven), lid van de raad van toezicht (RvT) van de Universiteit van Amsterdam/Hogeschool van Amsterdam, voorzitter van de RvT van Zuyd Hogeschool en wordt jurist in het nieuwe notariskantoor van zijn vrouw Corrie Mols in hun woonplaats Neer. “Ik ga me toeleggen op agrarisch recht.” Zijn vrouw wordt dus zijn baas? Grinnikend: “Dat denkt ze. Ik word zzp-er.”

 

Afscheidssymposium ‘Waarheidsvinding in het internationale strafrecht’ op  17 juni 2016 vanaf 13.15 tot 16.00, rechtenfaculteit, Bouillonstraat 1-3

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)