Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

En toen, patsboem, ging het licht uit...

En toen, patsboem, ging het licht uit...

Photographer:Fotograaf: Thinkstock

Oratie over moord, geheugenverlies en kletspraat

Veel verdachten van moord of doodslag beweren dat ze zich niets meer kunnen herinneren van het misdrijf. Hoe aannemelijk is dat? En hoe scheid je de bedriegers van de verdachten die zich het delict echt niet meer voor de geest kunnen halen? Want die zijn er ook. Vorige week deed rechtspsycholoog Marko Jelicic, bijzonder hoogleraar neuropsychologie en recht, een boekje open in zijn oratie 'Toen ik wakker werd was het al gebeurd'.

Een man en een vrouw uit Assen zijn verwikkeld in een vechtscheiding. Als ze elkaar ontmoeten, vliegen de verwijten steevast over tafel. Tijdens een van de ruzies gaat het echt mis: de vrouw beschuldigt haar man van seksueel misbruik van hun dochter. En toen sloegen bij hem de stoppen door, zo verklaart de verdachte later tegen de politie: "Mijn oren begonnen te suizen en ik kreeg het zwart voor de ogen. Toen ik wakker werd, was het al gebeurd." De man vond zijn handen om de nek van zijn vrouw. Hij had haar gewurgd, klaarblijkelijk, want hij kon zich er niets van herinneren.

De rechtbank huurde drie deskundigen in: een psychiater, een zenuwarts en een psycholoog. Ze kwamen unaniem tot hetzelfde oordeel: het geheugenverlies was authentiek. De psychiater schreef dat "er sprake was van een primitief menselijke, maar ook dierlijke reactie; door deze reflexmatige vechtreactie kon verdachte zich de verwurging niet herinneren."

De zaak is uniek omdat de verdachte geen strafvermindering kreeg maar geheel werd vrijgesproken. “Het oordeel was unaniem maar je weet nooit of de getuigedeskundigen onderling hebben gebeld”, zegt Marko Jelicic, als hoogleraar verbonden aan de rechtenfaculteit. “Dat is niet de bedoeling maar het komt in de praktijk vaak voor. Duidelijk is in ieder geval dat de psychiater tot het psychoanalytische kamp behoort, waarin het idee leeft dat mensen bedreigende informatie verdringen."

Huwelijksreis

En dat strookt al lang niet meer met de stand van de wetenschap, zegt Jelicic, die een en ander illustreert met een markante Canadese studie.

We schrijven 2001: een vliegtuig is onderweg van Toronto naar Lissabon als boven de oceaan een van de brandstoftanks begint te lekken. Het blijkt ernst: in de cabine valt de druk weg en kort daarna zakken de zuurstofmaskers uit het plafond. De paniek slaat toe, helemaal als de gezagvoerder de driehonderd passagiers wijst op de reddingsvesten onder de stoel. Een noodlanding op zee lijkt onvermijdelijk, maar dan roept iemand: land in zicht. Een mirakel of niet: er doemt een onbewoond, militair eiland op van de Azoren, met een landingsbaan. Even later staat de airbus aan de grond en blijkt iedereen aan de dood ontsnapt.

Een van de passagiers is psychologiestudent Margaret McKinnon, die met haar man op huwelijksreis was. Ruim tien jaar later gebruikt McKinnon - inmiddels psycholoog - de rampzalige vlucht in haar onderzoek: ze vraagt haar voormalige medepassagiers om mee te doen met een experiment. Daarin deelt ze zestien proefpersonen in twee groepen: met en zonder posttraumatische stress. Wat blijkt: iedereen kan zich de vlucht en de bange momenten levendig voor de geest halen. En de meeste herinneringen kloppen, ze komen overeen met de vluchtinformatie.

Huntelaar

In zo’n (levens)bedreigende situatie maakt het lichaam stresshormonen aan, zegt Jelicic, en die activeren de hersenen. “Een gebied dat dan geprikkeld wordt, is de hippocampus, die nieuwe herinneringen opslaat of – beter – nieuwe informatie overhevelt van het korte- naar het langetermijngeheugen.

Wat betekent dit voor de daders die niets meer kunnen terughalen omdat ze op het moment suprême door emoties waren overmand? Dat de meesten van hen een flauwekulverhaal opdissen. Voor alle duidelijkheid: het draait niet om enkelingen. In Engeland beroept een kwart van de verdachten van levensdelicten zich op geheugenverlies. Jelicic schat dat 80 procent van de amnesie-claimers kletspraat verkoopt.

En de 20 procent? In die gevallen zijn drank, epilepsie of slaapmiddelen in het spel. “Van alcohol en slaapmiddelen is bekend dat ze de geheugenfunctie van de hippocampus ontregelen. Uit onderzoek blijkt dat sommige proefpersonen een gat van een hele dag in hun geheugen hebben. Alcohol ontremt ook nog eens waardoor de kans op agressie groter wordt. Bij een bepaalde bloed-alcohol-concentratie verlies je niet je bewustzijn maar wordt informatie niet meer opgeslagen.”

Ook een klap op het hoofd na het delict kan amnesie veroorzaken. “Stel, je steekt iemand neer en van achter slaat een ander je met een honkbalknuppel op je hoofd. Dan kun je je de steekpartij waarschijnlijk niet herinneren. Dat komt doordat de hippocampus een paar minuten nodig heeft om de informatie over te hevelen naar het langetermijngeheugen. Dat wordt dan door de klap verstoord. Daarom kon Huntelaar zich vier jaar geleden niet herinneren dat hij had gescoord in de vriendschappelijke wedstrijd tegen Engeland. Hij botste na de rake kopbal met zijn hoofd hard tegen een Engelse verdediger.”

Kapmes

De politie weet vaak niet goed raad met verdachten die voet bij stuk houden. Toch zijn er eenvoudige testen die de simulanten eruit vissen. “Het makkelijkst is om gewoon te vragen iets over het geheugenverlies te vertellen Wat ging er in je om? Wat is het laatste dat je nog weet? Wie het echt heeft meegemaakt, herinnert zich mistige beelden en onduidelijke flarden, terwijl bedriegers verzekeren dat van het ene op het andere moment, patsboem, het licht uit ging. Niet dus. Ook is er nooit sprake van een diep, zwart gat. Er zijn altijd flarden die je bijblijven, ook wel geheugeneilandjes genoemd.”

Dan zijn er nog een paar bewerkelijkere tests. De eerste bestaat uit een lijst van een vijftal samenhangende woorden, zeg vruchten, plus een rekensom. Daarna moeten deelnemers de vijf woorden herhalen. Vervolgens krijgen ze weer vijf woorden waarvan er drie al eerder zijn gepresenteerd. Wie niet zuiver op de graat is, doet alsof het een pittige taak is en vergeet een paar woorden. Terwijl zelfs patiënten met lichte dementie dit lukt.”

Een variant hiervan bestaat uit een vragenlijst met onwaarschijnlijke vragen. Zoals: zijn er momenten geweest dat je ‘de belangrijkste persoon in je leven’ kwijt was? Bedriegers kruisen dan ‘ja’ aan, terwijl dit alleen voorkomt bij patiënten met vergevorderde Alzheimer.” 

De beste test combineert verzonnen en waargebeurde data uit het politiedossier in twee-keuzen-vragen. “Zeg dat het om een bankoverval ging waarbij de dader een pruik droeg en het personeel met een kapmes bedreigde. Dan zijn de vragen: pruik of baseballpet? Kapmes of pistool? Als je van niks weet, zul je de helft goed gokken. Een simulant denkt: ik moet zoveel mogelijk verkeerde antwoorden geven en eindigt onder kansniveau.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)