Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Geniet u nog wel van het leven met vier vrouwen in huis?”

“Geniet u nog wel van het leven met vier vrouwen in huis?”

Photographer:Fotograaf: Observant

Prof. Philip Vergauwen aan tafel bij de Maastrichtse Studenten Zwemvereniging Tiburon

“Hamburgers zijn altijd goed”, roept Sjoerd van Dijk terwijl hij in de keuken zijn laatste check doet: “Uitjes op het vuur, aardappelen in de oven, pastasalade, tomaten.” Gast van vanavond – prof. Philip Vergauwen, decaan van de School of Business and Economics – stond al een week geleden voor de deur van de Noormannensingel. Misverstand. Hij liet wel alvast twee flessen wijn achter. En zie, de Chileense Chardonnay ligt deze dinsdagavond nog steeds in de koelkast. Ongeopend. “Natuurlijk”, antwoordt Van Dijk die in het studentenhuis in Wyckerpoort woont en zich met Tiburon-bestuursgenoot Tobie van Zwieten heeft ontfermd over de maaltijd.
De Noormannensingel is geen typische studentenlocatie. Er liggen veel gezinswoningen en een middelbare school. “ Het is een prima plek”, meent Van Dijk. Geen bonje met de buren. Vergauwen, achterover leunend in een tuinstoel, grapt: “Nee, hij heeft geen bonje met de buren. Maar zij wel met hem.”
“En wie doet hier de tuin?” wil de decaan weten. “Ik”, zegt Van Dijk. “Morgen ga ik aan de slag.” Van Zwieten kijkt rond, zich afvragend wat er moet gebeuren aan het grotendeels betegelde terras. Van Dijk: “Zie je dat onkruid niet, daar aan de rand.”

Vergauwen: “Jullie zijn allemaal van Tiburon. O, zwemmers? Ja, nu je het zegt, ik zie het aan je armen”, kijkend naar de brede schouderpartij van Van Zwieten. “En jullie wonen ook alle drie hier? Niet? Maar wel af en toe samen eten dus.”
“U bent Belgisch”, klinkt het. “Ik woon in Borgloon, achter Tongeren”, antwoordt Vergauwen. “Een half uurtje rijden en dat is net genoeg om af of op te schakelen. Als ik thuis ben, ben ik echt thuis. Mijn twee oudste dochters studeren in Leuven en Gent, de jongste gaat naar Luik. Maar ze komen regelmatig naar huis. En nee, niet alleen voor de was. Ik ben gewoon ‘pap’, geen decaan. Voor hen ben ik iemand – en dat speel ik ook mee – die niets weet van het hoger onderwijs, niet weet hoe een faculteit werkt, geen studenten beoordeelt, niets weet van toetsing. Bij mij mogen ze studerend kind zijn. Ik ben thuis ook anders dan op mijn werk.” Van Dijk: “Een professionele versus een persoonlijke ik. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen.”

Terwijl de hamburgers de pan in gaan, praat Vergauwen de tijd vol over de houding van, veelal Belgische, collega’s die een “fundamenteel wantrouwen” hebben in studenten. “Ze denken dat studenten lui zijn, niet slimmer willen worden, spieken.” Geneeskundestudent Jeroen van Brakel grinnikt. “Dat is zo’n hopeloos gelul”, gaat Vergauwen verder. “We hoeven als docenten toch geen rode en gele kaarten uit te delen? Laat die studenten student zijn, laat het gebeuren, heb meer vertrouwen. We hebben onze SBE-studenten een lounge laten inrichten. Ze kregen alle vrijheid, er was geld. Waarom zou ik in zee gaan met een dure architect? Studenten weten het beste wat ze willen.”
Van Brakel heeft geen idee wie zijn eigen decaan is. “Albert Scherpbier”, antwoordt Vergauwen. “Een erg leuke vent! Een beetje rebels ook. Hij zit in de Lambert van Kleeftoren.” “In de wat?” vraagt Van Brakel. “In de bestuurstoren van het ziekenhuis, daar kun je niet zomaar binnenlopen”, lacht Vergauwen. “Over decanen gesproken: ik heb het getroffen met vier vrouwelijke decanen: Bernadette, Anita, Hildegard en Sophie. Albert en ik zijn de enige mannen! Yes! Maar ja, Albert is al wat ouder, die is al lang uit de markt geprijsd”, lacht hij. Van Brakel googelt ‘Albert Scherpbier’ en tovert een foto tevoorschijn. “Kan best zijn dat ik ‘m toch ooit heb gezien.”

“Jij hebt nu het Maastricht Science Program afgerond? Te gek”, zegt Vergauwen tegen Van Zwieten. “Als ik nog eens mocht kiezen, zou ik misschien systeembiologie gaan studeren. Je kent dus ook Thomas Cleij, jullie dean? Ik ben een echte fan van hem. Een dean  die af en toe (in gedachten) de middelvinger omhoog steekt, hij is relaxed, iemand die out of the box denkt.”
Van Dijk: “Is dat die man met een app van South Park?” Van Zwieten knikt. “En de man die Coca Cola importeert uit Amerika. De Nederlandse variant vindt hij niet lekker.”
Terwijl de rode wijn – een Italiaanse Morellino di Scansano – wordt ingeschonken, komt het eten op tafel. Goed gevulde borden met twee flinke burgers tussen een broodje. “Kennen jullie Burgermeester bij Artis?”, wil Vergauwen weten. De jongens schudden hun hoofden. “Daar kun je de lekkerste burgers eten, maar dit komt zeker in de buurt. Top! Zelfgemaakte burgers, crispy broodje, uitjes.”

“U heeft drie dochters en een vrouw. Geniet u nog wel van het leven”, grapt Van Dijk. “Zeker”, lacht Vergauwen. “Jullie zullen me wel voor gek verklaren, maar ik houd van strijken. Ik strijk iedere zondagvoormiddag. Het werkt meditatief en ik heb meteen resultaat van wat ik doe. Bovendien kan ik dan mijn eigen hemden strijken – en dat doe ik beter dan mijn vrouw. Van het sporten ben ik niet zo, maar ik geef graag les, bijvoorbeeld aan postdocs, twee keer vier uur achter elkaar, en dat is ook sporten.”

Geneeskundestudent Van Brakel vertrekt over een paar maanden naar China, Vietnam en Cambodja om vervolgens in India aan zijn eerste coschap te beginnen. “Maar eerst moet ik nog tentamens halen, het wordt erop of eronder. Ik leer er wel voor, maar soms denk ik dat ik té veel in mijn hoofd prop.” “Je moet meer leren zoals ik”, zegt Van Dijk. “Na een dag studeren ga ik ’s avonds een biertje doen. Ontspanning als beloning.” Vergauwen, geruststellend: “Jeroen jongen, het komt goed. Je haalt het wel.”
Hogeschoolstudent Van Dijk woont met een aantal studenten van de Universiteit Maastricht in huis. “Wat ik merk is dat unistudenten inhoud hebben, maar veel minder goed zijn in persoonlijk contact. Als ik zie hoe ze bezig zijn met zichzelf – zeker de Duitsers – dan denk ik: ‘Hoe ga je later in een team werken?’” “Die klap komt nog”, zegt Vergauwen die de houding herkent. “Vooral de Duitsers hebben een enorme individuele prestatiedrang.”

“Nog even over die was”, zegt Van Dijk aan het eind tegen Vergauwen die de schaal met gesneden ananas, meloen en vijgen bewondert. “Zal ik volgende week een burgertje voor u regelen in ruil voor een mandje was?”

Dit is een nieuwe wekelijkse serie waarin een hoogleraar aanschuift in een studentenhuis (English version).

 

 

Sjoerd van Dijk * 22 * vierdejaars Hotelschool Maastricht * activiteitencoördinator Tiburon

Tobie van Zwieten * 21 * voor de zomer afgestudeerd aan Maastricht Science Program * secretaris Tiburon

Jeroen van Brakel * 23 * derdejaars geneeskunde * voorzitter Tiburon

Prof. Philip Vergauwen * 48 * hoogleraar management accounting and control, decaan School of Business and Economics * getrouwd met Sigrid, drie dochters Margot, Alice en Emma * woont in Borgloon (België)

Scores (5 sterren is max), gegeven door de gast, hoogleraar Vergauwen:

*Gastvrijheid: 5 sterren

*Kwaliteit eten: 4 sterren “Er moet nog sprake zijn van uitdaging”

*Properheid: 3 sterren “Max op studentenschaal, haha”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)