Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ja, ik was nogal onzichtbaar als rector. So be it”

“Ja, ik was nogal onzichtbaar als rector. So be it” “Ja, ik was nogal onzichtbaar als rector. So be it” “Ja, ik was nogal onzichtbaar als rector. So be it” “Ja, ik was nogal onzichtbaar als rector. So be it”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Prof. Luc Soete draagt vandaag het stokje over

Dat hij de afgelopen jaren nogal onzichtbaar is gebleven vindt hij “geen enkel probleem”. Scheidend rector Luc Soete (65) heeft achter de schermen zijn stempel meer dan genoeg kunnen drukken, zegt hij. “Ik ben verre van ondergesneeuwd.”

Uiterlijk is hij niet veel veranderd, deze vier jaar. Het kruin wat kaler, het postuur iets gevulder, maar verder dezelfde spleetoogjes als hij lacht, dezelfde bevlogenheid als hij over onderwerpen spreekt die hem na aan het hart liggen. En daar zijn er veel van. Van wetenschapsbeleid tot een snelle treinverbinding met Brussel, van de toekomst van het ENCI-terrein tot de toekomst van deze universiteit. Eind 2011 werd hij naar aanleiding van zijn benoeming in Observant omschreven als ‘een getalenteerd econoom, met ruime staat van dienst in het wetenschappelijk onderzoek, al bijna 25 jaar directeur van het gerenommeerde UM-onderzoeksinstituut Merit dat in 2005 werd opgenomen in de United Nations University, zodat Soete nu directeur is van UNU-Merit. En van de Graduate School of Governance want ook die kwam onder zijn vleugels. Daarnaast adviseerde hij regeringen, de Oeso, de Europese Commissie, is hij lid van de KNAW en van de AWT (adviesraad voor wetenschap en technologie) en heeft hij ook nog tijd om zich in de regio te manifesteren, al was het maar door een column in Dagblad De Limburger.’

Met die column is hij toen overigens gestopt, en bij UNU-Merit vertrok hij sowieso. Maar de grote vraag was destijds: waarom wil een man met zo’n profiel rector worden en zich begraven in het universitaire bestuur? Omdat, antwoordde Soete, hij het rectoraat een “intellectuele uitdaging” vond.

Is het dat inderdaad geworden?

“Jazeker. Je probeert lijnen uit te zetten, mensen te overtuigen. Decanen vragen bijvoorbeeld advies over de verdere ontwikkeling van hun faculteit. We hebben als college faculty tours gehouden, dat waren heel interessante discussies. En buiten de UM, in het landelijke rectorencollege, daar praat je over Open Access bijvoorbeeld, de vrije toegang tot onderzoeksresultaten, ook dat is intellectueel uitdagend. Temeer omdat ik me niet opstel als vertegenwoordiger van deze universiteit maar een eigen positie inneem. Martin [Paul, voorzitter college van bestuur] is er voor de UM-lobby, de VSNU is er voor de universitaire lobby, ik hoef niet te lobbyen.”

 

Er lagen meer taken op zijn bord: “Je hebt in een academische instelling nu eenmaal te maken met prima donna’s. Er zijn altijd spanningen tussen individuen, verschillende visies, meestal lossen de decanen dat op maar ook als rector heb je daar een rol. Nee, dat is niet brandjes blussen, het gaat ook over inhoudelijke debatten.” Met de decanen heeft hij een uitstekende relatie, zegt Soete, al was het maar omdat hij als voorzitter van de benoemingsadviescommissies een aantal van hen in het zadel heeft geholpen. “Dat creëert een vertrouwensband, je bent medeverantwoordelijk tenslotte.”

En dat er nu vier vrouwen zijn, vervult hem nog meer met trots: “Nu zij er zitten zal bij benoemingen in hun faculteiten vaker gevraagd worden: is er geen vrouw beschikbaar? Dat werd dus tijd.”

 

Meegevallen

Het rectoraat is hem meegevallen; hij zegt het met overtuiging. “Een bestuurspositie in een grote academische instelling, dat is echt een interessante ervaring.”

Nadelen zijn er ook: je agenda wordt door anderen opgesteld en je vrijheid van opereren is beperkt. Met dat laatste fenomeen kwam hij al aan het begin van zijn termijn onzacht in aanraking. Soete was nog geen twee maanden rector toen begon rond te zingen dat hij ideeën had over een spectaculaire groei van de UM. In Observant legde hij het uit: de UM had de morele plicht om een grotere rol te spelen in een regio die het economisch niet voor de wind ging, en gaat. Groei van vijftienduizend naar vijfentwintig-  of misschien wel dertigduizend studenten zou een economische impuls zonder weerga zijn. Zonder dat dreigde de UM een elitair eiland te worden, waarschuwde hij.

Hij had zijn plannen besproken met college van bestuur en decanen maar er niet overal applaus voor gevonden, liet hij weten. Ook in ruimere kringen van de UM was men verdeeld; er klonken steunbetuigingen zowel als kritiek. De buitenwereld daarentegen leek enthousiast. Zelfs zonder een officiële beleidsnota van de UM nam de gemeente de veronderstelde groeistrategie geestdriftig op in haar eigen toekomstplannen. Daarna werd het stil. Totdat bestuursvoorzitter Martin Paul eind maart 2013 in Dagblad De Limburger pontificaal verklaarde dat deze groeistrategie “geen beleid was, en dat zal het ook niet worden”.

Soete wil, net als toen, weinig over de episode kwijt, maar dat de klap aankwam mag duidelijk zijn. Sinds die tijd, hij geeft het schoorvoetend toe, heeft hij zich wat meer op de achtergrond gehouden. Te veel? Er zijn mensen binnen de UM die dat vinden. Die Soete meer hadden willen zien in de typisch rectorale rol van intellectueel boegbeeld, de man die debatten aanzwengelt, die op de bres staat voor academische waarden die in het gedrang dreigen te komen, de man die zijn visie geeft op alles wat met wetenschap, met onderzoek en onderwijs te maken heeft. Ook Observant moest in de afgelopen jaren ervaren dat de rector, om commentaar gevraagd over zaken die toch echt zijn portefeuille raakten, meermalen doorverwees naar de collegevoorzitter, Martin Paul. Waarom niet zelf het woord genomen over typisch academische kwesties als de Science in Transition-beweging, over cardiologische experimenten met honden, labradors, die onder druk van acties en bedreigingen werden stilgelegd, over de aan de UM onverdiend in opspraak geraakte Leidse em. professor George Maat, forensisch anatoom bij de MH17-ramp? Waarom heeft Soete zich zo laten ondersneeuwen? Herinnert hij zich nog dat hij een keer bij een informeel onderhoud, vlak voor zijn rectoraat, de constatering dat Martin Paul echt wel een ‘baasje’ was, beantwoordde met: “Maar dat ben ik ook!”

Soete herinnert zich dat zeker. En hij reageert feller dan gewoonlijk: “Goed, naar buiten toe was ik misschien geen baasje, maar intern ging het me veel meer om wie hier de discussie wint, wie voor zijn argumenten gehoor vindt. Dat is vaak genoeg het geval geweest. In dat opzicht ben ik verre van ondergesneeuwd, kan ik je verzekeren.”

 

Obama

Vervolgens legt hij uit hoe de bestuurlijke hazen aan deze universiteit lopen. Dat er ‘collegiaal bestuur’ is, dat de afspraak luidt dat de voorzitter degene is die naar buiten treedt met de visie van de UM, en niemand anders dan de voorzitter. “Denk maar aan Obama die zich afvraagt wie hij moet bellen als hij Europa wil spreken. Dat geldt hier ook: wie moet je bellen bij de UM? Martin dus. ” En tja, Martin Paul was als oud-decaan van de FHML ook nog eens bij uitstek deskundig als het over proefdieren ging.

Science in Transition dan? “Heb ik me binnenshuis zeer mee bemoeid, ook binnen de KNAW. Het optreden naar buiten deed Martin.” George Maat, de man die zijn lezing voor Maastrichtse studenten over de identificatie van MH-17 slachtoffers gekaapt zag door de media, een inbreuk op de academische (onderwijs)vrijheid die nooit voluit door de UM is veroordeeld? Soete haalt de schouders op: “Het was een studievereniging die dat organiseerde, daar ging de faculteit over.”

Nee, hij is het gewoon niet eens met de stelling dat een rector vanwege zijn speciale positie als academisch boegbeeld naar buiten moet treden. “Daar komt bij”, zegt hij, “dat we hier met Martin Paul een uitzonderlijke figuur hebben. Hij was decaan (ik ben dat nooit geweest) en heeft in die kringen een brede basis. Hij is - anders dan een aantal voorzitters bij andere instellingen - wetenschapper, ook die discussies kan hij dus aan. Kortom, ik ben het honderd procent eens met de stelling dat men mij niet vaak naar buiten heeft zien treden. Daar heb ik geen probleem mee. So be it.”

 

Islamitisch bankieren

Hij bladert in zijn Moleskine-opschrijfboekje. Hij heeft er destijds een soort programma voor zichzelf in genoteerd, dingen die hij wilde bereiken of op zijn minst aan de orde stellen. Het is een interessant lijstje dat in wisselende mate succes heeft gehad. De mislukte fusie met de Maastricht School of Management ziet hij wel als de grootste gemiste kans, “terwijl de besturen het deze keer, na eerdere pogingen, eens waren. Ik zie het voor beide kanten, de MSM en het post-graduate onderwijs bij de SBE, somber in; overleven wordt moeilijk.”

Ook een master in islamitisch dan wel ‘Triodos’-bankieren is nog niet gerealiseerd. “Dat gaat om andere vormen van vertrouwen in financiële betrekkingen. Bijvoorbeeld: ik verkoop mijn kameel alleen aan jou als je er goed voor zorgt, niet per se voor de hoogste prijs. In het islamitisch bankieren kent men geen rente. In Engeland werkt het overigens al tijden. Nou ja, ik heb er met mensen over gesproken maar het is niet van de grond gekomen.”

Een belangrijk programmapunt van Soete, hij heeft het meermalen benadrukt, betreft de relaties met de stad en de regio. Daar is wel het een en ander gebeurd, in de vorm van de Kennis-As, maar ook in de vorm van projecten om onderwijs en gezondheidszorg in de regio te verbeteren. “De Educatieve Agenda Limburg gaat daar bijvoorbeeld over, dat kinderen van laaggeschoolde ouders in Limburg nauwelijks het hoger onderwijs bereiken. Dan heb je het over autochtonen hè. In mijn rede bij de rectorswisseling zal ik het erover hebben.”

 

Wakker schudden

Op de praktijk rond academische promoties heeft Soete zeker zijn stempel gedrukt. Er worden op zijn initiatief veel meer en veel vaker eredoctoraten uitgereikt dan vroeger, en UM-promovendi zijn tegenwoordig verplicht om een zogenoemde valorisatieparagraaf te schrijven, waarin ze duidelijk maken wat de maatschappij wijzer wordt van hun onderzoek. Soete: “Het gaat vooral over de maatschappelijke impact. Kan dit tot een octrooi leiden, of tot een nieuwe onderzoekslijn? Hopelijk krijgt zo’n stukje media-aandacht en leidt dat misschien tot een kans op meer financiering? Ik snap de critici van dit plan overigens heel goed, mensen als Harald Merckelbach [hoogleraar psychologie en NRC-columnist] die het opnemen voor onderzoek dat niet makkelijk scoort, en het fundamentele onderzoek. Ik ben het daarmee eens, alleen: zo ga je het debat niet winnen. Als je in Europa geld wil krijgen voor onderzoek zul je aan moeten geven wat de verwachte impact ervan is. Mijn idee was hierbij: we moeten de onderzoekers wakker schudden.”

Is hij niet bang voor obligate stukjes, of de zoveelste samenvatting van het onderwerp voor de buitenwereld?

“Het is nog te vroeg om te oordelen of het werkt, ze doen het nu ongeveer twee jaar. Nee, ik heb die paragrafen niet gelezen. Ik weet ook niet of het in deze vrijblijvende vorm - het speelt geen rol in de beoordeling van het proefschrift - verder moet. Dat is een open vraag.”

 

Vicerector

Resteert nog één opvallende erfenis van Soetes bewind als rector: de vicerector onderwijs. Daar wil hij het nog wel even over hebben, want er zijn “idiote dingen” over geroepen, onder meer in dit universiteitsblad, vindt hij. Om te beginnen komt de term niet van hem, hij dacht zelf meer aan een titel als ‘coördinerend decaan’; dat is het niet geworden. Verder bestrijdt Soete met kracht het beeld dat hij geen zin had om zich met het onderwijs te bemoeien en dat thema daarom met liefde over de heg kieperde, op het bord van deze nieuwe functionaris.

“De achtergrond was deze. Bij de faculteit Fasos waren de ‘gele kaarten’ gevallen; de kwaliteit van opleidingen was onder de maat, de financiering kwam in gevaar. Bij Fasos nota bene, dat een manual voor docenten had dat als voorbeeld gold voor de hele UM! Maar het ging alleen over de scripties, wij, Rein [de Wilde, decaan] en ik zijn er stevig in gegaan bij de NVAO, over de rammelende aanpak van de beoordelingscommissies. Toch was er iets aan de hand, dat bleek toen Rein al die scripties is gaan lezen. Hij constateerde dat er inderdaad slechte tussen zaten en dat het probleem bij een aantal docenten lag. Die zijn aangepakt. Maar er moesten herstelplannen komen en toen heeft het college ervoor gekozen om de dean van het University College, Harm Hospers, dat proces te laten begeleiden. Het UCM is ongeveer de best practice aan de UM qua onderwijs. Harm is de faculteit ingegaan en bracht allerlei dingen naar boven die niet klopten. Dingen die ook de decaan niet wist.

Dat zette ons in het college aan het denken. Wat als we straks bij een andere faculteit problemen krijgen met de accreditatie? Kunnen we dat niet vóór zijn? Samen met de decanen is toen besloten om Harm een rol te geven waarin hij gevraagd en ongevraagd de faculteiten door kan lichten. Een soort libero. Daarvoor zijn bevoegdheden van het college en de decanen aan hem doorgegeven, en dat is de functie van vicerector geworden. Hij doet dingen die een rector niet kan doen, wij als college van bestuur kunnen een decaan die niet goed functioneert, alleen maar de laan uitsturen. Harm brengt nu van alles in kaart, zaken die nieuw zijn voor de bestuurders, en hij doet dat fantastisch, alle decanen zijn blij met hem, echt.

“Maar het gaat hier om een persoonlijke positie, niet om iets institutioneels. Het is dus niet zo dat ik mijn opvolgers met een nieuwe functionaris heb opgezadeld waar men niet vanaf kan. Als er andere decanen komen die dit niet zien zitten, of als een nieuwe rector het liever anders wil, of als Harm ermee ophoudt, dan is het afgelopen.”  

 

 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)