Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Niet alleen topstudent, ook doorsneestudent krijgt aandacht

Strategisch Programma 2017-2021

MAASTRICHT. Meer samenwerking over de grenzen van faculteiten, vakgroepen en disciplines heen, en studenten die vanaf dag een kennismaken met onderzoek. Dat zijn de twee meest in het oog springende voornemens uit het deze week gepresenteerde Strategische Programma 2017-2021 van de Universiteit Maastricht.

Niet dat alles nieuw is: ook in het vorige vijfjarenplan (2012-’16) stond interdisciplinariteit al hoog in het vaandel. Dat wordt nu dus sterker aangezet. Maar de nadruk op onderzoek dat verweven wordt met het onderwijs, liefst in langlopende projecten, is wèl nieuw.

Het programma, zo wordt het college van bestuur niet moe te beklemtonen, is deze keer van onderop gegroeid, met zo veel mogelijk inbreng van staf en studenten, onder meer in speciale denktanks. Dat heeft ook geleid tot een nieuwe ‘filosofie’ onder de naam CORE, die staat voor Collaborative, Open, en ResearchEducation, dat laatste inderdaad als één woord te lezen.

Het gaat om ambitieuze plannen die in de komende vijf jaar handen en voeten moeten krijgen. De openheid bijvoorbeeld zou ertoe moeten leiden dat de onderzoeksinfrastructuur van de UM ter beschikking staat aan alle stafleden en studenten; uitkomsten van research zouden vrijelijk beschikbaar zijn voor wie het maar wil.

Voor het eerst worden nu ook bestuurlijke uitgangspunten geformuleerd, waarbij de UM zich afzet tegen de algemene trend van steeds centralere sturing bij universiteiten. In Maastricht geen ‘managementdenken’, klinkt het. Het bestuur stelt zich bescheiden op: decentralisatie is troef, men vertrouwt erop dat zaken ook lager in de organisatie goed geregeld kunnen worden. “We zijn een high-trustorganisatie”, verklaarde collegelid Nick Bos niet lang geleden tegenover de universiteitsraad, “en daarmee nemen we het risico dat er weleens iets mis gaat”.

In de onderwijsparagrafen is eveneens een opvallende nieuwe toon te vinden. Waar niet lang geleden alle aandacht uitging naar ‘top’studenten wordt nu expliciet ruimte gemaakt voor de doorsnee student. En wie dan extra begeleiding nodig heeft, zal die krijgen.

De UM blijft, niet verwonderlijk, streven naar een zo breed mogelijk samengestelde staf- en studentenpopulatie. Diversiteit is, zeker met de komst van de nieuwe rector, tot topprioriteit verheven. Dat betekent uiteraard voortgaande internationalisering en sterk gespreide werving van studenten, zonder percentages te vermelden. Tot voor kort gold het adagium van minimaal 50 procent Nederlandse studenten. Nu heeft men het over een “evenwichtig samengestelde populatie uit de regio, Nederland, Europa en de rest van de wereld”. Wat precies ‘evenwichtig’ is, daar bestaan ongetwijfeld ideeën over. Maar die staan niet in dit Strategisch Programma.

Vermeldenswaard ten slotte is het streven om de maatschappelijke betrokkenheid van studenten te stimuleren. Dat kan via stages, waarvoor meer ruimte moet komen, maar ook door op allerlei terreinen activiteit in de buurten te promoten, eventueel zelfs door er punten in het curriculum voor te geven. Opmerkelijk: jaren nadat de wetenschapswinkel - studenten en staf die wetenschap bereikbaar maakten voor armlastige mensen en organisaties - om bezuinigingsredenen de nek is omgedraaid, lijkt het fenomeen weer terug te komen, nu onder de noemer ‘kenniswinkels’.

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: