Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Mythe: een huisarts ziet vooral snotneuzen en moet complexe gevallen doorverwijzen naar het ziekenhuis

Mythe: een huisarts ziet vooral snotneuzen en moet complexe gevallen doorverwijzen naar het ziekenhuis

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts/ Illustratie Simone Golob

Naar het rijk der fabelen

Het zijn niet alleen studenten geneeskunde die de huisarts vaak zien als een “doorgeefluik”, zegt huisarts en onderzoeker Jochen Cals. Ook tal van patiënten zijn die mening toegedaan.
Hoe anders is de dagelijkse praktijk. “Uit onderzoek blijkt dat wij bijna 95 procent van de klachten zelf afhandelen, ook de complexe gevallen. Slechts het topje van de ijsberg komt bij een specialist terecht: een patiënt bij wie we kanker vermoeden sturen we naar de oncoloog, en degene met een hartinfarct gaat linea recta naar de cardioloog. Die specialist trekt alles uit de kast – testen, scans, bloedonderzoek, foto’s, overleg met collega’s -  om de juiste diagnose te stellen en een passende behandeling te geven. De samenwerking met hen is voor ons superbelangrijk, zij doen zaken die de huisarts niet kan, laat daar geen misverstand over bestaan.”

Maar in het ziekenhuis draait alles om 'disease', de medische aandoening, terwijl het bij de huisarts veel meer gaat over 'disease' én 'illness'. “Ilness verwijst naar hoe de patiënt zijn klachten, ziekte en dagelijkse zorgen beleeft. Het is juist de huisarts die het hele verhaal van ziekte, persoonlijkheid, familie, werk en dagelijks leven in de gaten houdt en daarop de behandeling afstemt.”

Inzicht in het leven van de patiënt krijgt de huisarts mede door de spreekuurcontacten over snotneuzen, ontstoken tenen, jeuk, eczeem en angst. “Meer dan eens lichte aandoeningen, vaak snel te verhelpen. Het contact tijdens dit soort consulten is heel belangrijk. Je leert de patiënt en zijn familie kennen, weet hoe het thuis gaat en op het werk, je ziet of iemand snel ongerust is, of juist zijn klacht bagatelliseert. Dat beeld is belangrijk om de juiste beslissing te nemen. Als de patiënt die luchtig doet over zijn klacht bijvoorbeeld een keer aan je bureau zit omdat hij zich ongerust maakt over de druk op zijn borst, dan weet je dat je extra alert moet zijn. ”

De huisarts moet op basis van relatief weinig informatie - het verhaal van de patiënt en een lichamelijk onderzoek - een beslissing nemen, benadrukt Cals. “Wij moeten omgaan met veel onzekerheden.” Tel daarbij op dat veel van de mensen die hij in zijn wachtkamer treft meerdere chronische klachten heeft. “Multimorbiditeit noemen we dat. Mensen hebben niet alleen een ‘kapotte’ knie, maar ook diabetes, te hoog cholesterol en last van hun hart. Deze complexiteit is het allermoeilijkste: je moet alles op elkaar afstemmen en zorgen dat de oplossing van klacht A niet een negatieve weerslag heeft op klacht B. Een specialist toont aan wat er op zijn vakgebied aan de hand is - nogmaals: dat is heel belangrijk. Onze werelden vullen elkaar volledig aan – maar wij kijken samen met de patiënt naar het geheel en dat is medisch vaak ingewikkelder. Specialisten erkennen dit ook.”

Als laatste: wat is er waar van de veel gehoorde opvatting dat huisartsen van alles een beetje weten? Weinig, aldus Cals. “Wij moeten van al die vakgebieden de tekenen herkennen. Ik hoef MS of darmkanker niet zelf te behandelen, maar er moeten wel bellen gaan rinkelen als ik bepaalde symptomen constateer. Juist in een vroege fase waarin symptomen nog niet heel uitgesproken zijn, is dat heel complex.”

Dit is een serie waarin wetenschappers mythes over hun vakgebied naar het rijk der fabelen verwijzen.

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)