Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Buren in het leven, buren na de dood

Buren in het leven, buren na de dood

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Proefschrift over begraafcultuur

“Mensen vragen vaak: waarom is het daar zo leeg? Het is daar niet leeg, juist heel vol.” Historicus Maurice Heemels wijst op een kaal stuk middenin een vierkant van graven op de begraafplaats ‘Nabij Kapel in ’t Zand’ in Roermond. Hier lagen de vierdeklas graven – drie op elkaar – met alleen een houten kruisje erop dat in de loop van de tijd is vergaan. Een schril contrast met de grote monumenten even verderop in het eersteklasgedeelte.

Heemels schreef er als buitenpromovendus een proefschrift over: ‘Op den akker des doods, waar allen gelijk worden ...’ . Hij onderzocht de Roermondse begraafcultuur tussen 1870-1940. “De hoogtijdagen van de klassemaatschappij.” Van de gelijkheid uit de titel is dan ook weinig te merken. Er was een strikte scheiding tussen rijk en arm, niet alleen op de begraafplaats maar ook in de manier waarop men daar naartoe begeleid werd. “Hoe lang de klokken luidden, hoeveel priesters en misdienaars de mis leidden, hoe de kerk werd aangekleed, of het hoofdaltaar of een zijaltaar werd gebruikt, het tijdstip waarop de mis was, hoeveel kaarsen er werden gebrand, hoeveel er voor iemand zielenrust werd gebeden – daar betaalde je allemaal voor.” Heemels wijst op een prijslijst uit 1938. De duurste begrafenismis kostte f28,30 (inclusief orgel en voorzanger, na 10.30 uur – hoe later hoe chiquer), de goedkoopste f2,75 (alleen een priester, meestal de kapelaan, voor 9.00 uur).

Zelfs bij de indeling van de begraafplaats werd er rekening met de klassen gehouden. Heemels loopt over de brede laan die de eersteklassegraven scheidt. “Hier moesten twee koetsen elkaar kunnen passeren. Die mensen kwamen natuurlijk niet met een kar.” Die mensen, dat waren de adel en notabelen van Roermond, maar ook winkeliers en verrassend genoeg kermisexploitanten. “De stad groeide als winkelstad, waardoor mensen die je oorspronkelijk in de tweede (winkeliers) of zelfs vierde (kermisexploitanten) klassen zou verwachten een eersteklasgraf konden betalen.” De begraafplaats was daarmee een spiegel van de samenleving, zegt Heemels. “Mensen die tijdens hun leven naast elkaar woonden, waren in de dood ook buren. Men zoekt elkaar op: de adel en gegoede burgers liggen bij elkaar, de kermisklanten ook.”

Een tijdelijk kruis

De eersteklasgraven liggen rondom de Bisschoppenkapel, die door architect Pierre Cuypers gemodelleerd is naar de plattegrond van Jeruzalem uit de Apocalyps van Johannes. Hij bedeelde zichzelf een plekje toe ten oosten van de kapel – volgens de Bijbel zou God ten oosten van Jeruzalem beginnen met het tot leven wekken van alle overledenen aan het einde ter tijden. “Hiermee kopieerde men het ad sanctos begraven”, zegt Heemes. Voor het einde van achttiende eeuw, toen mensen nog in de kerk begraven werden, wilde iedereen zo dicht mogelijk bij het altaar liggen waar de relieken van heiligen werden bewaard – ad sanctos.

Rondom de eersteklasgraven en aan de randen van de huurgrafvelden ligt de tweede klas. De graven zijn eenvoudiger en je vindt hier geen grafkelders voor families, maar ze hebben vaak wel een stenen kruis en bleven bestaan zolang de familie het huurrecht betaalde. Die optie hadden de mensen uit de derde en vierde klas, die in de open plekken in het midden werden gelegd, lange tijd niet. “Daar kwam een houten kruisje met je naam op. Ging er de week erna iemand anders dood, dan kwam die er bovenop te liggen en werd het kruisje vervangen. Soms stond het er dus maar heel even.”

Heemels is altijd gefascineerd geweest door begraafplaatsen. “Mijn vader is overleden toen ik vier maanden oud was. Als kind bezocht ik met mijn moeder regelmatig zijn graf. Vooral met Allerzielen als de graven werden schoongemaakt en er overal kaarsen stonden, hing er een soort mystieke sfeer.” Toen hij de mogelijkheid kreeg te promoveren, was het onderwerp snel gekozen. “Waarom ligt de een op plek A en de ander op plek B, dat interesseert mij.”

Kritiek

Het klassensysteem was op veel begraafplaatsen in zwang, maar wat ‘Nabij Kapel in ’t Zand’ – of zoals Roermondenaren het noemen: den aje kirkhaof – een goed studieobject maakt, is dat het lange tijd de enige begraafplaats van Roermond was. “Daarnaast was er een sterke katholieke cultuur waardoor er bijna niemand gecremeerd werd. Iedereen werd hier naartoe gebracht, in de periode die ik heb onderzocht waren er ongeveer 14 duizend begrafenissen.”

In de loop van de tijd komt er steeds meer kritiek op het klassensysteem, dat in de jaren zestig uiteindelijk verdwijnt. “Priesters waren al jaren kritisch over het hele gebeuren. De zogeheten ‘zwarte mis’ met alle rouwaankleding in de kerk was velen van hen een doorn in het oog. Er is een grapje dat verteld werd onder jonge kapelaans. Een man loopt met een doodskist op zijn rug over het Munsterplein in Roermond. “Ej Sjaak, waar ga jij naar toe?” vraagt een voorbijganger. Sjaak antwoordt: “Ik heb een zevende klas begrafenis.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: