Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Mythe: van lijnen word je dik

Mythe: van lijnen word je dik

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts/ Illustratie Simone Golob

Naar het rijk der fabelen

Wie gelooft er nu dat je van lijnen dik wordt? Niemand toch? “Jawel hoor”, zegt Anita Jansen, hoogleraar experimentele klinische psychologie en decaan van de faculteit psychologie en neurowetenschap, “in de internationale pers wordt regelmatig verkondigd dat lijnen aanzet tot overeten en dat het je dus dikker maakt. Maar dat is een denkfout. Wat we zien is dat er een verschil is tussen minder willen eten en het werkelijk doen. Veel lijners willen afvallen maar het lukt hen vaak niet om van allerlei lekkers af te blijven of hun porties te verkleinen.” Jansen noemt ze “zelf gedefinieerde lijners. Ze hebben vaak zelfs een hoger BMI dan niet-lijners. De enige voorspellende factor of een dieet gaat lukken is of je je er aan houdt, compliance.”

Ruim 50 procent van de wereldbevolking is te dik, met een BMI van boven de 25. Mensen met overgewicht voeren vaak een hele lijst van excuses aan voor hun extra kilo’s: het zit in de genen, ze hebben te zware botten of het is de schuld van de buitenwereld die hen te vaak verleidt met zoete en hartige dingen. “Maar ze moeten leren dat ze wél van eten kunnen afblijven.” En dat vergt de juiste begeleiding van een gedragswetenschapper. Het zit hen niet mee, want over het algemeen blijken obese mensen impulsiever. “Op feestjes happen ze hier en daar wat, want het is zo gezellig en morgen is er weer een dag. Ze hebben vaak minder vermogen om zichzelf te remmen.” Maar dat is te leren, blijkt uit experimenten. “Het is mogelijk om mensen in twee sessies van elk dik een uur minder te leren eten. In ons lab laten we proefpersonen aan lekker eten ruiken en een enkel hapje nemen, voor langere tijd. Dat is vaak genoeg om al enigszins verzadigd te raken, minder trek te hebben en dus ook minder te eten. Hoe dat proces precies werkt, waarom je verzadigd raakt van de geur, is nog een raadsel.”

Volgens Jansen wordt 67 procent van het gewicht genetisch bepaald. Maar omdat je vader en opa te veel kilo’s met zich meedragen, hoef jij dat niet als je lot te zien. “We accepteren wel dat depressieve personen in therapie gaan en leren omgaan met hun ‘genetische componenten’, maar obese mensen niet.” Menigeen gaat naar de operatiekamer voor een maagbandje. En zeker, die ingrepen doen vaak hun werk, de weegschaal geeft minder kilo’s aan, “maar het is en blijft externe controle”.
Wat stelt Jansen voor? “Vooropgesteld: in klinieken waar eetstoornissen worden behandeld, wordt vaak al cognitieve gedragstherapie gegeven, maar de ‘behandeling’ van obesitas is nog te vaak gericht op adviezen, om lifestyle te veranderen. Het moet juist gaan om gedragsverandering, bijvoorbeeld het kunnen weerstaan van verleidingen.” Ze noemt als voorbeeld het verminderen van cue-reactiviteit: herhaalde blootstelling aan voedsel zonder te eten zorgt ervoor dat eetlust uitdooft. “We hebben ooit twee groepen vergeleken: succesvolle en niet-succesvolle afvallers. Wat bleek? De onsuccesvolle afvallers maakten veel speeksel aan bij het zien van lekker eten, bij de ‘succesvollen’ werd juist minder speeksel aangemaakt. We vermoeden dat zij hun lichamelijke reactiviteit op cognitieve wijze hebben afgeleerd.” 

Jansen en haar collega’s, ook wel de eetgroep van de Universiteit Maastricht genoemd, werken nauw samen met ggz-instelling Virenze Riagg. Zo proberen ze ook in de kliniek effectieve technieken toe te passen. Ook hebben de eetonderzoekers een aantal e-Books ontwikkeld om obesitasbehandelingen te bevorderen in de gezondheidszorg. De cognitieve gedragstherapieën zijn bedoeld voor de professionele staf, het zijn geen zelfhulpboeken, onderstreept ze.
Obesitas staat niet beschreven in de DSM, het handboek voor psychische stoornissen, waardoor obese mensen niet voor behandeling in de geestelijke gezondheidszorg in aanmerking komen. “Dat kan alleen als er sprake is van een eetstoornis.” Jansen is er voorstander van om obesitas – “alleen als het mensen zijn die er problemen mee hebben en hulp zoeken “ – als een gedragsstoornis in de ggz te behandelen.

Dit is een serie waarin wetenschappers mythes over hun vakgebied naar het rijk der fabelen verwijzen

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: