Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Nee, geen achternaam, ik wil graag eerlijk zijn”

“Nee, geen achternaam, ik wil graag eerlijk zijn”

Photographer:Fotograaf: ThinkStock

Dispuutsleden over hun alcoholgebruik

MAASTRICHT. Dat veel studenten bepaald niet in het glas spugen is geen nieuws. Dat zij volgens het jongste onderzoek van het RIVM (Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu) door hun alcoholgebruik jaarlijks voor ongeveer 47 miljoen euro aan studievertraging oplopen wel. Hoe zit het eigenlijk met de Maastrichtse studenten? Observant deed een rondgang langs de kroegen op de traditionele dispuutsavond (woensdag) en ondervond dat er anno 2016 niet zo openlijk, dus met naam en toenaam, over gesproken wordt.

22.45 uur: Bij Café FM heeft Onafhankelijk Heerendispuut Silenus bezoek van een damesdispuut. Een van de dames (N., 22 jaar, geneeskundestudente) heeft een flesje wijn op bij het eten en verwacht daar aan het eind van de avond nog acht tot tien biertjes bij op te tellen. “Ik vind mezelf geen zware drinker. Het heeft ook geen invloed op m’n studie. Tot nu toe heb ik alle vakken in één keer gehaald. Natuurlijk, de verhalen van zuipende eeuwige studenten zijn bekend, maar die zijn van vroeger. Toen er nog een ander studiefinancieringssysteem was.” Johannes (“nee, geen achternaam. Ik wil graag eerlijk zijn, maar later ook nog aan een baan komen”), een derdejaars gezondheidswetenschappen van 22, gekleed in een polo van Silenus, komt “gemiddeld twee-en-half keer per week” in de FM. Op zulke avonden drinkt hij vijftien à twintig biertjes, maar, nuanceert hij, “dan ben ik er van negen tot vijf. Er zit wel vertraging aan te komen”, geeft hij toe, “maar het is nog af te wenden.” Of dat door de drinkgelagen komt? “Ik ga na een avondje drinken natuurlijk niet altijd naar colleges maar ik denk niet dat m’n studie daar echt onder lijdt. Daarnaast kost gezelligheid gewoon tijd. Als ik niet zou drinken zou ik die tijd ook kwijt zijn.”

Voor studentencafé De Beurs wordt rond 23.30 uur vrolijk gekletst door drie vriendinnen, allen lid van Onafhankelijk Maastrichts Damesdispuut Les Sacripantes. Eva (23), derdejaars International Business, krijgt net een flesje malibu-safari-cola aangereikt van een dispuutsgenoot. “Ik kom hier elke woensdagavond, en een keer per maand als er thema-avond is.” Ze zegt niet duidelijk hoeveel ze gedronken heeft: “Een halve fles wijn? Oké, misschien een hele? Driekwart? Ik drink niet zoveel bier. Wel altijd wijn van te voren, en soms een wodka-cola tussendoor.” Eva reageert verbaasd op de RIVM-definitie van een ‘zware drinker’ (zie kader). “Wat? Met maar vier glazen op één avond in de week al!?” Vriendin Emma valt haar bij: “Als dát binge drinking is, is iedereen er hier schuldig aan.” Eva heeft drie jaar studievertraging. De drank heeft daar volgens haar niets mee te maken. “Ik heb wel eens een kater. Maar daar moet je je gewoon overheen zetten.” Eva heeft de volgende dag om 11.00 uur een werkcollege. “Dat is helemáál niet vroeg. Nee, ik bedoel dat niet sarcastisch. College om half negen is écht kapot gaan. Ja, ik ben oprecht van plan te aanwezig te zijn morgenochtend. Ik mag geen tutorial meer missen.”

Ondertussen hoort Folkert Schoon van Onafhankelijk Heerendispuut Maastricht Hyperion het gesprek geïnteresseerd aan. De 21-jarige geneeskundestudent nipt aan zijn glaasje gin-spa rood. Hij komt vijf á zes keer per maand bij De Beurs. “Ik heb nu zes biertjes gehad. Tot twaalf uur drink ik meestal mee met de rest. Daarna bepaal ik mijn eigen tempo. Aan het eind van de avond heb ik tussen de tien en twaalf drankjes op. Dat klinkt eigenlijk als best veel nu ik mezelf het zo hoor zeggen. Ik denk niet dat ik dat vanavond red; morgen onderwijs om half negen.” Schoon vindt dat voor studenten een andere standaard geldt wat drinken betreft: “Iedere student weet dat drinken niet goed is, maar we zijn nú nog jong. Als ik straks een fulltime baan heb, kan het niet meer.” Het drinken heeft zijn studie niet beïnvloed, vertelt hij. “Ik heb twee jaar vertraging, maar dat heeft vooral te maken met bewuste keuzes die ik heb gemaakt. Ik ben zanger, pianist en gitarist in een band waarmee ik recent studio-opnames heb gemaakt. Daarnaast heb ik hier een jaar in het kroegbestuur gezeten. Het drinken komt er eerder een beetje bij. Hoe laat ik morgen opsta? Zeven uur. Dat betekent weinig slaap, dus misschien ben ik een beetje moe. De dagen dat ik met bonkende hoofdpijn en misselijkheid naar de uni ging zijn in ieder geval voorbij.” Over het schijnbare taboe op drankgebruik (Schoon is de eerste die met naam en toenaam in de krant durft): “Ik vind het een beetje hypocriet om daar niet open over te zijn. Ik ben geen perfecte student. Dat is niemand. Natuurlijk snap ik dat er momenteel een negatief beeld is rond studenten en hun feestgedrag, maar we leren er ook zoveel nieuwe dingen van. Als je drie jaar alleen maar boven de boeken hangt, loop je cruciale levenservaring mis.”

00.20 uur. In de buurt van café de Boschpoort hebben Isabelle (19, tweedejaars geneeskunde) en Lieke (20, tweedejaars geneeskunde) van Maastrichts Damesdispuut Ex Aequo net een nieuw liedje aan twee A-leden geleerd. “47 miljoen euro aan studievertraging? Dat vind ik wel schokkend, maar toch verbaast het me niet zo”, aldus Isabelle. Lieke: “Ik vind het wel héél veel geld.” Allebei zijn ze broodnuchter (“nee, echt geen druppel”). Dat is met het oog op het onderwijs morgenochtend vroeg. Zes keer per maand zijn ze te vinden in café de Boschpoort. Lieke: “Hoeveel ik op zo’n avond drink? Geen idee. Dat wil ik misschien ook niet weten. Het hangt ervan af of we ook eten met het dispuut. In dat geval gaan er al snel een paar wijntjes in.” Beide dames hebben de definitie van ‘zware drinker’ niet paraat. Isabelle: “Met vier glazen op één dag in de week al? Dan ben ik er een. Blij dat ik mijn achternaam niet heb genoemd.” De ‘zware drinkers’ hebben nog geen studievertraging. Ze missen wel eens een ochtendcollege, maar daar blijft het dan ook bij.

Colin (20, derdejaars geneeskunde), voorzitter van Onafhankelijk Medisch Heerendispuut e Causa Ignota, staat om 00.45 uur voor De Twee Heeren, waar het dispuut elke woensdagavond komt. Hij heeft zes flesjes bier op. “Dat worden er meestal een stuk of twaalf, maar als ik de volgende dag nog iets moet doen is het wat minder.” Op de quizvraag wat een ‘zware drinker’ is: “Iemand die meer dan vijf pils per avond drinkt?” Geconfronteerd met het juiste antwoord: “Ik weet niet precies waar die definitie op gebaseerd is. Ik vind binge drinking best een zwaar label. Als ik zes biertjes over een avond verdeel, heb ik daar geen last van. De afbraaktijd per eenheid ligt rond 1,5 uur. Reken maar uit. Je wordt in ieder geval niet zat. Mijn drinkgedrag heeft mijn studie nooit beïnvloed. Ik heb er ook niet per se colleges door gemist. Als ik niet ga, heb ik dat meestal de dag van te voren al besloten. Als ik ga na een avond drinken, voel ik me wel een beetje moe, maar invloed heeft het niet. Ik heb gelukkig ook nooit iets hoeven herkansen.“

47 miljoen euro

Het RIVM schat dat drankgerelateerde studievertraging bij wo- en hbo-studenten jaarlijks 47 miljoen euro kost. Ongeveer 30 procent van de studenten is volgens gebruikte cijfers een zware drinker (of binge drinker). Een man is een zware drinker als hij één keer per week of vaker 6 glazen alcohol of meer drinkt. Voor vrouwen ligt die grens op vier glazen. Bij ongeveer een vijfde van de studenten die jaarlijks studievertraging oplopen, is alcohol volgens het RIVM de hoofdoorzaak. Universitaire studenten zijn volgens de volgens de schatting goed voor 13.8 miljoen van de genoemde 47 miljoen euro. 

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)