Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Enthousiasme over UM-MOOC; en toch stoppen we ermee

Enthousiasme over UM-MOOC; en toch stoppen we ermee

Photographer:Fotograaf: ThinkStock

MAASTRICHT. Het college van bestuur was enthousiast, afgelopen mei, over de resultaten die met de eerste MOOC van de UM zijn behaald. Maar een vervolg op dit succes komt er niet: het licht ging op rood.

Voor MOOCs, de Massive Open Online Courses die aanvankelijk vooral door Amerikaanse universiteiten werden aangeboden en in een jaar of vijf wereldwijd bijna tot een rage werden, gingen in Maastricht niet meteen de handen op elkaar. Via het internet hoorcolleges volgen; dat past niet in het hier gepraktiseerde probleemgestuurde onderwijs (pgo), was de gedachte. Want dat is niet massaal maar juist kleinschalig, en contact tussen de studenten onderling en met de tutor is essentieel. Maar ja, als de onderwijskundige literatuur aankondigt dat MOOCs wel eens de toekomst van het hoger onderwijs kunnen zijn, als ook de minister van Onderwijs het belang ervan benadrukt en er even later zelfs geld voor vrijmaakt, dan moet je er als UM op zijn minst serieus naar kijken. En dus gingen in 2013/’14 een projectgroep van onderwijskundigen en een uitgebreider projectteam met mensen uit alle hoeken van de UM, aan de slag. Het resultaat was een MOOC die afweek van het gebruikelijke concept, een die namelijk recht deed aan het handelsmerk van de UM, het pgo. Want pgo was niet alleen het onderwerp van de online cursus, het leverde tevens het didactische model waarlangs het onderwijs verliep. Er zouden zich online groepen vormen die aan het werk moesten met pgo-methodiek zoals de zevensprong. Niet alles was recht in de leer: het leveren van tutoren voor al die groepen was een brug te ver.

De cursus ging in het najaar van 2015 in de lucht en was volgens de betrokkenen een groot succes. Zo’n drieduizend mensen van overal ter wereld meldden zich aan, ruim 9 procent maakte hem af, een normaal percentage bij MOOCs waar gemiddeld tussen de 85 en 95 procent tussentijds afhaakt. Bovendien bleek dat de groepsaanpak werkte: 49 van de 109 groepen bleven aan de gang. De reacties van cursisten waren positief, “en”, zegt projectleider Daniëlle Verstegen, “op onderwijskundige congressen werden we geprezen vanwege het vernieuwende karakter van onze MOOC”.

Dat laatste heeft ook binnen de UM gunstige gevolgen, zo valt te lezen in de evaluatie die in mei aan het college van bestuur is voorgelegd en deze maand bij de universiteitsraad ligt. Juist de nadruk op pgo heeft nieuwe inzichten opgeleverd over de vernieuwing daarvan met behulp van digitale technieken. Ook online training van het docentencorps in het kader van de vereiste onderwijskwalificaties (BKO en SKO) valt op deze manier te organiseren. Bovendien is de UM-breed samengestelde MOOC-projectgroep van ruim 30 deelnemers een prima netwerk gebleken om verder te denken over nieuwe vormen van pgo. Het college van bestuur erkent dit en wil het netwerk om die reden intact houden, in samenwerking met Edlab, de instantie die aan de UM onderwijsvernieuwing moet stimuleren. Daar wordt tienduizend euro voor uitgetrokken.

Te duur

Maar dat is dan ook alles wat het college wil. Het voorstel van de organisatoren om de MOOC in verbeterde versie opnieuw aan te bieden werd afgewezen. Hun pleidooi dat deze online cursus een uitgelezen middel is om de UM in de wereld te promoten als pgo-expertisecentrum en in het kielzog daarvan studenten en onderzoekers hier naartoe te lokken, bleek niet overtuigend genoeg. Waarom? Het college geeft twee redenen. De ene is: het is te duur. Rector Rianne Letschert legde het vorige week woensdag uit aan de U-raadscommissie onderzoek en onderwijs. “Men vroeg een ton, en nog eens vijftigduizend jaarlijks voor de continuering in de daarop volgende jaren. Dat vinden we te veel.”

De andere (en door het college als eerste genoemde) reden: de MOOC past niet in de ambities van het Strategisch Programma. Hoezo niet? Zowel projectmanager Daniëlle Verstegen als projectvoorzitter Jeroen van Merrienboer, beiden onderwijskundigen, is nooit duidelijk geworden wat het college daar precies mee bedoelde. Van Merrienboer: “In het Strategisch Programma staat weinig tot niets over het gebruik van technologie in het onderwijs, dat is het enige wat ik kan verzinnen.”

In de U-raadscommissie gaf Letschert wel enige uitleg. Daar zei ze dat MOOCs vanwege het massale karakter sowieso niet in het pgo-profiel van deze instelling passen. Verder wees ze op het ‘Core’-concept uit de nieuwe strategie, dat zich onder meer richt op het samengaan van onderzoek en onderwijs. Letschert: “Dat kost óók geld, en het past beter bij pgo.”

En er is nog iets dat de mogelijke geestdrift doet bekoelen. Letschert merkt bij haar nationale contacten, in de VSNU en het landelijke rectorencollege, dat “de hype rond MOOCs een beetje aan het wegebben is. Voor afstandsonderwijs werkt het, maar face-to-face onderwijs is beter.”

De projectleiders zelf zijn er evenmin voorstander van om bij de UM op grote schaal MOOCs te organiseren, zeggen Verstegen en Van Merrienboer. Maar het gaat ze om iets anders. Verstegen: “Deze MOOC over pgo was juist bijzonder omdat daarin volgens pgo-principes werd gewerkt, dus in kleine groepen aan ‘problemen’, maar dan toevallig met veel groepen tegelijk. Dat ‘massale karakter’ waar de rector over spreekt, vind ik daarom niet zo van toepassing.” Ze vervolgt: “Het college van bestuur lijkt helemaal voorbij te gaan aan de mogelijkheden van online learning; open en gesloten en mengvormen daarvan. Dat vind ik wel een gemiste kans.”

Bussemaker

En het financiële aspect? Daar zijn ook nog wel vragen over te stellen. Minister Bussemaker van Onderwijs heeft begin 2014 een lange brief naar de Tweede Kamer gestuurd over ‘open en online onderwijs’, met de boodschap dat hier een belangrijke vernieuwing van het hoger onderwijs plaatsvindt waarbij Nederland de boot vooral niet mag missen. Om die reden stelde ze een miljoen euro per jaar ter beschikking, mede voor de ontwikkeling van MOOCs. Zou daar het Maastrichtse initiatief niet mee geholpen zijn?

Letschert heeft “geen idee of we daar als UM aanspraak op kunnen maken”. Erg relevant vindt ze het ook niet, want “de onderhoudskosten, vijftigduizend euro, komen jaarlijks terug”.

Maar het financiële argument valt ook van een andere kant te benaderen, zoals student-U-raadslid Chris Sauer vorige week woensdag deed: “Als je door die MOOC een paar Amerikaanse studenten naar Maastricht kunt halen heb je die vijftigduizend er zo uit.” Letschert erkende dat, “maar”, zei ze, “er is nu eenmaal anders besloten”.

Hoe gaat het nu verder? Collegevoorzitter Martin Paul, die voorzitter is van de stuurgroep onderwijs van de VSNU, laat weten dat de UM “de landelijke ontwikkelingen afwacht. De VSNU wil rond MOOCs gezamenlijk optreden.”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)