Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Een maand geleden heb ik besloten me te laten dopen"

“Een maand geleden heb ik besloten me te laten dopen"

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Kaat Swartebroeckx (Bilzen, 18)/ eerstejaars gezondheidswetenschappen/ vrijgezel/ woont in Tongeren

Als de bladeren vallen…Ik houd van gezelligheid, kaarsjes aan. Ik heb geleerd om van kleine dingen te genieten. Een Nederlandse vriendin van achttien heeft een zeldzame, ongeneeslijke ziekte in haar bindweefsel. Haar maag en darmstelsel functioneren slecht. Ze kan al vier jaar niet naar school. ‘Enjoy the little things in life’ wordt vaak geroepen, maar veel mensen nemen het niet ter harte. Mijn vriendin wel. Ze geniet van kleine dingen, het drinken van een kopje thee met haar mama. We appen dagelijks en ik ga regelmatig op bezoek. Ze hoopt iets beter te worden, maar de artsen weten niet meer welke behandeling aan te bieden.
Wat Nederlanders van Belgen kunnen leren: Wat Nederlanders van ons kunnen leren? Dat weet ik eigenlijk niet. Andersom: ik vind dat Belgen wel meer open mogen zijn, toegankelijker en gemakkelijker in de omgang, net als Nederlanders.
Als kind wilde ik prinses worden: Nee, kinderverzorgster, ik wilde een crèche beginnen. Later had ik het idee om voor zieke kinderen te gaan zorgen. Toen ik op mijn dertiende KanjerGuusje van Maria de Greef las, een boek over een kindje met kanker, wist ik: ‘Dit is het’. Ik ging geld inzamelen voor Villa Joep, voor onderzoek naar neuroblastoom (tumor van het zenuwstelsel). Op mijn vijftiende startte ik Dreamcatchers for golden warriors. Ik stuur zelfgemaakte dromenvangers aan jonge kankerpatiëntjes. Een dromenvanger is een ring waar een speciaal geweven web tussen gespannen is en waar kralen, parels en veren in hangen. Ik maak ze in de lievelingskleur van de kinderen. Volgens een Indiaanse legende worden de slechte dromen gevangen in het web en de mooie bewaard in de parel. Ik ben niet bijgelovig, maar het geeft vooral de jongsten een zekere rust. Ik heb er al meer dan duizend op de post gedaan naar meer dan twintig landen.
Favoriete snoepgoed: Ik ben niet zo’n snoeper, maar houd erg van Oreo-koekjes, van die ronde chocoladekoekjes met een zoete witte vulling.
Raar maar waar… Ik ben héél gestructureerd. Ik heb lijstjes op mijn bureau en op mijn smartphone. Ik doe veel dingen tegelijk en er gaat ook altijd van alles rond in mijn hoofd. Ik moet zorgen dat het doenlijk blijft, zelf grenzen en prioriteiten stellen. Als ik de vraag krijg om een stand in te richten met dromenvangers ter ondersteuning en bekendmaking van mijn project, moet ik mezelf echt afvragen – hoe leuk ik het ook vind: ‘Is het de tijd waard?’ Ik vind het lastig om mijn tijd te verdelen, soms moet ik mensen teleurstellen.
Grote liefde: Voor kinderen. Ik wil later graag een gezin en vind het belangrijk dat mijn toekomstige man dezelfde waarden heeft. Ik ben niet het type dat graag experimenteert. Hij moet de ware zijn. Ik ben niet zo actief in het Maastrichtse studentenleven, daar zal ik hem vermoedelijk niet tegenkomen.
Boek op mijn nachtkastje: Warrior Chicks van Holly Wagner. Ik reis iedere dag van Tongeren naar Maastricht met de trein, en mocht ik een vrij moment vinden, dan lees ik. Het boek is een cadeau van een vriendin, de vrouw van de leider van onze christelijke gemeente. Het boek gaat over het strijden in moeilijke momenten, het feit dat je er nooit alleen voor zal staan als je God in je hart hebt.
Waar schaam je je voor? Poeh, nu niet meer voor zoveel. Vroeger was ik verlegen, durfde ik niet tegen iemand te praten. Nu is dat anders. Als ik praat over mijn passie stop ik niet meer. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over.
Na de dood is er niets. Nee! Ik ben er meer van overtuigd dat er een hemel is. In de Bijbel kunnen we lezen dat er een plekje is voor allen die geloven: ‘Pijn, lijden en tranen zullen er niet zijn. De muren zijn van Jasper en goud zo puur als glas. De gebouwen zijn bekleed met kostbare stenen. De straten zijn van goud (…)’ Mijn ouders zijn gelovig, maar ik ben niet gedoopt, we gingen ook niet naar de kerk. Mijn ouders vonden dat ik die keuze zelf moest maken. Een maand geleden heb ik besloten me te laten dopen. Ik zie mijn project als een missie, als mijn hoger doel op aarde. Het is een manier om bij mensen te geraken. Ik kan ze steunen en een stukje rust brengen. De kracht komt uit God, die werkt door mij.
Sporten is niet aan mij besteed. Vroeger heb ik paard gereden en viool gespeeld. Maar met beide ben ik gestopt rond mijn vijftiende. Ik kon het niet meer combineren met mijn project. Sinds kort heb ik de viool weer opgepakt, ik moet er even inkomen. Samen met een vriendin, Lydia, die piano speelt, treed ik op tijdens de zondagse vieringen in de kerk.
Op vakantie naar: Nog geen plannen, maar ik ben van de zomer naar Korfoe geweest met Lydia. Ik wil graag andere culturen leren kennen, Afrika bijvoorbeeld. In Amerika heb ik meer dan vijfhonderd kinderen een dromenvanger gestuurd, daar zou ik nog wel eens naartoe willen.
Over vijf jaar: Ik ben gezondheidswetenschappen gaan studeren, omdat ik het belangrijk vind om me academisch te ontwikkelen, om meer te leren over psychologie, gezondheid en management, maar ik weet al precies wat ik ga doen: een kinderhospice opzetten in België. Zieke kinderen die niet meer lang te leven hebben, mogen sterven in het ziekenhuis of thuis. Een tussenoplossing is er niet. Veel ouders hebben behoefte aan medische zorg voor hun kinderen, maar dan wel in een omgeving met een meer huiselijke sfeer en waar vriendjes of familieleden mogen logeren.
De laatste keer dat ik heb gehuild: Ik huil niet snel. Ik krop gevoelens ook niet op. Natuurlijk vind ik het lastig als een kindje pijn heeft. Vreselijk zelfs, maar ik kan er goed mee omgaan omdat ik weet waar de kindjes nu zijn. Ferre, een jongetje dat op zijn zesde is overleden aan neuroblastoom, was een van de eersten die ik een dromenvanger schonk. Ik had een speciale band met hem. Ik ging regelmatig bij hem langs, thuis en in het ziekenhuis. Dan was hij zó blij, al zat ik maar naast en keken we televisie. Als hij pijn had, zei hij tegen zijn tante: ‘Niet tegen papa en mama zeggen, ze mogen niet verdrietig zijn.’ Ongelooflijk! Op zijn begrafenis kwam ik erachter dat zijn tweede en laatste dromenvanger mee verbrand was. Toen heb ik zeker gehuild.

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)