Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Mijn collega’s probeerden me ook Limburgs te leren: een tas koffie op de taofel”

“Mijn collega’s probeerden me ook Limburgs te leren: een tas koffie op de taofel”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Inburgeraars klaar voor het Staatsexamen

De een is dol op alle uitzonderingen in de Nederlandse taal, de ander spreekt al een paar woordjes Limburgs. In 2015 kwamen Hoseb Assadour (22) en Sally Haj Khalaf Allah (18) vanuit Syrië naar Nederland. Na een taal- en inburgeringscursus bij het UM Talencentrum, doen ze in januari Staatsexamen.

Het ergste moment was toen hij met zijn moeder en zus in de bus van Syrië naar Libanon zat, zegt Hoseb Assadour. Ze hadden net afscheid genomen van hun vader en broertje, die later zouden volgen. “Ik dacht: ik moet sterk zijn. Ik ben een volwassen man, ik moet voor mijn moeder en zus zorgen. Maar ik dacht ook: dit is de laatste keer dat ik Syrië zie.” De reis ging verder via Turkije en Griekenland naar Nederland. Daarna begon het circus opnieuw: Ter Apel, Veenhuizen, Ede/Wageningen, Arnhem en uiteindelijk Maastricht. Het gezin is inmiddels herenigd.

“Je voelt je verantwoordelijk, wordt snel volwassen”, zegt Sally Haj Khalef Allah. Met het gezin vluchtte ze eerst binnen Syrië naar Damascus, maar daar was het ook niet veilig. “Er waren scherpschutters op straat, bombardementen. Mijn ouders moesten naar hun werk, mijn broer en ik moesten naar school, maar elke dag dacht je: misschien komen ze niet terug.” Het gezin vertrok met een boot naar Griekenland. “Relatief veilig, hoe meer je betaalt hoe minder mensen er op de boot zitten.” “En hoe beter de kwaliteit van de boot is”, vult Assadour aan. “Het is een maffia-gebeuren”, zegt Haj Khalaf Allah.

Eenmaal in Nederland begint ook voor haar een zwerftocht die eindigt in Voerendaal. “Toen we op Schiphol aankwamen dacht ik dat de reis voorbij was, maar toen begon het pas. Ik moest wennen aan alle regels. Je moet een nieuw leven opbouwen. Maar in ieder geval zijn we bij elkaar.” Andere familieleden en vrienden wonen nog in Syrië. De zorgen zijn dus niet weg. “Je bent zelf veilig, maar je kunt iedere dag een slecht bericht krijgen.” Assadour herkent het, zijn oma’s wonen nog in Syrië. “Soms ben ik bang dat hier ook iets gebeurt, dat hier ook oorlog komt. Ik hoop dat die angst verdwijnt.”

Assadour studeerde in Aleppo geneeskunde en werkte als vrijwilliger in het ziekenhuis. “Voor de oorlog was mijn leven supermooi. Ik ging met mijn vrienden naar het zwembad en de kroeg en werkte aan mijn ambitie om cardioloog te worden. Ik woonde in het zuidelijke ‘chique’ deel van Aleppo. Daar was het relatief veilig. Het werd maar twee keer in de week gebombardeerd in plaats van dagelijks. Ik wilde er blijven wonen, ook al viel de elektriciteit vaak uit en zaten we een keer negen dagen zonder schoon drinkwater. Daar lagen mijn hart en dromen. Maar ik werd iedere dag met vreselijke dingen geconfronteerd. Doden, zware gewonden. Soms roken de straten naar bloed.”

Ook Haj Khalaf Allah mist haar oude leven. In Nederland voelde ze zich eenzaam. Daarom begon ze meteen de taal te leren. “Eerst via internet; het duurde lang voordat ik aan een echte cursus mocht beginnen. Ik koos voor het Talencentrum omdat het tempo hier hoog ligt. Het maakte me niet uit dat ik veel thuis moest doen, ik wilde de taal zo snel mogelijk leren.” Assadour begon ook met zelfstudie. “De belemmeringen om te integreren verdwijnen zodra je besluit de taal te leren. Dan praat je met mensen, leer je de gewoontes kennen en kun je die beter accepteren. Bijvoorbeeld dat er hier als het feest is op straat wordt gedronken. Of dat Nederlanders bij alles ‘lekker’ zeggen, ook als dat nergens op slaat. ‘Lekker, zon’, hoezo?”

Haj Khalef Allah moest wennen aan het tolerante klimaat. “Homoseksualiteit bijvoorbeeld, dat is hier normaal.” Assadour: “Onze buurman is homo. In het begin vond ik dat raar, ik had vooroordelen. Op een dag troostte hij mijn moeder, die moest huilen omdat mijn oma in Syrië niet te bereiken was. Hij was zo aardig. Dat had ik niet verwacht. Door met hem te praten, ben ik van gedachten veranderd.” “Het valt me op hoeveel respect mensen hier voor elkaar hebben”, zegt Haj Khalef Allah. “Dat vind ik mooi, net als hoe geduldig mensen meestal zijn.”

Beiden zijn de Nederlandse taal steeds meer gaan waarderen. Haj Khalef Allah: “Vroeger vond ik Engels mooier, nu niet meer. Nederlands is makkelijker. Bij veel woorden en termen heb ik het gevoel dat ik het al eerder heb gehoord, al is dat niet zo.” Assadour: “Ik ben dol op uitzonderingen! Op de nuances in een taal. Soms iets te, dan vinden anderen mij te fanatiek. Het is mooi dat je iedere dag iets bij leert, dat is een vast deel van mijn leven geworden.” Beiden spreken de taal inmiddels vloeiend en helpen ook andere vluchtelingen. Haj Khalef Allah is tolk bij Vluchtelingenwerk en Assadour begeleidt en tolkt voor nieuwkomers bij het AHMW (Ambulante Hulp Maatschappelijk Werk).

Wonen in Zuid-Limburg waar een groot deel van de plaatselijke bevolking dialect spreekt, zorgt soms voor verwarring. “De kassière van de Lidl vroeg eens aan mij of ik een tuutje wilde. Ik verstond toetje en dacht: Hè, ik heb toch al vla?”, lacht Assadour. Haj Khalef Allah deed een tijdje vrijwilligerswerk in een zorgcentrum. “Op de bejaardenafdeling werd alleen maar Limburgs gepraat. Mijn collega’s probeerden het mij ook te leren: een tas koffie op de taofel.”

Als ze slagen voor het Staatsexamen in januari ( Assadour: “Ik vind het zo spannend, niet normaal”), kunnen ze in september met een hbo-opleiding beginnen. “Syrische vwo-diploma’s zijn hier havo-diploma’s”, vertelt Assadour, die denkt aan mondzorgkunde. Ook Haj Khalef Allah wil de medische hoek in, maar ze wil niet al te ver vooruit kijken. “Ik denk niet te veel aan de toekomst, je weet niet wat er gaat gebeuren. Ik had ook nooit verwacht dat ik mijn land zou verlaten en naar Nederland zou vluchten. Ik heb te eten, een veilige plek om te slapen en mijn familie is bij me. Dat is genoeg. Ik leef in het moment.”

Of ze ooit terug naar Syrië wil, daar is ze ook niet zeker van, al denkt ze van niet. Assadour is uitgesprokener. “Je herkent het daar niet meer. De straten uit je jeugd waar je speelde met je vrienden: allemaal weg. Je bouwt hier een leven op, volgt een opleiding, vindt werk, sticht een gezin. Ik woon nu hier.”

UM Talencentrum

Sinds februari biedt het UM Talencentrum een inburgerings-Nederlands cursus aan. Er zijn 58 deelnemers, de eerste vijf – onder wie Hoseb Assadour en Sally Haj Khalef Allah – doen in januari Staatsexamen.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

2019-05-28: Antoine
Een tas koffie komt van oorsprong uit het Arabisch. Een tas koffie wordt in de Zuidelijke Nederlanden gebruikt, Brabant, Limburg, Vlaanderen en is overgenomen uit het Frans, une tasse de café. De duitsers hebben eine Tasse Kaffee ook uit het Frans overgenomen. En kijk je verder in Europa, in Luxemburg 'eng taass kaffi' en verder naar het zuiden 'una tassa de café' in het Catalaans, 'una taza de café' in het Spaans, 'una tazza di café' in het Italiaans. Een groot gebied in Europa gaat voor tas, taass, tasse, tassa, tazza of taza i.p.v. de kop of cup.
Het woord 'tas' heeft zijn oorsprong bij het Arabisch ṭāsa, ṭassa wat beker, kopje, kom betekent. Een tazza is in het Arabisch een schotelvormige, ondiepe drinkschaal die op een hoge voet is bevestigd.
En ook het woord koffie is van Arabische herkomst. Ontleend aan het Arabische qahwa. dat in het begin de betekenis ‘wijn’ had. De Arabieren kwamen in de Ethiopische provincie Kaffa in aanraking met koffie. Omdat deze drank ook een opwekkend effect heeft, associeerden zij de drank met wijn en gaven het diezelfde naam.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)