Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“In mijn eerste oratie zei ik dat ik op het werk nog wel af en toe conceptueel kon inzakken, maar thuis niet”

 “In mijn eerste oratie zei ik dat ik op het werk nog wel af en toe conceptueel kon inzakken, maar thuis niet”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Harro van Lente (1962, Amsterdam)/ hoogleraar maatschappijwetenschap en techniek en voorzitter capgroep Technology and Society Studies/ woont in Maastricht/ getrouwd met Saskia, een zoon (20), twee pleegdochters (23 en 27)

Ik ben een nerd want ik studeerde aan de Technische Universiteit Twente. [Grinnikt] Nee, ik ben geen nerd, ik kan me niet verliezen in techniek, ik ben altijd afgeleid door bredere vraagstukken. Ik vond het als scholier lastig te bedenken wat ik wilde. Ik kon alles goed, zowel de talen als de bètavakken. Ik was een serieuze jongen met een gereformeerde inslag, ik wilde iets betekenen voor de wereld en dacht aan werken in de derde wereld. Mijn vrienden kozen hun studies omdat ze het ‘leuk’ vonden, dat kon echt niet, vond ik toen. Ik begon bij technische natuurkunde omdat ik dan bezig zou zijn met de fundamenten van het leven. Later ontdekte ik dat filosofie nog fundamenteler was, dat werd mijn tweede studie. Terugkijkend heb ik uiteindelijk toch gedaan wat ik ‘leuk’ vond, wat paste.
De verhuizing van Utrecht naar Maastricht was een cultuurschok. Ja, maar dat had niets te maken met Limburg of Maastricht. Die stad voelt heel comfortabel, de kwaliteit van leven is hier hoog. Het waren de studenten die me een cultuurschok bezorgden. Ik was in Utrecht gewend aan toekomstige innovatiewetenschappers die de mouwen opstropen en met een ingenieursachtige gerichtheid de maatschappij willen verbeteren. Ze willen meteen aan de slag. Aan mij de taak om ze wegwijs te maken, te verleiden om verder te kijken. Ik schudde aan hun grondvesten. Hier in Maastricht zijn de studenten vaak niet zo bezig met maatschappelijke vraagstukken. De meesten willen mooie boeken lezen, daar valt voor mij wat minder aan te rammelen. Ik moest dan ook mijn repertoire om studenten aan te pakken, aanpassen.
Ik check mijn Facebookpagina iedere dag. Ik zit niet op Facebook en mijn twitteraccount is leeg. Ik vind het raar, dat voortdurend herschikken van je etalage, wat een gedoe.
s Nachts lig ik wakker van … Ik lig niet vaak wakker, maar als het gebeurt, gaat het meestal om mensen van mijn capgroep. We zitten aan de UM in een gezellige en warme omgeving, maar tegelijkertijd is het ook een harde wereld. We moeten zichtbaar zijn, zitten in een ratrace als het gaat om publiceren. Mensen met een tijdelijke aanstelling hebben het zwaar. Ik zou ze meer zekerheid willen bieden. Onzekerheid over de toekomst zorgt er voor dat mensen minder makkelijk out of the box denken en sneller op safe spelen. Ik zie dat ook bij studenten, die zijn erg bezig met de spelregels. Dan zeg ik: stel, dat je alles mocht bedenken om deze vraag te beantwoorden, wat zou je doen? O, mag dat ook, hoor ik dan.
Ik geef het meeste geld uit aan … [Stilte, denkt na] Ik geef niet veel uit. Nou ja, aan ons huis, al zal mijn vrouw zeggen: dat betaal ik toch. [Lacht] Ik ben met een rijke vrouw getrouwd.
Mooiste jeugdherinnering: Op mijn veertiende had ik genoeg geld gespaard voor een racefiets. Het waanzinnige besef dat ik zo’n veertig kilometer verder naar Apeldoorn kon fietsen, vond ik heerlijk. Ik ben veel op pad geweest met mijn fiets en fietstassen, in Europa en Marokko. Het is indrukwekkend om in je uppie van niks naar niks te fietsen. Ik zit nog steeds vaak op mijn racefiets, al hoef ik niet per se snel te gaan. Maar zie ik iemand in de verte, dan wil ik die altijd inhalen. Even jezelf testen, voelen wanneer het echt pijn gaat doen.
Vaders- of moederskindje? Ik kan niet kiezen. Het intellectuele en de drang om de wereld in te trekken heb ik van mijn vader, het stabiele en rustige van mijn moeder. Zij hebben een bijzonder huwelijk, ze zijn heel verschillend, maar gunnen elkaar zo veel. Mijn vader houdt van reizen, mijn moeder niet. Zij zei: ‘Ik kan me er niets bij voorstellen maar ik zie dat het belangrijk voor je is, dus jij gaat reizen.’ Op mijn twaalfde mocht ik (mijn twee zussen later ook) een week met hem op reis. Ik koos voor wandelen met de rugzak in de bergen. Spannend, vier dagen lopen zonder iemand te zien.
Grootste verdriet? Mijn echtscheiding. Ik ben op mijn 24ste getrouwd met het meisje dat ik op mijn 18had leren kennen. Op mijn 27ste gingen we scheiden. Dat was zo’n heftige ontwrichting dat ik er met verbazing op terugkijk. Ik voelde me ontredderd, er was iets kapot gegaan dat niet kapot had moeten gaan. Ik had me tijdens die relatie proberen aan te passen, om maar te zorgen dat het goed ging. Maar wie ben je dan nog? Die enorme crisis heeft me het diepe besef gebracht dat ik het altijd met mezelf moet doen. Dat ik ben wie ik ben, met alles erop en eraan. En dat dat oké is.
Vroeger wilde ik … worden. Zendeling in Afrika, want daar hadden ze nog niet gehoord van Jezus. Of een zendingskomiek die via grappen en grollen de blijde boodschap komt brengen. Ik geloof nu niet meer in een hogere macht die aan de touwtjes trekt. Ik noem mezelf wel religieus of spiritueel. Ik besef dat ik deel ben van iets groters, iets als liefde waar je meer of minder deel aan kunt hebben. Wij zijn in mijn ogen geen afzonderlijke eenheden. Wij zijn allemaal golfjes in de zee. Wij identificeren ons vaak met dat ene golfje zonder te beseffen dat daar een hele zee onder zit. Kinderen zijn een geschenk. Saskia en ik kregen op latere leeftijd een zoon, dat was geweldig, ons gezinnetje van drie was klein en heel harmonieus. Het mocht wel wat groter en met meer reuring, vonden wij. [Grinnikt] Dat is gelukt. We kregen twee pleegdochters die uiteraard al veel mee hadden gemaakt. De grote vraag van pleegkinderen is altijd: hoor ik erbij? De oudste is na een aantal jaren weggegaan. Het was te heftig en te moeilijk, haar vertrek voelde als een nederlaag. Met de jongste hebben we veel contact. Ze is inmiddels moeder, we hebben dus een kleinkindje en dat is ontzettend leuk.
Het geheim van een goed huwelijk? Saskia en ik zijn al bijna 26 jaar samen. Belangrijk is dat je beseft dat die ander geen versie van jezelf is, maar iemand anders. Verder is het van groot belang dat je praat. Ik heb dat meegekregen van mijn ouders. Kwam ik als jongen ’s avonds naar beneden, zaten ze eindeloos te praten. Dat doen wij ook. Wat er zo leuk aan Saskia is? Ze heeft veel energie, is slim en heel scherp waardoor ik ook scherp moet zijn. In mijn eerste oratie zei ik dat ik op het werk nog wel af en toe conceptueel kon inzakken, maar thuis niet. 

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)