Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik ga niet in een kabinet zitten dat de wetenschap in de uitverkoop zet”

“Ik ga niet in een kabinet zitten dat de wetenschap in de uitverkoop zet”

Photographer:Fotograaf: archief Observant

Minister Bussemaker zwaait bijna af

NEDERLAND. Jet Bussemaker wil niet koste wat kost opnieuw minister van Onderwijs worden: “Ik zeg niet direct nee, maar ik sta ook niet te springen.” Ze kijkt tevreden terug op wat ze heeft bereikt en hoopt dat het volgende kabinet haar erfenis niet verkwanselt.

Het zit er bijna op. Al vierenhalf jaar is Jet Bussemaker minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de Partij van de Arbeid. En nu komen de verkiezingen eraan. “Het is wel moeilijk te beseffen, je zit overal nog middenin. Ik dacht dat het rustiger zou worden, maar dat is helemaal niet zo.”

Eigenlijk merkt ze alleen in de Tweede Kamer dat het al bijna 15 maart is. De debatten veranderen van toon. “De Kamerleden zijn intussen campagne aan het voeren met elkaar”, stelt ze vast.

De grote vraag is wat er na de verkiezingen gaat gebeuren met haar beleid. Welke koers kiest haar opvolger? Het gaat dan vooral om het leenstelsel dat ze heeft doorgevoerd, oftewel het ‘studievoorschot’. Nieuwe studenten krijgen geen basisbeurs meer, zodat de overheid honderden miljoenen overhoudt om in het hoger onderwijs te stoppen.

Trots

“Het is de grootste hervorming in de studiefinanciering van de afgelopen dertig jaar”, zegt Bussemaker trots. Vele pogingen voor haar mislukten, zoals bijvoorbeeld de langstudeermaatregel van haar voorganger Halbe Zijlstra. Ze kreeg een telefoontje van Arie Pais, veertig jaar geleden minister van Onderwijs voor de VVD. “Hij had toen al zoiets willen doen, maar het was hem niet gelukt.”

Sommige partijen willen na de verkiezingen de basisbeurs weer invoeren, zoals het CDA en de SP. Daar heeft Bussemaker geen goed woord voor over. “Ik kan me niet voorstellen dat het CDA dat echt gaat doen. Dan moeten alle investeringen weer worden teruggedraaid of de ov-studentenkaart is niet meer veilig. En de SP heeft altijd grote woorden, maar vier jaar geleden wilde die partij zomaar achthonderd miljoen euro op onderwijs bezuinigen. Lijkt me ook geen goed idee.”

 

“Je mag me aanspreken

op gehandicapte studenten”

 

Al met al ziet ze het niet gebeuren. “Ik kan niet in een glazen bol kijken, maar we hebben vier partijen achter ons.” Het studievoorschot komt immers uit de koker van regeringspartijen VVD en PvdA plus oppositiepartijen D66 en GroenLinks. “Minstens twee van die partijen zullen wel in het volgende kabinet terechtkomen.”

Ze sluit haar ogen niet voor de scherpe randjes, bezweert ze. “Je mag me aanspreken op gehandicapte studenten of jongeren waarvan de ouders niet hebben gestudeerd. Er gaan komend jaar weer meer jongeren studeren en dat is positief, maar we blijven in de gaten houden hoe het met deze groepen studenten gaat.”

Nepnieuws

Ze zou willen dat de propagandapraatjes nu ophouden. “De tijd van nepnieuws is echt voorbij. Bij de discussie over het studievoorschot zijn er heel grote woorden gebruikt waar het allemaal toe zou leiden. Ik ben een keer mbo’ers tegengekomen die met SP-jongeren op stap waren. Ze hadden allemaal begrepen dat hun basisbeurs óók zou verdwijnen. Ik dacht: hebben ze het niet goed begrepen of zijn ze bewust misleid?”

 

“Bij de discussie over het studievoorschot

zijn er heel grote woorden gebruikt”

 

Het gaat niet meer om politiek, vindt ze. “Het gaat erom dat we studenten goed voorlichten. En daar valt nog wel iets te verbeteren. We hebben vloggers ingehuurd, advertenties geplaatst, brieven gestuurd, Skype-bijeenkomsten gehouden… Toch blijkt het erg moeilijk om alle jongeren bereiken. Sommigen denken nog altijd dat je vroeger niets hoefde te lenen en nu alles. Toch zonde als ze daardoor niet durven te studeren.”

Dat is het gevaar van de holle retoriek van haar tegenstanders, suggereert de minister. Maar zelf gebruikt ze ook een retorische truc. Ze spreekt altijd over een miljard euro die dankzij het leenstelsel beschikbaar komt, ook al is dat in slechts één jaar het geval, en dan nog alleen als je een onzekere bezuiniging van 200 miljoen euro op de reiskosten van studenten meetelt.

Maar dat vindt Bussemaker iets heel anders. “Ik kies mijn woorden zorgvuldig. Het is een bedrag oplopend tot een miljard euro. We gaan ervan uit dat we die 200 miljoen op de ov-studentenkaart kunnen besparen. Dat hoort er gewoon bij.”

Op het spel

Ze verwacht dus niet dat de basisbeurs een comeback maakt na 15 maart. Wat staat er dan op het spel voor het hoger onderwijs? “De belangrijkste keuze is of je wilt investeren of niet. Gaat de ov-studentenkaart verdwijnen? Komt er toch weer een langstudeerboete? Collegegeldverhogingen heb ik nog niet langs zien komen, maar ik sluit niet uit dat er partijen zijn die dat willen.”

 

“Ik vind het fantastisch als Delftse studenten

iets moois uitvinden, maar…”

 

En niet onbelangrijk: hoe kijken de partijen tegen het hoger onderwijs aan? “Er zijn partijen die een opleiding vooral zien als opstapje naar de arbeidsmarkt. CDA en VVD willen strenger kijken of studies wel opleiden tot werk, en ze willen geld verschuiven naar technische universiteiten, want dat is goed voor de economie. Maar bijvoorbeeld kleine talenstudies moeten we ook beschermen. Ik vind wel dat kleine opleidingen meer moeten samenwerken, want ik kan het niet verkopen als een hoogleraar en twee docenten samen een opleiding met een stuk of drie studenten runnen, terwijl ergens anders de collegezalen uitpuilen. Maar die kleine opleidingen moeten er wel zijn. Denk aan Arabisch. Dat was geen populaire studie, maar nu hebben we mensen nodig die de taal van het Midden-Oosten spreken. Of denk aan de uitbraak van ebola in Afrika: we hebben antropologen nodig die begrijpen hoe je de verspreiding daar kunt tegengaan. Ik vind het fantastisch als studenten van de TU Delft weer iets moois hebben uitgevonden, maar in het hoger onderwijs mag het niet alleen daarom draaien.”

Prestatieafspraken

Wat ook op het spel staat: hoe universiteiten en hogescholen in de toekomst hun financiering krijgen. Moeten ze aan harde kwaliteitseisen voldoen? Verliezen ze geld als ze tekortschieten? Zo ging het de afgelopen jaren met de ‘prestatieafspraken’. Zes hogescholen moesten een deel van hun bekostiging inleveren omdat te weinig studenten hun diploma behaalden. Bussemaker halveerde overigens hun ‘boete’.

Het volgende kabinet zal bepalen hoe het doorgaat. “Misschien kun je beter een bonus in het vooruitzicht stellen dan een malus”, overweegt Bussemaker. “Die prestatieafspraken kwamen niet van mij, hè? Die heeft mijn voorganger gemaakt.” Dat was VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra.

Toch zaten er ook goede kanten aan de prestatieafspraken, verdedigt ze. Ze gingen ook over het ‘profiel’ van de onderwijsinstellingen. “Het zou bijvoorbeeld niet goed zijn als ze zich allemaal op excellente studenten toeleggen. We moeten het belonen als ze een andere keuze maken. Dat moet misschien meer uit henzelf komen: de vorige keer is het systeem wel heel erg van bovenaf opgelegd.”

Opnieuw minister

Wil ze in het volgende kabinet opnieuw minister van Onderwijs worden? “Ik denk dat die kans vrij klein is. Je moet ook realistisch zijn”, zegt ze met een verwijzing naar de peilingen van de PvdA. “Het hangt ook van het regeerakkoord af dat er straks ligt. Ik ga niet in een kabinet zitten dat de wetenschap in de uitverkoop zet en naar het ministerie van Economische Zaken overhevelt.”

Maar zou dat ooit gebeuren als haar eigen partij in de regering komt? “Nee, dat is waar. Maar dan nog sta ik na vier mooie jaren niet te springen, al zeg ik ook niet bij voorbaat nee. Soms heb je gewoon weer nieuwe mensen nodig. Ik ben zeven jaar bewindspersoon geweest en ik ben voor diversiteit.”

 

“Ik ga niet in een kabinet zitten

dat de wetenschap in de uitverkoop zet”

 

Dan gaat ze weer aan het werk. Ze is nog met één belangrijk wetsvoorstel bezig. Tweejarige hbo-opleidingen (associate degrees) moeten een eigen status krijgen in de wet, zodat ze niet langer een slap aftreksel zijn van complete vierjarige opleidingen. Het moet nog lukken, denkt Bussemaker. “Er zijn geen grote meningsverschillen en het is superbelangrijk dat het nu geregeld wordt.” Desnoods gebeurt dat nog na de verkiezingen, tijdens de vorming van het nieuwe kabinet.

Hop, Bas Belleman

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties op Bussemakers ministerschap

Ze blijft nog een paar maanden op haar post, maar het hoger onderwijs en de wetenschap blikken alvast terug: hoe heeft minister Bussemaker het gedaan volgens universiteiten, hogescholen, studenten en wetenschappers?

 

José van Dijck, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

 

“Wat mij betreft is ze een uitstekende minister geweest. Ze reist door het hele land, ze is echt overal geweest, dat is heel belangrijk. Soms denk ik: jeetje, hoe houdt ze het vol? We waren ook samen in Stockholm bij de uitreiking van de Nobelprijs. Dat is leuk, maar ze is er toch maar weer. Heel knap, ik weet hoe druk het is op zo’n positie, het vergt echt wat.

Voor vrouwen in de wetenschap is ze bepalend geweest. Ze wil dat de universiteiten dit jaar honderd extra vrouwelijke hoogleraren aanstellen en dat is heel belangrijk, want er moet echt iets doorbroken worden. Anders blijven we maar tobben met steeds een half procentje meer vrouwelijke hoogleraren. Het gaat om een eeuwenlange achterstelling van vrouwen in de wetenschap.

Wij wilden graag meer geld voor de wetenschap. Dat hebben we niet gekregen, maar ze heeft onze verlangens altijd gesteund, met name op het gebied van fundamentele wetenschap. Ze heeft ons nooit het gevoel gegeven dat we die steun niet verdienen. Als minister moet je laten zien dat je pal staat voor je professionals, of dat nu politieagenten, verplegers over wetenschappers zijn.

Volgens mij is ze een typische sociaaldemocratische minister, niet alleen als het om vrouwenemancipatie gaat. Ze heeft een groot hart voor het mbo, maar ook voor de vrijheid van wetenschap. De discussies met VVD-staatssecretaris Sander Dekker liepen vaak langs politieke lijnen. Dekker is meer op valorisatie en publiek-private samenwerking gericht.

Ze heeft ook altijd achter het proces van de Nationale Wetenschapsagenda gestaan, waarin wetenschappers zelf met vragen van bedrijfsleven en samenleving aan de slag gingen en tot allemaal thema’s en aandachtsgebieden kwamen. We hebben samen met haar de strategie bedacht dat we het aanvankelijk niet over het geld zouden hebben, maar over de inhoud. Maar het is altijd de bedoeling geweest dat we er ook extra geld voor zouden krijgen. We hopen dat het volgende kabinet een injectie geeft.”

 

Jarmo Berkhout, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond

“Is het niet een beetje voorbarig om op haar ministerschap terug te kijken? Ze moet waarschijnlijk nog wel een paar maanden, want het zal best lastig worden om een kabinet te vormen.

Ze is erg betrokken bij het onderwijsveld, ze zit er dicht bovenop. Als we iets willen overleggen, dan kan het meestal wel. Maar ze is meer bestuurder dan politicus. Sommige ministers zijn bezig met de politieke kant van de zaak, die willen echt politieke winst boeken. Dat is niet erg haar straatje, zij wil liever goed bestuur leveren.

Of dat een compliment is? Het is tegelijkertijd de smet van de hele regering en zeker van de PvdA-sectie. Bussemaker vergeet dat mensen ook behoefte hebben aan politiek. Het is heel ‘paars’ om te denken dat je er met bestuursrationaliteit wel komt. Je moet niet alleen maar doen wat ‘haalbaar’ is.

Het grootste onderwerp in haar regeerperiode is natuurlijk het nieuwe leenstelsel geweest. Het is behoorlijk paradoxaal dat een sociaaldemocratische minister van onderwijs en emancipatie dingen doet die de toegankelijkheid van het onderwijs schaden. Dat is nauwelijks uit te leggen. Het gaat daarbij niet alleen over aantallen studenten en of de schade meevalt, maar ook over de vraag wat zoiets betekent voor de maatschappij: als je dat uit het oog verliest, verlies je heel veel steun. Ze nam de zorgen over het stelsel ook niet of nauwelijks weg. Het is toch vreemd dat je zoiets invoert en dat de Onderwijsinspectie je dan moet vertellen dat het slecht is voor de toegankelijkheid?

Een ander voorbeeld is natuurlijk de Maagdenhuisbezetting. Toen kreeg ze kritiek van haar eigen partijvoorzitter Hans Spekman. Het was een protest van ontevreden burgers en Bussemaker heeft het steeds gedownplayd. Het is overdreven, zei ze dan, en we nemen al veel maatregelen. Later zei ze in een interview dat het protest helemaal geen invloed heeft gehad op haar beleid. Ze heeft inhoudelijk wel de juiste dingen voor ogen, denk ik, en ze heeft ook veel ervaring in het onderwijs. Maar het is teleurstellend dat ze er op deze manier mee omgaat.”

 

Jan Sinnige, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg

“Ze komt elk jaar bij ons eten, hier op kantoor. Wij koken voor haar een studentenmenu van drie gangen op onze zielige twee pitjes. Dit jaar was het hoofdgerecht een vegetarische risotto. En dan hebben we een open gesprek: ze wil weten wie we zijn, waar we vandaan komen.

Ze is een heel toegankelijke minister, altijd bereid om met studenten in gesprek te gaan. Vinden wij bijvoorbeeld het tekort aan studentenpsychologen een probleem, dan wordt er serieus naar ons geluisterd en gaat ze ermee aan de slag. Dat doet ze echt goed. Politiek gezien is ze erg handig. In het kabinet van VVD en PvdA heeft ze eigenlijk nooit echt onder vuur gelegen.

We vinden haar vaak aan onze zijde, zeker als het over docentkwaliteit gaat. Op een onderwijsfestival zei ze tegen de decanen: ik spreek ook u aan, want u moet de veranderingen in de faculteit doorvoeren. En als ze een prijs mag overhandigen voor de docent van het jaar, dan komt ze graag langs.

Maar het is en blijft de minister die de basisbeurs heeft afgeschaft. Dat is de grootste hervorming in jaren in het hoger onderwijs en wij zijn het er principieel niet mee eens. Ik snap dat dit haar opdracht was, maar het blijft wel aan haar kleven. Zij is degene die de wet heeft geschreven.”

 

Karl Dittrich, voorzitter universiteitenvereniging VSNU

"Namens de universiteiten en mijzelf kan ik zeggen dat ik heel plezierig met haar heb samengewerkt. Ze heeft het goed gedaan in moeilijke omstandigheden, waarbij ze met veel wheelen en dealen meerderheden in de Eerste Kamer moest zoeken.

Ze is een echte sociaaldemocratische minister die gelijke kansen in het onderwijs belangrijk vindt en oog heeft voor de brede betekenis van onderzoek en onderwijs. Bij de vorige kabinetten sloeg de balans te veel door naar economische zaken, onder haar bewind heeft het ministerie van OCW weer mede de agenda bepaald.

Een van de weinige kanttekeningen is de bezetting van het Maagdenhuis. Toen vonden bestuurders dat ze te veel in de wind zijn gezet. Ze voelden zich in de steek gelaten toen ze werden weggezet als minkukels die niet in staat waren te luisteren naar studenten en medewerkers.

Maar dat is eigenlijk het enige. Ze is betrouwbaar, ze weet wat ze wil, ze luistert naar argumenten. Als ze zegt dat ze moeilijkheden ziet, dan is ze altijd heel reëel. Natuurlijk hadden we graag meer investeringen in onderwijs en onderzoek gekregen, maar wij realiseren ons ook dat de hele onderwijssector relatief ontzien is. En de invoering van het leenstelsel was een absolute topprestatie. Zij heeft er ongelooflijk veel energie in gestopt, ze heeft er zo ongeveer met iedereen persoonlijk over gesproken. Geef haar daar de credits voor.”

 

Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen

“Ik had hoge verwachtingen van Jet Bussemaker. Ik ken haar uit de politiek, we zijn samen Kamerlid geweest. Later werd ze rector van de Hogeschool van Amsterdam. Mijn verwachtingen zijn niet allemaal uitgekomen, maar over het algemeen heeft ze het goed gedaan.

Ik kreeg wel het gevoel dat ze bekneld zat in de coalitie met de VVD. Ze moest steeds kijken of haar polsstok wel lang genoeg was. Zij heeft altijd pal gestaan voor het hbo en ze heeft steeds gezegd: kwaliteit gaat boven rendement. Maar toen het erop aankwam, zette ze die houding niet helemaal door. Zes hogescholen kregen een boete omdat ze sommige ‘prestatieafspraken’ niet haalden. Die boete heeft ze weliswaar gehalveerd, maar ik denk dat ze hem liever had kwijtgescholden. Daar was kennelijk geen ruimte voor in de coalitie.

Ze is goed benaderbaar, maar ze kan wel pinnig zijn als ze tegenkracht krijgt. Dan kan het hard tegen hard gaan. Soms moet je ook wel eens functioneel boos zijn, maar ze is professional genoeg om dat te begrijpen. Ze schermt zich ook niet af, als het nodig is kan ik haar rechtstreeks bellen en dat pleit voor haar. Er zijn ministers die alles aan ambtenaren overlaten.

Met het studievoorschot heeft ze een risico genomen. Wij maken ons nog steeds zorgen over de toegankelijkheid, maar als het goed uitpakt heeft ze veel geld veilig weten te stellen voor het hoger onderwijs.

Ik zou haar niet toewensen dat ze weer minister van Onderwijs wordt, want een tweede keer op dezelfde plek bevalt zelden. Dan gaan mensen regeerperiodes met elkaar vergelijken. Els Borst op Volksgezondheid en Gerrit Zalm op Financiën zijn de enige voorbeelden die ik ken waarin het wel goed ging. Of ik zelf minister wil worden als D66 gaat regeren? Je moet nooit terugkeren naar de plek van de misdaad!”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)