Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Dissertatieprijs: Zelfs landkaarten zijn politiek

Dissertatieprijs: Zelfs landkaarten zijn politiek

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

MAASTRICHT. Wie komt er in hemelsnaam op het idee om de manier waarop Israeli’s en Palestijnen kaarten maken van hun gebieden, tot onderwerp van wetenschappelijk onderzoek te maken? En dat in een theoretisch kader te plaatsen dat duidelijk maakt dat de plek waar je staat, met zijn hele historische en politieke context, in hoge mate bepaalt wat je ziet en wat je kunt zien, en dus ook hoe je vervolgens die kaarten tekent? De Amerikaanse Jess Bier kwam op dat idee. En voerde het uit, en won er vervolgens een prijs mee: de UM-dissertatieprijs 2016, onder meer voor extremely original scholarship, zo schrijft de jury.

Bier (36) komt uit een katholieke familie, maar een van haar grootvaders was joods, dus dat er in de familie vaak over Israël gesproken werd, lag voor de hand. Later woonde en studeerde ze in New York, waar niet alleen een grote joodse gemeenschap leeft, maar ook een flink aantal Arabieren, onder wie veel Palestijnen. Contacten met hen boden een ander perspectief op het Israëlisch-Palestijnse conflict. Combineer dat met een ongewone academische achtergrond (wiskunde en geografie), aangevuld met cursussen antropologie, Arabisch, midden-oostenstudies, global economic history en cartografie, en je hebt de vleesgeworden interdisciplinariteit. Waarmee Bier goed uit de voeten kon in Maastricht, bij Science and Technology Studies binnen de Faculty of Arts and Social Sciences (Fasos). Daar schreef ze dus haar proefschrift, en het was ook deze faculteit die haar boek voordroeg voor de dissertatieprijs: dit jaar was het immers weer de beurt aan een binnenstadsfaculteit. 

Dat (gedetailleerde) topografische, maar ook demografische kaarten belangrijk zijn, spreekt vanzelf. Bij elke onderhandeling tussen Israeli’s en Palestijnen - en ook als andere partijen zich ermee bemoeien, mensenrechtenorganisaties bijvoorbeeld, of de Verenigde Naties - komen ze op tafel: waar lopen precies de grenzen, wie woont waar, hoeveel Palestijnen leven er op de Westbank, hoe groot zijn de nederzettingen, hoeveel land heeft Israël onder controle? Bier: “Dan zie je dat de partijen kaarten produceren die op essentiële punten van elkaar afwijken. Dat komt door de manier waarop ze tot stand komen, de segregatie tussen de verschillende groepen. Ik laat in het boek drie kaarten zien van hetzelfde gebied. Op de Israëlische is niets te zien, op de Palestijnse zie je een Israëlische militaire basis, op een VN-kaart zie je een Israëlische stad.”

Maar er is toch Google Earth, Google Maps, er zijn toch satellieten van waaruit de aarde onophoudelijk wordt gefotografeerd? En die dan onweersprekelijke kaarten moeten opleveren? Nee, zegt Bier, want ook die satellietfoto’s zijn niet altijd even duidelijk. Je hebt altijd mensen nodig die op de grond de situatie in ogenschouw nemen en interpreteren. Wat betekent die bobbel daar op de foto? Een bulldozer, of een huis? Bovendien: satellietfoto’s zijn duur. “Een foto van een stukje stad kost al gauw tien- tot twintigduizend euro.” Israël maakt zijn eigen foto’s, voor de Palestijnen is dat niet weggelegd. Bier: “Ze krijgen ze wel van de VS, maar dat zijn dan oude foto’s, van tien of twintig jaar geleden.”

Wat ook meespeelt: Palestijnen krijgen geen toegang tot de Israëlische nederzettingen, omgekeerd kan Israël niet altijd terecht in Palestijns gebied. Verder hebben de Israeli’s de neiging allerlei terreinen tot militair gebied uit te roepen. En dan mogen ze niet op de kaart verschijnen. Bier: “Dan zie je een kaart waarop een stuk land even verderop met copy-paste opnieuw is ingetekend; twee keer hetzelfde stukje omdat het echte gebied militair is en dus geheim.”

De politieke en militaire dominantie van Israël speelt een hoofdrol, zoveel is duidelijk. Toen in de jaren negentig de Palestijnse Autoriteit in het leven werd geroepen, als embryo van een mogelijke staat, had men geen bevolkingsregister, geen archieven, geen kadaster, geen infrastructuur die nodig is om een staat te runnen of zelfs maar zoiets als betrouwbare kaarten te tekenen. Bier: “De Europese Unie en vooral Scandinavische landen boden de helpende hand, leverden cartografen, hielpen met de bouw van databases. Israël was daar kennelijk niet al te blij mee: er zijn militaire acties geweest waarbij de Palestijnse kantoren werden vernield, waarbij zelfs harddisks uit computers zijn meegenomen.”

De politiek werkt direct door in de demografische kaarten. Waar premier Golda Meïr in haar tijd ooit verklaarde dat Palestijnen niet bestonden, niet als volk en niet als staat, uit zich dat in Israëlische kaarten waarop alleen de Israëli’s zijn ingetekend. Maar ze verraden zichzelf, legt Bier uit, “want dan zie je een kaart waarop de Westbank als het ware oplicht; nagenoeg leeg en helemaal wit. Omdat de Palestijnen die daar wonen dus ‘niet bestaan’.”

Jess Bier is tegenwoordig universitair docent in Rotterdam. De dissertatieprijs bestaat uit een beeldje en 3500 euro.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: