Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Nederlandse studenten vinden Maastricht vaak te ver

MAASTRICHT. Afgelopen september kwam slechts 35,5 procent van de studenteninstroom uit eigen land. Nog niet eerder was dat percentage zo laag. En dat terwijl er al een speciale op Nederlanders gerichte wervingsactie liep. Daarom is er een tandje bijgezet.

Al in de eerste helft van 2016 is de onlinecampagne Go the extra mile op poten gezet, met zowel letterlijke als figuurlijke betekenis, want Maastricht ligt nu eenmaal niet naast de deur. En het effect van die campagne? Dat was er wel, maar groot was het nog niet, zegt Meredith Bradt van de afdeling marketing en communicatie. Ze hield onlangs een presentatie voor de strategiecommissie van de universiteitsraad. De naamsbekendheid van de UM is ongeveer gelijk gebleven, het imago is wel enigszins verbeterd. Dat bleek uit een enquête door bureau Markteffect onder vierde-, vijfde- en zesdeklassers van vwo-scholen in de zes provincies in de onderste helft van Nederland. Als de scholieren vrij mogen associëren over het imago van de UM blijkt 57 procent positief, slechts 8 procent negatief en 36 procent neutraal. Opvallend is echter dat door alle drie de groepen dezelfde kenmerken worden genoemd. Dus waar ‘internationaal’ en ‘pgo’ voor de één goed nieuws zijn, vindt de ander ze juist minder aantrekkelijk.

Interessant is ook de landelijke WO-instroommonitor, die ingaat op de redenen waarom studenten voor Maastricht kozen. Bovenaan staat de ‘goede sfeer’, daarna het kleinschalige onderwijs, vervolgens de stad en het studentenleven, op plaats vier het internationale karakter en op vijf de kwaliteit van het onderwijs.

Er blijken overeenkomsten te zijn met hoe Nederlandse studenten überhaupt voor een bepaalde universiteit kiezen: de ‘goede sfeer’ staat voorop, stad en studentenleven komen op twee. Opvallend: een gedeelde derde en vierde plaats voor ‘reistijd’ en onderwijskwaliteit. Vooral die reistijd is een forse drempel voor een stad als Maastricht, in een absolute uithoek van het land immers. Want als studiekiezers wordt gevraagd waarom ze de UM niet eens hebben overwogen, noemt 79 procent precies die reistijd als bezwarende factor. Ook voor hen die nog wel aan de UM dachten is de reistijd een punt: 53 procent vindt die belangrijk.

Wat kunnen beleidsmakers hiermee? Aan de geografische ligging van de universiteit valt weinig te doen. Dus maakt men van de nood een deugd: wie naar Maastricht wil komen krijgt een complimentje, want die is speciaal. Die is bereid iets extra’s te doen. Vandaar die online campagne onder de titel Go the extra mile, waarvan afgelopen najaar een tweede meer “gefinetunede” (Bradt) editie is opgezet. De doelgroep woont in een van de zes provincies in de onderste helft van Nederland.  

Dat is tegen het advies van onderzoeksbureau Markteffect: dat stelde de UM voor om het campagnegebied te verkleinen tot het feitelijke instroomgebied, een straal van circa 120 kilometer rond Maastricht. “Zuid-Holland en Utrecht zouden hiermee komen te vervallen”, schreef het bureau, dat vooral de hoge kosten als reden noemt. Bestuursvoorzitter Martin Paul ziet dat anders: “Het is een goede investering omdat onze programma’s, met hun perspectief op een internationale arbeidsmarkt, voor studenten uit heel Nederland aantrekkelijk zouden moeten zijn.”

Verder moet het ‘merk’ UM steviger verkocht worden, gekoppeld aan het soort studenten dat men hier naartoe wil halen: jongeren met een sterke motivatie, een tikje eigenzinnig.

In de u-raadscommissie wees raadslid Maarten van Wesel er nog eens op dat de UM ook niet zo maar iedereen moet willen binnenhalen. Bestuursvoorzitter Martin Paul beaamde dat: “Ze moeten in ieder geval voor pgo kiezen. Ik ken een zusteruniversiteit in Essex die adverteert met: Essex University may not be for you. Dat is hetzelfde idee.”

Maar hoeveel landgenoten wil de UM aantrekken? Het Strategisch Programma 2017-2021 noemt geen gewenste percentages maar heeft het over een ‘evenwichtig samengestelde’ studentenpopulatie. Paul wil wel een indicatie geven van het beoogde peil: “Ik hoop dat de Nederlandse instroom tussen de 40 en 50 procent komt te liggen.”

Die opgave neemt men ernstig. Sinds september zijn twee medewerkers van marketing & communicatie nagenoeg permanent met de Nederlandse werving aan de slag. En, zegt Bradt, als de aanmeldingen voor de komende open dag in februari een indicatie mogen zijn: die liggen 80 procent hoger dan op hetzelfde moment vorig jaar.

Bij de rechtenfaculteit zijn de zorgen intussen ook niet gering, zo blijkt uit een recent advies van een speciale facultaire werkgroep ‘werving rechtsgeleerdheid’. De opleiding Nederlands recht kende in september een sterke daling van het aantal inschrijvingen: 162, waar het streven is gericht op meer dan 200 eerstejaars. Circa 60 procent komt gewoonlijk uit Limburg, iets minder dan 20 procent uit Noord-Brabant. Maar de Nijmeegse Radboud Universiteit wint terrein ten koste van de Maastrichtse rechtenopleiding. Daarom stelt de werkgroep voor om de aandacht vooral te richten op die gebieden waar de concurrentie aan de winnende hand is: Noord-Limburg en Zuidoost-Brabant. Verder, zo luidt het advies, zou de faculteit ook actiever mogen zijn in gebieden die iets buiten de 100 kilometer cirkel liggen, zoals Roosendaal en Breda in het oosten tot aan het Rijk van Nijmegen. 

 

 

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: