Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Het geheim zit ‘m in het combineren”

“Het geheim zit ‘m in het combineren”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Interview met Michel Dumontier, de vierde universiteitshoogleraar

Hij heeft Stanford verruild voor Maastricht, waar hij als universiteitshoogleraar een instituut voor datawetenschap op poten gaat zetten. Michel Dumontier (1975) is de naam. Maar wie vertrekt nou uit Stanford? En wat gaat er in het nieuwe instituut gebeuren?

Je zou denken dat de UM contact legde met Michel Dumontier omdat deze datawetenschapper precies in het Maastrichtse profiel paste van de nieuw te werven universiteitshoogleraar. Niets van dat alles. Dumontier is door de benoemingsadviescommissie gebeld met de vraag of hij nog suggesties had voor een geschikte kandidaat.

“Wat zou u ervan vinden als ik zelf zou solliciteren”, vroeg hij, toen hij meer zicht kreeg op de ins and outs van de functie.

De naam Dumontier stond in eerste instantie dus niet op het verlanglijstje van de UM. Waarom niet? “Omdat ze er misschien niet van uitgingen dat ik mijn biezen zou pakken in Stanford. Het is ook echt een geweldige plek met een ongelooflijk rijke, academische cultuur. Nobelprijswinnaars geven er aan de lopende band seminars. Er is geen gebrek aan ideeën en discussies. De kwaliteit van veel opleidingen is buitengewoon hoog. Je merkt het ook aan de studenten, die zich eerder gedragen als junior onderzoekers.”

Maar waarom dan in hemelsnaam overstappen naar de UM? Hij schiet in de lach, of beter, in een hoge giechel. “Nou, eigenlijk omdat ik me als datawetenschapper niet op mijn plek voelde in de medische faculteit van Stanford. Ik was een vreemde eend in een bijt van artsen. Zij haalden geld op met het behandelen van patiënten maar ik moest mijn eigen salaris bijeenschrapen via onderzoekssubsidie. Dat is niet ongewoon in de VS en Canada, maar uiteindelijk was ik meer tijd kwijt met aanvragen schrijven dan met onderwijs en onderzoek. Van de baan bij Stanford heb ik nooit spijt gehad, het was een boost voor mijn loopbaan, maar het evenwicht in mijn werk was zoek.”

Vallen en opstaan

Maar goed, zegt hij, je vertrekt niet alleen omdat je ongelukkig bent, maar ook omdat er iets aantrekkelijks lonkt. De UM dus. “Het was liefde op het eerste gezicht. Ik was verrast hoe open en enthousiast iedereen was, hoe zeer iedereen uitzag naar iemand als ik, iemand die met data overweg kan en een community van specialisten op poten kan zetten, die medewerkers van verschillende faculteiten in één instituut kan verenigen. Het probleem is dat wetenschappers met een interdisciplinaire blik zich vaak niet thuis voelen in de traditionele vakgebieden. Daarom wil ik hier een academische omgeving creëren waar onderzoekers van uiteenlopende pluimage vrijelijk met elkaar kunnen samenwerken, en met de rest van de universiteit. Vooralsnog hebben we geen flauw idee waar de Maastrichtse data-experts zitten en wat ze doen. In april bezoek ik de faculteiten om al die expertise in kaart te brengen en medewerkers te polsen. In die tijd presenteer ik ook het businessplan.”

Zijn sporen als wetenschapper heeft hij al verdiend, maar kan hij ook een instituut leiden? “Wetenschappers worden nooit getraind in het werk dat ze moeten doen”, lacht de Canadees. “Als student leer je de beginselen van wetenschap, onderzoek doen, presentaties houden, schrijven, noem maar op. Maar dan krijg je een baan aan een universiteit en moet je ineens lesgeven. Ehm... hoe doe je dat? Ook moet je onderzoeksvoorstellen indienen. Pardon? En vervolgens dien je een onderzoeksgroep te leiden. De loopbaan van veel wetenschappers is een aaneenschakeling van vallen en opstaan. Trial by fire. En precies daar ben ik inmiddels vrij goed in, mede omdat ik gebruik maak van mensen die meer weten dan ik en omdat ik de juiste vragen stel. Ik verheug me op het leiden van het instituut. Ik word er gelukkig van als ik mensen zie slagen. Zo wil ik ook de medewerkers helpen om dingen te bereiken.”

Combineren

Wat Dumontier als wetenschapper ook nooit heeft geleerd: programmeren. Hij is opgeleid als biochemicus, maar toen hij als promovendus met informatica in aanraking kwam was hij verkocht. “Programmeren voelde heel natuurlijk. Het was als een nieuwe taal leren, taaie kost maar heel bevredigend omdat je met behulp van deze taal ineens alle programma’s kon maken die je nodig had. Al zat het geheim in het combineren van data.”

Hij geeft een voorbeeld. Rond 2000, toen het menselijk genoom in kaart werd gebracht, rezen vragen als: hoe werken eiwitten, de machines van de cel, eigenlijk? Hoe communiceren ze met elkaar? Hoe zien ze eruit? “Veel onderzoekers probeerden de  driedimensionale structuur van eiwitten te achterhalen en na te bootsen, ook om erachter te komen hoe ze zich gedroegen. Daarvoor was het zaak om de slappe, oninteressante bestanddelen van eiwitten op te sporen en te negeren. Als PhD in Toronto heb ik toen, op grond van talloze data, een programma geschreven waarmee dat binnen de kortste keren lukte. Bij elk nieuw eiwit wist het programma steeds sneller de floppy bits te traceren en te schrappen. Een expert zou dat misschien ook kunnen maar lang niet zo snel als een computer. Daar zit dan ook de kracht van datawetenschap, in het combineren van karrevrachten aan gegevens. Keer op keer blijkt dat de computer dat beter kan dan de expert die daar al een leven lang onderzoek naar doet.”

Firewall

Hoe het instituut voor datawetenschappen, met de voorlopige naam IDS@UM, er precies uit gaat zien, is nog in nevelen gehuld. Wel wordt het langs nieuwe lijnen georganiseerd, zegt Dumontier, vergelijkbaar met het interfacultaire UM-instituut voor systeembiologie Macsbio. In IDS@UM zullen in ieder geval kennistechnologen, medici, juristen en economen participeren. Het mission statement rust op drie pijlers.

Op de eerste plaats wil de Canadees wetenschappelijke ontdekkingen versnellen. “Wat ik als datawetenschapper kan doen voor onderzoekers is patronen ontdekken in  datasets. Dat is typisch voor datawetenschap. Daarnaast wil ik bestaande bevindingen toegankelijk maken voor wetenschappers. Normaal gesproken formuleren ze een vraagstelling en gaan ze daarna data verzamelen. Mijn punt is: de gegevens zijn er al, alleen weet je het niet waar ze staan. Meestal belanden ze achter een firewall van een tijdschrift. Of op de harde schijf van wetenschappers, die hun data als intellectueel eigendom beschouwen en dus ze niet delen. Doen ze dat wel, open en bloot op een dataplatform, dan kun je al diezelfde resultaten naast elkaar leggen en conclusies trekken. Dit klopt wel en dit niet.  De schaal wordt ineens veel groter waardoor je makkelijker ontdekkingen kunt doen.”

Regio

Op de tweede plaats moet het instituut klinische zorg en ‘wellbeing’ bevorderen. “Dat heb ik ook in Stanford gedaan, waar een schat aan medische onderzoeksgegevens voorhanden was. De vraag is: hoe kunnen we elektronische dossiers gebruiken om patiënten te typeren, te differentiëren en voorspellingen te maken over medicijnen. Zijn deze pillen daadwerkelijk geschikt voor deze patiënt met dit specifieke ziektebeeld en deze voorgeschiedenis? Dat laat je de computer uitzoeken. Het probleem is alleen dat artsen de dossiers gebrekkig bijhouden, dat gegevens over de reacties op  geneesmiddelen ontbreken, net als de voorgeschiedenis en de leefstijl van patiënten. Al die kennis wil ik naar de kliniek brengen. Daaraan moet het instituut bijdragen. Het academisch ziekenhuis overweegt op  dit moment om haar informatiesysteem tegen het licht te houden. De gegevens moeten voor de goede orde niet de zorg dicteren maar wel voor iedereen beschikbaar zijn.”

En stel dat je alle patiëntinformatie aan elkaar koppelt en honderden miljoenen persoonlijke dossiers tot je beschikking hebt. “Dan bepaalt de statistiek welk medicijn het beste is voor welke patiënt. Daar legt de mening van de arts het tegen af. In de praktijk gaat het meestal om een combinatie van expertise en data.”

Tot slot wil Dumontier communities versterken. Lees: de Limburgse regio. “We kunnen data gebruiken om beleidsmakers te informeren. Over armoede, mensenhandel, maar ook: hoe kun je ervoor zorgen dat mensen meer bedrijfjes starten? Voor studenten die belangstelling hebben voor datawetenschap - we gaan in het instituut ook onderwijs verzorgen - is het simpel. Het enige dat je nodig hebt is een laptop, een interessant vraagstuk en data. Zo ontstaan veel bedrijven.”

 

 

 

Zo vader zo zoon

Samen met zijn vrouw Tiffany, internist, heeft Michel Dumontier onlangs een huis gekocht in Wijck. De Canadees voelde zich van meet af aan thuis in Maastricht en zag allerminst op tegen de overstap naar Europa. Reizen is hem met de paplepel ingegoten. Het gezin Dumontier verhuisde om de haverklap wanneer vader - handelaar - een nieuwe standplaats kreeg toegewezen. Zo vader zo zoon, die ook al heeft gewoond in Winnipeg, Woodstock (Ontario), Montreal, Thunder Bay, Toronto, Ottawa, München, Conception (Chili), Cambridge, Palo Alto en nu in Maastricht.

In zijn vrije tijd heeft hij tot nog toe 55 landen bezocht. “Mijn favoriet is IJsland. Prachtig landschap met al die rivieren, vulkanen, gletsjers, noem maar op. Aan de kou ben ik gewend. In het midden van Canada, waar ik ben geboren (in Winnipeg), kan het ’s winters -50 graden worden.”

Om te ontspannen doet hij twee dingen. Hij observeert zijn konijn (“erg zen”) en hij speelt urenlang videospelletjes (“therapeutisch, omdat ik er erg goed in ben”).

Dumontier is de vierde universiteitshoogleraar aan de UM. Eerder zijn benoemd: Peter Peters (nanobiologie), Clemens van Blitterswijk (regeneratieve geneeskunde) en Ron Heeren (moleculaire beeldvorming).

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: