Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Mythe: Internationale organisaties hebben te veel macht

Mythe: Internationale organisaties hebben te veel macht

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Naar het rijk der fabelen

Internationale organisaties als de NAVO en de Verenigde Naties zijn opgericht na de Tweede Wereldoorlog, net als de voorloper van de Europese Unie, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Sommigen vinden dat ze te machtig zijn en dat er te veel geld in wordt gestopt. Maar is dat zo?
Ja, internationale organisaties hebben meer bevoegdheden gekregen en bemoeien zich met zaken waarvoor ze in eerste instantie niet zijn opgericht. En soms maken ze zelfs verkeerde keuzes, zegt Hylke Dijkstra, universitair docent bij politieke wetenschappen aan de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen. “Kijk naar hoe de Europese Unie onder vuur lag tijdens de Brexit campagne: de EU is veel meer geworden dan een interne markt, mensen voorspellen een federatie met een eigen vlag, een eigen leger en een eigen hoofdkwartier. Of neem de onpopulaire beslissingen die zijn genomen tijdens de crisis in Griekenland. Sommigen vonden die bemoeienis erg ver gaan.” En soms maken internationale organisaties, zoals de Veiligheidsraad in 1994 tijdens de genocide in Rwanda, keuzes die hen op veel kritiek komt te staan. “De blauwhelmen werden teruggehaald. Hoe kon je nu als Verenigde Naties de inwoners van Rwanda achterlaten in een explosie van geweld?”

Dijkstra kroop voor zijn onderzoek diep in de burelen van de EU, de NAVO en de VN en publiceerde in 2016 het boek International Organizations and Military Affairs. Hij bekeek op het niveau van de ambtenaren – wat is hun rol, wie neemt de beslissingen, hoe werken departementen binnen het secretariaat van de VN wel of niet samen – waar de ‘macht’ zit.
“Er wordt vaak gezegd dat internationale ambtenaren, of ze nu binnen de EU of het Internationaal Monetair Fonds (IMF) of de Wereldhandelsorganisatie werken, machtsbeluste mannen zijn, vaak hoog intelligent en zeer gespecialiseerd, en dat ze beslissingen nemen waar de gewone burger vraagtekens bij zet.” Een gevoel van onmacht, noemt Dijkstra het. Maar het antwoord is volgens hem een stuk genuanceerder.
“Er zijn binnen die internationale organisaties een hele hoop controlerende mechanismen waardoor ambtenaren verantwoording moeten afleggen. Ze kunnen niet zomaar op eigen houtje beslissingen nemen. Bovendien worden belangrijke taken niet overgedragen aan internationale ambtenaren, die houden lidstaten zelf vast.” Ook via begrotings- en personeelsbeleid houden landen de touwtjes in handen, weet hij. “De Fransen hebben in de NAVO al minstens tien jaar het beleid dat het budget voor de staf niet verder mag groeien dan de inflatie. Er kan dus niet altijd zomaar een ambtenaar bij. En in de VN – op het gebied van vredesoperaties - heeft 85 procent van de ambtenaren een eenjarig contract. Er zitten geen vastgeroeste werknemers.” Een ander voorbeeld: binnen de EU veiligheidsdiensten werken voor minstens 50 procent national officials, dus gedetacheerde ambtenaren die na drie of vier jaar bij de EU weer terugkeren naar het eigen land.”
Kijken we naar de aantallen ambtenaren die bij de NAVO of de Verenigde Naties rondlopen, dan zijn dat er meer dan zestig jaar geleden, maar erg overdreven is dat aantal zeker niet, zegt Dijkstra. “De Europese Commissie heeft minder ambtenaren dan de gemeente Amsterdam. De NAVO heeft er een paar honderd. En met zestien vredesoperaties van de Verenigde Naties houden zich zo’n zeshonderd ambtenaren bezig. Bedenk daarbij wel dat het gaat om ruim 100 duizend soldaten wereldwijd.”

Tot slot: zit er een kern van waarheid in als mensen roepen dat een land, bijvoorbeeld Nederland, beter af is zonder lidmaatschap van al die internationale organisaties? “Natuurlijk kun je zaken unilateraal proberen op te lossen, bijvoorbeeld door een paar honderd Nederlandse soldaten naar Afrika te sturen om er de vrede te handhaven, of door een hoop Joint Strike Fighters aan te schaffen zodat we de Russen in elk geval buiten onze eigen deur kunnen houden. Maar de kosten van dit soort unilaterale opties zijn vrij hoog en wegen niet op tegen de meerwaarde van samenwerking. Zorgen we voor vrede in de Sahelregio in Afrika , dan zorgen we ook voor een beter bestaan voor de inwoners en wellicht op den duur voor minder migratie. Maar omdat de voordelen niet gigantisch groot zijn, pakken we dat als landje niet alleen aan. Samenwerken, zoals ook bij de vredesoperaties van de VN, is daarom veel effectiever. Vaak zijn mensen zich niet bewust van de gevolgen als we niet samenwerken. Bovendien worden de kosten van internationale organisaties hoger geschat dan in werkelijkheid. In werkelijkheid zijn ze vrij laag, dus mensen hoeven zich niet zoveel zorgen te maken.”

Dit is een serie waarin wetenschappers misvattingen op hun vakgebied naar het rijk der fabelen verwijzen

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)