Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik vind het niet erg als mensen een hekel aan me hebben”

“Ik vind het niet erg als mensen een hekel aan me hebben”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Prof. Louis Boon is bijna vertrokken

Het is 10 december 2010 als prof. Louis Boon in de St. Janskerk een lintje krijgt. Hij wordt officier in de Orde van Oranje-Nassau tijdens een speciale farewell ceremony. Zes jaar later, afgelopen december, ontvangt hij ook nog de erepenning van de universiteit. Vanwege, opnieuw, zijn afscheid. En nu is het voorjaar 2017 en is Boon nog altijd niet weg. “Ik ben net Heintje Davids”, grinnikt hij.

Hij zegt het tegen de fotograaf, die het grapje niet snapt. Te jong. Dus hij legt het uit: Heintje Davids was een zangeres uit het variété-genre die ooit afscheid nam en vervolgens in de jaren vijftig en zestig om de haverklap weer op de planken stond met de mededeling dat het nu echt de laatste keer was. Haar naam werd, vooral vanwege dat eeuwige afscheid nemen, een begrip.

Maar nu is het voor hem toch bijna zover, zegt Boon. Vandaar dit afscheidsinterview. Hij is 69, hij blijft nog wat onderwijs geven bij het University College en in Venlo, maar dat zal geleidelijk minder worden. “En dan zal ik, hoe zei de dichter Bloem het ook al weer, langzaam wegzinken in ’t suizen der vergetelheid.”  

Hij werd, bij al die afscheidsceremonieën, de hemel in geprezen. Een “wezenlijke”, nee, een “enorme bijdrage aan de uitbouw van de UM”, aan de ontwikkeling ervan, aan de naamsbekendheid; zo klonk het bij de UM-eremedaille. Een “imposante loopbaan bij de universiteit”, “inspirerend leiderschap”; zo klonk het bij de koninklijke onderscheiding.

Gewoonlijk is Boon niet zo van de lofprijzingen aan zijn adres. Hij voelt zich er ongemakkelijk bij, zeker als het woordje ‘leiderschap’ valt. In een eerder interview in Observant maakte hij er met plezier de kachel mee aan: “Bij die term denk ik aan Benito en Adolf. Ik heb er niets mee.”

En nu? Als hij hoort hoe voormalig collegevoorzitter Jo Ritzen destijds op hem reageerde (“Louis wil dat begrip leiderschap niet horen, maar als er één leider is binnen de UM…”) is hij een stuk milder gestemd. “Misschien had Ritzen daar wel gelijk in.” En die grote complimenteuze woorden? Ook daarvoor is hij wat ontvankelijker geworden. “Tja”, zegt hij, “ik heb inderdaad het nodige voor de instelling gedaan. Er zijn weinig uitbouwinitiatieven geweest waar ik niet bij betrokken was, zei [oud-rector] Gerard Mols een keer, en dat klopt dus wel.”

Het rijtje is inderdaad indrukwekkend. De faculteit psychologie, het University College Maastricht, het Science Program, en het University College Venlo; het is niet overdreven om op zijn minst de vraag te stellen of dat alles er ook zonder Louis Boon was gekomen. Telkens weer was hij de drijvende kracht. “Ik ben hier van het ene project in het andere gerold. Ik weet ook zeker dat ik bij geen enkele andere universiteit in Nederland zo veel had kunnen doen als hier. Vastgeroeste molochs als Amsterdam of Utrecht, daar krijg je niet zulke kansen om iets te veranderen.”

Boon kende ook die instellingen. In Amsterdam studeerde hij sociologie en filosofie aan de gemeentelijke universiteit (later de UvA), hij werkte bij de Vrije Universiteit en vervolgens in Utrecht, bij de subfaculteit psychologie, een onderdeel van de faculteit sociale wetenschappen, “maar het was een chaos in die faculteit, veel strijd, daar had ik geen zin in”. In 1985 verruilde hij Utrecht voor Maastricht.

Wacht: geen zin in strijd? Louis Boon? Wie hem hier heeft leren kennen, zal zich verbazen. Want neem nou de komst van psychologie. Als iets een gevecht was, was het dat wel. Binnen de universiteit, met de zusterfaculteiten, met Den Haag. En op termijn vocht men elkaar ook binnen het faculteitsbestuur de tent uit.

Gesaboteerd

Het is 1990, Boon is decaan bij gezondheidswetenschappen, dat dan nog niet gefuseerd is met geneeskunde tot de huidige FHML. De UM, destijds Rijksuniversiteit Limburg, zoekt naarstig naar mogelijkheden om te groeien (zie ook het hoofdstuk over Boon in het recente jubileumboek van Annemieke Klijn, Het Maastrichts experiment). Maar welke opleidingen komen in aanmerking? Boon zoekt het in de sociale wetenschappen, anderen hebben andere ideeën. Beleidswetenschap alias bestuurskunde was een optie, onderwijskunde ook. Rector Job Cohen staat dat laatste voor; de RL had immers aardig wat onderwijskundigen in huis. Boon: “Dat zag ik dus helemáál niet zitten. Onderwijskunde was zo ongeveer overal net afgeschaft omdat er geen studenten op afkwamen, en dan zouden we het hier gaan opzetten? Goed, het is geprobeerd, het eerste jaar kwamen er vijftien studenten, het tweede jaar nul. En dan bedoel ik ook echt nul komma nul. Nou, toen was het afgelopen.”

Met een brede grijns: “Ik stookte ertegen, heb het gesaboteerd. Cohen was vreselijk kwaad op mij.”

Boon en zijn medestanders wilden niet de zoveelste ‘kunde’ op poten zetten (“we hadden geneeskunde al, bij GW zat het deels ook, je hebt rechten natuurlijk en bij economie kreeg bedrijfskunde de overhand”) maar een echte wetenschappelijke discipline. De bèta-kant van de psychologie: biologisch, neurowetenschappelijk. Maar toen de opleiding eenmaal draaide en de studenten toestroomden, begon het te wringen in het faculteitsbestuur.

Het is 1997, Boon is decaan, de hoogleraren Henk Schmidt, Harald Merckelbach en Jelle Jolles vormen de rest van het bestuur. En ze krijgen ruzie, de drie beklagen zich bij het college van bestuur, Boon moet vertrekken. “Botsende ego’s”, concludeert Klijn. Maar wat schrijft ze vervolgens? Dat Boon, terugkijkend op het conflict, “vindt dat hij zijn val voor 100 procent aan zichzelf te wijten had: hij liet zich te veel door hybris [hoogmoed] leiden bij zijn ondiplomatieke optreden”.

Dus nu, na al die jaren, toch een soort excuses? Terwijl hij in 2006 in een eerder Observant-interview zijn drie medebestuurders nog “vlerken” noemde?

“Excuses?” Boon valt letterlijk bijna van zijn stoel. “Niks te excuses”, buldert hij, “het enige wat ik verkeerd heb gedaan is dat ik de spreuk van Bismarck niet in ere heb gehouden: Man soll siegen, nicht triumphieren! Ik heb ze behandeld als onbetekenende klanten, terwijl ik ze beter tegen elkaar uit had kunnen spelen, of zoete broodjes bakken. Schmidt zou een afstudeerrichting in elkaar zetten, wat niet lukte. Hij kwam wèl altijd twintig of dertig minuten te laat op vergaderingen; ik heb een keer een vergadering zo snel afgehandeld dat ik, toen hij binnenkwam, kon zeggen: ‘En Henk, heb je nog iets voor de rondvraag?’”

Pretoogjes, Boon moet er nog altijd om lachen. Ook om die keer “dat ik Jolles anderhalf uur aan mijn bureau heb laten staan. Met een sinaasappeltje in zijn hand, haha!” En Merckelbach? “Een meeloper, met altijd overal precies de foute opinie over, kijk maar naar zijn NRC-columns.”

Genieten

Ouder, wijzer wellicht, maar niet bepaald milder. Want hij gaat nog even door over zijn collega’s van weleer. Grappige en vooral vileine anekdotes, die we maar niet opschrijven. Boon zei het al in 2006, “op den duur krijg ik met iedereen ruzie.” Omdat hij in termen van loyaliteit denkt, mensen om zich heen verzamelt en met hen bergen verzet, waarna hij onherroepelijk een keer teleurgesteld raakt door wat hij steevast als “verraad” betitelt. “Ik houd te weinig afstand, ik raak persoonlijk gebonden, en als het dan mis gaat, gaat alles mis. Ach, het heeft voor- en nadelen, ik heb er vrede mee.”

Maar er schuilt ook een zekere boosaardigheid in dat weerbarstige karakter: “Nadat ik als decaan was afgezet bleef ik nog een tijdje lid van het faculteitsbestuur, ik deed de planning- en begrotingsportefeuille. Dat waren dus ‘heerlijke’ vergaderingen met die anderen, haha. Ik had daar niet zo’n last van, ik kan zelfs genieten van dat soort dingen. Toen ik decaan bij GW was zat er iemand in het bestuur tegen wie ik een jaar lang niets gezegd heb. Dat moet pijnlijk zijn geweest, haha, maar het heeft ook altijd iets genoeglijks. Echt, ik vind het niet erg als mensen een hekel aan me hebben. En die zijn er genoeg. Ik moet er zelfs niet aan denken dat iedereen je aardig vindt. Dan maak je geen enkele indruk op mensen.”

Onbehouwen

Indruk maakt Boon zeker. Niet alleen door zijn scherpe geest, zijn humor, zijn werkkracht, zijn veelzijdigheid, maar ook door zijn verschijning en gedrag. Hij cultiveert het onbehouwene. Zijn kleding zou uit de kringloopwinkel kunnen komen. Zijn geliefde houding op kantoor: onderuit met de voeten op het bureau, zodat zijn gesprekspartner tegen zijn schoenzolen aankijkt. “Het maakt mensen soms hels”, constateert hij vergenoegd. Middenin een conversatie een BIC-pen van het bureau pakken om daarmee uitgebreid in zijn oor te rommelen; waarom niet? Tegelijkertijd - het is een bekend verhaal - is hij gevoelig, op het sentimentele af. Dat het College, het UCM, zo’n succes werd  kon hem tot tranen roeren. “Tijdens het accreditatieproces kwam op een gegeven moment het oordeel: een ‘excellente opleiding’. Nou, toen hebben Ans Netjes, Anouk en ik op de gang wel een potje staan janken.” (Beleidsmedewerker Netjes, later vertrokken, en Anouk Cuijpers, hoofd ondersteunende staf.) Ook zijn tranen bij het uitzwaaien van de eerste afgestudeerden zijn legendarisch; waar zie je zoiets nog aan een universiteit?

Hoogtepunt

Waar het conflict bij psychologie “het dieptepunt” in zijn UM-carrière was, is het opzetten van het UCM, de even vrije als zware driejarige Liberal Arts-opleiding, het hoogtepunt: “Absoluut het leukste wat ik hier ooit heb gedaan. En vergeet niet, bij psychologie zouden de studenten wel komen, maar zo’n College kan je best verkloten. We zijn een beetje gered door de invoering van het bachelor-masterstelsel, als dat niet was gebeurd weet ik niet of het was gelukt.” En wat ook hielp: er woei een gunstige politieke wind uit Den Haag. Er was geld beschikbaar om initiatieven die de ‘verkokering’ in het onderwijs tegengingen, te steunen.

Maar het echte geheim voor succes, legt hij uit, zit hem in het enthousiasme van de medewerkers. Dat moet tweeledig zijn: ze moeten zin hebben om iets nieuws te beginnen, en ze moeten er ook perspectief voor zichzelf in zien. Het gevoel dat ze er zelf beter van worden. Dan kan bijvoorbeeld een mooie baan zijn, of aantrekkelijk werk. “Bij het UCM kregen docenten weer de mogelijkheid om een eigen verhaal te vertellen; het probleemgestuurde curriculum in de rest van de universiteit is in beginsel centraal aangestuurd en behoorlijk gesloten. Je kunt er weinig eigens in aanbrengen. Hier konden docenten veel meer hun gang gaan, dat heeft ons zeer geholpen.” 

Venlo

Terug naar het begin. Louis Boon kwam in 1985 naar Maastricht. De stad, zegt hij, is sinds die tijd onherkenbaar veranderd. “Op de eerste avond wilde ik om tien uur naar de film. Maar er was helemaal geen film meer na zeven uur. Ik dacht, waar ben ik terecht gekomen? Het was een dorp toen. ‘Wij zijn zielig, iedereen vergeet ons’, die sfeer. Ik had acht jaar niet gerookt maar ben dezelfde avond weer begonnen.”

Het was precies die sfeer die hij wilde oproepen toen studenten in de universiteitsraad kritische vragen stelden over het plan om ook in Venlo weer een College te stichten, afgestemd op het sterke punt van de regio: alles rondom voeding. Want welke student zou er nu naar Venlo willen? Was daar zoiets als een studentenleven denkbaar? Boon reageerde sarcastisch: hoe dachten jullie dat het er in Maastricht uitzag toen de boel hier begon, vroeg hij. Hij vindt het nog steeds: “Venlo is echt een leuke stad, het centrum is leuk, er zijn een hoop kroegen. En wat de staf betreft, ik heb toen ook gezegd dat het voor een goed wetenschappelijk klimaat belangrijk is dat docenten er gaan wonen, nou, er zitten daar al mensen voltijds, dus op den duur zal dat wel gebeuren. En er zijn ook mensen bij die uit de regio zelf komen.”

Zak met geld

Waar kwam het idee überhaupt vandaan? “Na mijn afscheid in 2010 - het was bedoeld als het einde aan mijn bestuurlijke activiteiten - ben ik naar New York gegaan en daar twee jaar gebleven. Toen ik terugkwam dacht ik: nu ben ik 64, ze gaan me geen ingewikkelde vragen meer stellen. Wel dus, [collegevoorzitter] Martin Paul vroeg me voor Venlo. Het idee was al ouder, dat kwam van Jo Ritzen. Die zat een keer in de trein van Nijmegen naar Maastricht en zag een zak met geld in Venlo staan, haha. Want de provincie wilde daar wel in investeren. Alle decanen vonden het onzin, er was geen noodzaak en inderdaad, die was er ook niet. Maar ik vond het een interessant project: een University College realiseren in een volstrekt andere omgeving en zonder universiteit in de buurt. Bij de FHML opperden mensen om het hier in Maastricht te doen, maar daarvoor hadden we nooit toestemming gekregen en ook geen geld.”

Gaat het lukken in Venlo? Vooralsnog trekt het UCV nog niet genoeg studenten. In 2015 waren het er vijftien, vorig jaar zestien (“tja, dat zijn er intussen iets meer geworden, zo’n twintig”) en dat is nog ver van de ooit geplande jaarlijkse instroom van 150. “Ik denk dat ze volgend jaar de veertig wel moeten kunnen halen. Inderdaad, het gaat langzaam. En alles kan nog mis gaan. Zo zonder universiteit is het lastig, het Roosevelt College in Middelburg [dependance van de Universiteit Utrecht] heeft het ook moeilijk. Het is een gevecht bergop. De subsidies stoppen ongeveer in 2025, dan moet het draaien. Venlo was mijn laatste projectje. Ik hoop dat het goed afloopt.”

Duits dialect

Dat alle Colleges die hij opzette volledig Engelstalig zijn (bij psychologie stelde hij het meteen al voor, dat was toen nog een brug te ver) vindt Boon meer dan prima. Sterker, hij vindt dat de hele universiteit gewoon alles in het Engels zou moeten doen. En Boon zou Boon niet zijn als hij er geen schepje bovenop deed. Provocerend: “Ja, want Nederlands, dat is toch gewoon een Duits dialect? Niemand mist het als het verdwijnt. En neem Frans, dat is natuurlijk ook een lachwekkende taal! Kan best weg.” Hij grinnikt: weer een bommetje gelegd.

Een Gupta

Als dit stuk verschijnt zit Boon in New York. Het is het begin van een langere reis naar Memphis in het diepe zuiden, een ‘barbecue reis’ van 3000 mijl. Een wat? Het gaat om barbecue-tentjes die het varkensvlees op een speciale traditionele manier roken, soms wel dertien uur. “Daarna eet ik waarschijnlijk nooit meer vlees.” Maar eerst gaat hij in New York met zijn vrouw Marja op bezoek bij een beroemde tatoeage-kunstenaar, Anil Gupta. “In die wereld is het heel wat als je ‘een Gupta’ op je lijf hebt.” Zijn vrouw zit in die wereld, ze drijft een tattooshop in de Boschstraat. Boon stroopt zijn mouwen op en toont links en rechts twee kunstige vogels op zijn onderarmen, een rotskruiper en een winterkoninkje. “Heel bijzonder, niemand weet hoe hij het doet, kijk hier, de details van die veren.”

Tot slot: wil hij dit verhaal nog lezen voor het in Observant verschijnt? Hij aarzelt. Dan met een grijns: “Ach nee, laat maar zitten. Ik ben er toch niet. En het zal wel weer vol met leugens staan.”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

2017-04-05: Dr Wijnand Raaijmakers
Dat Boon Merckelbach een meeloper noemt is wel grappig. Zelf wenste hij uitsluitend meelopers om zich heen. Absolute loyaliteit naar hem toe was noodzakelijk. Afstand of kritiek kon hij niet velen. Zijn loyale meelopers beloonde hij met voorrechten. Zo wilde hij todo's - tijdelijke onderwijsdocenten- een vaste aanstelling als ud geven. Een aantal medewerkers vond dat onrechtvaardig: de meestal door NWO betaalde AIO's leverden naast hun onderzoek net zo goed een forse bijdrage aan het onderwijs maar stonden na 4 jr gewoon op straat. Boon was laaiend en noemde ons, ondertekenaars, matennaaiers! Dat was tekenend voor zijn mentaliteit. Later was hij ook nog als voorzitter van de leescommissie betrokken bij het laten doorgaan van een ondermaatse promotie van een van zijn loyalisten die daardoor alsnog een vaste aanstelling kreeg. Het proefschrift bevatte slechts één hoofdstuk dat "geaccepteerd was door een tijdschrift"; dat artikel is echter nooit verschenen! Dat riekt naar bedrog en Boon moet daar weet van hebben gehad. Maar ja, loyaliteit moet beloond! Ook dat was tekenend voor zijn mentaliteit. In wetenschap was Boon sowieso niet geïnteresseerd, hij zei me in de begintijd van Psychologie-voordat tijdschriften via internet gelezen konden worden- dat hij nooit in de UB kwam, wat had hij daar te zoeken? Hij las uitsluitend boeken die hij meestal kreeg als present-exemplaar ter recensie in De Volkskrant. Een bedreven machiavellistisch bestuurder was hij maar geen wetenschapper. Hij prijst de vrijheid die de wetenschappers hebben in hun onderwijs aan het UCM, maar ik herinner me zijn starre opvatting dat wij. medewerkers van de FDP, in drie onderwijsperiodes beschikbaar moesten zijn om hetzelfde keuzeonderwijs te geven zodat studenten maximaal konden kiezen; dat dit evident ten koste ging van het onderzoek interesseerde hem niet. Hij gooide direct wrokkig het bijltje erbij neer en liet wijlen Peter Houx de kooltjes uit het vuur halen. Studenten lieten en laten zich misleiden door zijn, vaak ingestudeerde, charismatische optreden maar voor de uitbouw van de faculteit was hij een ramp. Hij floreerde bij conflicten die hij zonodig creëerde. Vooral door zijn toedoen ontstond er de bestuurscrisis waardoor hij afgezet werd als decaan en omdat de interim zijn klus niet klaarde vervolgens Gerjo Kok binnengehaald werd waarmee definitief het karakter van de opleiding veranderde: gezondheidsvoorlichting was absoluut niet de uitbouw van de kleine faculteit waarop we stonden te wachten: zo'n toegepaste vorm van sociale psychologie die niets te maken heeft met het idee van een focus op cognitieve en biologische psychologie. Dat heeft ook het karakter van de FDP definitief veranderd. Alles als consequentie van het optreden van Louis Boon. Ik wens hem veel genoegen met zijn medalje.
2017-04-05: Arie C. Nieuwenhuijzen Kruseman
Leuk interview met Louis Boon die goed is gekarakteriseerd. Toch een correctie. Louis noemt het opzetten van UCM het hoogtepunt van zijn carrière. Hij zegt onder meer: “We zijn een beetje gered door invoering van het bachelor-masterstelsel, als dat niet was gebeurd, weet ik niet of het was gelukt.”
Dan was het zeker niet gelukt, sterker nog, dan waren wij er niet aan begonnen. De oprichting van het UCM was namelijk een reactie op de onbevredigende invoering van BaMa. Ik was toen rector en vond BaMa een goede gelegenheid om te streven naar meer academisering en interdisciplinariteit van de studierichtingen. Ik streefde daartoe onder meer naar synchronisering van de blokperioden tussen faculteiten (gelukt) en minimaal 20 procent keuzeonderwijs, bij voorkeur bij een andere faculteit (niet gelukt). Uiteindelijk is BaMa vooral een cosmetische bezuinigingsoperatie geworden. Om die reden stelde ik het UCM voor, in navolging van Utrecht. Mijn voorstel was daarbij een non residential College, deels als alternatief voor Utrecht, deels ook omdat ik hoopte dat daarmee de College-cultuur zou diffunderen naar andere faculteiten. Als founding father stelde ik Louk de la Rive Box voor. Die was destijds directeur van het ECDPM en toe aan een nieuwe uitdaging. Hij had ruime ervaring met Amerikaanse Liberal Arts Colleges. De faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen (nu Fasos) was tegen, want vond dat zij al veel deden wat ik voorstelde voor het College. Als pleister kregen zij toen European Studies. Toen e.e.a. op gang kwam brak er ruzie uit in de faculteit psychologie en moest Louis aftreden als decaan. Karl Dittrich stelde toen voor om Louis naast Louk te benoemen als founding father. Dat ging aanvankelijk best goed. Louk en Louis vulden elkaar inhoudelijk goed aan. Zij zijn nog samen naar de VS gegaan voor oriëntatie. Louis vond echter dat Louk te weinig concreet was en een te grote ambitie had om kunsten in het programma te verwerken. Dat leidde tot ruzie waarop Louk besloot om de eer aan zichzelf te houden. Dat kon ook, want inmiddels was hem het decanaat van ISS in Den Haag aangeboden. Louis heeft toen de kar verder alleen getrokken en dat heeft hij inderdaad uitstekend gedaan.

Arie C. Nieuwenhuijzen Kruseman, oud-rector UM en emeritushoogleraar Interne Geneeskunde en Endocrinologie
2017-04-05: Bakir Bulic
Geweldig vermakelijk interview met Louis Boon! Observant heeft hem echt goed gevat. Kreeg er de slappe lach van en twee alinea's later zat ik weer met gekromde tenen. Complimenten!

Bakir Bulic, Project Manager, Research Office, Bureau FHML

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)