Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Dumoulin: “Waarom lukt het Epke wel?”

Dumoulin over de topsportregeling van de UM

Niet zo lang geleden studeerde Tom Dumoulin (23) gezondheidswetenschappen, hier in Maastricht. Hij had een van de zeldzame wielrenners met een mastertitel kunnen worden. Maar ja, dan had de universiteit iets meer mee moeten werken, vindt hij. Met een topsportbeleid dat wèl genoeg faciliteiten biedt. “Waarom lukt het Epke in Groningen wel?”

Achter zijn huis, op de parkeerplaats, is Tom Dumoulin net bezig wat spullen uit zijn auto te halen. Een non-descripte middenklasser. 

“Als je voetballer was geweest stond hier vast en zeker een Porsche.”

“Haha, dat vind ik niet zo belangrijk, auto’s. Hij moet rijden, dat is het voor mij wel. Ik stop mijn spaargeld liever in een volgend huis.”

Dumoulin is in de wielrennerij inmiddels wat Mart Smeets “een aardig grote meneer” zou noemen. Afgelopen najaar werd hij gekroond tot Limburgs sportman van het jaar, hij maakte deel uit van de nationale selectie voor het wereldkampioenschap wielrennen in Florence, werd tweede in de Eneco Tour. Een paar weken geleden nog, in de afsluitende tijdrit van de Tirreno-Adriatico, werd hij vijfde. En hij reed in 2013 zijn eerste Tour de France, volgens de wielerpers een “sterk optreden”. Nou ja, hij is geneigd dat te relativeren, “ik ben veertigste in het eindklassement geworden, dat telt nog niet echt”, vindt hij.

Op school, het Bonnefanten College in Maastricht, (vwo, gymnasium bèta, “dat is atheneum met Latijn”), fietste hij al veel. “Vanaf mijn vijftiende. Ik vond het leuk, maar het was niet met de bedoeling om prof te worden.”

‘Leuk’ wordt meer dan leuk als je talent blijkt te hebben: op zijn achttiende trad hij toe tot de ‘beloften’, de categorie van 18 tot 23 jaar.

Toen werd het echt serieus. Ging hij van wielrennen zijn beroep maken? Nee, althans, hij had andere plannen. “Op school, zo met zeventien, achttien jaar, wilde ik arts worden.“ Een wereld die hem niet geheel vreemd was, zijn vader is hoofd van het IVF-laboratorium bij het MUMC+. Hij meldde zich aan maar werd uitgeloot. En koos vervolgens voor gezondheidswetenschappen, met de bedoeling om zich te specialiseren in de bewegingswetenschappen. In september 2009 begon hij aan de UM. Maar het fietsen gaf hij niet op, want waarom zou het niet te combineren zijn? “Dan had ik altijd iets om op terug te vallen als het met fietsen niet meer ging. Ik hoefde ook niet per se prof te worden, er hing voor mij minder van af dan voor iemand als Lieuwe Westra. Die was stratenmaker, die wilde heel graag wielrenner worden. Voor mij gold: als het niet lukt is het geen ramp. Maar ik wilde er alles aan doen om die twee dingen te combineren.

“Bij de UM ben ik gewoon aan de slag gegaan, dat er iets als een topsportregeling was, wist ik niet en bovendien, ik trainde wel hard maar ik was nog niet op het niveau dat ik ergens aanspraak op kon maken. Dus ik heb het afgewacht. Het seizoen van de amateurs stopt ongeveer half september, dan heb je een tijdje weinig te doen; trainen en studeren ging goed samen. Maar na een half jaar begon het echte wielerseizoen, dat betekent reizen, trainingskampen in Frankrijk of Italië, wedstrijden.

“In die periode, begin 2010, heb ik gevraagd of er niet iets te regelen was. Ook omdat het fietsen vooruit ging, ik reed steeds beter, begon wedstrijden te winnen. Maar de studie wilde ik niet laten schieten, dat heb ik ook altijd gemeld bij contractbesprekingen met wielerploegen. Halverwege mijn eerste studiejaar was dat met Cervélo en Skil Shimano. Ik zei: ‘Ik wil die studie gaan halen.’

“Toen heb ik aan de bel getrokken bij de studieadviseur, Maarten van Kooij, die fietste zelf ook. Hij had er alle begrip voor. Er was een aanwezigheidsplicht van 100 procent, dat haalde ik bij lange na niet, en als je onder de 80 procent kwam kon je het blok vergeten, zelfs met inhaalopdrachten. De topsportregeling stond een aanwezigheid van 50 procent toe, en dan moest je verder flink wat inhaalopdrachten maken. Zo veel dat je meer deed dan de anderen die gewoon de groep volgden. Eigenlijk is die regeling belachelijk.

“Ik heb mijn best gedaan om die opdrachten op trainingskamp te doen, maar dat werkte niet. Weet je hoe zo’n dag er uitziet? Je staat om half acht op, doet core stability oefeningen, dan ontbijt, om tien uur op de fiets voor een uurtje of zes, dan ga je - heel laat - lunchen, je wordt gemasseerd, bent moe en gaat een uurtje naar bed, vervolgens is er om acht uur avondeten, om negen uur ben je klaar, dan heb je een ruim uur en dan ga je om half elf, elf uur weer naar bed.

“Toch heb ik het geprobeerd, en het eerste jaar had ik aardig wat studiepunten bij elkaar. Mijn idee was om de propedeuse in twee jaar te doen, maar het werd steeds lastiger. Overleg met de studieadviseur, en met blokcoördinatoren leverde wel wat op, maar niet genoeg. De deadline voor de inhaalopdrachten werd vaak verschoven, maar uiteindelijk moet je evenveel doen, of meer zelfs, in te weinig tijd. Dat kun je geen topsportregeling meer noemen. Het zou coulanter mogen zijn, vind ik. Op een gegeven moment trok ik het niet meer. Ik dacht: ‘Waar ben ik mee bezig’, de zin om er echt voor te gaan verdween.”

En zo, vertelt Dumoulin met een gelaten glimlach, is hij in de loop van zijn tweede jaar meer en meer van de studie weggedreven, tot hij op een gegeven moment helemaal niet meer kwam. Het is dan 2011. Tot zijn spijt, want de propedeuse had hij nagenoeg op zak.

“Zo’n Epke Zonderland, daar kan ik wel jaloers van worden. Hij doet geneeskunde en is intussen een uithangbord voor de universiteit in Groningen. Zo goed was ik destijds nog niet, dat weet ik, maar het kàn dus wel. Mijn ideale scenario – en ik zou er nù zelfs nog meteen mee verder gaan - is om op je eigen tempo te studeren en eventueel zes of zeven jaar over je bachelor te doen.”

Waarom niet naar een andere universiteit vertrokken, waar wel meer ruimte aan topsporters wordt geboden? Groningen bijvoorbeeld, of Utrecht?

Tja, dat kan dus niet. De rest van Nederland is te plat voor Dumoulin. “Deze regio is, met alle heuvels, de enige waar ik goed kan trainen.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: