Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Mythe: de ziekte van Lyme valt nauwelijks te behandelen

Mythe: de ziekte van Lyme valt nauwelijks te behandelen

Photographer:Fotograaf: Eigen foto

Naar het rijk der fabelen

Het is de schrik van elke wandelaar: de verkeerde teek tegen het lijf lopen. Iets wat niet alleen in het bos maar ook in de eigen achtertuin kan gebeuren. Daar vinden zelfs eenderde van alle tekenbeten plaats, zo blijkt uit recent onderzoek.

Dat is slecht nieuws, zegt Desirée Beaujean, afdelingshoofd bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en onlangs aan de UM gepromoveerd op voorlichting over alles wat met Lyme en teken te maken heeft. “Als het om het huis zo vaak voorkomt, moet je eigenlijk altijd op je hoede zijn.”

De schrik slaat menigeen helemaal om het hart als een rode kring op de huid verschijnt, hèt symptoom van Lyme. Sommigen zien zichzelf dan al halfdood in de touwen hangen. Hoe komt Lyme aan die angstaanjagende reputatie?

Beaujean: “Misschien omdat een symptoom zoals gezichtsverlamming nogal indrukwekkend oogt. Een hangende mondhoek ziet er behoorlijk ernstig uit, maar als je meteen naar het ziekenhuis gaat voor een antiobioticakuur, verdwijnt de verlamming weer.”

Ook de feiten wijzen niet op een afgrijselijke ziekte die aan de lopende band slachtoffers maakt. “Elk jaar worden ruim één miljoen Nederlanders gebeten door een teek, wat bij 25 duizend mensen tot de ziekte van Lyme leidt. Dat klinkt veel, maar bij de meesten voorkomt een antiobioticakuur verdere klachten. Van de 25 duizend mensen houdt 1000 tot 2500 er een chronische ziektebeeld aan over. De kans daarop is dus niet heel groot."

In haar promotieonderzoek vroeg Beaujean zich af wat mensen precies weten over teken en Lyme. “Verrassend is dat vooral volwassenen zich teken groter voorstellen dan ze zijn. Kinderen blijken beter op de hoogte, waarschijnlijk door tv-programma’s als Klokhuis en het Jeugdjournaal.”

Een hardnekkige fabel is dat teken uit bomen vallen. “Mensen blijven dat geloven en zetten een petje op hun hoofd als ze de natuur in gaan. Dat heeft dus geen enkele zin omdat ze vanuit het hoge gras op je broek kruipen. Daarna lopen ze omhoog, naar warme plekjes, de lies, knieholte of elleboog, achter je oor.” Ook de bilspleet is geliefd. 

Een andere vraag is: welke maatregelen zijn mensen bereid om te nemen? “Voor een wandeling in de natuur kun je het beste je broekspijpen in je sokken stoppen en beschermende kleding dragen, die geïmpregneerd is met het insectenwerend middel deet. Maar wie doet dat nou? Het is geen werkbaar advies en daarom heeft het RIVM haar voorlichting aangepast. We focussen nu op controleren, verwijderen en symptomen in de gaten houden. Als die boodschap over een paar jaar is geland, proberen we de beschermende kleding en preventief insmeren aan te kaarten.”

Ook gaat het RIVM mensen niet vermoeien – en bang maken - met andere ziekten die teken kunnen overbrengen. “In Oostenrijk dragen ze het virus voor hersenvliesontsteking bij zich en worden mensen daar ook voor ingeënt. In Nederland komt die besmetting via teken nauwelijks voor, vorig jaar voor het eerst bij twee mensen.”

Moet er niet in elk bos een bordje hangen met ‘pas op voor teken’, vroeg een wetenschapper tijdens de promotieplechtigheid. “Dat gebeurt al. In sommige bossen heeft Natuurmonumenten bordjes gehangen met de tekst: ‘Zorgeloos genieten? Vanavond teekcontrole.’ Het voordeel daarvan is dat je mensen precies op het goede moment wijst op de risico’s. En de tekst van Natuurmonumenten vind ik erg goed, omdat die mensen geen angst aanjaagt maar laat zien hoe je erger voorkomt. Ik zou er voor zijn om die in elk bos te hangen.”

Dit is een serie waarin wetenschappers misvattingen op hun vakgebied naar het rijk der fabelen verwijzen

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: