Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Hoogleraren publiekrecht “botsende persoonlijkheden”

Hoogleraren publiekrecht “botsende persoonlijkheden”

Photographer:Fotograaf: pixabay.com

“Ik wil best het boetekleed aantrekken, maar waarom moet ik me verweren tegen anonieme collega’s?”

MAASTRICHT. Een hardnekkige ruzie tussen drie hoogleraren splijt de capgroep publiekrecht. Decaan Hildegard Schneider zoekt naarstig naar een oplossing, huurde daarvoor externe onderzoekers in maar wil hun rapporten niet delen met de faculteitsraad. Die stapte naar het college van bestuur. Intussen gonst het op de facultaire wandelgangen van de geruchten en gaan er ook anonieme briefjes rond.

Eén naam komt telkens bovendrijven als het over deze affaire gaat, en dat is die van prof. Aalt Willem Heringa, van 2003 tot 2011 decaan van de faculteit, en tot februari jongstleden nog capgroepsvoorzitter bij publiekrecht. Op dat moment hield zijn mandaat op; daarna was er tot eind mei een interim-voorzitter. De groep bestaat uit drie secties: staatsrecht, onder leiding van Heringa; bestuursrecht, onder leiding van de vorig jaar zomer aangetreden hoogleraar Jacobine van den Brink; en sociaal recht, onder leiding van prof. Saskia Klosse. Duidelijk is dat de laatste twee steeds hoger oplopende ruzies hebben gehad met Heringa, zo zeer dat van onwerkbare verhoudingen gesproken kan worden. Waar de meningsverschillen precies over gaan of gingen, blijft vooralsnog vaag. Heringa zegt dat er verschil van inzicht was over “de strategie, het personeelsbeleid, de middelen [geld; red.], de inzet van mensen in Engels- en Nederlandstalig onderwijs.” Dat klinkt tamelijk principieel, maar volgens decaan prof. Hildegard Schneider betrof het “kleine dingen. Niet de inhoud van het onderwijs, niet de richting van het onderzoek; was dat maar waar, dan ging het nog ergens over. Er waren wel gelddingetjes. Maar die werden groot door de botsende persoonlijkheden.” Heringa daarover: “Tja, bij ons is niets groot, dat klopt, het gaat nooit over miljoenen. We hebben het dan over de invulling van een vacature, welk onderzoeksprofiel daarbij hoort, dat soort dingen.”

Hoe kijkt de tegenpartij, de hoogleraren Klosse en Van den Brink, er tegenaan?  Met beiden is deze week contact opgenomen, maar tot een toelichting in Observant waren ze niet bereid.

Ingewijden laten echter weten dat hun bezwaren, en van een aantal anderen in de capgroep, zich vooral richten tegen de bestuurlijke stijl van Heringa: als capgroepsvoorzitter zou hij te eigengereid zijn, besluiten nemen achter de rug van anderen om, te weinig geneigd tot overleg en compromissen. Heringa noemt dat een “eenzijdige en ook onjuiste” visie, maar heeft geen zin om er gedetailleerder op in te gaan. Hij is “moe van het gedoe, van het gezeur, ook mijn groep heeft er genoeg van”. Wel is hij “bereid het boetekleed aan te trekken. Er zit ruis op de lijn tussen ons drieën, dat is duidelijk, en daar heb ik vanzelfsprekend een aandeel in. Ik hoopte dingen zakelijk te kunnen oplossen, ik dacht: dan komt de rest vanzelf. Daar ben ik misschien te rationeel in. Wat ook meespeelt is dat ik inclusief het decanaat tien jaar uit de capgroep ben geweest; mensen kunnen het lastig vinden als je dan weer terug komt. En ik heb natuurlijk als decaan wel op tenen gestaan.”

Decaan Schneider kiest, uiteraard, geen partij in het conflict. Wel zegt ze dat de zwartepiet wat haar betreft niet exclusief bij Heringa ligt: “Ik ben soms geneigd hem te verdedigen.”

Vertrek

Afgelopen november - sinds het najaar is er nooit meer een maandelijkse capgroepsvergadering gehouden - was de zaak zo ver uit de hand gelopen dat Schneider em. prof. sociale psychologie (en oud-decaan) Gerjo Kok vroeg een analyse van de toestand te maken en eventueel een bemiddelingspoging te doen. Kok wordt vaker door facultaire bestuurders te hulp geroepen bij dit soort kwesties. Zijn rapportage, een quick scan volgens Schneider, werd in april gevolgd door een wat uitgebreider onderzoek door oud UM-medewerker, tegenwoordig advocaat en bijzonder hoogleraar aan de Open Universiteit, Roel Mertens. Mertens was dit voorjaar tevens interimcapgroepsvoorzitter bij publiekrecht. Desgevraagd laten beide onderzoekers aan Observant weten geen toelichting te willen geven op hun werk. Decaan Schneider meldt dat beider conclusies met elkaar strookten: gezien de verstoorde verhoudingen zou een vertrek van Heringa met zijn hele sectie staatsrecht uit de capgroep publiekrecht de beste oplossing zijn. Schneider: “Niet Heringa alleen, dat zou niets oplossen, want in zijn sectie heeft hij veel steun.” Dat geluid wordt bevestigd door anderen in de capgroep, ook buiten de staatsrechtsectie.

Overigens wordt daar door sommigen schamper op gereageerd: kijk eens naar die groep van Heringa, die bestaat vooral uit promovendi, die zijn dus afhankelijk van de baas, klinkt het dan.

Het maakt Heringa ronduit nijdig: “Ik vind dat buitengewoon storend. Denk je echt dat ik die mensen aan een lijntje heb? Geen sprake van. We kunnen bij staatsrecht heel goed met elkaar overweg.” Zijn grootste bezwaar is wel dat de aantijgingen anoniem worden gedaan: medewerkers in de faculteit, ook hooggeplaatste, blijken er voor terug te schrikken om openlijk hun mening te geven, of zelfs maar informatie. Dat de kwestie überhaupt bij Observant belandde was bijvoorbeeld een gevolg van een anonieme brief. Ook de faculteitsraad kreeg een anoniem schrijven. Heringa: “En dan moet ik me wèl publiekelijk verantwoorden?”

De oud-decaan doet het met tegenzin, maar hij doet het wel.

Waarheen?

Waar kan de sectie staatsrecht heen? Verschillende opties hebben de revue gepasseerd, waaronder de capgroep Internationaal en Europees recht. En verder de capgroep ‘Grondslagen en methoden van het recht’, voorheen metajuridica. Die zou het worden, meldde Heringa een paar weken geleden aan zijn groep tijdens een etentje. Tevredenheid alom, rapporteert hij daarover. Of het niet vreemd is om de band met bestuursrecht te verbreken  - staats- en bestuursrecht is een onverbrekelijk begrippenpaar - ten behoeve van een groep als ‘grondslagen’ waar minder inhoudelijke binding mee bestaat? Heringa: “Dat lijkt maar zo, sterker, we verzorgen samen met bestuursrecht twee vakken, maar met ‘grondslagen’ vier. Er zitten daar veel staatsrechtelijke onderdelen in.” Verder zegt Heringa dat het in eerste instantie om “een intermezzo gaat, om ervoor te zorgen dat de toestand niet onnodig escaleert. Hoe het over een paar jaar gaat weet ik niet, dan zijn dingen misschien veranderd en gaan we wellicht weer terug naar publiekrecht”.

Maar het salomonsoordeel is nog altijd niet gevallen. Decaan Schneider laat weten dat ook een andere optie wordt onderzocht sinds ze begreep dat bij de ontvangende ‘grondslagen’groep niet iedereen staat te juichen over de komst van Heringa cum suis.

Rapporten

Intussen heeft de zaak ook gevolgen op bestuurlijk niveau. Schneider heeft de faculteitsraad in de afgelopen periode slechts summiere informatie gegeven: zij gaat ervan uit dat het bestuur dit soort zaken kan afhandelen zonder dat instemming van de raad vereist is. Heringa geeft haar daarin gelijk: toen hij decaan was waren er problemen met de groep rechtspsychologie binnen de capgroep metajuridica. Hij plaatste de rechtspsychologen vervolgens bij strafrecht, “en dat is probleemloos verlopen. Zonder instemming aan de raad te vragen, zonder ophef, jullie hebben dat destijds kennelijk gemist, haha.”

Maar de huidige raad, althans het deel dat het personeel vertegenwoordigt, maakt bezwaar tegen de gang van zaken. Men beschouwt de overstap van een deel van een capgroep naar een andere als een formele reorganisatie en bijgevolg onderhevig aan het instemmingsrecht van de raad. Schneider bestrijdt dat, er zou hooguit sprake zijn van adviesrecht. Raadslid Anne Pieter van der Mei (raadsvoorzitter Sjoerd Claessens wil niet meewerken aan dit artikel): “Wat het ook is, advies of instemming, dat willen we kunnen doen op basis van alle beschikbare informatie. Wij willen als raad de rapporten van Kok en Mertens inzien.”

Schneider weigert dat: zeker het rapport van Kok is gemaakt in strikte vertrouwelijkheid, “zelfs mijn medebestuursleden hebben het niet gelezen. Aan de geïnterviewden is geheimhouding beloofd.” Mertens’ rapport is wel in het bestuur verspreid, maar ook dat wil ze niet aan de raad overhandigen. Wel is ze bereid de onderzoekers uit te nodigen voor een sessie met de raad, maar die vindt dat vooralsnog onvoldoende. Van der Mei: “Wanneer je onderzoekers opdracht geeft om een rapport te maken moet je hen erbij vertellen dat hun verhaal ook naar de raad zal moeten gaan. De vertrouwelijkheid is gegarandeerd, we kunnen in beslotenheid vergaderen, dan hebben we geheimhoudingsplicht. Ik zie kortom het bezwaar niet.”

De raad, zegt Van der Mei, heeft nu het gevoel met een kluitje in het riet te zijn gestuurd. Mede daarom heeft men zich al tot het college van bestuur gewend met een formele klacht over het faculteitsbestuur. Raadsvoorzitter Claessens heeft met het voltallige college gesproken. Van der Mei: “Wij wachten nu op een bericht.” Datzelfde geldt voor de decaan: ook zij wacht nog op een formele reactie van hogerhand. Ze wil in ieder geval weer in gesprek met de raad, zegt ze. Maar tussen de regels door is duidelijk dat het college liefst snel een elegante oplossing verwacht, iets waar alle partijen mee kunnen leven.

Wordt vervolgd.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

2017-06-15: Alper
Heftig zeg. Het lijkt een beetje op dat gedoe in Leiden...

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: