Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

UM-onderzoekers laten muizen over catwalk lopen

UM-onderzoekers laten muizen over catwalk lopen

Inaugurele rede over chronische pijn

Wat zou het handig zijn: een apparaatje dat meet hoeveel pijn mensen precies hebben. Artsen zouden dan niet langer zijn aangewezen op de inschatting van de patiënt. Zover is het nog lang niet, al wordt er geëxperimenteerd met ‘gezichtsanalyse’. Dat zegt Bert Joosten, hoogleraar experimentele anesthesiologie, die eind maart zijn oratie hield getiteld Pien, douleur of Schmerz.

“Pijn.” Bert Joosten spreekt het woord zorgvuldig uit en kijkt er uiterst gekweld bij. En nog een keer: “Pijn.” Zijn ogen versmallen en zijn bovenlip trekt iets omhoog. Joosten demonstreert hoe deze term in zijn beleving samenvalt met acute, stekende pijn. Net als het Engelse pain en het Maastrichtse pien. Een andere lading heeft wat hem betreft het Duitse Schmerz. “Dat is melodramatischer. Ik associeer dat meer met emotionele pijn, met verdriet, angst en depressie. Maar dan de Fransen! Hoe krijgen ze het verzonnen, zo’n mooi en zacht woord als douleur? Voor mij wijst dit op chronische pijn, op berusting, ook als ik de gezichtsuitdrukking zie waarmee Fransen het uitspreken.”

Interessante linguïstische bespiegelingen, ware het niet dat daarachter een grimmige werkelijkheid schuilgaat: in Nederland lijden tussen de 600 en 800 duizend mensen aan chronische pijn, waarvan de oorzaak vaak in nevelen is gehuld. En dat aantal stijgt, zegt Joosten, alleen al door de groeiende groep diabetespatiënten. “Van hen heeft een kwart pijn, meestal steken in de handen en voeten die door de slechte doorbloeding afsterven. Langdurige pijn ontstaat ook vaak na zware operaties. Dit overkomt maar liefst een op de zeven patiënten, blijkt uit Maastrichts onderzoek. Wie van tevoren bang is voor de ingreep loopt meer risico.”

Pijn is niet bepaald een fenomeen dat uitputtend in kaart is gebracht. Integendeel, niet eens staat vast hoezeer iemand lijdt. Dat is alleen bij benadering te zeggen omdat er geen nauwkeurige, objectieve metingen bestaan. Artsen zijn vooralsnog aangewezen op het oordeel van de patiënt, die een cijfer kiest op een schaal van 1 tot 10. Dat is de zogeheten VAS-schaal, al dan niet gecombineerd met een vragenlijst die het emotioneel welbevinden meet. “Het subjectieve oordeel blijft een probleem. Het valt al snel hoger uit als iemand  beroerd heeft geslapen of in een slecht humeur verkeert.”

 

Catwalk

Toch wordt er vooruitgang geboekt. Neem facial analysis, een techniek waarbij een videocamera en een computer de gezichtsuitdrukking haarfijn vastleggen. De pijn wordt gemeten via de stand van de wenkbrauwen, ogen, neusvleugels, mondhoeken. “Deze methode staat nog in de kinderschoenen en is niet vrij van kritiek: ze maakt geen onderscheid tussen tintelende, stekende, kloppende of brandende pijn, en gaat voorbij aan de achterliggende stemming. Bij pasgeborenen, een groep die niet kan aangeven hoeveel pijn ze heeft, is facial analysis wel degelijk een stap vooruit.”

Een meetinstrument zou sneller gevonden zijn met behulp van experimenteel dieronderzoek. Maar hoe weet je of een dier pijn heeft? Je kunt het niet vragen. Wat wel kan: reflex-achtige reacties meten. Bij de methode Von Frey - de meest gebruikte – drukt men een dunne draad in de voetzool; de manier waarop een dier zijn pootje terugtrekt, zegt iets over de veronderstelde pijn. Het lijkt allemaal objectiever dan het is, zegt Joosten, die van huis uit bioloog is. De interpretatie van de onderzoeker blijft hier belangrijk.

UM-onderzoekers hebben zich, bij wijze van alternatief, als eersten gericht op het loopgedrag van dieren. “Het idee: een dier dat pijn heeft, loopt anders, zet zijn poot anders neer. In een experiment lopen muizen over een glasplaat, ook wel de catwalk genoemd, terwijl een video van onderen de voetafdruk registreert. “In het begin zagen we dat de muizen met pijn anders liepen, maar na een tijdje niet meer. De dieren passen zich aan en verbergen hun pijn om niet de aandacht van roofdieren te trekken. Nu gooien we het over een andere boeg en meten we hoeveel een dier beweegt, vergelijkbaar met de statistieken van voetballers tijdens een wedstrijd.” Wordt vervolgd.

 

Elektromagnetisch veld

Het lijkt misschien alsof artsen nu met lege handen staan, maar dat klopt niet. Van geneesmiddelen verwacht Joosten weinig heil omdat chronische pijn te complex is, maar ruggenmergstimulatie biedt uitkomst. Niet voor iedereen maar in ieder geval voor wie uitbehandeld is; de behandeling kost namelijk 20 duizend euro per persoon. Bij deze techniek, waarbij Maastricht ook in de voorhoede zit, zorgen elektrische stroompjes ervoor dat minder pijnsignalen de hersenen bereiken. Op de plaats van de pijn voelen patiënten aangename tintelingen.

“In een pilot hebben we gekeken of dit ook werkt bij diabetespatiënten. Het lijkt er wel op: van de vijftien patiënten, met chronische pijn in de benen, meldden er elf een aanzienlijk verlichting. Op de VAS-schaal van 7-8 naar 3-4, ook na twaalf maanden.”

Nog lucratiever, want veel goedkoper, is de methode van de radiofrequente laesies. Met een hete naald brandt men in het ruggenmerg een stukje zenuw weg waardoor de ‘pijnlijke’ route naar de hersenen wordt onderbroken. To burn or not to burn, dat is de vraag. Want bij een verwante techniek, gepulseerde radiofrequente laesies, gebeurt hetzelfde met behulp van een elektromagnetisch veld. Dus zonder beschadigingen. Zes minuten is voldoende om de pijn zes maanden weg te houden. “Deze methode is veel goedkoper dan ruggenmergstimulatie en zou je dus veel breder kunnen toepassen, bijvoorbeeld bij de vele patiënten met lage rugpijn. We zijn nu aan het bekijken waarom de pijn toch na een half jaar terugkomt. Misschien zijn er in het begin meerdere elektromagnetische sessies nodig.”

Deze behandelingen werken alle drie hetzelfde. Ze gooien de zogeheten spinale poort op slot, de plaats waar de lichamelijke pijn het ruggenmerg binnenkomt om zich van daaruit naar de hersenen te begeven. “Ondertussen komen aan de lopende band nieuwe eiwitten en genen aan het licht die misschien een rol spelen bij pijn. Moeten we elk nieuw gen onder de loep leggen? Nee, veel te ingewikkeld. Bovendien hebben patiënten daar vooralsnog niets aan.”

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)