Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Vroeger identificeerde ik me met Paul McCartney, ik vond dat ik op de een of andere manier op hem leek"

“Vroeger identificeerde ik me met Paul McCartney, ik vond dat ik op de een of andere manier op hem leek"

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Ron Schumans (Geleen, 1956)/  lid team onderwijsorganisatie rechtenfaculteit (SAP key user), lid faculteitsraad/ getrouwd met Betsie, zoon Rick (21)/ woont in Elsloo

Zing je alleen onder de douche? Music was my first love, het is de rode draad in mijn leven. Ik ben trommelaar bij de drumband in het dorp. Op de lagere school in Geleen speelde ik al in een drumband en later heb ik ook mijn militaire dienst vervuld bij de Koninklijke militaire kapel in Den Haag. Sinds een aantal jaren ben ik tambour-maître van de fanfare, dan loop ik voorop. Mijn muzieksmaak is breed, vroeger was ik dj in jongerencentrum De Boerderij in Geleen, daar draaide ik van alles. Ik luister graag naar oude lp’s. Ik denk dat ik er nog zo’n tweehonderd heb staan. Mijn eerste was van rock-’n-roll pianist Jerry Lee Lewis. Concerten bezoek ik af en toe. Pinkpop in Geleen heb ik nooit gemist. Vorig jaar prijkte Paul McCartney op het Pinkpop-affiche en die wilde ik absoluut niet missen. Vroeger identificeerde ik me met Paul, ik vond dat ik op de een of andere manier op hem leek. Anderen waren dat natuurlijk niet met me eens. Mijn vrouw bijvoorbeeld.
De kinderen zijn groot, eindelijk rust. Rick is volwassen, hij is 21 en doet een master bij rechten, in Maastricht. Hij woont thuis, we hebben nog geen rust, haha. Afgelopen zomer was hij in Amerika met zijn boezemvriendin die daar een semester doorbrengt. In drie weken zijn ze van van oost naar west gereisd. Mijn zus woont met haar man in de buurt van Las Vegas, dus Amerika is niet helemaal onbekend terrein. Toch vonden Betsie en ik het spannend, we zijn zelf niet weggegaan, je loopt toch rond met het gevoel ‘stel, er is iets aan de hand’, dan wil je gewoon thuis zijn.
Als kind bemoeide ik me overal tegenaan. Helemaal niet. Ik was de middelste, de rustige, de makkelijke. Mijn broertje was het zorgenkind, hij hield als baby geen voeding bij zich en moest worden opgenomen. Mijn zus – een jaar ouder – was de opstandige. Gepuberd heb ik niet. Mijn schoolprestaties hebben hooguit geleden onder mijn vele jongerencentrumbezoekjes.
Liefde op het eerste gezicht. Voordat ik Betsie leerde kennen ben ik getrouwd geweest, vrij kort, nog geen vier jaar. Tja, soms doe je dingen… Mam waarschuwde me, lang voordat het spaak liep: ‘Jong, is dat wel een goed meisje voor jou?’ Ze heeft gelijk gekregen. Twee jaar na de scheiding kwam ik Betsie tegen in een jazzcafé in Maastricht, maar ik vond het niet gemakkelijk: wilde ik weer een relatie met iemand, durfde ik het aan? Betsie heeft het voortouw genomen. Afgelopen juli hebben we ons 25-jarig huwelijk gevierd.
Wat ik vroeger wilde worden…. Politieagent, net als mijn peetoom. Uiteindelijk ben ik toch een andere kant opgegaan, ik heb de MEAO gedaan. Na de geboorte van Rick, toen ik meer betrokken raakte bij de lagere school, dacht ik regelmatig: ‘Was ik maar leraar geworden’. De schooldirecteur zei een keer tegen me dat ik altijd nog zij-instromer kon worden. Maar dat durfde ik niet.
Ondersteunend personeel mag wel wat meer waardering krijgen aan een universiteit. Daar ben ik het volmondig mee eens. Ja, we zijn de olie in het radarwerk, degenen die zorgen dat alles in gang blijft, maar voor velen worden we ook als een vanzelfsprekendheid gezien. Ik ben in 1980 op de studentenadministratie van de HEAO in Sittard begonnen en tien jaar later bij de economische faculteit van de UM beland, vervolgens bij geneeskunde en toen bij rechten. Drie faculteiten, drie culturen. De hiërarchie bij rechten is veel zichtbaarder dan bij die andere twee. Er kwam ooit een hoogleraar bij me staan die zich afvroeg of ik wel wist wie hij was, heel arrogant. Later is hij gelukkig 180 graden gedraaid. Soms moet je mensen iets uitleggen. Ik moet zeggen dat de mentaliteit de laatste tijd is veranderd, we krijgen meer waardering, zowel van de directeur als het hoofd van het onderwijsinstituut.
Ik heb alweer een nieuwe reis geboekt. We zouden deze maand een week naar de Costa de la Luz, de zuidkust van Andalusië, gaan, maar mijn vrouw heeft een kaakontsteking en moet geopereerd worden. Het gaat dus hoogstwaarschijnlijk niet door.
De belangrijkste les die ik van mijn ouders heb geleerd. Blijf eerlijk en spontaan en vergeet de humor niet. Mijn moeder heeft met carnaval nog in de buut gestaan [een buutredner verzorgt in een buut, een ton, een verhaal met grappen]. Zij was altijd erg positief. Mijn ouders zijn in 1968 of 69 gescheiden, ik zat net op de middelbare school. Het was geen fijne tijd. Co-ouderschap bestond nog niet. Mijn moeder was gekrenkt omdat mijn vader een andere vrouw had en het was vanzelfsprekend dat we bij haar bleven. Trots als ze was, wilde ze laten zien dat ze de kinderen wel in haar eentje kon opvoeden. Mijn moeder is acht jaar geleden overleden, ze is 77 geworden. Mijn vader leeft nog. Ons contact is redelijk goed. Mijn moeder gunde zich de laatste jaren vrij weinig. Wat ze kwijt kon, zette ze op haar spaarrekening, voor anderen.  Het gezegde ‘het laatste hemd heeft geen zakken’ was wel op haar van toepassing. Je kunt niets meenemen als je dood bent.
Duurzaamheid begint bij jezelf. Het is mijn stokpaardje geworden, use less recycle the rest. Ik heb vorig jaar het initiatief genomen tot een bewustwordingscampagne op de rechtenfaculteit. We hebben posters opgehangen voor studenten en personeel. Ik ben regelmatig om half acht op het werk – vaak met de fiets – en dan staan zomaar tien of twaalf beeldschermen te loeien in het computerlokaal, of er brandt licht in een aantal onderwijslokalen. Dat vind ik zonde. Ook thuis doe ik regelmatig het licht uit, soms tot ergernis van mijn vrouw en zoon.
Ik geloof heilig in… Ik ben een beetje gelovig, ik ben ervan overtuigd dat er iets is, maar ik weet niet zo goed wat. Ik kom nog af en toe in de kerk en ik vind het een mooi gebaar om een kaarsje aan te steken in de Onze Lieve Vrouwebasiliek. Mijn familie vindt me goedgelovig. ‘Je krijgt nog een keer het deksel op je neus’, zeggen ze dan. Misschien hebben ze gelijk, moet ik me afwachtend opstellen, maar dat is nu eenmaal niet de aard van het beestje.

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: