Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Mythe: Advocaten bij politieverhoren maken het verschil

Mythe: Advocaten bij politieverhoren maken het verschil

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

Naar het rijk der fabelen

Verdachte van een delict? Reken er maar op dat je per brief wordt uitgenodigd voor een praatje op het politiebureau. In ernstige gevallen worden verdachten zelfs van hun bed gelicht. Maar wat een geluk; verdachten staan er niet alleen voor. Sinds 1 maart 2016 mogen advocaten aanschuiven in de verhoorkamer. Of maakt die aanwezigheid geen enkel verschil?

“Een zwaluwstaartje op een slagaderlijke bloeding”, noemt rechtspsycholoog Robert Horselenberg het. Hij schetst een beeld van advocaten die eigenlijk niet goed raad weten met hun rol. “Ze hebben, voorafgaand aan het verhoor met de politie, een intake met hun cliënt. Vaak gaat dat veel te snel. Ze willen weten wat de politie tegen je heeft en vervolgens wordt daar een verdedigingsstrategie op losgelaten. Maar hebben ze wel oog voor de cliënt? Hebben ze enig idee of de cliënt hen wel begrijpt?” Samen met Nederlandse en buitenlandse collega’s werkt Horselenberg aan het project Supralat dat loopt in Hongarije, Ierland, België en Nederland. Ze trainen strafrechtadvocaten. “We geven ze communicatieve vaardigheden mee, hoe ze bijvoorbeeld een eerste gesprek met een verdachte moeten voeren: luister je wel? Stel je open of juist gesloten vragen? Is de cliënt überhaupt in staat om te worden verhoord? Iemand met een psychose – wat je misschien niet zo één twee drie doorhebt – moet je niet onder druk zetten. Dan moet je bij de agenten aandringen op niet verhoren.”
Daarnaast hebben advocaten vaak geen idee waar de verhoorders mee bezig zijn, zegt Horselenberg, “wat de trucjes zijn om de verdachte in de val te lokken”.
En het is meer regel dan uitzondering dat er druk wordt uitgeoefend. “Op de Politieacademie leren agenten dat. Het is de basis. Gaat het verhaal in de richting van de waarheid dan mag de druk eraf. Maar wat is de waarheid? Als je een idee hebt van de waarheid ben je toch vooringenomen?”
Horselenberg herinnert zich een zaak waarin een advocaat in de rechtszaal stelde dat zijn cliënt te veel onder druk was gezet door de verhoorders. Waarop de rechter antwoordde: ‘Maar wat was uw rol? U zat er toch bij?’ “Besef goed dat als je als advocaat mede verantwoordelijk bent.”
Wat mag een advocaat eigenlijk tussen de vier muren? Vragen beantwoorden namens de verdachte? Opnames maken? “Nee, allebei niet.” Wel mag hij de rechercheur een seintje geven als de cliënt de vraag niet begrijpt of als de rechercheur zijn boekje te buiten gaat, zegt Horselenberg. Ook mag hij checken of de verklaring die op papier komt te staan, overeenkomt met datgene wat is gezegd. “Maar in de praktijk staat het ‘woord van de politie’ over de inhoud vaak boven dat van de verdachte en de advocaat.”
Horselenberg luistert als getuigendeskundige regelmatig geluidsopnames van verhoren af. “Van acht uur opnames krijg je soms anderhalf blaadje samenvatting van de politie. En dat is toegestaan. Want volgens de wet hoeven alleen relevante onderdelen op papier te staan. Maar wat is relevant? Wie bepaalt dat? Als getuigendeskundige wil je graag weten wat er letterlijk is gezegd en gevraagd, maar dat is lastig.” De kwaliteit van de opnames is vaak slecht, “onverstaanbaar door getik op een toetsenbord of gekuch. Of je hoort gemompel van een verdachte die zijn hoofd buigt”.
Hij krijgt ook beeldopnames – verhoren van zedendelicten uitgezonderd – , “maar die zijn soms van zo’n slechte kwaliteit dat je er weinig mee kunt”. Is er toch fatsoenlijk beeld dan let Horselenberg juist niet op de verdachte maar op de verhoorders. “Wat is hun mimiek? Trekken ze hun wenkbrauwen omhoog, sturen ze de verklaring? Questions shape the answers. Dat is waar wij op letten. Daarvan zouden ook advocaten zich bewust moeten zijn.”
Los van de vaardigheden die veel strafadvocaten missen, is er ook een financieel probleem, zegt Horselenberg. Ze krijgen van de staat een vergoeding, een “habbekrats”,  voor alle verhoren die in één zaak plaatsvinden. “Als iemand meerdere dagen wordt verhoord, drie uur of langer achter elkaar, dan zal die advocaat daar echt niet altijd bij gaan zitten.”

Dit is een serie waarin wetenschappers misvattingen op hun vakgebied naar het rijk der fabelen verwijzen

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: