Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Hoger onderwijs moet beter nadenken over Engels als voertaal

Hoger onderwijs moet beter nadenken over Engels als voertaal

Photographer:Fotograaf: Simone Golob

MAASTRICHT/NEDERLAND. Engels wordt meer en meer gebezigd in hogescholen en vooral universiteiten, maar of daar altijd zo goed over is nagedacht, is de vraag. Een commissie van de KNAW bepleit een veel bewustere aanpak van taalkeuze en taalbeleid.

Een ding in ieder geval duidelijk: door de massale opmars van het Engels in het hoger onderwijs wordt de wet met voeten getreden. Zie artikel 7.2 van de WHW (Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderzoek), waar staat dat onderwijs en examens “in het Nederlands” plaatsvinden. Maar er is een ontsnappingsclausule, die dan ook massaal wordt ingezet: wanneer “de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de studenten daartoe noodzaakt…” kan er van het uitgangspunt worden afgeweken. De Universiteit Maastricht, met de meeste buitenlandse studenten in haar gelederen en met heel veel Engelstalige programma’s, beroept zich al jaren op deze clausule, en niet als enige. Dat wordt moeilijker bij een ander WHW-artikel dat stelt dat onderwijs aan Nederlandstalige studenten mede gericht moet zijn “op de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands”. Op die regel voorziet de wet geen uitzonderingen.

En dan is er nog Europa. De Europese Commissie zou graag zien dat studenten meertalig zijn, in liefst twee andere Europese talen naast de moedertaal. Een lingua franca, een overal door iedereen te gebruiken voertaal - een status die het Engels nu bezig is te verwerven - wijst de Commissie af: het Engels zou een bedreiging vormen voor de levendigheid van de nationale talen.

 

Didactiek

Mede omdat de praktijk zo demonstratief afwijkt van de regels gaf minister Bussemaker van Onderwijs in 2016 opdracht aan wetenschapsacademie KNAW om de stand van zaken rond het Engels te inventariseren. Welke argumenten hanteert men en wat zijn de consequenties van de keuze voor Engels? Dat leidde onlangs tot een uitgebreid rapport waarin inderdaad hoofdzakelijk geïnventariseerd is: de ‘verkenningscommissie’ hoedt zich voor oordelen of politieke uitspraken. Maar gelukkig deed ze dat ook weer niet al te fanatiek. Zo wordt, zij het soms tussen de regels, duidelijk dat veel instellingen het Engels invoeren zonder goed na te denken over de manier waarop dat moet. Het rapport wijst er bijvoorbeeld op dat Engels als onderwijstaal toch echt andere eisen stelt aan de gehanteerde didactiek dan het Nederlands, maar daar blijkt weinig aandacht voor, zeker niet bij de universiteiten. Hoe activeer je voorkennis van studenten, hoe help je ze complexe kennis op te nemen? In het hoger beroepsonderwijs heeft men van huis uit meer aandacht voor didactiek, dus ook hiervoor.

In het hbo liggen de aantallen buitenlanders overigens beduidend lager dan in het wetenschappelijk onderwijs: slechts 6 procent van de voltijdse studenten is niet Nederlands. In het wo ligt dat rond de 20 procent, een op de vijf dus. In Maastricht gelden geheel andere verhoudingen, hier komt zo’n 55 procent van elders.

En de aantallen gaan nog stijgen: het Nuffic, de organisatie die zich bezighoudt met internationalisering in het hoger onderwijs, verwacht de komende acht jaar slechts 4 procent groei bij de Nederlandse studenten, tegen 14 procent bij de buitenlanders.

Daarmee is meteen een belangrijke reden voor het invoeren van Engels gegeven: het maakt internationale instroom mogelijk. Universitaire masters zijn tegenwoordig voor het overgrote deel Engelstalig, bij bachelors is het beeld gevarieerder, ook doordat er mengvormen zijn: deels Nederlands, deels Engels bijvoorbeeld.

In Europees verband steekt Nederland er hoe dan ook bovenuit: we kennen hier de meeste Engelstalige opleidingen.

International classroom

En waarom? Zoals gezegd, om buitenlandse studenten te kunnen trekken en daarmee ook teruglopende Nederlandse instroom te compenseren. Daarnaast spelen concurrentieoverwegingen een rol, zo meldden de instellingen zelf aan de KNAW-commissie. Als een zusteropleiding succes heeft met buitenlandse instroom is dat een trigger voor de andere. Verder wil men studenten graag voorbereiden op de internationale arbeidsmarkt in een globaliserende wereld. In dat kader valt geregeld de term international classroom: gemengd samengestelde groepen zou de kwaliteit van het onderwijs verhogen. Daarover is het rapport kritisch. Want doet men werkelijk iets aan integratie van de studenten, doet men iets aan interculturele vaardigheden, hebben de docenten wel genoeg kennis en kunde in huis ? Al te vaak niet, klinkt het.

Andere aspecten mogen ook wel eens beter onderzocht worden, schrijft de commissie. Komen er inderdaad zoveel Nederlandse studenten in internationale functies terecht? Voorlopig lijkt dat niet het geval. En als dat zo is, is de keuze voor Engels misschien niet altijd verstandig. Bovendien zou er dan juist meer aandacht gegeven moeten worden aan die andere wettelijke opdracht uit de WHW: de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands. Want daar blijken de instellingen niet of nauwelijks in te investeren.

 

Nadelen

Dat het Engels oprukt beschouwt de commissie als een gegeven. Maar, zegt ze, denk na bij wat je doet, maak een weloverwogen keuze en veronachtzaam de nadelen niet. Die zijn er immers zeker. Docenten laten weten dat les geven in een andere taal de dynamiek uit het onderwijs kan halen. De uitdrukkingsvaardigheid is per definitie minder, net als bij andere niet-Engelstalige studenten, de deelname aan discussies en de nuances daarin lijden eronder, verdieping van de leerstof wordt problematisch. Vooral oudere docenten zeggen zich onzeker te voelen, zeker als er native speakers onder de studenten zijn. Bij studenten zelf wordt een ander fenomeen gerapporteerd: als zij vinden dat een docent slecht Engels spreekt - met een stevig accent bijvoorbeeld, ook al zijn grammatica en woordenschat in orde - leidt dit zo af dat ze minder van de inhoud opnemen.

En hoe gaat het bij de toetsing? Nederlandse docenten die een scriptie van een native speaker moeten beoordelen blijken geneigd een hoger cijfer te geven dan aan een student die het Engels minder beheerst maar inhoudelijk sterker is. De suggestie aan de universiteiten: doe hier iets mee, begeleid je staf intensiever.

Moeilijkheden zijn eveneens te verwachten als niet alleen de onderwijstaal maar ook de gewone voertaal binnen de instelling Engels wordt. Vergaderstukken in het Engels, medezeggenschapsorganen die in het Engels moeten vergaderen: het kan de inhoud van het debat schaden en het kan deelname van bepaalde groepen bemoeilijken. Met name het ondersteunend personeel (obp) heeft daaronder te lijden, zo laten veel instellingen aan de commissie weten. Toch zijn er oplossingen: bied stukken tweetalig aan, geef intensieve taalcursussen, en dat laatste kan ook in het Nederlands zijn voor de buitenlanders; (terzijde: dat helpt ook nog eens bij hun integratie en bij hun kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt). Spreken kan iedereen dan in ofwel Nederlands of Engels, omdat men elkaars taal kan verstaan.

Probleem bij dit soort oplossingen is dat ze geld kosten. Ook in Maastricht is ooit bedacht dat wie dat wil in de (Engelstalige) universiteitsraad Nederlands mag spreken. Waar nodig zou dat dan vertaald worden. Gebeurt het? Nee dus. Vermoedelijk schamen mensen zich als ze zelf de uitzondering op de regel zijn. En dan zeg je niet zo veel als je zou willen.  

 

Wellicht derde taal bij UM

Het KNAW-rapport zal een rol spelen bij de formulering van een nieuw taalbeleid, kondigde bestuursvoorzitter Martin Paul deze week aan in de strategiecommissie van de universiteitsraad. “In november ligt er een nota.” Wat Paul betreft “gaat het niet om Engels versus Nederlands, maar om taal als communicatiemiddel, als competentie. Je moet je goed kunnen uitdrukken - perfect hoeft niet - in een taal en die kunnen begrijpen. Welke taal je kiest hangt af van het vakgebied en de arbeidsmarkt. Meertaligheid is een optie, ik denk aan een derde taal naast Engels en Nederlands, bijvoorbeeld Frans of Duits.”

Vanuit de commissie werd gewezen op een soms mindere beheersing van het Engels door ondersteunend personeel: “Die moeten niet buitengesloten worden, ook niet in de medezeggenschap”, zei obp-raadslid Pia Harbers. Daarnaast moet het besef dat communicatie met buitenlanders niet slechts een kwestie van taal is maar ook van begrip voor hun cultuur, worden aangescherpt, vond wp-lid Raymond Luja. Martin Paul beaamde dat.

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: