Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Ik verwacht dat de mayonaise gaat pakken”

“Ik verwacht dat de mayonaise gaat pakken”

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

SBE-decaan Vergauwen vertrekt naar Brussel

Dat hij te vroeg vertrekt, ziet SBE-decaan Philip Vergauwen zelf ook wel. De strategische vernieuwing in zijn faculteit is nog in volle gang. Maar het aanbod van de business school van Brussel was te mooi om te laten lopen. Een gesprek over moeilijke bestuurlijke momenten, de SBE als het buitenbeentje, en het verkopen van onderzoek.

Vóór het interview had de decaan van de School of Business and Economics één verzoek: of hij de plaats van het interview mocht kiezen. Een week later zit Vergauwen op het terras van de Tapijn Brasserie en laaft zich aan een milde najaarszon. Hij is diezelfde ochtend teruggekeerd uit de VS, maar dat is hem niet aan te zien.

Waarom de Tapijn? Omdat de honderd jaar oude kazerne voor de SBE een “symbool van vernieuwing” is, zegt Vergauwen. Een ogenblik later kaapt hij de notitieblok en schetst in een paar lijnen het Carré-gebouw, dat vijftig meter verderop aan de Bisschopssingel ligt. “Daar komt in 2019 onze vernieuwde Post Graduate Education. Ook kun je grofweg zeggen: de masteropleidingen worden straks op de Tapijn gegeven en de bachelors aan de Tongersestraat.”

Vergauwen zal het niet meer meemaken. In januari vertrekt hij naar Brussel. Hij zal als hoogleraar accounting en management control aantreden op de business school Solvay, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Vergauwen, die al lid was van de Solvay adviesraad, heeft een speciale opdracht: de strategische vernieuwing leiden op het vlak van onderwijs en onderzoeksportfolio. “Solvay is in 1903 opgericht, geniet een grote reputatie, maar maakt die op dit moment niet helemaal waar. Er moet iets gebeuren.”

Gezagslijnen

Vergauwen lijkt geknipt voor de klus. In de afgelopen jaren heeft hij de SBE overhoop gehaald, juist om strategisch te vernieuwen. Hier staan de departementen geld en bevoegdheden af aan (interdepartementale) teams die volledig verantwoordelijk worden voor onderwijs en onderzoek en die slagvaardiger moeten optreden. De omwenteling is nog in volle gang. Dat was de reden dat Vergauwen heeft getwijfeld, maar het Brusselse aanbod was naar eigen zeggen een offer you can’t refuse.

“Ik zie Solvay niet als een trede hoger dan de SBE, maar je zit wel in het centrum van de aandacht, in de hoofdstad. Er wordt meer op je gelet. Dat ik Belg ben, is absoluut een voordeel. Een Nederlander zou daar tegen muren oplopen, zou moeite hebben met de inofficiële gezagslijnen. Ik ben zelf Vlaming maar ik verwacht dat de mayonaise gaat pakken.” (Ook de taal blijft ondoorzichtig voor Nederlanders: mayonaise kan schiften of binden, in het laatste geval pakt de samenwerking goed uit)

Brussels ketje

Het is overdreven om te denken dat Solvay tegen de SBE opkijkt, zegt Vergauwen, maar het respect is er zeker, alleen al vanwege de drie internationale keurmerken die de Maastrichtenaren op zak hebben - Solvay heeft er twee. Volgens de decaan geniet de SBE in het buitenland meer aanzien dan in eigen land. Ook mist Vergauwen weleens enige erkenning en begrip van het eigen college van bestuur.

“De SBE geldt toch vaak als het buitenbeentje onder de UM-faculteiten. Soms zijn we te weinig ondernemend en dan weer houden we ons te afzijdig, als het gaat om het minoren-onderwijs bijvoorbeeld. We hebben nu eenmaal een verplichte buitenlandstage. Op een ander moment willen we weleens dingen, als een International Relations Office, waar het college dan niet de noodzaak van inziet. We hoeven geen pluim, maar iets meer begrip zou soms welkom zijn.”

Dat terwijl econoom Luc Soete van 2012 tot 2016 rector was. “Luc is een Brussels ketje [straatschoffie], een kikker die steevast uit de kruiwagen springt. Hij is intelligent, betrokken, vrijgevochten, snapt hoe het bij de SBE werkt, maar hij is tegelijk een agent provocateur. Dat siert hem, maar je weet ook dat je aan hem geen pleitbezorger zult hebben.”

Mislukte fusie

Na enig aandringen (“dat moet je aan anderen vragen”) kijkt Vergauwen terug op een geslaagd decaanschap. “Het is me in ieder geval gelukt om verschillende bloedgroepen, waaronder economen en bedrijfskundigen, weer te verbinden, om de hakken uit het zand te krijgen. In alle openheid, zonder conflicten. In die verbindende rol ligt mijn kracht.”

Dan grijpt hij naar een briefje met trefwoorden dat al die tijd op tafel heeft gelegen, en zegt dat hij zijn decanaat heel persoonlijk heeft ingevuld, vanuit het hart. De trefwoorden kleuren zijn bestuurlijke stijl: betrokkenheid, respect, impact, samenwerking en complementariteit. De eerste letters klinken als ‘BRISK’, zegt hij, wat fris en energiek betekent.

Gevraagd naar zijn moeilijkste bestuurlijke moment, komt hij niet met de mislukte fusie met de Maastricht School of Management (MSM) op de proppen. Al viel hij van zijn stoel toen de MSM in de zomer van 2015 ineens afhaakte. “Een gemiste kans, zeker. En ik vind dat de SBE een goed parcours heeft gereden, ik zie het evenmin als persoonlijk falen. Tegelijk wil ik de schuld niet bij de MSM neerleggen. Ze hebben nu eenmaal andere keuzes gemaakt. Wat scheelt is dat het voor ons geen noodzaak was. Fuseren, ja graag, maar wij hebben de MSM niet nodig hè.”

Sexy

Het moeilijkst vond hij de facultaire vergaderingen in het voorjaar over de strategische vernieuwing, in het bijzonder over het bijbehorende financiële model. “Op een dag in april zaten we als faculteitsbestuur tegenover de groep van departementsvoorzitters. Je voelt: er is onbegrip, het botst, we zitten niet op dezelfde frequentie. En dan moet je concluderen dat je als bestuur steken hebt laten vallen, dat je de voorzitters te weinig hebt geïnformeerd. Je wilt ze het liefst bij de voortgang betrekken, maar je kunt niet op elk moment alles vertellen. Een maand later volgde een heidag en kwam alles weer goed.”

Een ander heet hangijzer is het onderzoek. Daarbij verschilt Vergauwen van mening met sommige ‘fundamentele’ onderzoekers. “Ze hoeven wat mij betreft niets anders te doen dan wat ze altijd al deden. Ik waardeer hun A-publicaties zeer, ook al zijn het kleine vakgebieden. Maar ik vind wel dat je een brug moet proberen te slaan naar the bigger picture, naar de maatschappij. Je hoeft van mij niet per se in de krant te komen, maar je mag je wel zichtbaarder opstellen, meer laten zien wat je doet.”

Niet in de laatste plaats om studenten aan te trekken. “Als we er niet in slagen om sexy masteropleidingen in de markt te zetten, dan krijgen we het moeilijk. En dan zal het geld voor onderzoek opdrogen. Zo simpel is het.”

Kracht

Solvay wilde dat Vergauwen eerder zou beginnen, per september, maar daar is hij niet mee akkoord gegaan. “Dat zou betekenen dat ik de invoering van het financiële model niet kon afronden. Dat is zoiets als de laatste steekvlam. Daar wil ik bij zijn.”

De UM zal hij zeker missen. Die heeft hem in de afgelopen twintig jaar gemaakt “tot wat hij nu is”, zegt hij. “Sinds 1997 heb ik hier alles gedaan en gezien, van opleidingsdirecteur tot voorzitter van de universiteitsraad.” Dat is tegelijk de reden dat hij na zijn decaanschap sowieso zou vertrekken. “Ik wil niet terugkeren in de faculteit. Ik heb andere decanen gezien die daar niet gelukkig van werden. Op bestuurlijk vlak ga je dan iets doen wat je al hebt gedaan en dat is niets voor mij. Mijn kracht ligt niet in het routineuze maar in het losmaken van iets nieuws.”

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: