Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Als ik merk dat ik ben afgevallen is het feest”

“Als ik merk dat ik ben afgevallen is het feest”

Photographer:Fotograaf: Jan Hofstede

De zeven zonden van ijshockeyer Tom Marx
  • Hebzucht. Ik wil altijd de puck hebben. Daarmee kun je het verschil maken. Thuis heb ik een behoorlijke prijzencollectie. Ik wil altijd meer. Succes steekt aan. De medailles van de (jeugd-)WK’s in 2010, 2011, 2013 en 2016, en het meest-waardevolle-speler-horloge van de WK onder twintig in 2013 koester ik het meest. Qua materiaal stel ik geen hoge eisen. Ik wil alleen graag dat mijn spullen rood zijn. Dat straalt snelheid uit. Vroeger was ik fan van Ferrari, nu natuurlijk van Red Bull.
     
  • Gulzigheid. Ik ben een goede eter, vooral Italiaanse toetjes zoals Tiramisu of Cannoli. Ik heb geen streng dieet, maar als ik weet dat ik ‘s avonds een lekker toetje ga eten, let ik overdag een beetje op. Maar als ik merk dat ik ben afgevallen is het feest. Dan ga ik los. Het slechtste wat ik recentelijk heb gegeten zijn drie stukken carrotcake. Daar heb ik maar tien minuten voor nodig.
     
  • Onkuisheid. Ik heb al drie jaar een vriendin. Seks voor de wedstrijd wil ik niet. Ik heb het idee dat de scherpte er dan af gaat. De avond er voor moet ik goed slapen en op de dag zelf gaat alle focus naar de wedstrijd. Het gebeurt wel eens dat mensen geïnteresseerd zijn en me aanspreken, maar daar ga ik niet op in.
     
  • Jaloezie. In mijn relatie ben ik absoluut niet jaloers. Wel kan ik jaloers zijn op sporters die volledig voor de sport kunnen gaan. Ik moet, als ik na een wedstrijd in Heereveen om twee uur in bed lig, om negen uur weer in de schoolbanken zitten. Ook ben ik wel eens jaloers op landen met een kouder klimaat. In Canada kunnen ijshockeyers veel meer trainingsuren maken.
     
  • Luiheid. Met ijshockey heb je vaker pijntjes, ik denk altijd dat het wel meevalt. Ook als het meer pijn doet dan normaal. Ik ben dan meestal te lui om naar de dokter te gaan. Met opruimen ben ik ook lui. Het komt bijvoorbeeld wel eens voor dat ik mijn sporttas met vuile kleren twee dagen in de auto laat liggen. Dingen waar mijn huisgenoten last van kunnen hebben, zoals de afwas, ruim ik meteen op. Mijn kamer is georganiseerde chaos: op de grond liggen kleren en schooldocumenten, maar ik weet precies waar alles ligt.
     
  • Woede. In het dagelijks leven ben ik heel rustig, maar tijdens ijshockey kan ik kwaad worden. Meestal op mezelf. Als ik mijn niveau niet haal of als iets niet lukt. Ik heb wel eens een stick doormidden geslagen. Die kosten 200 euro per stuk, dus dat zijn dure grapjes. Na een slechte training of wedstrijd ben ik chagrijnig. Dat neem ik mee naar huis. Mijn vriendin heeft inmiddels geleerd om dan uit mijn buurt te blijven, maar meestal wil ze er toch voor me zijn. Super lief, maar het wordt haar niet altijd in dank afgenomen.
     
  • Hoogmoed. Ik word hoogmoedig als ik veel over mezelf ga lezen na goede wedstrijden. Om extra veren in mijn reet te steken. Maar de val komt altijd snel genoeg. Bij ijshockey ben je zo goed als je laatste wedstrijd. Ik ben een beetje ijdel. Op het ijs wil ik er goed uitzien. Dan voel je je gewoon lekkerder. Voor de wedstrijd moeten de nummers op mijn sokken netjes aan de voorkant zitten.

Tom Marx, 23, University College Venlo, focus op life sciences en nutrition, geboren in Sittard, woont in Venlo

Traint zo’n tien uur per week, speler bij Geleen Eaters en het nationaal team. Traint voor de WK in april 2018 en het kampioenschap in de competitie

Beste prestaties tot nu toe: Talent van het jaar 2015/2016, 1e bij de Super Cup in 2016 en 2017

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: