Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Het brein is een duur orgaan”

“Het brein is een duur orgaan”

Photographer:Fotograaf: commons.wikipedia.org/Bonnie Gruenberg

Dubois-lezing over de evolutie van intelligentie

Zijn we van nature nieuwsgierig of is het aangeleerd gedrag? Waarom zijn mensen intelligent en sommige soorten niet? En wat heeft de grootte van onze hersenen daarmee te maken? Prof. Carel van Schaik, die dit jaar de Eugène Dubois-wisselleerstoel bekleedt, beantwoordde deze vragen tijdens zijn door Studium Generale georganiseerde lezing The evolution of intelligence, afgelopen maandag in de Maastrichtzaal in Universiteitssingel 40.

“De mens als soort is duidelijk intelligent”, trapt Van Schaik af, in het dagelijks leven hoogleraar biologische antropologie aan de universiteit van Zurich. “Maar slechts enkele van jullie zullen zich hebben afgevraagd waarom eigenlijk.” Dat leidt meteen tot een tweede vraag. “Waarom zijn er überhaupt maar zo weinig slimme soorten? Waarom heeft de evolutie niet alle soorten intelligent gemaakt?”

Er zijn twee redenen. “Ten eerste is het brein een duur orgaan. Het kost ontzettend veel energie om het te laten werken. De hersenen staan nooit stil, als je slaapt zijn ze even actief als overdag. Wanneer je uitgehongerd bent, gaan alle organen op de spaarstand zodat er minder energie wordt verbruikt, maar je hersenen blijven op volle kracht doorgaan.” Grotere hersenen – intelligentere soorten hebben in de regel in verhouding grotere hersenen – kosten nog meer energie en niet iedere soort kan die prijs opbrengen.

Het tweede probleem zit ‘m in de afhankelijkheid van de nakomelingen. “Hoe groter de hersenen, hoe onbekwamer de jongen. Hersenen moeten getraind worden voordat ze nuttig zijn – after brains are built, they must be filled. Onze baby’s zijn – wederom in verhouding – de grootste en dikste baby’s die er zijn en het duurt lang voordat ze zich zelfstandig kunnen redden.” Dat betekent dat er minder kinderen worden geboren, wat het voortbestaan van een soort kan belemmeren.

Intelligentie is dus niet voor alle dieren weggelegd. Waarom wel voor de mensen? Van Schaik deed jarenlang onderzoek onder mensapen – voornamelijk orang-oetans in Sumatra en Borneo – om erachter te komen waar intelligentie vandaan komt. “De eerste theorie is dat we nieuwsgierige individuen zijn die op onderzoek gaan en zo nieuwe vaardigheden opdoen en bijvoorbeeld iets als gereedschap uitvinden.” Dat bleek al snel niet te kloppen. “We legden een mand met onder andere plastic fruit in het leefgebied van de apen om te kijken hoe ze reageerden op deze nieuwe objecten. Ze liepen er met een grote boog omheen. Wanneer ze in de buurt kwamen, maakten ze angstige geluiden. Pas na 4-5 maanden durfden ze iets dichterbij te komen. Slechts één aap raakte het plastic fruit aan. Eventjes.”

Er lijkt dus geen sprake te zijn van natuurlijke nieuwsgierigheid of de wens om te ontdekken. En dat is ook logisch, zegt Van Schaik. “In je eentje op onderzoek uitgaan is inefficiënt – misschien heeft iemand anders allang bedacht hoe het moet – en mogelijk gevaarlijk.” Met zijn collega’s testte hij een tweede theorie: het culturele intelligentiemodel. “Kinderen leren vaardigheden in een sociale context. Ze kijken hoe hun moeder of andere oudere aap iets doet en proberen het na te bootsen.” De onderzoekers zagen hoe op deze manier de nieuwsgierigheid wél werd aangewakkerd. “De jongen letten extra goed op, als de moeder iets ongewoons en complex aan het doen is.” De apen zijn enthousiaste leerlingen: hoe groter de groep, hoe meer vaardigheden ze opdoen. “En het effect is blijvend. Orang-oetans met een sociale moeder gaan meer op onderzoek uit als ze volwassen en onafhankelijk zijn.”

Voor mensen lijkt een combinatie van beide theorieën te gelden. “Lange tijd waren wij net als de apen, maar de evolutie heeft van de moderne mens nieuwsgierig individuen gemaakt, die systematisch onderzoek doen. We zijn steeds slimmer geworden. Het uitbreiden van onze vaardigheden werkt voor ons, maakt ons als soort sterker.”

Na de lezing is er een uur uitgetrokken voor vragen uit het publiek. Hoe kan het bijvoorbeeld dat sommige heel intelligente mensen totaal niet sociaal zijn, als de sociale context zo’n belangrijke rol speelt bij het ontwikkelen van intelligentie?. “Die mensen leren ook op een sociale manier, alleen zijn ze zich daar niet bewust van”, zegt Van Schaik. “Ze lezen boeken, vinden informatie op internet: op die manier leer je ook van andere mensen.”

Heeft Van Schaik tips voor ouders om kinderen beter te laten leren? “Sociale input maakt het grote verschil, dus zorg voor veel interactie met je kind. Het ergert me altijd als ouders hun kinderen negeren, dan gaan er waardevolle leermomenten verloren. Geef je kind aandacht als het daar om vraagt, wijs dingen aan en praat erover, moedig ze aan om nieuwsgierig te zijn. Het is nooit een slecht idee om meerdere verzorgers te hebben. Dat is onze natuurlijke omgeving. Al bij de jagers en verzamelaars zien we dat vrouwen bleven leven tot ver na de leeftijd waarop ze vruchtbaar zijn. Oma’s speelden toen al een rol in de opvoeding – er zit veel waarheid in de uitdrukking ‘it takes a village to raise a child’.”

Dubois-hoogleraar

Carel van Schaik is hoogleraar biologische antropologie aan de Universiteit van Zürich en directeur van het Anthropologisch Instituut en Museum van de Universiteit Zürich. Hij is een expert op het gebied van orang-oetans, die hij jarenlang in Indonesië heeft geobserveerd. Na bioloog Frans de Waal en antropoloog Mark Stoneking is hij de derde Dubois-hoogleraar. De leerstoel, opgericht door de Stichting Eugène Dubois, wordt ieder jaar door een wetenschapper bekleed die het interdisciplinair denken bevordert en een groot publiek kan aanspreken.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: