Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Voor het slapen gaan, eet ik standaard een lekkere boterham”

“Voor het slapen gaan, eet ik standaard een lekkere boterham”

Photographer:Fotograaf: Joey Roberts

De zeven zonden van voetballer Pepijn Schlösser
  • Hebzucht. Met voetbal is hebzucht belangrijk. Het is een teamsport, maar je moet zeker aan jezelf denken. Je wordt individueel beoordeeld. Als je de top wilt bereiken, moet je eruit springen. Als verdediger is dat extra lastig. Dat betekent dat je de bal niet altijd moet inleveren, maar ook zelf eens een actie moet maken of een verre assist moet geven.
     
  • Gulzigheid. Eens in de twee weken eet ik friet of pizza, maar normaal staat er gewoon pasta of aardappelen met vlees en groenten op het menu. Als we niet te zwaar zijn, mogen we eten wat we willen. Maar als we aankomen, wordt er samen met de staf een dieet opgesteld. Bij de club krijgen we eiwitshakes voor herstel en vitamine- en cafeïnepillen die zijn goedgekeurd door de dopingautoriteiten. Voor het slapen gaan, eet ik standaard een lekkere boterham. Met trainen heb ik gulzige dagen. Een tactische training is even lang als een normale training, maar minder zwaar. Daarna speel ik graag extra partijtjes.
     
  • Onkuisheid. Ik ben al vanaf mijn vijftiende samen met mijn vriendin. De fase waarin je als vrijgezel kunt ‘rondkijken’ heb ik dus nooit gehad. Daar heb ik ook geen behoefte aan. Er zijn jongens in het team die wel gebruik maken van de aandacht die voetballers krijgen, maar dat doe ik natuurlijk niet. [Lacht] Ik ben wel eens vreemdgegaan: er moet altijd een twee in mijn rugnummer zitten, dat is bijgeloof, en ik heb pas geleden met nummer drie gespeeld.
     
  • Jaloezie. Ik ben erg jaloers, dat zit in mijn karakter. In mijn relatie, maar ook op spelers die met negentien of twintig hun debuut maken in de eredivisie. Ik wil dat ook. Ik heb daar wel mee moeten leren omgaan. Vroeger was ik dan kwaad, tegenwoordig kan ik het omzetten in een drive om harder te werken. Ik ben totaal niet jaloers op de ‘normale’ student die kan feesten en drinken. Ik drink geen alcohol en ben niet van het stappen.
     
  • Luiheid. Met studeren ben ik best lui. Ik moet het echt inplannen, anders doe ik het niet. Als topsporter is het belangrijk om af en toe lui te zijn. Als ik meteen vanuit de training ga studeren dan kan ik me niet concentreren. Als ik thuis kom, ben ik eerst even lui om op te laden. Mijn kamer is geen puinzooi, maar ik heb een bank op mijn kamer die vol ligt met kleren. “Ruim dat bankje nou eens op”, zegt mijn moeder altijd.
     
  • Woede. Na een slechte wedstrijd of tijdens een slechte training kan ik wel kwaad zijn. Een half uur na het douchen is het ergste er wel vanaf, maar ik heb de rest van de dag een korter lontje. De week erna denk ik er dan nog veel aan en uiteindelijk probeer ik van mijn fout te leren. Het komt zelden voor dat ik twee keer dezelfde fout maak.
     
  • Hoogmoed. Ik kan erg kwaad zijn op mezelf als ik fouten maak, maar ook heel trots als ik het goed doe. Daar krijg ik echt een boost van. Ik hoef niet voorop te lopen met mode, zoals Memphis Depay bijvoorbeeld, maar ik wil er wel altijd verzorgd uitzien. Met voetballen moeten mijn kleren altijd strak zitten. Als het los hangt ga ik me ergeren en dan kan ik me niet op mijn spel concentreren. En ik wil het liefst Adidas schoenen. Niet omdat die schoenen mooier zijn, maar mijn voeten passen daar het best in. Andere merken zitten vaak te strak.

Pepijn Schlösser, 19, tweedejaars psychologie, geboren in Hoensbroek, woont in Amstenrade

Traint tien tot vijftien uur per week, speler bij Roda JC en jong Roda JC. Traint voor zijn debuut in de eredivisie

Beste recente prestatie: doorgeschoven naar het eerste team Roda JC

Categories:Categorieën:
Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: