Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

Twee zielen in één borst

Twee zielen in één borst

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes

De UNS50. Aan de muur in zijn werkkamer - want die mag hij nog even houden - hangt een grote poster met tekeningen van rare beesten. Een kip met een konijnenkop, een vos met een eendenlijf. Hybride dieren, dubbelzinnig. Harry Struijker Boudier houdt van het ambigue, van meervoudige identiteiten.

“Er komen hier wel eens mensen die denken dat het om een wetenschappelijke poster gaat, over genetische experimenten.” Hij lacht. Dat is het dus niet, het is fantasie, een werk van Thomas Grünfeld, “toen mijn vrouw Ardi nog haar galerie in de stad had was hij een van haar meest vooraanstaande kunstenaars. Hij is nu decaan van de kunstacademie in Düsseldorf.”

Veertig jaar na zijn entree in Maastricht neemt Struijker Boudier afscheid van de universiteit. De rede die hij begin november hield opende verrassend, althans voor diegenen die meenden de zoveelste vertrekkende professor uit de hoek van de geneeskunde te gaan beluisteren. Die ongetwijfeld lof zou toezwaaien aan zijn leermeesters, zijn pad door de wetenschap zou schetsen en zou eindigen met het bedanken van vrouw en kinderen voor hun eindeloze geduld en toewijding. En inderdaad, dat deed Struijker allemaal óók, hoewel hij zijn vrouw een heel wat prominentere plaats bood, al halverwege zijn rede.

Maar de spreker deed meer. Hij haalde er een heel andere wereld bij. Die van de kunst, de literatuur, de filosofie. En dus kwamen Goethe langs, Dante, Borges, Nietzsche en Hannah Ahrendt.

En al die literair-filosofische verwijzingen leidden naar hetzelfde: de mens volgt een grillig levenspad waar het toeval regeert, leert zichzelf langzaam kennen en vooral: hij herbergt meer dan één identiteit in zich. Bij zichzelf spreekt hij over “het alfa-gen en het bèta-gen”; hij is, tot zijn grote genoegen, met beide behept.

Het begon met het gezin waarin hij werd geboren. Harry was de zesde en laatste, een nakomertje dat negen jaar jonger is dan zijn jongste oudere broer. Een Arnhems onderwijsgezin: moeder onderwijzeres, vader hoofd van een ulo. Met een geschiedenis in de jappenkampen in Nederlands-Indië, de bijbehorende trauma’s en de voor die naoorlogse jaren zo courante houding om daar niet over te willen praten. “Het was een warm gezin hoor, maar er waren ook spanningen. De kinderen wilden zo snel mogelijk het huis uit. Problemen, daar sprak je niet over. Die moest je aanpakken, je moest naar de toekomst kijken.” Maar wat hem vooral ook vormde: eindeloze gesprekken over literatuur. Er werd thuis veel gelezen en veel gediscussieerd. Zijn broers gingen door in die richting en werden typische alfa’s: eentje, neerlandicus, promoveerde op Anna Blaman, een ander “schrijft boeken over Franse filosofen als Sartre en Merleau-Ponty”.

Wie Struijker een beetje kent denkt: hier staat de vleesgeworden vroegere gymnasiast. Breed ontwikkeld, erudiet is geen overtrokken term. Maar Harry ging, anders dan zijn broers, naar de hbs, zeg maar het atheneum, deed daar de b-kant en belandde zo in de wereld van de exacte vakken. Waarom die keuze? Eerlijk gezegd weet hij het niet meer. Maar het opende wel een nieuw universum waarin hij zich snel thuis voelde. “Twee werelden kunnen in één persoon leven”, zegt hij. En hij liet die werelden doorwerken in zijn professionele bestaan. Geen spoor van het Randwijcks superioriteitsgevoel bij Struijker, geen dedain voor de zoveel kleinere binnenstadsfaculteiten, integendeel. Samen met oud-rector Coen Hemker en met de bekende dichter (tevens bioloog) Leo Vroman werkte hij aan een plan voor een Liberal Arts-opleiding aan de UM. Het plan sneuvelde maar het zaadje voor het latere University College was wel geplant. “En in de jaren tachtig heb ik vier jaar voor het wetenschappelijk personeel in de universiteitsraad gezeten. Onze partij heette: ‘Volwaardig Academisch Onderwijs Maastricht’. Dat zegt het al.”

Provinciestadje

Maastricht was nieuw voor hem toen hij in 1977 begon. De stad beviel hem. “Een provinciestadje, maar geen Enschede of Leeuwarden. Er hing hier een vrijere geest. Ik durf te beweren dat Maastricht, na Amsterdam, het meest heeft meegepikt van de jaren zestig.” In de kroegen was hij te vinden, carnaval liet hij aan zich voorbijgaan. “Het ligt me niet. Je identiteit willen transformeren, via zo’n ingewikkeld proces; ik doe dat anders.” Hoe dan? “Via boeken, de literatuur. Je verdiept je in iemands leven, je volgt de paden die het leven kan volgen. Transformatie is misschien niet het goede woord, ik zink er niet in weg. Het zijn exercities in levenspatronen. Voor artsen zou het heel goed zijn om veel te lezen, om begrip te krijgen voor het verloop van levens, begrip te krijgen voor patiënten. In de psychiatrie is dat helemaal een conditio sine qua non. Daarom verzet ik me ook tegen het neurodeterminisme van mensen als Swaab, ‘Wij zijn ons brein’. We zijn zo veel meer. Depressie is niet alleen maar een tekort aan serotonine, er zit altijd een persoonlijke geschiedenis achter. Daar moet je oog voor hebben.”

Struijker is streng voor zijn vakgenoten in zijn afscheidsrede. Natuurlijk, er zijn de vele successen van de farmacologie: hart- en vaatziekten, kanker, aids, de geneesmiddelen die daarvoor ontdekt zijn hebben de wereld veranderd. Bij de psychofarmaca ligt het anders, zegt hij, “daar is bescheidenheid op zijn plaats”. Want er is onvoldoende besef van de gevaren van langdurig gebruik van bijvoorbeeld antidepressiva, te weinig oog voor de afhankelijkheid die ze creëren. “Het optimisme over die middelen is doorgeslagen.”

De behandelaars, zegt hij, de dokters, zouden veel beter moeten worden getraind in de omgang met moderne geneesmiddelen. “Ik pleit er heel lang voor. Hier en daar gebeurt het al maar in Maastricht wil het facultaire onderwijsinstituut er niet aan: een geneesmiddel-veiligheidsexamen. Daar hebben ze onderwijskundige argumenten voor, maar je kunt toch ook pas chirurg worden als je een aantal operaties hebt gedaan? Voor de therapie, voor het gebruik van geneesmiddelen, doe je geen examen, dat is raar.”

Integriteit

Struijker is, uiteraard, goed thuis in de farmaceutische wereld. Die van tijd tot tijd in opspraak raakt, zeer onlangs weer vanwege een excessief hoge prijs van een middel tegen taaislijmziekte en pogingen van de fabrikant om die via een politieke lobby in Den Haag geaccepteerd te krijgen. “Ik kijk daar genuanceerd tegenaan. Het ontwikkelen van een nieuw middel is ongelooflijk duur, het kost vaak honderden miljoenen. En vaak lukt er één poging en mislukken er tachtig. Dat moet wel allemaal betaald worden. Maar in dit geval lijkt de fabrikant, Vertex, een beetje gelogen te hebben over hun bedrijfseconomische situatie. Het probleem in deze sector is vooral dat men niet open en transparant is. De farmaceutische industrie communiceert slecht, het is een angstige, gesloten wereld. Daarin lopen ze echt achter.”

Struijker Boudier is nog even lid van de UM-commissie voor wetenschappelijk integriteit. Het is een onderwerp dat hem aanspreekt.

“Zeker in de farmawereld is integriteit belangrijk. Samenwerking met de industrie is onontbeerlijk, de universitaire sector ontbeert het geld om middelen te ontwikkelen. Wat wij doen is de werking van die middelen tegen het licht houden. Dan moet je wel heldere afspraken maken over de financiën, en over de data. Een contract waarin je die uit handen geeft, teken je niet. Dat kan niet.”

De kleine verleidingen heeft hij altijd weerstaan, zegt hij. “Ik heb mijn vrouw nooit meegenomen naar congressen of lezingen. Daar ben ik principieel in. Je moet privé en zakelijk scheiden.”

Die tijd is nu eindelijk voorbij. Het echtpaar heeft begin dit jaar “voor de prijs van een Amsterdams appartement van 100 vierkante meter” een Frans kasteeltje “met vier torens en wat bijgebouwen” gekocht in de buurt van Limoges. Ardi is kunsthistorica, was galeriehoudster in Maastricht en runt nu samen met Harry een kunstcentrum in het kasteel. “En ik doe de tuin. Er komt ook een medicinale tuin, daar heb ik wel een beetje verstand van.”

Wie is Harry Struijker Boudier?

Begin deze maand nam hij officieel afscheid als hoogleraar farmacologie. Harry Struijker Boudier (1950) is een oudgediende: hij studeerde scheikunde en promoveerde in 1975 cum laude in Nijmegen, een jaar later al werd hij door UM-stichter Sjeng Tans gevraagd naar Maastricht te komen om daar met zijn Duitse vakgenoot Karl-Heinz Rahn een capaciteitsgroep farmacologie op te bouwen. Op zijn dertigste, in 1980, werd hij hoogleraar. Zijn specialisme: hoge bloeddruk en de gevolgen daarvan voor hart- en vaatziekten. Het bracht hem uiteindelijk op de plek van wetenschappelijk directeur bij Carim, de Maastrichtse onderzoeksschool op het gebied van hart- en vaatziekten. Publiceren deed hij als een razende. Een illustratie daarvan: ter voorbereiding op dit interview stuurde Struijker per e-mail zijn cv op. Een paar kantjes. De verslaggever leek het dienstig daar een printje van te maken. Waarop een collega terugkomt van de printer met een dik pak papier en de vraag “wie er een boek heeft gekopieerd”. Achter het cv bleek Struijkers’ publicatielijst te zitten.

Categories:Categorieën:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: