Back to list All Articles Archives Search RSS Terug naar lijst Alle artikelen Archieven Zoek RSS

“Wat mijn vader dacht dat ik zou worden? Juf, denk ik"

“Wat mijn vader dacht dat ik zou worden? Juf, denk ik" “Wat mijn vader dacht dat ik zou worden? Juf, denk ik"

Photographer:Fotograaf: Loraine Bodewes/ eigen archief

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Jeanine Verbunt (Breda, 1969)/ hoogleraar ‘klinische epidemiologie in de revalidatiegeneeskunde met de nadruk op chronische pijn’ sinds april 2013, revalidatiearts Adelante/MUMC  / vrijgezel/ woont in Maastricht

Sinterklaas of Kerst? Sinterklaas. Ik vind het ieder jaar weer een feest, zoveel gezelligheid, kinderen vol spanning. Toevallig kreeg ik twee weken geleden nog iets mee van het Sinterklaasjournaal op televisie. Ik vind het knap hoe ze bij de omroep ieder jaar een spannend plot bedenken. Vroeger vierde ik Sinterklaas met mijn ouders, ooms en tantes. Dan werd er aangebeld door ‘de Sint’ en stond er een grote zak met cadeautjes op de stoep. Ik ben zelf ook nog Piet geweest bij de badmintonclub, zwart geschminkt, toen was daar nog geen discussie over. Maar als je erover nadenkt, valt er heel veel te zeggen over die discussie en begrijp ik dat mensen er moeite mee hebben. In 2010 zat ik een tijdje in Amerika voor onderzoek. Ik vertelde er enthousiast over Sinterklaas en hoe we dat in Nederland vieren. Hadden ze voor mijn afscheid, toevallig in de week van 5 december, een Sinterklaas geregeld, liedjes gedownload en een chocoladeletter van ver laten komen! Ik realiseerde me toen al hoe vreemd zo’n feest moet zijn voor buitenlanders.

Waarom heb je deze kinderfoto gekozen? Ik vind ‘m gewoon leuk. Ik moet een jaar of drie zijn, lekker in het zand in de Drunense Duinen. We kwamen er regelmatig, een dagje uit. We woonden in Dongen, niet ver ervandaan. Ik heb geen zussen of broers, maar ik nam vaker een vriendinnetje mee of een nichtje of neefje. Ik was een beweeglijk en nieuwsgierig kind, wilde altijd alles weten. Geen wonder dat ik onderzoeker ben geworden [lacht]. Na mijn oratie als hoogleraar kwam een vader van een vriendinnetje naar me toe. Hij vertelde dat ik als kind van vier in een ziekenhuis in een ideeënbus had gegraaid. Vervolgens bleef mijn hand vast zitten. Geen idee hoe ik eruit ben gekomen, maar die vader zei: ‘Ik zag toen al dat je iets met zorginnovatie zou gaan doen’, haha.

Wat is jouw definitie van geluk? Je goed voelen over hoe je in het leven staat, dat je bij de mensen bent die belangrijk voor je zijn, dat je bezig bent met je passie. Mijn beroep is mijn passie. Als revalidatiearts begeleid ik volwassenen en jongeren die door een beroerte, ongeluk of aangeboren aandoening aan zichzelf – mentaal en fysiek – moeten werken. Hun toekomst is vaak in één keer anders en dat is heftig. Ik sta ze bij, help ze bij het opnieuw ‘framen’ van hun leven. Wat kun je nog wel? Hoe kun je het geluk weer vinden? In die zin ben ik meer coach dan arts. Ik zie dat veel mensen uiteindelijk toch leren leven met hun beperking. Dat geeft voldoening.

Wat doe je voordat je in een vliegtuig stapt? Niets speciaals. Ik heb geen vliegangst, maar ik ben wel altijd bang dat ik de vlucht mis. De trein vanuit Maastricht naar Schiphol neem ik liever veel te vroeg dan ‘op tijd’. Want o jee, stel er is oponthoud, stel er gebeurt iets.

Mijn grootste ondeugd: Oei, dat ik vaker een beetje te hard rijd? Steeds een paar kilometer maar. Toch zonde. Het is mijn ongeduld.

Wat is een mooie plek om te wonen? Maastricht. Ik houd van racefietsen en daarvoor leent deze omgeving zich perfect. Helaas komt het er niet meer zo vaak van door alle drukte op het werk. Ik spin twee keer per week, want ik wil wel blijven bewegen. Maastricht kwam op mijn pad door een opleidingsplek in het revalidatiecentrum in Hoensbroek. Ik verhuisde vanuit Nijmegen waar ik gezondheidswetenschappen en geneeskunde heb gestudeerd. Dat was dichtbij huis ja, ik was pas 17 toen ik naar de universiteit ging. Na een stage in Indonesië kreeg ik de smaak van het reizen te pakken. Ik houd ervan om nieuwe dingen op te snuiven. Bhutan en de Himalaya staan me nog bij, zo bijzonder. Natuurlijk lijkt het me prachtig om daar te wonen, maar als ik realistisch ben, weet ik dat ik datgene wat ik in Nederland doe niet daar kan uitvoeren. Wel wil ik in de toekomst graag een tijdje als revalidatiearts naar het buitenland, naar Nepal bijvoorbeeld. Misschien na mijn pensioen.

Grote liefde: Die is er wel geweest, maar op het moment ben ik alleen. Ik ben gelukkig, maar durf te zeggen dat ik het leuker vind met z’n tweetjes.

Hoe moedig ben je? Een beetje. Ik heb behoefte aan uitdaging, houd van nieuwe dingen, zoals reizen, maar zoek het ook in mijn werk. Tegelijkertijd denk ik soms: ‘Jeanine, waarom wilde je dit ook alweer?’

Wanneer heb je voor het laatst gehuild van de pijn? O jee [het blijft lang stil]. Niet heel recent volgens mij. In mijn jeugd ben ik een paar keer aan mijn knie geopereerd. Ik had mijn knie verdraaid met badminton: meniscus stuk, kruisband stuk. Ik heb een half jaar gerevalideerd bij een sportfysiotherapeut. Ik vond dat proces heel boeiend, ik denk dat toen de basis is gelegd voor mijn carrière. Met mijn knie is het gelukkig goed gekomen. Bij Adelante [zorggroep in Limburg, met onder andere kinder- en volwassenenrevalidatie, red.] behandel ik mensen met chronische pijn. Nederland telt er twee miljoen. Hun pijn is spontaan ontstaan of door een ongeval of ziekte. Sommigen functioneren oké, maar anderen kunnen helemaal niets meer. Er zijn zelfs jongeren die door de pijn al maanden niet meer naar school gaan.

Van welke dag in de week houd je het meest? Vrijdag. Het weekend is in zicht. Niet dat ik in het weekend niet meer hoef te werken, vaak ligt er nog wel iets, maar het feit dat ík mag bepalen, is heel prettig. Het minst houd ik van de maandag. Een inkoppertje hè?

Wat mijn vader dacht dat ik zou worden: Juf, denk ik. Daar heb ik zelf ook nog even over nagedacht, net als politieagent. Dat leek me wel stoer, terwijl ik helemaal niet zo stoer ben. En badmintontrainer is ook nog voorbij gekomen. Mijn vader is in 1997 overleden. Hij heeft mijn wetenschappelijke carrière niet meer mogen meemaken, maar was er wel nog toen ik een opleidingsplek kreeg als revalidatiearts.  Hij weet welke richting ik uit ben gegaan.

Tags:

CommentsReacties

There are currently no comments.Er zijn geen reacties.

Post a Comment

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen gaat u akkoord met de verwerking van de ingevulde gegevens door Observant.
Voor meer informatie: Privacyverklaring
By responding, you agree to send the entered data to Observant.
For more info: Privacy statement

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Enter the code shown above: